Scheiding der machten in (voormalig) Nieuw-Nederland
Nieuw-Nederland houdt op te bestaan in 1664, als de Engelse troepen zonder schot te lossen het bestuur van Peter Stuyvesant op de knieën dwingen en de macht overnemen. Die macht geven de Engelsen in de eeuw erna, afgezien van een korte herovering door Nederlandse schepen in 1673, niet meer prijs. Wel gaat de onderlinge strijd tussen de inwoners en het bestuur, nu in handen van gouverneurs onder de Engelse kroon, onverminderd door. Die strijd draait steeds weer om de vraag waar de macht ligt en wie die macht controleert – in bestuurszaken maar ook in juridische aangelegenheden. Gezien de prominente rol van de latere staat New York in de Amerikaanse Revolutie en de totstandkoming van de Amerikaanse Grondwet, is het goed om hier nog even bij stil te staan.

Net als dat het in de eerste jaren ontbrak aan politieke vertegenwoordiging van de inwoners van de kolonie, ontbrak het Nieuw-Nederland lange tijd ook aan een onafhankelijk rechtssysteem. De gouverneur besliste, in overleg met zijn adviesraad, over civiele geschillen en sprak ook recht bij misdaad. Vanaf 1626 was er de ‘schout’, een uit de Republiek geïmporteerd ambt. Een soort sheriff en openbaar aanklager in één.
Na jaren strijd te hebben geleverd, tegen de autoritaire gouverneurs Willem Kieft en Peter Stuyvesant en tegen hun onwelwillende bazen in de Republiek, was het in 1653 eindelijk gelukt de West-Indische Compagnie over te halen om een echte rechtbank in Nieuw-Nederland toe te staan. Die bestond uit de schout als openbaar aanklager, twee burgemeesters en vijf schepenen, oftewel ambtenaren met rechtsprekende bevoegdheid, één voor elk deel van de kolonie. Stuyvesant tolereerde de rechtbank met grote tegenzin. De rechtspraak in hoger beroep bleef voorbehouden aan hem en zijn raad.

Tekenend is de poging van de burgemeesters van Nieuw-Amsterdam in 1657 om de zittingsdagen van de burgerrechtbank op te splitsen in aparte rechtsprekende en aparte wetgevende dagen. Bovendien stelden zij voor om deze twee taken te verdelen over twee verschillende groepen mannen. Rechtshistorici spreken wel van een eerste poging om de scheiding der machten te bewerkstelligen in de Nieuwe Wereld – een kleine eeuw vóór de klassieker van Montesquieu over de machtenscheiding. Iets waar het latere New York best trots op mag zijn.
Een vorm van conflictbemiddeling die wel sterk was ontwikkeld in Nieuw-Nederland was arbitrage (bemiddeling door onafhankelijke derden, red.). De rechtspraak maakte veelvuldig gebruik van dat middel om zaken te schikken, in kleine geschillen maar ook in grote conflicten. Die bemiddeling tussen strijdende partijen gebeurde eerst door de Raad van Negen – maar toen die werd vervangen door het systeem van burgemeesters, schout en schepenen dat Van der Donck in 1653 had afgedwongen, bleef arbitrage een prominent onderdeel van het rechtssysteem. De burgemeesters en schepenen vormden samen een nieuw hof, dat elke maandagochtend bijeenkwam om alle lopende geschillen te bespreken. In zo’n 20 procent van de gevallen (gemeten over het jaar 1656) verzocht het hof om (eerst) arbitrage te laten plaatsvinden. Na de Engelse machtsovername zou dit hof blijven bestaan, maar dan als de Mayor’s Court of New York – die eveneens sterk bleef leunen op het middel van arbitrage om de partijen in moeilijke, onwenselijke of futiele zaken tot een schikking te laten komen.

Dat betekent dat zij ook niet gehouden zijn aan de anglicaanse kerk, zelfs al wordt het gezag overgenomen door het hoofd van die kerk: de Engelse koning. Het respecteren van deze protoburgerrechten is niet alleen prettig voor de Nederlanders die niet hoeven te (re)migreren, het is ook een bevestiging van de inmiddels verworven rechten onder het Nederlandse bestuur – zij het tegen wil en dank van de West-Indische Compagnie en haar strenge gouverneurs.
Tot slot is het goed nog iets opvallends te benoemen: historici verbazen zich erover dat in de archieven van de Nieuw-Nederlandse rechtspraak relatief veel vrouwen voorkomen. In vergelijking met de naburige Engelse koloniën was de stem van de (Europese) vrouwelijke inwoners in de publieke ruimte en in de rechtbank relatief vaak te horen. Dat had onder meer te maken met de meer gelijkwaardige wetgeving rondom erfenissen in de Republiek, waardoor vrouwen iets vaker met de rechtspraak te maken kregen.

Toch moeten we die gelijkwaardigheid ook weer niet overdrijven: vrouwen hadden weliswaar op kleine, huiselijke schaal wel enkele financiële rechten en bevoegdheden, maar ook in oud en Nieuw-Nederland waren ze, net als elders ter wereld, nagenoeg economisch afhankelijk en handelingsonbekwaam.
Peter Stuyvesant – Gouverneur-generaal van Nieuw-Nederland
New York was een Nederlands-Engelse uitvinding
Hoe een verkeerde inschatting van Peter Stuyvesant het lot van Nieuw-Nederland bezegelde
Waarom Nederlanders in het Engels ‘Dutch’ heten
De aanleg van het Eriekanaal in Amerika
New York – Amerikaanse staat