Eer en plicht
Terwijl met het laatste daglicht ook zijn energie leek weg te vloeien, voelde de Spartaanse soldaat Othryadas het schild van zijn tegenstander meegeven onder de druk van het zijne. Zijn blik, nauwelijks zichtbaar onder de zware bronzen helm die alleen zijn ogen en mond vrijliet, kruiste die van zijn tegenstander. Aangezien hij was grootgebracht in een stad met het eerste verplichte staatsonderwijs ter wereld, was Othryadas gedrild voor de oorlog en wist hij precies wat hem te doen stond.
Met een ingespannen kreun stak hij zijn korte stootzwaard in het onbeschermde stukje vlees tussen de onderkant van de helm van zijn tegenstander en de bovenkant van diens bronzen borstplaat. Toen de krijger uit de naburige stad Argos ter aarde stortte en diens ziel op weg ging naar de onderwereld, besefte Othryadas tot zijn ontzetting dat hij de enige Spartaan was die nog overeind stond. Na een gevecht van uren waren 299 van Othryadas’ stadsgenoten gesneuveld, waardoor hij het in zijn eentje moest opnemen tegen de twee overgebleven kampioenen uit Argos: Alcenor en Chromius. De Spartanen noemden zichzelf weliswaar de homoioi (‘gelijken’), maar Othryadas stond er nu alleen voor.
Hij zette zich schrap voor een laatste krachtsinspanning, plantte zijn voeten stevig op de grond en maakte zich klaar om ofwel een glorieuze overwinning te behalen ondanks de twee tegen een, óf zich bij zijn verslagen vijanden te voegen in wat de Spartanen een ‘mooie dood’ in de strijd noemden. Oorlogsgedichten die de zevende-eeuwse Spartaanse elegiedichter Tyrtaeus vele decennia eerder had geschreven, hadden opeenvolgende generaties Spartanen geleerd dat…
…het voor een goed man een schone zaak is om te sterven, om strijdend voor zijn vaderland te sneuvelen in de voorste linies.
Maar de Argiven dachten daar anders over. In plaats van dat laatste gevecht met Othryadas aan te gaan, verklaarden Alcenor en Chromius zichzelf doodleuk tot overwinnaars en renden terug naar Argos om hun ‘zege’ te vieren.

Othryadas bleef op het slagveld achter en ontdeed de lichamen van de gesneuvelde Argiven zorgvuldig van hun wapenrusting. Vervolgens droeg hij deze oorlogsbuit terug naar het nabijgelegen kamp van zijn eigen leger, waar hij op zijn post bleef, zoals van een Spartaanse soldaat werd verwacht. Volgens de latere Spartaanse koning Demaratus schreef de Spartaanse wet voor dat burgers hun plaats in de slagorde moesten behouden tot ze de overwinning behaalden of stierven.
Slag der Kampioenen
De volgende dag waren beide partijen het oneens over de uitslag van wat later de ‘Slag der Kampioenen’ zou worden genoemd. Rond 545 v.Chr. ruzieden Sparta en Argos over een stuk achterland tussen hun twee stadstaten, bekend als Thyrea, dat de Spartanen onlangs bezet hadden. Om het conflict op te lossen, waren de Spartanen en de Argiven overeengekomen dat beide legers zich zouden terugtrekken terwijl twee groepen van driehonderd elitekrijgers de zaak gingen uitvechten, want als de volledige legers in de buurt zouden blijven, bestond de vrees dat de verleiding om in te grijpen te groot zou zijn.
Het zal de Spartanen weinig moeite hebben gekost om hun driehonderd kampioenen te selecteren. De beste afgestudeerden van de Spartaanse opleiding werden uitgekozen om toe te treden tot een elite-eenheid van de Spartaanse infanterie die bekendstond als de ‘ridders’ (hippeis) en die dienstdeed als officiële lijfwacht van de Spartaanse koningen. De rivaliteit tussen deze ‘speciale eenheid’ en de Spartanen die het niet hadden gehaald, was legendarisch en leidde regelmatig tot vechtpartijen in de straten van de stadstaat. Jongvolwassenen die weigerden daarmee te stoppen wanneer oudere Spartanen tussenbeide kwamen, werden voor de autoriteiten gesleept en kregen hoge boetes opgelegd om ervoor te zorgen dat de Spartaanse wetten werden nageleefd.

Omdat geen van beide partijen wilde toegeven, werd de grootschalige veldslag die de Spartanen en de Argiven juist wilden voorkomen onvermijdelijk. Dit was waarschijnlijk een van de eerste grote veldslagen in het oude Griekenland tussen zwaarbewapende infanteristen die ‘hoplieten’ werden genoemd – een naam afgeleid van de circa 30 kilogram aan bronzen wapenrusting (ta hopla) die elke voetsoldaat ter bescherming droeg. De hoplieten vochten in een gesloten formatie die een ‘falanx’ werd genoemd – zoals de dichter Tyrtaeus het beschreef:
kam tegen kam en helm tegen helm
borst tegen borst
De duizenden hoplieten in beide legers droegen een bronzen helm met volledige gezichtsbescherming, het zogeheten ‘Korinthische type’, vaak bekroond met een kam van paardenhaar. Doordat zulke helmen weinig zintuiglijke informatie doorlieten, zouden ze een verhoogde psychologische alertheid teweeggebracht hebben. Beide falanxen van hoplieten droegen borstplaten, gemaakt van brons of van een composietmateriaal bestaande uit lagen linnen of leer; bronzen scheenplaten beschermden hun onderbenen.
Maar hun belangrijkste bescherming vormde een groot, komvormig houten schild met een bronzen voorkant, een zogeheten aspis. Latere bronnen suggereren dat de Spartanen de Griekse letter lambda op hun schilden aanbrachten, die stond voor ‘Lakedemonië’, hun eigen naam voor Sparta. Die uniformering zou waarschijnlijk een angstaanjagend effect op de vijand hebben uitgeoefend. De komedieschrijver Eupolis uit de vijfde eeuw voor Christus beschrijft inderdaad een Athener die ‘van angst verstijfde’ bij het zien van de ‘flitsende lambda’s’. Maar ten tijde van de Slag der Kampioenen droegen de Spartanen waarschijnlijk nog persoonlijke symbolen op hun schilden. Vaasbeschilderingen uit die periode tonen andere Grieken wier schilden versierd zijn met leeuwen, beren, slangen en schorpioenen.

Het voornaamste aanvalswapen van hoplieten was een lange speer van essenhout met een ijzeren punt. Voor het geval hun speer brak, droegen ze ook steekzwaarden bij zich. Opmerkelijk aan Spartaanse zwaarden was dat ze zo kort waren. Toen een vreemdeling eens vroeg waarom dat zo was, kreeg hij bot ten antwoord:
Zodat we onze vijanden kunnen grijpen met onze handen.
Spartaanse soldaten droegen allemaal rode mantels en tunieken – deels omdat rood werd beschouwd als de meest mannelijke kleur en deels omdat het bloedvlekken zou maskeren. Het gebruik van uniformen voor de soldaten was tot dan toe ongeëvenaard en vestigde de aandacht van de vijand op hun intimiderende eenvormigheid.

De relatieve professionaliteit van de Spartanen was mogelijk doorslaggevend in de veldslag die het lot van de Thyrea bepaalde. Er werd meedogenloos gevochten, met zware verliezen aan beide kanten, maar deze keer kwamen de Spartanen ondubbelzinnig als overwinnaars uit de strijd.
Lange lokken
De Argiven waren zo gekrenkt door hun nederlaag dat ze uit rouw hun hoofden kaalschoren; bovendien voerden ze een nieuwe wet in die mannelijke Argiven verplichtte om hun haar kort te houden en vrouwen het recht ontzegde om gouden sieraden te dragen, totdat Argos de Thyrea heroverd had. Er zouden twee lange eeuwen van kort haar dragen en afzien van gouden versierselen overheen gaan voordat ze de Thyrea terugkregen.
Ondertussen gingen de Spartanen, om hun overwinning extra luister bij te zetten, hun haar lang dragen als een soort uniform. Latere bronnen kwamen met andere verklaringen voor hun karakteristieke lange haar: het was bedoeld om hen er ‘vrijer’ en ‘angstaanjagender’ uit te laten zien, of om knappe mannen nog knapper en lelijke mannen nog afschrikwekkender te maken. Veel antieke kunstwerken geven Spartanen weer met zorgvuldig gevlochten lokken. Het beste voorbeeld is een bronzen beeldje van een Spartaanse krijger van rond 510-500 v.Chr., dat zich nu in het Wadsworth Museum in Connecticut bevindt. Maar niet alle kunstwerken tonen Spartanen met keurig haar: op een wijnmengkan uit circa 420 v.Chr. zien we een Spartaan met lange lokken die wild en krullend over zijn schouders en borst hangen.
Het beeldje in het Wadsworth Museum in Connecticut
Na hun overwinning begroeven de Spartanen hun doden in een gemeenschappelijk graf in de buurt van het slagveld waar ze waren gesneuveld, in plaats van hen terug naar Sparta te brengen. Een van hun Argivische vijanden zou later spottend opmerken dat er in de buurt van Argos veel Spartaanse doden begraven lagen, zoals de mannen die sneuvelden in de Slag der Kampioenen. Maar de Spartanen hadden hun repliek klaar:
Maar van jullie ligt er níémand begraven in Sparta.
De boodschap was duidelijk: terwijl de Spartanen vele veldslagen nabij Argos hadden gevoerd, waren de Argiven nooit tot het Spartaanse grondgebied doorgedrongen.
Spartanen die in de oorlog waren gevallen, mochten thuis wel een gedenksteen krijgen; het was zelfs zo dat alleen Spartanen die in de strijd waren gestorven op deze manier herdacht mochten worden. Deze gedenkstenen moesten klein en grotendeels uniform zijn. Archeologen hebben vierentwintig kleine en vrijwel onversierde Spartaanse grafopschriften gevonden met daarop alleen de naam van de overledene en de woorden en polemōi, ‘in de oorlog’.
Schaamte

Deze mannen waren verplicht om de helft van hun baard af te scheren en van lapjes vervaardigde mantels te dragen, vermoedelijk om hen belachelijk te maken en te laten opvallen; ze werden ook vaak als laatste gekozen bij balspelen, kregen ‘beledigende’ posities in religieuze koren toegewezen en moesten voorrang geven aan jongere mannen – een opvallende omkering van de Spartaanse normen, waarbij jongere mannen normaal gesproken altijd plaatsmaakten voor hun ouderen. De behandeling waaraan Spartanen lafaards onderwierpen, was mogelijk bedoeld om hen zozeer te beschamen dat ze zelfmoord zouden plegen, zoals Othryadas deed.
De Spartaanse opvoeding: hard, streng en vooral vormend
De Falanx – Militaire slagorde uit de oudheid
Hoplieten – Zwaarbewapende Griekse soldaten
Man overboord
‘De dingen van het leven zijn op ’t moment zo vreemd’
De zelfmoordgolf van mei 1940