Limesmoeheid

Ik herinner me niet waar ik het woord “limesmoeheid” voor het eerste heb gehoord: misschien was het in het Thermenmuseum, misschien in het Rijksmuseum van Oudheden, misschien was het een re-enactor, misschien een archeoloog, een classicus, een historicus. Maar een jaar of drie geleden was het woord er ineens. Het is taalkundig interessant omdat het een typisch spreektaalwoord is dat nauwelijks wordt geschreven. (Wie het op Google opzoekt, ziet twee vindplaatsen: het Taalmeldpunt en mijn blog.)

“De limes heeft de potentie ons een beter beeld van het verleden te geven, maar op dit moment kunnen de resultaten alleen worden beschouwd als bijdragend aan de trivialisering van het verleden.”

Dit maakt “limesmoeheid” ook wat verontrustend. Er zijn mensen druk met de werelderfgoedstatusaanvraag en er is daarnaast een parallelle realiteit waarin men redenen heeft niet op te schrijven wat men denkt, maar ondertussen wel met elkaar bespreekt hoe moe men is van bijvoorbeeld nieuwsbrieven die beginnen met “Limes! Limes! Limes!” Het limesproject is geïsoleerd en loopt zo draagvlak mis. Dat is voor een project van deze omvang nogal problematisch. Daarover wil ik het vandaag hebben, maar eerst: wat maakt de limes zo speciaal?

Vrijheidminnende Bataven en despotische Romeinen

Even een paar eeuwen terug. Het hertogdom Gelre voert oorlog tegen de Bourgondiërs. Geleerden lezen Tacitus’ verslag van de Bataafse Opstand tegen de Romeinen, zien talloze parallellen met hun eigen tijd en scheppen het sindsdien gangbare beeld van Nederland in de Oudheid vorm: “wij”, dat zijn de vrijheidminnende Bataven, en de despotische Romeinen zijn de “zij”. Ik heb hier meer geschreven over deze “noord-zuid-visie”, waarin we vanuit het Germaanse noorden kijken naar het Romeinse zuiden.

Het is een logische visie. We spreken nu eenmaal een Germaanse taal, onze literatuur wortelt in de Frankische en in de Middeleeuwen waren de Romeinen grotendeels vergeten. Deze Gelderse interpretatie is, via de propaganda van prins Maurits, via de stichting van Batavia, via de schilderijen in het paleis op de Dam, via de Bataafse Republiek, via Batavus Droogstoppel, via de Batavier-rederij en via Batavus-fietsen uitgegroeid tot een nationaal verleden.

- advertentie -
De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis volgens Rembrandt van Rijn
De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis volgens Rembrandt van Rijn

Het was dus een ingrijpende breuk toen de Commissie-Van Oostrom in 2006 de limes plaatste op de canon. Nu stonden ineens de Romeinen centraal. Het was een zuid-noord-visie. De “wij” en de “zij” hadden stuivertje gewisseld.

Ik voor mij denk dat dit een verbetering is, maar ik ben bevooroordeeld: ik ben nu eenmaal geïnteresseerd in de klassieke traditie, in de Oudheid, in de Romeinen. Ik heb echter vaak genoeg contact met mensen die meer hechten aan ons traditionele geschiedbeeld en die, soms in scherts en soms in ernst, vinden dat Italië maar moet betalen voor het Italiaanse erfgoed in Nederland. Dat is natuurlijk een kreet voor de borreltafel, maar het illustreert wel een reëel onbehagen met het nieuwe verleden. Je hoeft bovendien geen nieuwrechtse sympathieën te hebben om te constateren dat momenteel een vaderlands verleden ondergeschikt wordt gemaakt aan een pan-Europees verleden. Ik kan tot slot de critici alleen maar gelijk geven als ze opmerken dat de limes in Nederland nooit een lieu de mémoire is geweest, al was het maar omdat hij nergens ooit zichtbaar was.

Geforceerde omgang met het verleden

Er zijn natuurlijk parallellen voor zulke omslagen in het beeld van het eigen verleden. In Oezbekistan hebben ze de beelden van Lenin vervangen door die van Timoer Lenk. De Bulgaren zijn gaan benadrukken dat er tijden zijn geweest waarin ze onafhankelijk waren van de Russen. Beide veranderingen zijn reacties op de geforceerde omgang met het verleden in de Sovjet-tijd.

Wat de Sovjet-verledens én de moderne Oezbeekse en Bulgaarse omgang met het verleden met elkaar gemeen hebben, is dat overheidsdiensten één, gekunstelde visie uitdragen. Zoiets duiden we gemeenlijk aan als propaganda en de limes is weinig beter zolang niet duidelijk wordt gemaakt waarom het zuid-noord-beeld beter is dan het noord-zuid-beeld. Tot op heden is dat niet gebeurd.

Draagvlak

Ik denk dat we hier een eerste probleem hebben met het project om de limes tot werelderfgoed te maken: niemand legt uit dat en waarom het een verbetering is. Anders gezegd, de betrokken organisaties stellen wel dat de limes historisch belangrijk is maar tonen niet waarom. Zo win je geen draagvlak. Draagvlak dat wel wenselijk is als je, zoals het gruwelijke cliché luidt, “de limes op de kaart wil zetten”. Er komt namelijk een dag waarop iemand met argwaan media-aandacht krijgt, zoals gebeurde tijdens de Nijmeegse aquaductenaffaire. Als je als limes-organisatie pas dan, wanneer de scepsis er al is, begint met uitleggen waarom je doet wat je doet, is het te laat en bereik je alleen dat ook die uitleg wordt bejegend met scepsis. Dat is het “backfire-effect” waar iedereen die de Oudheid aan het publiek uitlegt vroeg of laat tegenaan loopt. Een professionele communicatiestrategie bevat daarom een tweede lijn, die ertoe dient om sceptici een stap vóór te zijn. Anders gezegd, een professionele communicatiestrategie is proactief.

Het Romeinse castellum met haven te Velsen Illustratie: © Graham Sumner
Het Romeinse castellum met haven te Velsen Illustratie: © Graham Sumner

De huidige voorlichting over de limes is dat niet en dat maakt het project onnodig kwetsbaar voor scepsis. Ik behoor tot degenen die de voordelen van het project zien, maar dat betekent niet dat ik blind ben voor de tekortkomingen. Helaas zijn er nog meer en die hebben te maken met het eenvoudige gegeven dat de limessamenwerking eigenlijk nogal raar is.

Het behoort te gaan om de grens van het Romeinse Rijk, maar twee van de belangrijkste militaire locaties in Nederland zijn buitengesloten: Velsen en Aardenburg. Dat komt omdat ze liggen in Noord-Holland en Zeeland, terwijl de limes-samenwerking in handen is van Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland. Daarmee is één ding duidelijk: niet het belang van een adequaat gepresenteerd verleden staat centraal maar iets wat ik, bij gebrek aan beter woord, zal aanduiden als “bestuurlijk gemak”. In dit enorme project, waarin allerlei belangen samenkomen, weegt dus niet het zwaarst dat het publiek belang heeft bij goede informatie.

Ik heb geprobeerd te ontdekken hoe dit zo heeft kunnen komen en één factor is simpel te benoemen: de wetenschap heeft zich de kaas van het brood laten eten. De Nederlandse oudhistorici hebben bijvoorbeeld een werkverband dat “Impact of Empire” heet en als ze ooit hun inzichten zijn komen toelichten, dan is mij dat onbekend. Terwijl je zou zeggen dat de limes een natuurlijke plek is om de impact van het Romeinse Rijk te komen duiden.

Er is nog een tweede factor: het initiatief om de limes te promoten is niet genomen door oudheidkundigen. Ik probeer momenteel nog te achterhalen hoe het ongeveer is verlopen maar een paar dingen zijn me inmiddels wel duidelijk.

  • De limes is voor het eerst als thema gedefinieerd in de uitvoeringsbesluiten van de monumentenwetgeving uit de jaren tachtig; de Commissie-De Rooy heeft de limes genoemd in de doelen voor het onderwijs; vervolgens maakte de Commissie-Van Oostrom de limes tot een van de vijftig vensters in de canon.
  • De cruciale stap werd gezet toen het College van Rijksadviseurs adviseerde de limes te maken tot werelderfgoed.
  • Vervolgens verenigden de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en drie (niet vijf) provincies zich in de Nederlandse Limessamenwerking, waar vervolgens de Stichting Romeinse Limes Nederland weer onder heeft gehangen. Die heeft inmiddels zichzelf opgeheven.

Het project lijkt dus top-down ontstaan en loopt via ambtelijke partijen, waarbij vooral de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kan gelden als inhoudelijk deskundig. Alleen: hier werken geen classici. Als je het hebt over Romeins erfgoed, is dit op zijn zachtst gezegd curieus. Het verklaart wel waarom langs de limes het wiel nogal eens twee keer wordt uitgevonden.

Wijde infrastructuur

Eén voorbeeld is het recent gelanceerde Educatieve Platform. Er staat geen onzin op, maar een en ander had beter kunnen worden samengevoegd met het al bestaande en goed functionerende Quamlibet. Het echte probleem zit echter dieper. Wat je wil hebben, is een wijde infrastructuur waarmee heel veel doelgroepen worden bereikt, die je vervolgens naar zo betrouwbaar mogelijke informatie brengt. Je kunt het vergelijken met een trechter. En laten we zo’n trechter nu allang hebben: je kunt beginnen in musea; je kunt je informatie verdiepen met boeken, met Archeologie Magazine en Hermeneus; je zou naar het gymnasium kunnen gaan; je kunt lid worden van de AWN of het NKV. Deze infrastructuur is zeker niet perfect – de vaste lezers van mijn blog kennen mijn bezwaren – maar het is in elk geval een trechter die wordt gevonden. Wie de limes meer bekendheid wil geven, kan zijn informatie beter in deze trechter plaatsen, zodat ze ligt in een infrastructuur waar mensen naar de limes-informatie worden geleid. Dat is beter dan een nieuwe trechter bouwen, waar de informatie niet even vanzelfsprekend wordt gevonden.

Foto gemaakt tijdens het Romeinenfestival van 2012
Foto gemaakt tijdens het Romeinenfestival van 2012
Nog een andere doublure: naast de al bestaande Week van de Klassieken is er nu een Romeinenweek. (Full disclosure: ik ben er in verschillende rollen bij betrokken.) Zonder iets onaardigs te willen zeggen over mijn collega’s bij de Week van de Klassieken: het evenement heeft een ongelukkige relatie tot de pers. Het stuk over Mithras in Trouw tijdens de afgelopen Week van de Klassieken is met afstand het allerslechtste dat verleden jaar in Nederland is gepubliceerd over de oude wereld. De Romeinenweek, die wordt gesubsidieerd met limes-geld, weet meer reuring te maken.

Misschien wel iets teveel. Zonder iets onaardigs te willen zeggen over de vrijwilligers die het werk elke keer weer doen: ze slagen er beter in kinderen te bereiken dan volwassenen. Er zijn leuke demonstraties en ik ken jongens en meisjes die nog wekenlang Romeinenpret hadden, maar dat is te weinig. Wie, zoals de limes-organisaties, wil dat de Romeinse tijd in de Lage Landen meer bij het publiek gaat leven, moet de volwassenen niet naar huis laten gaan met het idee dat de Romeinen iets voor kinderen zijn en dat er weinig diepgang is. Vanuit de doelstellingen van de limes-organisaties is de Romeinenweek dus maar gedeeltelijk succesvol.

Het resultaat van deze doublures is vooral verwarring. We hebben coördinatie nodig en die komt er almaar niet. Als het limes-project, waar ik op zich sympathiek tegenover sta, er niet in slaagt zichzelf te overstijgen, zal de limes nooit uitgroeien tot een als authentiek ervaren deel van het Nederlandse verleden en zal hij blijven lijken op een prestigeobject van drie provincies die ook zo nodig wat werelderfgoed willen.

Trivialisering

Voorlopig krijgen we immers vooral informatie die aan de oppervlakte blijft. De website RomeinseLimes.nl bevat (deels onjuiste) informatie waar een kind iets mee kan, maar die er niet voor zorgt dat een volwassene ontdekt dat de Romeinen belangrijk zijn of waarom de ommekeer in perspectief (van noord-zuid-kijken naar zuid-noord-kijken) een verbetering is. Zo’n website is dus contraproductief en dat geldt voor wel meer projecten rond de limes. Wie een specifieke visie op het verleden wil promoten, en niet wil lijken op een Oezbeekse of Bulgaarse propagandist, zal beter moeten bieden dan momenteel gebeurt. Ik weet dat het klinkt als een hyperbool maar ik ben serieus: zolang de limes-organisaties er niet in slagen de Romeinse tijd als een intellectueel serieus te nemen onderwerp te presenteren, dragen ze vooral bij aan de trivialisering ervan.

Zo kunnen we dus niet verder. Ik zou twee dingen willen. Samenwerking en nog meer samenwerking.

Punt één: plaats de limes in de bestaande infrastructuur en stop ermee het wiel tweemaal uit te vinden. Het geld kan beter worden geïnvesteerd in de bestaande musea. Het Valkhof in Nijmegen kan wel wat geld gebruiken en heeft een belangrijke Romeinse collectie. Zorg ervoor dat het Rijksmuseum van Oudheden zijn wetenschappelijke staf kan uitbreiden en de limes wat meer aandacht geeft. Creëer een landelijk museumnetwerk dat én het Germaanse noorden toont, én het Romeinse zuiden, én de limes als interactiezone. Laat je over de “impact of empire” bijpraten door de oudhistorici. En neem een voorbeeld aan Aardenburg, waar ze op een schitterende manier de resten van een limes-fort combineren met de klassieke literatuur en zo meer betekenis geven aan die stenen. Kortom: zorg dat samen komt wat samen hoort en maak een einde aan de doublures.

Punt twee: werk veel intensiever samen met de classici. Niet alleen hebben ze, via de gymnasia, een voor de hand liggende doelgroep, maar ze kunnen ook uitleggen waarom het zinvol is mensen in de eenentwintigste eeuw kennis te laten maken met de door de Romeinen verspreide klassieke cultuur. Anders gezegd: de limesorganisaties hebben de middelen om een professionele voorlichting op te stellen maar blijven erg aan de oppervlakte, de classici kunnen de noodzakelijke verdieping bieden maar hebben geen idee hoe. We hebben twee groepen die elkaar aanvullen maar het niet doen.

Foto van een 'limesreis' van enige rijd geleden
Foto van een ‘limesreis’ van enige rijd geleden

Contraproductief

Samenwerking en samenwerking. Ik geloof niet dat ik hiermee iets onmogelijks schets. Sterker nog, ik vind dit zó vanzelfsprekend dat de eigenlijke vraag volgens mij is waarom het niet allang gebeurt. En dan komen we bij het punt dat ik al eerder maakte: de ontstaansgeschiedenis van de limes in de sfeer van het openbaar bestuur, de ruimtelijke ordening en de erfgoedsector. Ik weet niet wie de adviseurs zijn van de Nederlandse Limessamenwerking, maar als ooit advies is gevraagd van een communicatiespecialist die praktijkervaring heeft met de antieke wereld, dan lijkt het te zijn genegeerd. Zo iemand zou, gepokt en gemazzeld door de vermoeiende discussies met sceptici, meteen hebben gewezen op het ontbreken van een tweede lijn, de aandacht hebben gevestigd op de doublures en hebben gewezen op de contraproductiviteit van het aanbod.

De limes heeft de potentie ons een beter beeld van het verleden te geven, maar op dit moment kunnen de resultaten alleen worden beschouwd als bijdragend aan de trivialisering van het verleden. Alle inspanningen zijn dus contraproductief. Ik kan daarom, hoe sympathiek ik ook sta tegenover het project, wel sympathie voelen voor degenen die lijden aan limesmoeheid.

~ Jona Lendering

Jona Lendering is historicus, webmaster van Livius.org en docent bij Livius Onderwijs. Hij publiceerde verschillende boeken en verzorgt een nieuwsbrief over de Oudheid. Zie ook zijn blog: mainzerbeobachter.com

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Geschiedenisliefhebber? Volg ons:

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier