Ongezien
Museum Boerhaave, genoemd naar de Leidse hoogleraar Herman Boerhaave (1668-1738), is gevestigd in het voormalige Caeciliagasthuis. Hier wordt de geschiedenis van wetenschap en geneeskunde aanschouwelijk gemaakt. Tot de huidige dag, want wetenschap is nooit ‘af’. In de vaste opstelling zijn actuele voorbeelden van medische verworvenheden te zien, zoals het indrukwekkende prototype van een ijzeren long. Met dit beademingsapparaat kregen poliopatiëntjes met verlammende ademhalingsproblemen in de vorige eeuw zuurstof toegediend. Van recenter datum is een 3D-geprint kinderhartje te zien.

Alle mensen gelijk?
De expositie ‘ontleedt’ hoe de medische wetenschap eeuwenlang gericht was op het mannelijk lichaam. Inmiddels wordt echter steeds duidelijker dat er tussen mannen en vrouwen vaak grote verschillen bestaan in het diagnosticeren en behandelen van aandoeningen. De expositie informeert de bezoekers bijvoorbeeld over de verschillen in percentages hart- en andere ziekten bij man en vrouw. Pas sinds 1990 moeten bij het onderzoek naar allerlei tot voor kort alleen op mannen toegespitste klinische studies ook vrouwen worden betrokken.
De tentoonstelling leert dat pijnklachten van vrouwen bijvoorbeeld vaak – vooral door henzelf – worden onderschat, waardoor aandoeningen later of te laat worden herkend. Dit wordt deels verklaard door hun traditionele rol, waarin zij zich nog steeds vaak wegcijferen en zwijgen over hun klachten.
De tentoonstelling gaat overigens niet alleen over vrouwen. Interessant zijn twee educatieve modellen van ruggenwervels die zijn aangetast door botontkalking (osteoporose). Ze werden tussen 1975 en 2015 gebruikt door een producent van middelen tegen postmenopauzale osteoporose – een aandoening die ook bij mannen voorkomt, maar lange tijd weinig aandacht kreeg.

In deze expositie ontdek je de ‘verborgen verhalen achter medische ongelijkheid en hoe deze van invloed is op de hedendaagse zorg’. De samenstellers beperken zich niet tot de traditionele verschillen tussen man en vrouw. In overeenstemming met de huidige aandacht voor inclusiviteit betrekken de samenstellers ook eigentijdse concepten over gender bij de tentoonstelling.
De ongeziene geschiedenis wordt niet alleen met oude medische objecten, maar ook met ‘geleerde’ traktaten geïllustreerd. Het begint met een gehavend vijftiende-eeuws manuscript, waarin de onderzijde van een vrouwenlichaam is afgebeeld. Toen het wonder van de voortplanting nog in nevelen was gehuld, vermoedden onderzoekers dat zowel mannen als vrouwen een vorm van zaad of sperma produceerden dat bijdroeg aan de voortplanting.

In de vitrines ligt ook het eerste boek over de menselijke anatomie: De humani corporis fabrica libri septem van Andreas Vesalius, uit 1543. Het boek ligt open bij een afbeelding van de baarmoeder, weergegeven in de vorm van een penis, die Vesalius naar eigen zeggen tijdens een sectie in Padua tekende. Twee eeuwen later verscheen Christian Gottlieb Hofmann’s, Succincta descriptio ossium et musculorum corporis humani, waarin een model werd geschetst van het onderhuidse menselijk (lees mannelijke) lichaam.
Met haar publicatie De vrouw: haar bouw en haar inwendige organen rekende Aletta Jacobs, de eerste vrouwelijke arts in ons land, in 1900 af met hardnekkige misvattingen over de vrouwelijke anatomie.

De baarmoeder
Nog even terug naar de voortplanting en het orgaan dat daarin een cruciale rol speelt – zoals de Etrusken, getuige een votief model uit de vierde eeuw v.Chr., al wisten. Het raadselachtige orgaan zorgde eeuwenlang voor misverstanden. De Griekse benaming van het lichaamsdeel, hystera, werd zelfs de naamgever van een aandoening waaraan in de negentiende eeuw veel (vooral intelligente) vrouwen leden: hysterie. De symptomen van dit ziektebeeld werden als volgt omschreven:
Zij die aan hysterie lijden zijn prikkelbaar en driftig; ze vertonen sterk wisselende stemmingen – in hedendaags jargon: lange tenen. (…) Slim zijn ze bijna altijd en dat niet-begaafden hysterisch worden, ziet men betrekkelijk zelden.
Sprekend over ongelijkheid in de medische wereld…
In de opstelling is een intrigerend toestel te zien, bekleed met een rijzadel. Het werd ontworpen door de Zweedse arts Gustav Zander en diende om patiënten met hysterie met behulp van vibratie tot rust te brengen.

Ook worden voorbeelden van een bizarre speling der natuur getoond: het naar de mythologische Hermaphroditus genoemde mengwezen. Op verzoek van de nimf Salmacis werd de zoon van Hermes en Aphrodite in een tweeslachtig wezen veranderd. In de tentoonstelling wordt deze mythische voorstelling verbonden met de werkelijkheid: door een fout in de celdeling van een embryo worden soms intersekse personen geboren.

Zin en onzin
De eerder beschreven speling van de natuur heeft een wetenschappelijke basis, maar niet alle verhalen in de tentoonstelling zijn waar. Zo is er ook ‘nepnieuws’ te zien, zoals de vermeende kuisheidsgordel. Kruisridders zouden hun echtgenotes hierin hebben opgesloten en de sleutel meenemen op kruistocht, maar inmiddels is bekend dat dit beeld op een mythe berust.
In de vitrines zie je een rijke sortering aan gynaecologische instrumenten: verloskundige tangen en koud stalen eendenbekken. Deze instrumenten inspireerden kunstenaar Nina Goedegebure tot het ontwerpen van een met nepdiamantjes bezette eendenbek, die getoond wordt naast twee met edelsteentjes versierde tampons. Kunstzinnig en grappig, maar het schuurt wel een beetje. Met deze kleinoden wil de kunstenaar positieve gedachten creëren rond de veelal als zwaar ervaren fertiliteitsbehandelingen.

In de expositie kan Aletta Jacobs (1854-1929), de feministische pionier van (vrouwen)geneeskunde uiteraard niet ontbreken. Haar toelating tot de hbs wekte destijds al verbazing, maar dat zij het in een door mannen gedomineerde maatschappij tot de eerste vrouwelijk arts in ons land wist te brengen, dwingt nog steeds bewondering af. Anders dan Anna Maria van Schurman, die in de zeventiende eeuw ongezien, vanachter een gordijntje alleen maar mocht meeluisteren tijdens medische colleges, kon Jacobs haar kennis actief verwerven en toepassen. Met gratis consulten voor arme patiënten en adviezen voor geboortebeperking zette zij zich actief in voor het welzijn van vrouwen.
Met het voornoemde boek over de anatomie van de vrouw nam zij de misvattingen weg over de interne organen van vrouwen. Ze schreef het speciaal voor vrouwen met een klein budget. Aletta stond niet alleen. In de tentoonstelling is ook aandacht voor Catharine van Tussenbroek (1852-1925), de tweede vrouwelijke arts in Nederland. Ook zij zette zich in voor de gezondheid van vrouwen. Ze streed voor abortuswetten. De illegaal uitgevoerde zwangerschapsonderbrekingen waren vaak dodelijk voor de vrouwen. Ook pleitte ze voor afschaffing van strakke korsetten en het dragen van ruimvallende Reform jurken. In de opstelling is een afbeelding te zien van een lever die door het dragen van een korset ernstig is misvormd.

De tentoonstelling laat zien dat het lang duurde voor de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in de geneeskunde zichtbaar en erkend werd. Pas in de vroege twintigste eeuw werden vrouwen betrokken in psychologisch onderzoek. Interessant is ook het onderzoek naar de reproductie van hormonen. Dit leidde in de eerste helft van de vorige eeuw tot de revolutionaire en door velen als positief ervaren ontwikkeling van de anticonceptiepil. In de expositie is verder aandacht voor negatieve gevolgen op dit gebied. Kinderen van moeders die ter voorkoming van een miskraam tussen 1947-1976 het kunstmatige hormoon DES (diëthylstilbestrol) kregen voorgeschreven, ervaren daar tot in de derde generatie ernstige medische problemen van.
In het verlengde daarvan vroegen feministen in de jaren zestig aandacht voor meer specifieke vrouwenstudies. Het duurde nog tot 1990 eer in klinische studies verplicht ook gekeken moest worden naar vrouwen.
De eigen tijd

De grenzen van het traditionele spectrum van mannelijke en vrouwelijke patiënten worden in deze presentatie geactualiseerd. De onlangs in het museum gelanceerde Atlas of Queer Anatomy is daar een voorbeeld van. In deze publicatie kijken kunstenaar Kuang-Yi Ku en medisch specialist Henry de Vries met kritische blik naar de patriarchale, heteronormatieve en westers georiënteerde kaders van de klassieke anatomie.
De tentoonstelling is verhelderend, soms confronterend en leerzaam. Niet alleen voor museumbezoekers, maar ook voor artsen en medische zorgverleners. De expositie loopt nog tot en met 8 maart.
Aletta Jacobs – Vrouw aan de universiteit
Suzanne Noël, pionier van de plastische chirurgie en feministe
Andreas Vesalius – Grondlegger van de moderne anatomie
Snijden in dode lichamen
Van een mug een draak maken
Het ziekenfondsbrilletje – Goedkoop, maar wél vergoed
Trepanatie: een oude chirurgische ingreep