Het jaar 480 voor Christus betekende een breuk in de Griekse geschiedenis en in de Atheense in het bijzonder. Dat was heel lang de algemeen aanvaarde wijsheid, waaraan ook Nederlanders hebben bijgedragen. Tegenwoordig zien wetenschappers dat anders en ze onderbouwen heel degelijk waarom het niet waar is. Maar hoe zit het dan wel?
Onbetwistbaar was 480 v.Chr. voor de Atheners een rampzalig jaar. Perzische troepen verwoestten hun tempelberg de Akropolis en lieten ook in de rest van de stad weinig heel. Maar de Atheners herpakten zich en hun stad beleefde daarna een ongekende, ook nu nog bewonderde bloeiperiode. Vele eeuwen later was dat voor auteurs reden het jaar 480 v.Chr. aan te wijzen als duidelijke breuk. Het jaar ging gelden als de scheidslijn tussen de veronderstelde Archaïsche en Klassieke periodes in de Griekse geschiedenis. De term Archaïsche periode werd overigens in 1872 gelanceerd door twee Duitsers en een Zwitser: archeoloog Heinrich Brunn, filosoof Friedrich Nietzsche en kunsthistoricus Jacob Burckhardt.
Hieronder eerst een korte blik op hoe het ook alweer zat met die Perzische Oorlogen. Vervolgens hoe het kwam dat 480 v.Chr. is gaan gelden als breuk in de Atheense en Griekse historie. En tot slot – het belangrijkste – waarom wetenschappers tegenwoordig menen dat van een duidelijk kantelpunt in één enkel jaar, 480 v.Chr., geen sprake is geweest.

Perzen en Grieken
De bijna honderd jaar lange krachtmeting tussen het Perzische rijk en de Grieken begon in 547 v.Chr., toen de Perzische koning Darius I zich meester maakte van de Griekse koloniën in Ionië. Dat was een gebied aan de westkust van wat nu Turkije is. In de Ionische steden stelde Darius tirannen aan. Later kwamen die in verzet: in 499 v.Chr. brak de Ionische opstand uit. Na zes jaar wist Darius die te onderdrukken. Omdat de Griekse stadstaten Athene en Eretria de Ioniërs hadden gesteund, besloot Darius het Griekse vasteland aan te vallen. De Atheners waren zijn troepen echter de baas tijdens de slag bij Marathon (490 v.Chr.).

Mardonios vestigde zijn hoofdkwartier in Thebe en trok in 479 v.Chr. nogmaals Athene binnen om te verwoesten wat eerder nog niet kort en klein was geslagen. In augustus dat jaar vond bij Plataeae een nieuwe slag plaats. De Grieken wonnen. Sparta verliet vervolgens de Griekse alliantie, waarna Athene met zijn bondgenoten (de Delisch-Attische Bond) nog lang doorvocht tegen de Perzen. In 449 v.Chr. kwam het uiteindelijk tot de vrede van Callias (zo genoemd naar de Atheense onderhandelaar).

Een kantelpunt?
Terug nu naar 480 v.Chr., het voor Athene zo rampzalige jaar. Vele eeuwen later is dat aangemerkt als kantelpunt in de Atheense en Griekse geschiedenis, zowel in politieke zin als voor de beeldende kunsten, filosofie en literatuur. Aan dat beeld hebben ook Nederlanders bijgedragen. Onder hen waren de Leidse lakenhandelaar/schrijver Pieter de la Court (1618-1685) en diens broer Johan (1622-1660). In een publicatie met een wel erg lange titel (Consideratien van Staat, Ofte Polityke Weeg-Schaal, Waar in met veele Reedenen, Omstandighen, Exempelen en Fabulen werd ooverwoogen; Welke forme der Regeeringe, in speculatie geboud op de practijk, onder de menschen de beste zy) schreef Johan de la Court in 1662 over de Grieken:
En alzoo het oorlog teegen de magtige Persen bleef duuren, maakten de Grieken een onderling verbond tot gemeene bescherminge, uit kragt van welk yder Bondgenoot zeeker getal scheepen ofte somme gelds te schaffen had. En vermits dit een van de voorneemste oorsaken der Atheniensen grootheid is geweest, moet ik daar van wijtlustiger spreeken.
Het komt erop neer dat de Atheners volgens De la Court na hun overwinning op de Perzen een democratische regering instelden, terwijl kunst, wetenschap en welvaart opbloeiden.

Historica Suzanne Marchand (Louisiana State University) meent dat de basis voor de gedachte dat 480 v.Chr. een breukjaar van wereldhistorische betekenis was, vooral is gelegd door Britse Whig-auteurs. De Whigs waren de liberalen van toen. Ze wijst op de Britse strijd die vanaf 1689 werd gevoerd voor hegemonie van het protestantisme, voor uitbreiding van de rechten van het parlement en de handel en voor seculiere – dus niet door religie beïnvloede – kunsten en wetenschappen. Het ging, net als bij Hugo de Groot, over een kleine macht (ditmaal de Britten) in oorlog met een groot, tiranniek rijk (Frankrijk). Dat was, schrijft Marchard, wel besteed aan de auteur van een destijds belangrijk werk over de Griekse geschiedenis, Grecian History (1707) van Temple Stanyan. Marchand:
Hier vinden we de blauwdruk voor beschrijvingen van de (Perzische) Oorlogen die 480 maken tot het sleutelmoment in Europa’s geschiedenis van de strijd voor Griekse nationale vrijheid.
Zij en andere wetenschappers hebben ook gewezen op de Franse schrijver/filosoof Voltaire (1694-1778) als belangrijke stem die 480 v.Chr. voorstelde als historisch kantelpunt. Hij baseerde zich, zoals velen na hem, op de Historiën die de Griek Herodotus tussen 450 en 420 v.Chr. schreef en waarin 480 v.Chr. als sleuteljaar voorkomt. In de jaren 1760 beklemtoonde Voltaire dat de grote les van de Historiën is hoe de Grieken, geconfronteerd met het despotische Oosten, hun vrijheid handhaafden.

Maar pas in de decennia 1850 en 1860 kreeg het verhaal over 480 v.Chr. als breukjaar echt vleugels, stelt bovengenoemde Marchand. Dat kwam onder meer door het boek Fifteen Decisive Battles of the World (1851) van de Britse historicus en jurist Sir Edward Shephard Creasy (1812-1878). Hij schreef dat de Griekse overwinning in 480/479 v.Chr….
…voor de mensheid de intellectuele schatten van Athene zeker stelde, de groei van vrije instituties, de liberale verlichting van de westerse wereld en de geleidelijke opkomst voor zeer lange tijd van de grote principes van Europese beschaving.

Samenvattend stelt Suzanne Marchand dat negentiende-eeuwse liberalen grote delen van het lezende publiek ervan hebben overtuigd dat het jaar 480 v.Chr. een waterscheiding betekende. En ze noteert dat ‘de retoriek van Hegel en Creasy tot ver in de twintigste eeuw heeft geresoneerd’. Inmiddels laten wetenschappers aan de hand van feiten zien dat de lang gedebiteerde ‘wijsheid’ over 480 v.Chr. als kantelpunt aan vele kanten enorm rammelt.
Uiteraard waren 480/479 v.Chr. heel belangrijke jaren. Het immers de vraag hoe de geschiedenis eruit zou hebben gezien als de Grieken lang hadden moeten zuchten onder de Perzische knoet. Maar, laten hedendaagse wetenschappers zien, de voorstelling dat 480 v.Chr. een duidelijke scheiding betekende en dat pas daarna allerlei nieuwe ontwikkelingen op gang kwamen in politiek, beeldende kunst en literatuur is misleidend en in feite gewoon niet waar. Wat de vraag oproept: hoe zit het dan wel?

De Amazonen
Om te beginnen dit. In één geval was 480 v.Chr. wel degelijk een kantelpunt, zo beschreef archeologe/classica Marion Meyer (Universität Wien) in 2020. Dat betreft de manier waarop Griekse kunstenaars de strijd tegen de mythische Amazonen weergaven. Dit vaak paardrijdende vrouwelijke strijdersvolk woonde volgens de overlevering in Themiskyra, aan de Zwarte Zeekust van wat nu Turkije is. Ook zijn ze wel gesitueerd aan de voet van de nog verder van Athene gelegen Kaukasus. In de mythologie raakten de Amazonen slaags met de Griekse helden Herakles, Achilles en Theseus en de god Dionysos.
Vaasschilderingen van vóór 480 v.Chr. laten bijvoorbeeld Herakles nadrukkelijk als individu zien, strijdend in het land der Amazonen; een lofprijzing van de held. Na 480 v.Chr. veranderde dat. Volgens een nieuwe mythe kwamen de Amazonen naar Attica. Op onder meer vaasschilderingen is te zien dat daar een collectief van Atheners schouder aan schouder met Perseus de Amazonen het hoofd bood en versloeg. Door de verwoesting van hun stad in 480/479 v.Chr. waren de Atheners zich bewust geworden van het belang van het collectief voor hun veiligheid en dat kwam in de kunst tot uitdrukking.

Eerdere democratische hervormingen
Daar staat tegenover van 480 v.Chr. voor de Atheense politiek géén kantelpunt was. Belangrijke politieke veranderingen dateren al van eerder. Vanaf 527 v.Chr. maakte de tiran (alleenheerser) Hippias in Athene de dienst uit. Na de moord op zijn broer in 514 v.Chr. trad hij steeds wreder op. Hij liet burgers executeren, verbande anderen uit de stad en legde zware belastingen op. In 510 v.Chr. schoot de Spartaanse koning Cleomenes I de Atheners te hulp. Met zijn troepen trok hij Athene binnen, dreef Hippias in het nauw op de Akropolis en dwong hem de stad te verlaten; Hippias nam de wijk naar het Perzische rijk. Cleomenes installeerde een groep Sparta-gezinde Atheense aristocraten om de stad te besturen. Dat stuitte op weerstand van Kleisthenes en anderen. Zij trokken aan het langste eind en Kleisthenes voerde allerlei democratische hervormingen door.

Hoe dat ook zij, al ongeveer een kwart eeuw vóór 480 v.Chr. vond de invoering plaats van de befaamd geworden Atheense democratie, al is het ook waar dat die pas na de Perzische Oorlogen zijn hoogtepunt bereikte. De Atheense politieke ontwikkeling was een geleidelijk proces waarin het jaar 480 v.Chr. op zichzelf geen bijzondere rol speelde.
Literatuur
Was dat dan misschien wel het geval met de Griekse literatuur? Nee, betoogt classicus André Lardinois (Radboud Universiteit, Nijmegen) in een overzicht. Letterlijk schrijft hij: “De Perzische Oorlogen hadden weinig effect op de ontwikkeling van Griekse literatuur”. En, stelt hij, voor wie toch een jaar wil aanwijzen als scheidslijn tussen twee perioden in de Griekse literatuur komt 400 v.Chr. in aanmerking en niet 480. Voor het opvoeren van dat laatste jaar als scheidslijn ziet hij ‘geen rechtvaardiging’.

Nog zoiets: tragedies en komedies worden traditioneel gerekend tot het Klassieke tijdperk, hoewel zulk toneelwerk zowel in Athene als daarbuiten al werd gemaakt vóór de Perzische Oorlogen. En dan orale (voorgedragen) literatuur. Die wordt gewoonlijk ingedeeld in de Archaïsche periode, terwijl geschreven literatuur (dus om te lezen) wordt toegedicht aan de Klassieke periode. Opnieuw mis, aldus Lardinois. Nog lang, ook in het Klassieke Athene, werd genoten van orale literatuur. Niet omdat leden van de Atheense elite niet konden lezen, maar omdat ze het waardeerden naar voorgedragen literatuur te luisteren. Verandering kwam daarin pas rond het jaar 400 v.Chr..
De aanvechtbare tijdsindelingen wijt Lardinois aan achttiende-eeuwse filosofen die de Klassieke Griekse literatuur volgens hem wilden ontdoen van niet-Atheense elementen; de Klassieke literatuur wilden ze verbinden met grote Atheense politieke en militaire prestaties, met name de overwinning op de Perzen. Vaak worden Klassieke literatuur en de Atheense democratie aan elkaar verbonden, omdat ze beide gelden als hoogtepunten in de Griekse geschiedenis, hoogtepunten die elkaar zouden hebben beïnvloed. Ten onrechte wordt alles wat niet in dat plaatje past eruit verwijderd als niet-Klassiek, zo valt op te maken uit het betoog van de Nijmeegse hoogleraar.

Dit korte overzicht van Griekse epische dichters laat zien hoe absurd het is epische poëzie te beperken tot de Archaïsche periode.
Beeldende kunsten
Zouden de beeldende kunsten dan wél aanleiding geven om 480 v.Chr. als breukjaar te hanteren. Nee, schrijft Janric van Rookhuijzen al meteen in het inleidende hoofdstuk van de zeer recente wetenschappelijke bundel 480 BCE, waarbij BCE staat voor Before Common Era ofwel vóór Christus. De invoering van de zogenoemde ‘Severe Style’ (Strenge Stijl) in de Griekse beeldhouwkunst was een geleidelijk proces dat al begon in de Archaïsche periode en doorliep in de Klassieke. Uit steen gehouwen figuren, zo legt bovengenoemde Marion Meyer uit, staan er niet meer stijfjes bij, maar laten het grootste deel van hun gewicht rusten op hun standbeen (naar keuze het linker- of rechterbeen). Daardoor staat het andere been er wat meer losjes bij en neemt het bovenlichaam een houding aan in overeenstemming met welk been het standbeen is. Zo worden de wetten van de zwaartekracht zichtbaar gemaakt, wat de stenen figuren een meer ‘levend’ aanzien geeft, realistischer, natuurlijker dan eerder gebruikelijk was.

Archeologe Anja Slawisch (University of Edinburgh) situeert het begin van de Severe Style niet eens in Athene, maar in werkplaatsen van beeldhouwers in Ionië. Bij het vaasschilderen deden zich eveneens vernieuwingen voor, maar ook hier geldt: die kunstvorm liet al vóór 480 v.Chr. innovatieve trekken zien (zie hieronder). Al met al valt de Perzische verwoesting van Athene volgens Van Rookhuijzen…
…moeilijk te handhaven als chronologische scheidslijn tussen de veronderstelde Archaïsche en Klassieke perioden.

Overigens liet niet iedereen die zich verdiepte in de Griekse Oudheid zich meesleuren door de overheersende gedachte dat 480 v.Chr. een breukjaar was. Daarvan getuigt in elk geval de in 1968 verschenen zesentwintigste druk van het schoolboek Gids voor gymnasiasten. Daarin valt al meteen in ‘§1. Algemene ontwikkelingsgang der Griekse letterkunde’ te lezen:
De Griekse letterkunde heeft bij uitstek een geleidelijke ontwikkeling gehad. (…) De epische en lyrische poëzie ontwikkelen zich onder de Ioniërs, Aeoliërs en Doriërs vooral in Klein-Azië, de dramatische in Attica; de historiographie en de philosophie ontstonden in het Ionische gedeelte van Klein-Azië, maar kwamen in Attica tot bloei, terwijl de welsprekendheid geheel en al een vrucht van Attische bodem is.
Dat is een genuanceerdere benadering dan de meer dan anderhalve eeuw (en eigenlijk nog langer) vigerende stelling over 480 v.Chr. als cruciaal kantelpunt.

De Akropolis
Tot slot iets dat wél echt nieuw was na 480/479 v.Chr.: het bouwprogramma voor de Akropolis waarachter staatsman Perikles (495-429 v.Chr.) de drijvende kracht was. Volgens onder anderen historieschrijver Diodorus (90-30 v.Chr.) was het aanvankelijk juist niet de bedoeling om na de verwoesting door de Perzen op de Akropolis iets te bouwen of te herbouwen. Voorafgaand aan het treffen met de Perzische troepen bij Plataeae (479 v.Chr.) zwoeren de Atheense militairen een eed: wat de Perzen op de Akropolis hadden verwoest en verbrand zou nooit meer worden herbouwd; het zou zo blijven liggen…
…als herinnering voor toekomstige generaties aan de goddeloosheid van de barbaren.
Inderdaad duurde het nog jaren voor er op de Akropolis iets werd ondernomen. Naar verluidt zou daarbij (ook) het gebrek aan beschikbare vaklui een rol hebben gespeeld. Dat klinkt niet zo gek: de stad Athene zelf lag immers ook in puin en moest worden herbouwd, alleen al om er weer te kunnen wonen. Maar vanaf ongeveer 460 v.Chr. werd dan toch het puin op de Akropolis (waarvan wel al eerder een deel was verwijderd) definitief geruimd, waarna Perikles’ ambitieuze nieuwbouwprogramma ter hand werd genomen. De eerste inscripties daarover dateren van ongeveer 450 v.Chr..

Wel is nog het nodige te doen geweest over de financiering van Perikles’ bouwprogramma. Zoals vermeld had Athene zich in 479 v.Chr. met Griekse bondgenoten rond de Egeïsche Zee verenigd in de Delisch-Attische Bond. Daarmee wilde men eventuele nieuwe Perzische agressie kunnen weerstaan. De bondskas waarin de leden hun forse contributies stortten, stond aanvankelijk in het heiligdom van Apollo op het eiland Delos. Maar Perikles verplaatste hem in 454 v.Chr. naar Athene. Er zijn aanwijzingen dat Athene voor de bouwactiviteiten op de Akropolis nu en dan een greep in die kas deed. Geschiedschrijver Plutarchus (46 – ca. 120 na Chr.) noteerde dat dat tot grote ontstemming leidde, niet alleen van Athene’s bondgenoten maar ook van sommige Atheners.
Dat het resultaat van het bouwprogramma niet gering was, valt te lezen in Plutarchus’ Perikles-biografie:
Hierom zijn de gebouwen van Perikles zo bewonderenswaardig: ze zijn voor lange tijd, maar in korte tijd ontstaan. In schoonheid was namelijk elk gebouw meteen toen al oud, maar in kracht is elk tot de dag van vandaag jong en fris. Zo bloeit er een soort nieuwheid die zijn uiterlijk behoudt, altijd onaangeroerd door de tijd, alsof de gebouwen beschikken over een eeuwig jonge geest vermengd met een onvergankelijke ziel.
– Janric van Rookhuijzen: Introduction: The Impact of the Persian Attack on Athens on the Study of Ancient Greece. In: Janric van Rookhuijzen, Josine Blok, Floris van den Eijnde (ed.): 480 BCE. The Persian Attack on Athens and Its Impact on the Study of Ancient Greece (Leiden 2026).
– Angelica Kellner: Herodotus on 480 BCE and Late Archaic Chronology. In: Janric van Rookhuijzen, Josine Blok, Floris van den Eijnde (ed.): 480 BCE. The Persian Attack on Athens and Its Impact on the Study of Ancient Greece (Leiden 2026).
– Christine Zabel: Polis und Politesse. Der Diskurs über das antike Athen in England und Frankreich, 1630-1760 (Berlin 2016).
– Suzanne Marchand: The Making of a World Historical Date. In: Janric van Rookhuijzen, Josine Blok, Floris van den Eijnde (ed.): 480 BCE. The Persian Attack on Athens and Its Impact on the Study of Ancient Greece (Leiden 2026).
– Marion Meyer: Joint Efforts. In: Marion Meyer, Gianfranco Adornato (ed.): Innovations and Inventions in Athens c. 530 to 470 BCE – Two Crucial Generations (Wien 2020).
– Marion Meyer: Open Questions: Old and New Discussions about Chronology and Dates. In: Marion Meyer, Gianfranco Adornato (ed.): Innovations and Inventions in Athens c. 530 to 470 BCE – Two Crucial Generations (Wien 2020).
– André Lardonois: 480 BCE as a Marker in Greek Literary History. In: Janric van Rookhuijzen, Josine Blok, Floris van den Eijnde (ed.): 480 BCE. The Persian Attack on Athens and Its Impact on the Study of Ancient Greece (Leiden 2026).
– Federico Figura: Revolution or Evolution? Reassessing the Relationship between Vase and Free Painting after 480 BCE. In: Janric van Rookhuijzen, Josine Blok, Floris van den Eijnde (ed.): 480 BCE. The Persian Attack on Athens and Its Impact on the Study of Ancient Greece (Leiden 2026).
– John McKesson Camp: The Persian Destruction of Athens. Sources and Archaeology. In: Sylvian Fachard, Edward M. Harris (ed.): The Destruction of Cities in the Ancient Greek World (Cambridge 2021).
– Wendy E. Closterman: Review, Trophies of Victory: Public Building in Periklean Athens. In: Bryn Mawr Classical Review (Princeton 19.5.2017).
– J. van Wageningen, C.A.A.J. Greebe (herzien door H.J.M. Broos): Gids voor gymnasiasten (Groningen 1968).
– https://nl.wikipedia.org/wiki/Perzische_Oorlogen
– https://en.wikipedia.org/wiki/Edward_Shepherd_Creasy
– https://en.wikipedia.org/wiki/Hippias_(tyrant)
– https://en.wikipedia.org/wiki/Cleisthenes
– https://nl.wikipedia.org/wiki/Clisthenes_van_Athene
De mythische Akropolis van Athene
Athene: is de stad naar de godin genoemd of omgekeerd?
Clisthenes van Athene (6e eeuw v.Chr.)
Pallas Athena – Godin van de wijsheid, krijgskunst en vrede
Alexander I van Griekenland (1893-1920)