Hoe de huidskleur van de oude Egyptenaren telkens van tint verandert

//
11 minuten leestijd
Cleopatra (links) als Egyptische koningin (ca. 34 v. Chr.), tempel van Hathor in Dendera.
Cleopatra (links) als Egyptische koningin (ca. 34 v. Chr.), tempel van Hathor in Dendera. (CC BY 3.0 - Olaf Tausch - wiki)
Stichting Zenobia brengt op 9 maart aanstaande een bundel uit met de titel De huid van Cleopatra. Hierin wordt in de verschillende bijdragen stilgestaan bij etniciteit en diversiteit in de Oudheid en in oudheidstudies. Op Historiek publiceren we een ingekorte versie van een van de hoofdstukken uit de bundel, geschreven door Daniel Soliman. Wat weten we over de huidskleur van de Oude Egyptenaren?

De huid van Cleopatra

Hoe zagen de oude Egyptenaren eruit? Behalve dat ons bewijsmateriaal onvoldoende toereikend is, is de vraag te groot om goed te kunnen beantwoorden. Hoe beschrijf je het uiterlijk van een diverse groep mensen in een gebied waarvan de grenzen verschuiven, in een samenleving die duizenden jaren heeft bestaan en voortdurend in beweging was? Toch wordt de vraag al eeuwen gesteld. We willen de mensen uit het verleden het liefst kunnen aankijken om de wereld waarin ze leefden beter te begrijpen, maar ook om te zien of ze op onszelf lijken. Antwoorden op deze vraag zijn verstrengeld met ideeën over onszelf en de wereld: het gaat mensen aan het hart of Cleopatra eruitzag als een Europese schone of dat ze een iconische Afrikaanse koningin was.

Er is door de eeuwen heen op allerlei manieren geprobeerd om voorstellingen van oude Egyptenaren te maken. In de volledige versie van dit hoofdstuk, welke in maart verschijnt in de bundel De huid van Cleopatra. Etniciteit en diversiteit in oudheidstudies (Zenobiareeks 9), wordt er ook bekeken hoe de kunst en popcultuur zulke beelden hebben voortgebracht. In deze voorpublicatie staat de Westerse wetenschap en het beschikbare bronnenmateriaal centraal. Vooringenomen ideeën over ras en etniciteit leidden in de archeologie, de egyptologie en musea dikwijls tot theorieën en methoden die niet goed onderbouwd waren en tot onjuiste conclusies over hoe de oude Egyptenaren en Nubiërs eruitzagen. Afrocentrische schrijvers bekritiseerden dit onderzoek maar pasten zelf vergelijkbare theorieën toe. De wetenschap heeft op haar beurt kunstenaars beïnvloed die de ontstane beelden op hun eigen manier herhaalden of herinterpreteerden en breed hebben verspreid. Wanneer deze beelden van de oude Egyptenaren vaak genoeg worden herhaald in de kunst, in musea en in nieuwsmedia worden ze onderdeel van ons collectief geheugen, dat vervolgens meespeelt bij onze interpretaties van het bewijsmateriaal over de oude Egyptenaren.

Bewijsmateriaal

Het is allereerst belangrijk om kritisch te kijken naar het bewijsmateriaal dat wordt gebruikt om de herkomst en het uiterlijk van de oude Egyptenaren te bestuderen. Uit de oudheid is een verscheidenheid aan bronnen overgeleverd, maar deze zijn veelal moeilijk te interpreteren. Ten eerste zijn er lichamen en skeletten die dankzij de oud-Egyptische begrafenispraktijken en het droge Egyptische klimaat soms in goede staat zijn teruggevonden. Zulk bewijsmateriaal klinkt veelbelovend, maar de huidige onderzoekstechnieken kunnen nog steeds lang niet alle vragen over oud-Egyptische stoffelijke overschotten eenduidig beantwoorden. De kleur en structuur van de huid en het haar van gemummificeerde lichamen zijn veranderd door chemische processen van de balseming en opnieuw wanneer de windsels in de negentiende eeuw werden afgewikkeld en de lichamen aan zuurstof werden blootgesteld.

Boven Elizabeth Taylor als Cleopatra op de poster van de gelijknamige film (1963). Onder Janet Jackson als Cleopatra op een poster van de MTV video music awards 1999. Afbeelding: auteur.
Boven Elizabeth Taylor als Cleopatra op de poster van de gelijknamige film (1963). Onder Janet Jackson als Cleopatra op een poster van de MTV video music awards 1999. Afbeelding: auteur.
Fysisch-antropologisch onderzoek kan ons veel leren over hoe mensen in de oudheid leefden, maar is in beperkte mate in staat om hun uiterlijke lichaamskenmerken te achterhalen. De vorm van een schedel laat zich bovendien niet vertalen naar huidskleur of haartype. Het is eveneens nog niet mogelijk om op basis van DNA-materiaal uit oud-Egyptische lichamen een nauwkeurig beeld van genetisch erfgoed te distilleren. De nuances en voorwaarden van DNA-studies laten zich soms moeilijk vertalen naar de vraagstellingen van de archeologie.

De tweede categorie van bewijsmateriaal bestaat uit de iconografie, teksten en materiële cultuur die uit het oude Egypte zijn overgeleverd. Hoewel de meeste mensen een goed idee hebben van de ligging van het oude Egypte, is de cultuur in werkelijkheid moeilijk af te bakenen en overlapt het bijvoorbeeld met het gebied dat oudheidkundigen Nubië noemen. Nubië roept in de moderne tijd vaak een associatie met hedendaags Soedan op, maar Neder-Nubië – een moderne aanduiding – ligt geheel in het zuiden van hedendaags Egypte. Het grondgebied van het oud-Egyptische koninkrijk kende bewaakte grenzen, maar deze verschoven vaak. Grensgebieden waren overgangszones van de ene cultuur naar de andere. Daarom kun je niet goed van één vastomlijnd, statisch oud-Egypte spreken.

Toch bestond er in de sociale bovenlaag van de oud-Egyptische maatschappij altijd een idee over de Egyptische identiteit en werden er verschillende woorden gebruikt om het koninkrijk aan te duiden. Een van die namen was kemet, dat ongeveer “het zwarte” betekent en verwijst naar de vruchtbare donkere grond langs de Nijl waarop de meeste nederzettingen stonden. Het was de tegenhanger van desjeret, “het rode”, de naam voor het veelal onbewoonde rotsachtige woestijngebied. De naam kemet wordt soms geïnterpreteerd als een verwijzing naar de huidskleur van de oude Egyptenaren. Een dergelijke lezing is problematisch omdat ze het moderne en cultuurspecifieke concept van zwartheid gebruikt voor een oude cultuur waar gebruik van zo’n concept niet is aangetoond. Naast het belang van de dichotomie zwart land–rood land, werpen tegenstanders van deze interpretatie van kemet op dat de woorden kem of kemet in oud-Egyptische teksten zelden gebruikt worden om de huidskleur van mensen aan te duiden. Er zijn wel voorbeelden van goden of koningen en koninginnen die overleden en vergoddelijkt waren en met een zwartgekleurde huid werden afgebeeld. De kleur symboliseert in die gevallen echter vruchtbaarheid en eeuwig leven, en is geen weergave van hun daadwerkelijke huidskleur.

Etniciteiten

In oud-Egyptische iconografie en teksten vinden we verwijzingen naar Egyptische en niet-Egyptische etniciteiten. Deze bronnen zijn meestal producten van de ideologie van de culturele elite van Egypte, ingezet door het koninklijk hof, hoge ambtenaren en religieuze instituten. Binnen dit wereldbeeld spraken niet-Egyptische mensen een andere taal en hadden ze lichamelijke kenmerken die van de Egyptenaren verschilden. In een hymne aan de Egyptische god Amon-Re staat bijvoorbeeld dat de scheppingsgod Atoem alle mensen in het Egyptische koninkrijk heeft geschapen en daarbij onderscheid heeft gemaakt in hun karakter (qed) en uiterlijk of kleur (ioenoe). Een hymne aan de zonnegod Aton vermeldt over de mensen in de Levant (char), Nubië (koesj) en Egypte (kemet) dat ze ieder een andere huidskleur hebben. Deze teksten sluiten aan bij iconografische etniciteitsmarkeringen. Beide geven ze de oud-Egyptische ideologie weer, maar ze vertellen weinig over hoe mensen er in het echt uitzagen. Egyptische vrouwen werden in de regel met een okergele kleur afgebeeld en mannen met een donkerrode kleur.

Andere etniciteiten konden getoond worden met andere haardrachten en huidskleuren: licht- of donkerbruin voor Nubiërs, geel voor mensen uit de Levant en een wit-gele kleur voor de mensen die meestal als Libiërs worden aangeduid. Zij zijn bijvoorbeeld op die manier te zien in stereotype afbeeldingen van de vijanden van het oud-Egyptische rijk of in voorstellingen van de schepping van de mensheid door de zonnegod, zoals in het graf van koning Seti I (ca. 1290-1279 v. Chr.).

Politieke ideeën

Oud-Egyptische voorstellingen van verschillende groepen mensen zijn onderdeel van de sociale constructen die etniciteiten zijn, mede gevormd door politieke ideeën. Mensen die onderdeel waren van de oud-Egyptische maatschappij werden bijna allemaal afgebeeld als Egyptenaren, ongeacht de kleur van hun huid of hun etnische achtergrond. Daarnaast hebben Nubische figuren in de graven van de Koesjitische koninklijke familie (ca. 690-655 v. Chr.) in El-Kurru ook rode en gele in plaats van bruine huidskleuren. Zelfs mensen van Griekse eilanden en uit de hoorn van Afrika, groepen waar de Egyptenaren geen strijd mee voerden en belangrijke handelscontacten mee onderhielden, werden afgebeeld met dezelfde donkerrode huidskleur als de Egyptenaren. In de oud-Egyptische iconografie waren sieraden, tatoeages, en kleding belangrijker als etniciteitsmakering dan huidskleur. Etniciteitsmarkeringen waren bovendien niet statisch. Zo werden haardrachten en sieraden die eerder in stereotype voorstellingen van Nubiërs voorkwamen later de mode in afbeeldingen van Egyptenaren.

Hoey en Heqanefer

Wanneer oud-Egyptische voorstellingen personen wel met een donkerbruine huidskleur afbeelden kunnen we vaak niet vaststellen hoe de afgebeelde personen er werkelijk uitzagen en of zij Egyptisch of niet-Egyptisch waren. De sarcofaag van koningin Aasjyet, vrouw van de Egyptische koning Montoehotep II (ca. 2061-2010 v. Chr.), is een bijzonder geval. De koningin en enkele bedienden hebben in de afbeeldingen op de sarcofaag een bruine huidskleur die donkerder is dan die van de andere afgebeelde figuren. Er zijn aanwijzingen dat Aasjyet een Koesjitische etniciteit had, maar we weten niet in hoeverre zij zich als Egyptische zag. Afbeeldingen van Heqanefer zijn al net zo moeilijk om te interpreteren. Heqanefer was rond 1330 v. Chr. een bestuurder in de Neder-Nubische plaats Miam – het moderne Toshka – dat in zijn tijd onder Egyptisch bewind stond. We weten niet zeker wat zijn etniciteit was, maar de naam Heqanefer is Egyptisch. Hoey, de bestuurder van Nubië, was zijn overste. Afbeeldingen van Heqanefer zijn bewaard gebleven in het graf van Hoey in het oude Thebe, bij de moderne stad Luxor en in Heqanefers graf in Toshka. In het eerste graf is Heqanefer afgebeeld als een stereotype Nubiër, in een scene waarin Nubiërs tribuut aandragen voor hoge Egyptische ambtenaren. Hij heeft daar een huid die donkerder is dan die van de Egyptenaren, benadrukte jukbeenderen, kroeshaar en sieraden en kleding die hem als niet-Egyptisch markeren. Maar op de beschadigde reliëfs in zijn eigen graf zijn Heqanefers kleding en haardracht typisch Egyptisch.

Afbeelding van Heqanefer in het graf van Hoey (ca. 1330 v. Chr.), Thebe
Afbeelding van Heqanefer in het graf van Hoey (ca. 1330 v. Chr.), Thebe (CC BY-SA 4.0 – EditorfromMars – wiki)

De twee afbeeldingen zijn door egyptologen op verschillende manieren geïnterpreteerd. Misschien moest Heqanefer zich tijdens audiënties in Egypte wel op typisch Nubische wijze kleden van zijn oversten, zagen de Egyptenaren hem altijd als een typische Nubiër, of had hij een dubbele identiteit die hij al naar gelang de situatie toepaste. We hebben echter te maken met twee zeer verschillende bronnen. Heqanefer had waarschijnlijk inspraak in de manier waarop hij in zijn eigen graf werd afgebeeld en niet op de decoraties in het graf van Hoey. De tribuutscène is een standaardafbeelding uit de oud-Egyptische iconografie die ideologische regels volgde. We weten niet eens zeker of de kunstenaars die de afbeelding schilderden Heqanefer ooit hebben gezien. Sterker nog, de inscriptie met de naam van Heqanefer bij de afbeelding in het graf van Hoey lijkt er later bij gepriegeld te zijn, als een label dat geplakt werd op een sjabloonmatige voorstelling van een Nubiër. Al met al bieden oud-Egyptische afbeeldingen van individuen wel inzicht in iconografische en ideologische conventies omtrent uiterlijk en identiteit, maar het zijn geen realistische weergaven.

Uitwisseling

Bronnen in de vorm van niet-Egyptische teksten zijn al net zo moeilijk te interpreteren. Menig onderzoeker heeft zich gebogen over wat de oude Grieken en Romeinen over de Egyptenaren schreven. Een beroemde passage in HerodotusHistoriën waarin hij het uiterlijk van de Egyptenaren beschrijft, lijkt onbetrouwbaar omdat hij de Egyptenaren vergelijkt met de inwoners van Colchis aan de Zwarte Zee (in het huidige Georgië), die zouden afstammen van de soldaten van de Egyptische koning Senwosret III (ca. 1837-1819 v. Chr.). Er is geen archeologisch bewijs dat de Egyptenaren van het Middenrijk (ca. 2080-1760 v. Chr.) zich ooit in deze streek hadden begeven. Los hiervan is de tekst van Herodotus, net als oud-Egyptische tekstuele bronnen, op verschillende manieren te interpreteren. Bedoelt Herodotus met melágchroes en oulótriches dat de Egyptenaren een gebronsde huid en krullend haar hadden of een zwarte huid en kroeshaar?

Tot slot zijn niet-Oudegyptische leenwoorden en eigennamen door linguïsten en egyptologen aangegrepen om etniciteit te bestuderen. Lexicale gegevens laten duidelijk zien dat er uitwisseling bestond tussen talen van mensen in Egypte en naburige gebieden. Onderzoek toont aan dat het Oudegyptisch elementen bevat uit Tamazight, Semitische, Koesjitisch en Oost-Soedanese talen en mogelijk uit Ethio-Semitische talen. Een bediende van koningin Aasjyet wordt op haar eerdergenoemde sarcofaag afgebeeld met de naam mkḥn.t, wat overeenkomt met de Koesjitische lexicale wortels kḥn, ‘liefhebben’ en voorkomt in de talen Bedzja, Saho-Afar en Somalisch. De combinatie van de uitzonderlijke donkere huidskleur waarmee de vrouw is afgebeeld en de niet-Egyptische naam die zij draagt, maken het aannemelijk dat zij een niet-Egyptische etniciteit had en dat ze misschien uit een Nubische streek kwam. Zonder verdere indicaties van iemands etniciteit zijn niet-Egyptische namen echter geen bewijs voor afkomst en zijn ze niet te relateren aan uiterlijk. Er zijn voorbeelden van Egyptenaren die een niet-Egyptische naam droegen, en andersom van individuen die buiten Egypte waren geboren maar een Egyptische naam hadden. De oud-Egyptische mannennaam Pa-nehsy betekent ongeveer “de Nubiër”, maar dat zegt niet per se iets over de etniciteit van de drager, zoals dat ook niet het geval is bij moderne namen als Helena of Scott.

Tetradrachme met afbeelding van Cleopatra (ca. 37-33 v. Chr.), oostelijk Middellandse Zeegebied.
Tetradrachme met afbeelding van Cleopatra (ca. 37-33 v. Chr.), oostelijk Middellandse Zeegebied.
De uiterlijke kenmerken van de oude Egyptenaren houden mensen al eeuwen bezig, maar de vraag hoe zij eruit zagen is gestoeld op verkeerde aannames over wat de wetenschap nog kan achterhalen over de miljoenen mensen die in het oud-Egyptische koninkrijk leefden. De archeologische en egyptologische methodologie wankelt vaak bij pogingen om antwoorden te bieden. Onze wetenschappelijke, pseudowetenschappelijke en artistieke beelden van de oude Egyptenaren staan daarom dichter bij elkaar dan we zouden verwachten. Onderzoek naar hoe de oude Egyptenaren eruitzagen en de presentatie van de resultaten is echter niet zinloos, zolang wetenschappers en hun publiek kritisch blijven over de beperkingen van de beschikbare bronnen en de toegepaste methoden. Onderzoekers en musea bieden graag eenduidige antwoorden en reconstructies die hun publiek verwacht, terwijl er meer waarheid zit in het tonen van een verscheidenheid aan plausibele beelden.

Cleopatra

Dat laatste geldt uiteraard ook voor Cleopatra. Ze kwam uit een koninklijke familie, de Ptolemeïsche dynastie, waarvan de leden bijna allemaal uit het Hellenistische Macedonië stamden. Haar familie was echter al driehonderd jaar in Egypte toen zij de troon besteeg en haar stamboom is niet volledig bekend. Het is voorstelbaar dat haar voormoeders afstamden van Macedonische families, maar het is ook mogelijk dat haar grootmoeder in Syrië was geboren of dat haar moeder Egyptisch of Nubisch was. Contemporaine bronnen over Cleopatra bevatten geen gedetailleerde beschrijvingen van haar uiterlijk en zeggen niet wat de kleur van haar huid of haar haar was. Cleopatra is in verschillende contexten afgebeeld door kunstenaars die haar misschien nooit zelf gezien hadden. Vanuit oudheidkundig perspectief kun je veilig stellen dat Cleopatra zich in officiële beeltenissen presenteerde als Hellenistisch én oud-Egyptisch, maar daar houdt het dan op. Vanuit het oogpunt van de cultuurhistorie is zo’n analyse beperkend. Nadenken over Cleopatra als zwarte vrouw, in de zin van hedendaagse identiteitscategorieën, kan ook lonend zijn.

Gedenksteen (ca. 2150-2040 v.Chr.) van een Nubische huurling die als boogschutter een provincievorst diende in de omgeving van Gebelein, een stad in zuid-Egypte. Hij is afgebeeld samen met zijn vrouw. Rijksmuseum van Oudheden, inventarisnummer F 1947/9.1, aangekocht van kunsthandel J.N.E. Esser te Nijmegen in 1947.
Gedenksteen (ca. 2150-2040 v.Chr.) van een Nubische huurling die als boogschutter een provincievorst diende in de omgeving van Gebelein, een stad in zuid-Egypte. Hij is afgebeeld samen met zijn vrouw. Rijksmuseum van Oudheden, inventarisnummer F 1947/9.1, aangekocht van kunsthandel J.N.E. Esser te Nijmegen in 1947.
De Afro-Amerikaanse classica Shelley P. Haley beschrijft in een artikel uit 1993 hoe ze Cleopatra altijd had gezien door de lens van de werken van Griekse en Romeinse auteurs en van de classici die hen hadden vertaald en dat haar beeld van Cleopatra hierdoor sterk eurocentrisch was. Door Cleopatra als “zwart” te benaderen begon Haley het onderliggende wetenschappelijke racisme in de bestudering van de oudheid te zien en de koningin en de teksten waarin zij voorkomt kwamen in een nieuw licht te staan. Het bracht haar bovendien tot een bestudering van gender en vrouwelijkheid in de taal en cultuur van de Igbo en Yorùbá in West-Afrika met een beter begrip van de rol van oud-Egyptische koninginnen als resultaat. Haley’s beeld van een “zwarte” Cleopatra heeft daarom bestaansrecht naast de “witte” Cleopatra van Hollywood. Aangezien we nooit een nauwkeurig beeld zullen krijgen van het uiterlijk en de etniciteit van Cleopatra, moet er ruimte zijn voor verschillende perspectieven. Net als in de tijd van Cleopatra zelf, bestaat er vandaag dus niet één beeld van haar, maar meerdere.

~ Daniel Soliman

Bundel: De huid van Cleopatra. Etniciteit en diversiteit in oudheidstudies

De presentatie van deze bundel vindt plaats tijdens een gratis symposium in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Zie voor meer informatie en aanmelding de website van het museum: www.rmo.nl
Vorige verhaal

Humanist Cornelius Aurelius en de creatie van de Bataafse mythe

Volgende verhaal

Domitianus en de Openbaring van Johannes

×