Remixer Peter Slaghuis maakte in 1986 een wereldhit én een dure beginnersfout

Voor altijd een belofte
11 minuten leestijd
Peter Slaghuis
Peter Slaghuis - Privécollectie Dana Slaghuis
Bij uitgeverij Aspekt verschijnt in het najaar van 2025 een boek van Rogier Verkroost over Peter Slaghuis (1961-1991). In Voor altijd een belofte, Een muzikale biografie van Peter Slaghuis beschrijft hij het leven van deze dj en producer uit Rijswijk. Deze speelde in de jaren tachtig een zeer invloedrijke rol in de vorming van de Nederlandse dancecultuur. Zo was hij een populaire remixer van pophits, maakte hij eigen hits onder de naam Hithouse, introduceerde hij housemuziek in het Rotterdamse nachtleven als dj bij de Bluetiek-in en ontdekte hij diverse artiesten zoals Paul Elstak, Jeroen Verheij en Extince. In 1991 komt hij echter om het leven bij een noodlottig verkeersongeval. Daardoor zal rondom Peter Slaghuis altijd de vraag bestaan hoe ver hij het had geschopt als hij nog zou hebben geleefd.

Dit boekfragment beschrijft het onverwachte succes dat Peter Slaghuis in 1986 heeft met zijn remix van ‘I Can’t Wait’ van de Amerikaanse band Nu Shooz. Weinigen weten dat deze 80’s classic een Nederlands aandeel heeft. Het is namelijk de remix van Peter die het nummer, tegen zijn eigen verwachtingen in, tot een wereldhit maakt. Door zijn inschattingsfout houdt hij er financieel weinig aan over. Wel is het zijn grote doorbraak als remixer.

Succes met Nu Shooz

Het is in de zomer van 1985 wanneer Karel Hendrikse van Injection Disco Dance Label weer eens aan de telefoon hangt. Hij heeft iets met potentie in handen, denkt hij. Het gaat om een song van de Amerikaanse band Nu Shooz. Peter heeft nog nooit van die groep gehoord. De details en het lied zullen nog volgen. Als hij de opdracht krijgt, weet Peter dus nog niet wat voor song het is die hij onder handen moet gaan nemen.

Peter vertelt zijn vriend Marcello over de nieuwe opdracht terwijl ze samen platen aan het kopen zijn bij Attalos Records in Amsterdam. De twee zijn bekende klanten in de zaak aan de Amstelveenseweg. De eigenaar legt wekelijks een stapel nieuwe platen voor hen apart. Marcello is benieuwd naar hoe de plaat klinkt, maar Peter kan het hem nog niet vertellen. De eigenaar van de winkel hoort het gesprek en wil wel even gaan zoeken in de stapel importplaten uit de Verenigde Staten of Nu Shooz daar toevallig bij zit. En hij heeft geluk, want in de stapel zit inderdaad een demo van de band met meerdere songs. Het drietal luistert naar de elpee. Ieder nummer draaien ze en Peter somt direct zijn ideeën op om er iets moois en succesvols van te maken.

Bij een nummer wil het niet lukken. I Can’t Wait vindt hij maar niks. Hij kan maar geen inspiratie krijgen om er wat van te maken. Een week later is hij weer in de zaak en de eigenaar is nieuwsgierig welk nummer Peter nou moet bewerken. De hilariteit is groot wanneer het nou juist net I Can’t Wait blijkt te zijn waar hij mee aan de slag moet.

Nu Shooz

Nu Shooz is in 1979 opgericht als een jazz/soul-act in Portland in de staat Oregon, aan de Amerikaanse westkust. De groep heeft een zeer wisselende bezetting. Op een gegeven moment bestaat Nu Shooz zelfs uit twaalf personen. Maar de spil van de groep is duidelijk het echtpaar John Smith en Valerie Day, dat zichzelf als jazz-hippies bestempelt. De twee ontmoeten elkaar halverwege de jaren zeventig en gaan beiden naar dezelfde muziekschool. Na een reis naar New York neemt John het initiatief om een soulact op te richten. Ze brengen enkele singles uit en er wordt ook een album opgenomen.

Valerie is aanvankelijk slechts een percussioniste, maar ze zal vanaf 1983 de leadzangeres van de groep zijn. Die bereiken een beperkt publiek. In 1983 koopt Smith een Teac 3440 viersporenrecorder, waarmee hij in de loop van 1984 enkele nieuwe nummers opneemt. Deze worden verzameld op de cassette That’s Right. Een van die nummers is I Can’t Wait, dat in de zomer van dat jaar wordt opgenomen. De tekst daarvoor wordt door hem in slechts vijftien minuten geschreven op de keukentafel.

Peter Slaghuis
Peter Slaghuis – Privécollectie Dana Slaghuis

Op zoek naar remixers

I Can’t Wait wordt als single uitgebracht en wordt een hitje op de lokale radiozenders in Oregon. Maar het lukt de band niet om buiten hun eigen staat aan de bak te komen. Platenmaatschappijen wijzen hen af met het verhaal dat ze te veel als een Madonna-kloon klinken. In een poging om meer succes te krijgen, stuurt de manager van de groep het nummer naar Hot Tracks. Dit is een van de servicebedrijven voor het maken van remixen. Deze stuurt het nummer de wereld over om te peilen of er remixers zijn die er wat mee willen doen. Via die route komt het nummer in Nederland terecht, in de handen van Karel Hendrikse. Hendrikse hoort er wel potentie in. Maar er mist nog iets aan. Een goede melodie zou kunnen helpen. Daarom belt hij uiteindelijk Peter om dit missende onderdeel voor hem te gaan maken.

Na I Can’t Wait op zijn bord te hebben gekregen, heeft Peter er helemaal geen zin in. Hij vindt het een slecht nummer en het lukt hem niet om met een idee te komen om er wat hitgevoeligs van te maken. Hij probeert daarom onder de opdracht uit te komen. Steeds probeert hij de telefoontjes van Injection te ontwijken. De platenmaatschappij blijft echter volhouden. De ouders van Peter zijn de vele telefoontjes op een gegeven moment helemaal beu en vragen Peter om een antwoord te geven.

Ondanks een gebrek aan inspiratie maakt hij in anderhalf uur een remix die naar zijn inzicht acceptabel is. Peter presteert goed wanneer hij onder druk iets moet afraffelen. Zelfs op die manier weet hij dingen te maken die door de keuring heen komen. I Can’t Wait is een van de eerste opdrachten waar hij zijn sampler gebruikt. Hij haalt de kale baslijn, die achteraan in het nummer zat, naar voren, verwijdert wat trompetgeluiden en voegt hardere drumgeluiden en claps toe. Maar het meest opvallend is de melodie die hij toevoegt. Hij pakt een kreunend klinkende vrouwenstem uit het nummer Loveride (1984) van Nuance ft. Nikki Love, die hij bewerkt tot een eigen geluid. En met zes verschillende toonhoogten maakt hij er vervolgens een melodie mee. Het is een werkwijze die door Peter wel vaker wordt gebruikt in platen en remixen. Hij samplet ook een stuk Into The Groove van Madonna.

Het is eigenlijk een wonder dat we daardoor geen rechtszaak aan onze broek gekregen hebben. Want er was geen toestemming voor…

…verklaart John Smith daar later over. De platenmaatschappij is zeer tevreden over het resultaat. Na goedkeuring van de remix moeten Peter en Karel het nog eens worden over de verdeling van de opbrengsten. Peter krijgt van Karel de keuze tussen 500 dollar direct of een deel van de royalties. Peter heeft er weinig vertrouwen in dat I Can’t Wait ooit een hit gaat worden, dus kiest hij voor het eerste. Dat zal een hele dure misrekening blijken.

Larry Levan

De single wordt door Injection Disco Dance label in Nederland opnieuw uitgebracht. De A-kant van de plaat bevat het origineel, dat de American Mix heet. Op de B-kant staat de variant van Peter, die The Dutch Mix is gaan heten. De plaat komt via de importkanalen terecht in platenzaken in New York. Daar komt die ter ore van Larry Levan. Levan staat bekend als een van de invloedrijkste dj’s uit de clubscene van New York. Hij vindt het nummer prachtig en draait de plaat geregeld in de club Paradise Garage, waar hij zijn residentie heeft.

Paradise Garage
Paradise Garage
Levan staat erom bekend dat hij platen tot hits kan maken. En de plaat van Nu Shooz is rond de jaarwisseling van 1985 op 1986 zijn nieuwe lieveling. Zijn voormalige assistent François Kevorkian blikt er in het blad Pitchfork op terug:

Als ik die plaat in de winkel had gehoord, had ik gedacht dat het bubblegum muziek was, met dat dah-dunh-dunh. Maar Larry draaide die plaat tien keer per week in de club. Tot op een gegeven moment iedereen dat deuntje begon na te doen. Zo worden hits gemaakt.

De melodie van Peter blijkt precies datgene wat aan het origineel ontbrak. Ineens worden er tienduizend exemplaren per week verkocht. Met de steun van Larry Levan wil platenmaatschappij Atlantic het nummer in het voorjaar van 1986 op grote schaal uitbrengen. John Smith krijgt het nummer door de telefoon te horen als ze onderweg zijn naar een optreden. Hij is blij verrast als hij de nieuwe versie hoort:

Ik zou er nooit aan gedacht hebben om de plaat op die manier te maken. We konden sowieso toch al geen synthesizer betalen. Maar door de remix van Peter zijn we als band meer de elektronische kant op gegaan.

Ook op de videoclip wordt niet bezuinigd. We zien Valerie zingen tussen de voor die tijd modernste visuele effecten. De video wordt bedacht door de eveneens uit Portland afkomstige Jim Blashfield. De visuele effecten zijn afkomstig van Mike Quinn. Hij zal niet veel later zijn grensverleggende technieken inzetten voor de formidabele videoclips van Sledgehammer van Peter Gabriel en The Boy In The Bubble van Paul Simon. Het werkt, want MTV is er dol op en het nummer komt vaak voorbij. Het slaat aan bij het publiek en in korte tijd is de plaat, waar eerder noch de platenmaatschappijen noch Peter Slaghuis er ook maar enige potentie in hoorden, een wereldhit geworden.

In de VS wordt de derde plek van de Billboard Top 100 en de eerste plek van de Hot Dance Club Play bereikt. De groep wordt zelfs genomineerd voor een Grammy Award, voor beste nieuwe act. Ze leggen het uiteindelijk af tegen Bruce Hornsby & The Range. Ook in Nederland is I Can’t Wait een van de markante zomerhits van het jaar 1986 en het bereikt de negende positie. Bijzonder genoeg heeft Nu Shooz ondanks deze hit nog nooit in Nederland opgetreden. In het Verenigd Koninkrijk bereikt I Can’t Wait nummer drie en in Duitsland zelfs nummer twee.

Peter zal er in 1987 voor de remixservice DMC nog de Go Go Shooz mix van maken. Die hoort John Smith overigens pas ruim dertig jaar later, als Harold Zwaartman hem interviewt. In 2008 wordt het nummer door producer Krafty Kuts nog eens onder de aandacht gebracht, als hij voor de Back To Mine-reeks een compilatie samenstelt. In deze reeks verzamelt iedere aflevering een producer de tracks die hem geïnspireerd hebben. Zelfs in 2022 is de melodie van Slaghuis nog te horen in een reclame van Amazon Prime.

Een dure beginnersfout

Peter baalt zwaar van de grote hoeveelheid geld die hij door zijn verkeerde keuze mis is gelopen. “Hij zat huilend aan de keukentafel toen hij zich realiseerde wat voor enorme fout hij had gemaakt”, herinnert zijn zus Dana zich. Hij heeft het er jaren later nog over wanneer de jonge producer Tim van Leijden bij hem op bezoek is om over de uitgave van zijn eerste ep op Peters platenlabel te praten:

Dat verhaal vertelde hij volgens mij aan iedere beginnende muzikant. Hij wilde anderen graag behoeden voor zo’n dure beginnersfout.

Nieuw werk in New York

De kater van zijn misrekening wordt enigszins verzacht doordat hij opnieuw voor Nu Shooz aan de slag mag. Het hitsucces vraagt om een album. En omdat de groep zijn succes heeft behaald met een volstrekt nieuwe sound, moeten bestaande songs worden omgekat naar nieuwe versies. Peter krijgt een uitnodiging om een tijdje naar New York te komen om de band hiermee te helpen. In New York heeft hij zijn eerste ontmoeting met de bandleden. John Smith weet het nog goed: “Hij was erg verlegen en hij sprak bovendien ook niet heel bijzonder goed Engels.”

Peter Slaghuis
Peter Slaghuis – Privécollectie Dana Slaghuis
Peter mag aan het werk in de studio van Atlantic. Die heeft in die jaren zijn adres aan 1841 Broadway, op de hoek van de zestigste straat. Het is een plek waar alles aan apparatuur is wat zijn hart begeert. In hetzelfde gebouw zijn op dat moment Alice Cooper en Chaka Khan bezig met het opnemen van nieuwe songs. Maar verlegen als hij is, stapt hij niet op hen af om ze een remix te verkopen. Hij zal zich bij thuiskomst nog beklagen over het feit dat hij geen contacten met belangrijke Amerikaanse remixers aan de reis over heeft gehouden.

De producties komen zeer moeizaam tot stand. Erg op zijn plek is hij ook niet in de studio van Atlantic. Hij vindt het er veel te druk en bovendien werkt hij liever met zijn eigen apparatuur. Ook met de banden heeft hij moeite. De banden die in de Verenigde Staten gebruikt worden, zijn dikker dan degene die in Europa worden gebruikt. In een telefoongesprek met zijn vriendin Helen dat hij tijdens zijn verblijf heeft, beklaagt hij zich erover. Toch voert hij zijn opdrachten netjes uit. Hij maakt een remix van de track Don’t You Be Afraid en neemt ook nog enkele andere nummers onder handen.

Hij had een duidelijke eigen werkwijze. Ik mocht de studio ook niet in en ik mocht ook niets horen voor het helemaal af was…

…weet Smith erover te vertellen. Wel leert hij Smith de basis van het knippen en plakken van banden. Het is niet alleen de studio en de apparatuur waarmee hij moet worstelen. Peter vindt de nieuwe songs die Nu Shooz heeft geschreven al even slecht als hun grote hit. Hij moet er flink aan sleutelen om er toch nog iets moois van te maken. Daarbij krijgt hij ook nog eens weinig ruimte voor zijn eigen visie. “Ze verwachtten echt dat ik wonderen kon verrichten. Ze vonden mijn productie ook te ingrijpend. Het was wellicht iets te ver zijn tijd vooruit voor die omgeving”, zegt hij daar enkele jaren later over in Mixmag.

Helaas zal er nooit wat gebeuren met het werk dat hij in New York heeft verzet. De banden waarop het werk van Peter staat, raken niet lang nadat hij vertrokken is, verloren. Smith denkt dat het is gebeurd toen de kelder van de manager onder water is gelopen. Daarin stonden veel geluidsopnamen opgeslagen die zijn verwoest door het water. Waarschijnlijk zaten daar ook de opnamen bij die Peter maakte voor Nu Shooz. Ondanks dat het werk verloren is, levert de klus voor Nu Shooz Peter toch zo’n tienduizend dollar op. In New York koopt hij daarvoor onder andere de zeer populaire Ronald TR-909-drumcomputer voor in zijn eigen studio.

‘Modern stelen’

Voor altijd een belofte - Peter Slaghuis
 
Het avontuur met Nu Shooz mag Peter dan een hoop teleurstellingen hebben opgeleverd, het legt hem uiteindelijk toch geen windeieren. Door het succes is zijn naam als remixer in Europa ineens naar grote hoogte gestegen. Mede daardoor komt hij op de contactenlijst van het invloedrijke Disco Mix Club, dat remixen maakt voor grote popartiesten zodat hun hits ook geschikt worden voor de discotheken.

Het succes met de Nu Shooz bezorgt hem ook een klein interview in de Volkskrant, waarin hij mag toelichten wat een remix is en hoe hij te werk gaat. Op een vraag of dat pikken uit andere platen zomaar kan, antwoordt hij:

Er is geen samplerwet en die zal er ook wel nooit komen.

Dit lokt de nodige discussie uit. Een week later verschijnt het artikel “Modern stelen”, waar diverse deskundigen reageren op de juridische aspecten rondom het gebruik van samples.

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×