Op 4 november 1549 vaardigde keizer Karel V de zogenoemde Pragmatieke Sanctie uit. Een belangrijk moment in de geschiedenis van de Nederlanden, want hiermee werd bepaald dat de bezittingen van de keizer in de Nederlanden voortaan ‘een en ondeelbaar’ waren.

Na het aftreden van zijn vader werd Filips II in 1555 officieel heer der Nederlanden. Anders dan zijn vader liet hij zich hierna vrijwel niet meer zien in de Nederlanden. En hij raakte, mede dankzij zijn streng-katholieke centralistische politiek, in conflict met protestantse opstandelingen onder leiding van Willem van Oranje.
Transactie van Augsburg
Aan de Pragmatieke Sanctie was in 1548 de zogenoemde Transactie van Augsburg voorafgegaan. Daarbij kregen de Nederlanden binnen het Heilige Roomse Rijk een bijzondere status als zogeheten Bourgondische Kreits. Belangrijk daarbij was dat ook de tot dan toe afzonderlijke gebieden Gelre, Groningen, het Sticht Utrecht en het Oversticht aan dit geheel werden toegevoegd, waardoor de Zeventien Provinciën voor het eerst als één bestuurlijke eenheid werden erkend.
De gewesten werden grotendeels losgemaakt van het rijk, al bleven zij formeel nog wel verbonden. Voor Karel V was dit aantrekkelijk: zo kon hij zijn Nederlandse bezittingen dynastiek bijeenhouden binnen de Habsburgse familie, ook als de keizerstitel ooit naar een andere dynastie zou overgaan. Met de Pragmatieke Sanctie werd korte tijd later dus ook de erfopvolging voor deze Bourgondische Kreits vastgelegd, waarmee Karel V zijn Nederlandse bezittingen niet alleen bestuurlijk, maar ook dynastiek tot één geheel wist te smeden.
De keizer vond het van groot belang dat de Nederlanden ook in de toekomst onder één vorst zouden blijven: versnippering zou volgens hem onvermijdelijk tot hun verzwakking en ruïnering leiden. Verdeeld zouden de gewesten, zo vreesde hij, een gemakkelijke prooi worden voor naburige staten.
Fragment uit de Pragmatieke Sanctie van 1549
“Wij, Karel, bij de gratie Gods Rooms Keizer (…) laten weten aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, dat wij geoordeeld hebben dat het van groot belang is voor onze voornoemde landen (…) dat zij in de toekomst altijd onder eenzelfde vorst zouden blijven die ze in één geheel zou houden, wetend dat hun deling ten gevolge van succesies en erfenissen hun ondergang en ruïne zou betekenen.
Afgescheurd en van elkaar gescheiden zouden zij ten prooi kunnen vallen aan buurstaten (…). Dit zal echter kunnen vermeden worden indien onze landen altijd in het bezit blijven van één vorst die ze als één geheel bestuurt. Gegeven in onze stad Brussel in de maand november van het jaar Onzes Heeren 1549.
Definitie
In algemene zin is een pragmatieke sanctie (sanctio pragmatica) overigens puur een benaming voor een vorstelijk besluit waarin een blijvende staatsrechtelijke regeling werd vastgelegd. De geschiedenis kent meer van dergelijke sancties, zoals bijvoorbeeld die van de Franse koning Karel VIII in 1438 (waarmee de Franse kroon een grote mate van autonomie over de kerk in Frankrijk verwierf) en die van de Oostenrijkse keizer Karel VI in 1724 (waarin bepaald werd dat alle Oostenrijkse erflanden verenigd moesten blijven).
Bourgondische Kreits en de Transactie van Augsburg
Karel V – Heer der Nederlanden en Habsburgse keizer
Heilige Roomse Rijk – Samenvatting en tijdlijn
Filips II van Spanje en de Nederlandse Opstand
Don Juan van Oostenrijk (1547-1578) – Legerleider en landvoogd
Kardinaal Granvelle – Antoine Perrenot