Dark
Light

Casper Naber, de verzetsstrijder achter de geheime zendpost ‘Beatrix-Met’

‘Voortdurend verzet’ in het Noordelijk Scheepvaartmuseum
2 minuten leestijd
Casper Naber (Foto: stolpersteineschilderswijkgroningen.nl)
Casper Naber (Foto: stolpersteineschilderswijkgroningen.nl)

‘Clou’, het Franse woord voor nagel of spijker. Dat is de schuilnaam van verzetsstrijder Casper Naber (16 maart 1906 – 11 november 1944) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was eigenaar van een winkelpand aan de Gelkingestraat in Groningen, waar gereedschappen en ijzerwaren werden verkocht. Tijdens de oorlog maakte Naber deel uit van de verzetsgroep Packard, een Nederlandse inlichtingengroep die verbonden was met Bureau Inlichtingen van de Nederlandse regering in Londen.

De geheime zendpost

In 1943 werd Naber door Henk Deinum, de oprichter van Groep Packard, gevraagd om zijn winkelpand beschikbaar te stellen voor een geheime zendpost. Deze zendpost stond in directe verbinding met Bureau Inlichtingen en werd gebruikt voor het doorgeven van weerberichten en andere voor de oorlogvoering belangrijke informatie.

In het najaar van 1944 kwamen de geallieerden in Nederland en vanaf dat moment werden er lange telegrammen met militaire inlichtingen gestuurd. Naber wierf telegrafisten en meetapparatuur, en zodoende was er een geheime zendpost met de naam ‘Beatrix-Met’ midden in de stad. Casper Naber codeerde en decodeerde de berichten van de inlichtingendienst in Londen. Ook hielp hij Joden aan onderduikadressen in de stad.

Op 9 november 1944 deed de Sicherheitsdienst (SD) een inval in de winkel van Naber; waarschijnlijk was de Duitse politieke recherche na een peiling achter de illegale zendpost gekomen. Tijdens de inval vond de SD ook nog eens twintig bonkaarten. Deze inval betekende per direct het einde van ‘Beatrix-Met’. Naber werd gearresteerd en meegenomen naar het Scholtenhuis, het hoofdkwartier van de Duitse bezetters aan de Grote Markt.

Het Scholtenhuis

Scholtenhuis in 1940
Het ‘V-teken’, voorheen gebruikt door het verzet, werd in 1941 overgenomen door de Duitsers met de slogan “Victorie want Duitschland wint voor Europa op alle fronten”, Scholtenhuis aan de Grote Markt in Groningen in 1941.
Het Scholtenhuis was een van de meest gevreesde gebouwen in Noord-Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, omdat dit de plek was waar onderduikers en verzetsstrijders door de SD werden gemarteld. Het Scholtenhuis werd in opdracht van Groninger industrieel Willem Albert Scholten gebouwd en voor de oorlog bewoond door twee families Scholten. Bij het uitbreken van de oorlog werd de familie zonder pardon op straat gezet en werd het pand het hoofdkwartier van de Duitse bezetters.

Casper Naber werd opgesloten op de beruchte ‘Scholtenzolder’ van het pand aan de Grote Markt. Hij werd enkele keren verhoord door de SD en de angst werd steeds groter bij Naber dat hij zijn medeverzetsstrijders zou verraden. Voor hem leek de dood de enige oplossing, maar hij had hier tegelijkertijd hevige twijfels over. Hij zou zijn vrouw en drie jonge kinderen achterlaten en daarnaast verbood de katholieke kerk zelfmoord. Toch sprong hij op 11 november 1944 op 38-jarige leeftijd uit het zolderraam van het Scholtenhuis, om zo zijn geheim te bewaren.

Verzetsverhalen in Groningen

Het aangrijpende verhaal van Casper Naber toont een van de vele dimensies van verzet. In de tentoonstelling ‘Voortdurend Verzet! Wat zou jij doen?’ worden de verhalen van dertien verzetsstrijders verteld. Niet alleen verzetsmannen en –vrouwen uit de Tweede Wereldoorlog worden getoond met hun persoonlijke objecten, maar ook mensen die vandaag de dag gevlucht zijn vanwege hun verzetswerk, worden geportretteerd. Verzet is van alle tijden, vóórtdurend, en kent vele gezichten.

~ Linda bij de Leij

Ook interessant: Gerrit Kastein, de verzetsman die uit een raam op het Binnenhof sprong
Overzicht van boeken over de Tweede Wereldoorlog

×