Filips II en de strijd om de macht in Europa

Longread

Filips II, verdediger van het rooms-katholieke geloof, was koning over een rijk waar de zon nooit onderging. Hij probeerde via oorlogvoering en slimme huwelijken zijn concurrenten Frankrijk en Engeland in toom te houden, zette tevergeefs de ketters in de Nederlanden onder druk en versloeg de Ottomanen. In tegenstelling tot zijn vader Karel V voerde Filips zijn legers niet zelf aan. Hij bestreed zijn tegenstanders vanuit zijn kantoor.

Opvoeding, huwelijk en regentschap

'Institutio principis christiani' van Erasmus
‘Institutio principis christiani’ van Erasmus
Filips II, zoon van Isabella van Portugal en Karel I van Spanje (tevens keizer Karel V van het Heilige Roomse rijk) werd geboren op 21 mei 1527. Omdat Karel voortdurend afwezig was wegens oorlogen, vervulde Filips’ moeder de rol van regentes over Spanje en nam zij de opvoeding van haar zoon ter hand. Zo leerde de prins Portugees, de taal van zijn moeder, en heeft hij sindsdien altijd een voorliefde gehouden voor Portugal. Filips groeide op in een zeer stimulerende omgeving. Alle belangrijke boeken stonden tot zijn beschikking, inclusief het speciaal voor hem in het Spaans vertaalde Institutio principis christiani (Opvoeding van een christelijke prins) van de hand van Erasmus. Tot groot verdriet van Filips overleed zijn moeder ten gevolge van een miskraam in 1539, de prins was toen twaalf jaar oud en moest in de jaren die volgden de dagelijkse ouderlijke zorg ontberen. Toen Filips de leeftijd van vijftien had bereikt besloot zijn vader dat het tijd werd om een vrouw voor hem te zoeken. De keus viel op de Portugese prinses Maria, met wie hij in 1543 in het huwelijk trad. Een jaar later bleek dit gearrangeerde huwelijk geen succes, maar niettemin werd in 1545 een zoon en erfopvolger geboren: Karel. Maria overleed enkele dagen na de bevalling.

Intussen werd alles in het werk gesteld om Filips te prepareren op zijn toekomstige positie. Belangrijk onderdeel daarvan was zijn eerste reis langs de hoofdsteden van de afzonderlijke rijken waaruit Spanje was opgebouwd zoals Aragón, Valencia en Navarra. In maart 1543 verliet Karel V Spanje om er pas na veertien jaar oorlog voeren terug te keren. Gedurende die tijd was Filips regent van Spanje en groeide hij in zijn rol als bestuurder.

Toen in 1547 Karel V bij Mühlberg een overwinning boekte op de protestantse keurvorsten was voor hem het moment aangebroken om Filips te introduceren in zijn Europese erfgoed. In het voorjaar van 1550 woonden Karel V en Filips II de keizerlijke Rijksdag in Augsburg bij, waarop de Duitse prinsen en vertegenwoordigers van de steden bijeenkwamen en gesproken werd over de Turkse opmars en het steeds weer oplaaiende conflict tussen rooms-katholieken en protestanten. Leerzaam voor Filips, maar nog belangrijker voor hem was de reünie van de familie der Habsburgers, waar de verdeling van het erfgoed van Karel V aan de orde was. Karel V was van plan om al zijn bezittingen aan Filips na te laten, inclusief het Heilige Roomse Rijk, maar ondanks een half jaar delibereren met zijn familie kreeg hij voor dat idee geen steun. De Habsburgse bezittingen, Oostenrijk en Bohemen, die Karel in handen had gegeven van zijn broer Ferdinand, gingen niet over naar Filips. De familie wenste niet dat een Spanjaard zou regeren over Duitse gebieden. Ook wat betreft de keizerskroon verloor Filips de strijd. In mei 1551 besloot Filips terug te keren naar Spanje.

- advertentie -

Huwelijk met Maria Tudor

Maria en Filips II in 1554
Maria en Filips II in 1554
Om de banden met Engeland aan te halen trouwde Filips II op 25 juli 1554 met zijn tante, de Engelse koningin, bijgenaamd Bloody Mary. Filips bemoeide zich zo weinig mogelijk met de binnenlandse politiek van Engeland, maar had wel de hand in de verzoening van het land met de Heilige Stoel, na een schisma van twintig jaar, veroorzaakt door Hendrik VIII. Niettemin begonnen sommige bisschoppen protestanten het leven moeilijk te maken, waarbij doden vielen. Filips werd verzocht een einde te maken aan deze vervolgingen, maar vond zijn vrouw tegenover zich, die erop aandrong ketters zonder pardon te laten executeren. De alliantie van Spanje en Engeland begon scheuren te vertonen. Filips bleef in Engeland vanwege een vermeende zwangerschap van Maria, maar zodra duidelijk werd dat er geen kind op komst was, haastte hij zich het land te verlaten. In september arriveerde hij in Brussel, de stad die zijn vader had gekozen als plaats om zijn bezittingen aan hem over te dragen. In oktober 1555 werd Filips heer der Nederlanden en op 16 januari 1556 abdiceerde Karel van de Spaanse troon ten gunste van Filips.

De overdracht der Nederlanden in 1555
De overdracht der Nederlanden in 1555

Conflict met Frankrijk en het eerste Spaanse bankroet

Bevreesd voor de imperiale macht van Karel V, had Frankrijk in 1555 steun gezocht bij paus Paulus IV, die de Spaanse koning slecht gezind was. Ook omdat de Fransen de Nederlanden tot hun invloedssfeer rekenden, besloot Filips na overname van de macht te Brussel in 1556 daar te blijven om een oplossing te zoeken voor een dreigend treffen met Frankrijk. Weliswaar had Karel V vlak voor zijn troonsafstand het vredesverdrag van Vaucelles gesloten, maar de situatie bleef gespannen en Filips kon zich vanwege een chronisch gebrek aan geld in feite geen oorlog met Frankrijk om de Nederlanden permitteren. Begin 1557 trok Frankrijk op richting Nederlanden, waardoor de Spaanse koning zich gedwongen zag om op zoek te gaan naar extra financiële middelen. Hij trachtte steun te vinden in Engeland, waarover hij formeel nog steeds koning was wegens zijn huwelijk in 1554 met de Engelse koningin, Maria Tudor. Tijdens een verblijf van enkele maanden in 1557 in Londen wist Filips niet alleen de Engelsen over te halen tot verlenen van militaire steun, maar ging hij voor het eerst in de geschiedenis over tot een bankroetverklaring, wat neerkwam op een surseance van betaling van staatsschulden, in 1560 gevolgd door een tweede.

Elizabeth van Valois
Elizabeth van Valois
Na voorgoed afscheid te hebben genomen van zijn vrouw en van Engeland, keerde Filips terug in Brussel, waar plannen ontwikkeld werden om de Franse aanval op de Nederlanden het hoofd te bieden. In 1557 leden de Fransen een nederlaag in de slag bij Saint-Quentin en in het jaar daarop het werd conflict definitief in het voordeel van de Spanjaarden beslecht in de slag bij Gravelines. Na de veldslag begonnen er vredesbesprekingen die in 1559 uitmondden in het verdrag van Cateau-Cambrésis, dat tien jaar rust zou geven. Op dat moment wist Filips zich koning van de machtigste natie ter wereld, een positie die de Fransen op termijn weliswaar niet konden accepteren, maar voorlopig was een enigszins vriendschappelijke relatie tot stand gekomen. Om dit te bezegelen stemde Filips II – in 1558 weduwnaar geworden door het overlijden van Maria van Tudor – toe in een echtverbintenis met Elizabeth Valois, de oudste dochter van koning Hendrik II. Ook Karel V overleed in dat jaar.

Terug naar Spanje en de Ottomaanse dreiging

Hoewel het probleem van de ketterij in de Nederlanden nog lang niet was opgelost, besloot Filips dat het tijd was terug te keren naar Spanje. Hij droeg het beheer over zijn noordelijke bezittingen over aan zijn halfzuster Margaretha van Parma. Belangrijke besluiten van Filips zouden de Nederlanden echter bereiken via zijn vertrouweling Antoine Perrenot de Granvelle, bisschop van Arras. Granvelle was een man van de harde lijn die door zijn optreden veel kwaad bloed zette bij de Nederlandse edelen. Terug in Spanje gaf de koning opdracht tot de bouw van de abdij van El Escorial, een plaatsje gelegen ten noordwesten van Madrid. De abdij werd opgedragen aan San Lorenzo, de heilige van de dag waarop de Spaanse legers bij Saint-Quentin de overwinning behaalden op de Fransen.

Sultan Süleyman I, portret toegeschreven aan Titiaan, ca. 1530
Sultan Süleyman I, portret toegeschreven aan Titiaan, ca. 1530
In de eerste jaren vanaf de troonsbestijging van Filips vormde het zich uitbreidende Ottomaanse rijk van Süleyman de Grote in het oosten van het Middellandse Zeegebied de voornaamste externe bedreiging voor Spanje. Vanuit Tripoli en Algiers ondernamen kaapvaarders aanvallen op Spaanse schepen en Spaans grondgebied zoals Malta en de Balearen.

Filips besloot een tegenaanval te doen en wel door te proberen Tripoli te veroveren. Een gecombineerde Spaans-Italiaanse armada bezette begin 1560 het eiland Djerba, gelegen voor de Afrikaans kust ten westen van Tripoli, maar werd kort daarna vrijwel geheel vernietigd door de Ottomanen. Het was een voor de Spanjaarden ongekende nederlaag, die in het toch al door de financiële problemen en slechte oogsten verzwakte Spanje een schok van ontzetting teweeg bracht. Filips II gaf direct opdracht tot de bouw van een nieuwe vloot waarmee hij in 1565 het door de Turken zwaar belegerde Malta wist te ontzetten. Het westelijk deel van de Middellandse Zee was vanaf dat moment stevig in handen van Spanje en Filips II kon gerust ademhalen.

Oplopende conflicten in de Nederlanden

Begin jaren zestig wekte het optreden van Granvelle in de Nederlanden via zijn gehate antiketterse plakkaten veel weerstand op. Toen Filips besloot om de bisdommen in de Nederlanden opnieuw in te delen werd het de edelen te gortig. Zij voelden zich gepasseerd met dit voornemen en vreesden bovendien de invoering van de Spaanse Inquisitie. Deze vrees was ongegrond: Filips heeft nooit overwogen zijn heilige officie te gebruiken in zijn strijd tegen de Nederlandse ketterij, maar het gerucht ervan had zeker invloed op het besluit van Willem van Oranje, Egmont en Horne om de koning te verzoeken Granvelle te ontslaan.

Aanbieding van het ‘Smeekschrift der Edelen’ aan Margaretha van Parma in 1566 (Frans Hogenberg, ca. 1588)
Aanbieding van het ‘Smeekschrift der Edelen’ aan Margaretha van Parma in 1566 (Frans Hogenberg, ca. 1588)

Toen uiteindelijk tegen het eind van 1563 regentes Margaretha van Parma het verzoek van de drie edelen accepteerde, besloot Filips de kardinaal van het toneel te laten verdwijnen. Dit had echter op de wetgeving geen effect, want Filips veranderde daar niets aan. Onder aanvoering van Willem van Oranje en Hendrik van Brederode bood het verbond van edelen van de Nederlanden begin 1566 de landvoogdes Margaretha van Parma een petitie aan: het Smeekschrift der edelen, waarin zij aandrongen op tolerantie en verzachting van de plakkaten. Ofschoon de edelen met misprijzen werden behandeld en door het hof denigrerend met de naam van Geuzen werden betiteld, achtte Margaretha het verstandig om de antiketterijwetten enigszins te verzachten, zoals de toestemming aan protestanten hun hagenpreken te houden. Voor Oranje, Egmont en Horne was het echter niet genoeg. Zij eisten meer zeggenschap in de in hun ogen door Madrid gedomineerde Staten-Generaal en dreigden hun verantwoordelijkheid als regeerders op te geven. Filips toonde zich onverzettelijk en weigerde op hun eisen in te gaan. Vrezend voor een opstand van de edelen gaf hij Margaretha opdracht troepen te werven in Duitsland.

In september van het jaar 1566 bereikten Filips II berichten over de Beeldenstorm. Honderden kerken waren vernield of beschadigd en talloze beelden, altaren en graven geschonden. In de mening dat sprake was van een volledige rebellie, besloot de koning tot militair ingrijpen. Zijn adviseurs drongen erop aan dat hijzelf aan het hoofd van het leger naar de Nederlanden zou gaan, maar Filips aarzelde. Hij benoemde de hertog van Alba (Alva) tot legerleider. Onmiddellijk na diens aankomst in Nederland richtte hij de Raad van Beroerten op, beter bekend staand als de Bloedraad die als taak had de orde in de Nederlanden te herstellen. De maand daarop sloeg Alba hardhandig toe door een aantal Vlaamse edelen te arresteren, waaronder Egmont en Horne. Een aantal deelnemers aan de Beeldenstorm werd geëxecuteerd. Intussen maakte Filips zich op om af te reizen naar de Nederlanden, maar problemen rond prins Karel weerhielden hem ervan.

Gezinstragedie

Kroonprins Karel
Kroonprins Karel
Kroonprins Karel vertoonde vanaf zijn geboorte zowel lichamelijke als mentale afwijkingen, waarschijnlijk ten gevolge van de inteelt binnen de Habsburgse familie. Normaliter heeft een kind acht overgrootouders, maar Karel slechts vier en in plaats van zestien betovergrootouders had de kroonprins er zes. Niettemin was Karel voorbestemd om Filips op te volgen. Bij zijn afscheid van de Nederlanden in 1559 had Filips II kenbaar gemaakt dat Karel hem zou vervangen als regerend vorst over de Noordelijke provincies. Toen de koning deze belofte introk omdat hij tot het inzicht was gekomen dat zijn zoon hiervoor de capaciteiten ontbeerde, werd Karel razend en zon op wraak. Hij dreigde zelfs zijn vader te doden. Filips aarzelde niet en sloot Karel op in het Alcázar van Madrid. Hij verklaarde zijn optreden in een brief aan de paus, waarin hij uiteenzette dat Karel volledig ongeschikt was om wat voor regeringsfunctie dan ook te volvoeren. Hiermee stelde Filips zichzelf voor het blok, want een tweede mannelijke nakomeling was er op dat moment niet.

Vanaf toen verergerde de toestand van de prins zienderogen. Hij ging in hongerstaking en onderwierp zichzelf aan extreme temperatuurschommelingen door zijn bed met ijs te bedekken. Eind juli 1568 stierf prins Karel. Voor Filips werd de tragedie nog vergroot door het overlijden van zijn vrouw, Elizabeth, enkele maanden later.

Onthoofding van Egmont en Horne
Onthoofding van Egmont en Horne

Het begin van de Tachtigjarige Oorlog

Alleen Willem van Oranje wist uit handen van Alba te blijven en hij realiseerde zich dat de enige manier om tegenwicht te bieden aan diens repressieve beleid gewapend verzet zou zijn. In de loop van 1568 begon Willem troepen te rekruteren en steunde hij aanvallen vanuit Duitsland en Frankrijk die echter vrijwel allemaal mislukten. Willem van Oranje probeerde onder meer Roermond te veroveren maar zijn leger moest vluchten en werd in de slag bij Dalheim (Duitsland) op 25 april 1568 vernietigd. Deze slag wordt beschouwd als het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Alba zette zijn repressie voort en stelde op 5 juni 1568 een afschrikwekkend voorbeeld door Egmont en Horne op de marktplaats van Brussel in het openbaar te laten onthoofden.

Maximiliaan II
Maximiliaan II
Door het voeren van een waar schrikbewind had Alba rond 1568 de Nederlanden op de knieën. Maar de onvoorwaardelijke instemming van Filips met dit hardhandige optreden, wekte wrevel op bij de Oostenrijkse tak van de familie der Habsburgers, die veel toleranter stond ten opzichte van het protestantisme dan de Spaanse tak. Keizer Maximiliaan II van het Heilige Roomse Rijk nam het initiatief om de band met zijn neef Filips te verstevigen. Ze hadden elkaar nodig, zeker met het oog op het terugdringen van de Ottomanen. Maximiliaan bood Filips aan zijn dochter Anna te huwen. Voor dit huwelijk van Filips met zijn ruim twintig jaar jongere nichtje was instemming vereist van de paus, die uiteindelijk zijn fiat gaf. In 1570 trouwden zij.

De slag bij Lepanto

Toen de troepen van Filips II in 1565 Malta in handen kregen, leek de Ottomaanse opmars in het Middellandse Zeegebied gestuit. Toch vormde de Turkse zeemacht steeds een dreiging voor de christenen. Die dreiging was voor paus Pius V ernstig genoeg om Filips II te vragen een kruistocht te starten tegen de Islamitische vijand. In eerste instantie voelde de Spanjaard daar niet voor, hij had zijn handen vol aan de perikelen in de Nederlanden, maar toen in 1571 de Turken Cyprus veroverden stemde hij ermee in toe te treden tot de Heilige Liga, waaraan ook Venetië en het Vaticaan deelnamen. Doel van de Liga was het formeren van een sterke vloot om de Turks zeemacht een nederlaag toe te brengen en Cyprus te ontzetten. Besloten werd om Johan van Oostenrijk, een buitenechtelijk kind van Karel V, de leiding te geven over de gecombineerde vloot van de christenen die koers zette naar de Golf van Lepanto, waar de vijand zich ophield. Op 7 oktober 1571 vond daar de beroemde zeeslag van Lepanto plaats waarbij de Heilige Liga een overwinning boekte. Onder de strijders bevond zich een jonge schrijver: Miguel de Cervantes, de latere auteur van Don Quijote, die de slag beschreef als de belangrijkste gebeurtenis ooit.

De Slag bij Lepanto (schilder onbekend)
De Slag bij Lepanto (schilder onbekend)

Het bewind van Alba in de Nederlanden

In 1571 voerde Alba een nieuwe belasting in: de Tiende Penning, een heffing van 10% op alle roerende goederen. Dit maakte een krachtig verzet los in de steden. Deze zochten samenwerking met de geuzen die zowel te land als op zee plundertochten hielden en voor het Spaanse gezag een ernstige bedreiging vormden. In april wisten de watergeuzen Den Briel in te nemen, waarna meer plaatsen volgden, zoals Vlissingen.

In Madrid begon Filips II langzamerhand in te zien dat door het harde bewind de positie van de Spanjaarden in de Nederlanden onhoudbaar werd. Hij besloot in te grijpen en stuurde een nieuwe bestuurder naar Brussel: de hertog van Medinacelli die na aankomst medio 1572 in Vlaanderen vaststelde dat de Tiende Penning een mislukking was en het optreden van het Spaanse leger volstrekt afkeurenswaardig. Alba zette zijn vernietigingsstrategie echter door en veroverde achtereenvolgens Mechelen, Zutphen, Naarden en Haarlem. Al deze veroveringen gingen gepaard met bloedbaden onder de bevolking. Conservatieven in Madrid vernamen dit alles met instemming, maar een aantal adviseurs van de koning zag in dat het in koelen bloede vermoorden van het gehele Nederlandse garnizoen in Haarlem – meer dan duizend man – niet de manier was om de situatie te redden.

De Spaanse legeraanvoerder Luis de Zúñiga y Requesens
De Spaanse legeraanvoerder Luis de Zúñiga y Requesens
Filips II besloot het ruziënde koppel Medicanelli – Alba terug te roepen. Eind januari 1573 benoemde hij zijn goede vriend Luis de Requesens, destijds bestuurder van Milaan, tot gouverneur der Nederlanden. De Requesens, die er eigenlijk van overtuigd was dat de Nederlanden als opgegeven dienden te worden beschouwd, talmde en weigerde aanvankelijk, maar aanvaardde in de herfst van dat jaar onder druk van de koning de lange tocht naar Brussel. Hij arriveerde daar in november en nam formeel de macht over van Alba, die ziek en gedesillusioneerd terugkeerde naar Spanje. Kort daarvoor had diens zoon Frederik getracht Alkmaar te veroveren. Na fel verzet en het doorsteken van de dijken zagen de Spaanse troepen zich echter genoodzaakt zich terug te trekken. Op 8 oktober 1573 weerklonk de leus: ‘Bij Alkmaar begint de victorie’.

De scheiding der Nederlanden

Het jaar 1574 vormde een keerpunt in de houding van Filips II jegens de opstandelingen in de Nederlanden. Zijn adviseurs raadden hem aan om zijn politiek van nietsontziend geweld te laten varen en ook de torenhoge kosten van de oorlog in het noorden dwongen Filips tot bezinning. Hij gaf Requesens opdracht de Bloedraad en de Tiende Penning af te schaffen en een algemeen pardon uit te vaardigen. Het bleek onvoldoende. De Staten-Generaal van de Nederlanden eisten voor alles terugtrekking van de Spaanse troepen die aan het muiten en plunderen waren geslagen vanwege het uitblijven van soldij. De Requesens was wanhopig, maar realiseerde zich dat terugkeer naar gewapende acties de situatie alleen zou verslechteren.

In 1576 overleed De Requesens en zond Filips II de overwinnaar van Lepanto, Johan van Oostenrijk, naar de Nederlanden. Daags na aankomst van Johan in de Nederlanden vielen muitende Spaanse troepen Antwerpen binnen, waar zij op grote schaal plunderingen aanrichtten en vele burgers vermoordden: de Spaanse Furie. In reactie op deze gewelddadigheden tekenden de opstandige gewesten eind 1576 een overeenkomst, de Pacificatie van Gent, waarin opnieuw de eis werd geformuleerd tot terugtrekking van de Spaanse troepen en Willem van Oranje tot stadhouder werd uitgeroepen. De positie van Filips II als soeverein stond echter niet ter discussie.

Johan van Oostenrijk
Johan van Oostenrijk
Johan van Oostenrijk kon op dat moment weinig anders dan akkoord gaan met deze eisen en liet dat blijken door in februari van het jaar daarop het Eeuwigdurend Edict af te sluiten met de Staten-Generaal der Nederlanden. De Spaanse troepen werden teruggetrokken. Johan schond het Edict echter vrijwel onmiddellijk door Namen in te nemen en er bij Filips voor te pleiten de troepen weer terug te laten keren. Daarop besloten de Staten-Generaal, die af wilden van landvoogd Johan, de negentienjarige zoon van keizer Maximiliaan, Matthias van Oostenrijk te benoemen als gouverneur-generaal. Zij konden rekenen op internationale steun en in januari 1578 werd Matthias ingezworen, tot grote woede van Madrid. In oktober overleed Johan op achtendertigjarige leeftijd. Vlak voor zijn dood benoemde hij de prins van Parma, Alessandro Farnese, de zoon van Margaretha van Parma, tot zijn opvolger, een besluit dat Filips goedkeurde. Zicht op een oplossing van het conflict in de Nederlanden was er nog steeds niet, maar protestants extremisme bewoog de zuidelijke, katholieke provincies in de richting van een overeenkomst met de Spaanse vorst. Begin 1579 keerden deze provincies zich af van de protestanten uit het noorden en vormden de Unie van Atrecht. Direct daarop ontstond de Unie van Utrecht die een harde lijn voorstond tegenover het Spaanse gezag. Enkele maanden later zwoeren de leden van de Unie van Atrecht trouw aan koning Filips en gouverneur Farnese. De scheiding van Noord- en Zuid Nederland was een feit.

Koning van Portugal

Portret van Filips II (Giacomo Antonio Moro)
Portret van Filips II (Giacomo Antonio Moro)
In 1554 overleed Johan Manuel van Portugal, zoon en beoogd troonopvolger van koning Johan III. De prins was gehuwd met Johanna van Oostenrijk, een zuster van Filips II, die twee dagen na de dood van haar man het leven schonk aan erfopvolger Sebastiaan. In 1574 verdween Sebastiaan op twintigjarige leeftijd voor een aantal maanden op verkenningstocht naar Afrika om bij terugkomst aan Filips zijn plannen te ontvouwen voor een invasie van dat continent, een kruistocht tegen de Moren. Tegen het advies van Filips zette Sebastiaan in 1578 koers met zijn leger richting Marokko, waar hem door de Berbers een zware nederlaag werd toegebracht. Sebastiaan kwam om in de strijd. Filips was diep geschokt bij het vernemen van het slechte nieuws en was er zich onmiddellijk van bewust dat met de vroege dood van Sebastiaan, die nog geen nakomelingen had, een lastig probleem rond de troonopvolging was ontstaan. Er waren maar liefst zeven kandidaten waaronder Filips II, die als zoon van prinses Isabella van Portugal over goede papieren beschikte. Veel Portugezen zagen echter niets in de realisatie van de oude droom van de Habsburgers: alle rijken op het Iberisch Schiereiland verenigd onder één kroon. Filips zette echter door en nam met geweld bezit van de Portugese troon. Na Lissabon en Coimbra te hebben veroverd, werd hij op 12 september 1580 uitgeroepen tot koning van Portugal. Zo werden in april 1581 alle rijken van het schiereiland gevoegd onder één kroon. Filips II bevond zich op het hoogtepunt van zijn macht.

De Nederlanden in internationaal perspectief

Na de overwinning van de Spanjaarden in Portugal drongen de paus en anderen er bij Filips op aan om af te rekenen met het protestants georiënteerde Engeland, maar Filips bleef voorzichtig. Voor alles wilde Filips orde op zaken stellen in de Nederlanden en daarbij kon hij zich geen onenigheid met Engeland veroorloven. De Spanjaarden begonnen vredesbesprekingen met de Staten-Generaal van de Nederlanden. Op uitnodiging van de Duitse keizer Rudolf II werd daarvoor een conferentie – een novum in de geschiedenis – gehouden in Keulen. Niemand was echter bereid tot het doen van concessies. Moe van het onderhandelen kozen de Staten-Generaal ervoor hun eigen weg te gaan. In 1581 zwoeren zij Filips II af (het plakkaat van Verlatinghe) en kozen Frans I, hertog van Anjou, als hun heerser. Maar het ging al snel mis. De verhouding tussen de hertog en Willem van Oranje was slecht en een aantal provincies keerden zich om lokale en religieuze redenen af van de nieuwe heerser. Toen Frans van Anjou in 1583 Franse troepen inzette om langs militaire weg zijn gezag te herwinnen en deze zag mislukken, was het snel afgelopen. Hij verliet nog in hetzelfde jaar de Nederlanden.

Het negatieve resultaat van de vredesonderhandelingen in Keulen zette Spanje ertoe aan om korte metten te maken met zijn belangrijkste tegenstander, Willem van Oranje, die in 1580 door Filips in de ban werd gedaan. Het was een open uitnodiging tot het vermoorden van de prins. De banvloek dreef Willem van Oranje tot het schrijven van zijn Apologie waarin hij zich verdedigde tegen de banvloek en de wandaden van Filips aan de kaak stelde. Op 10 juli 1584 schoot Balthasar Gerards de prins neer. Door dit alles raakten de noordelijke provincies verzwakt en gouverneur-generaal Farnese wist zijn positie goed uit te buiten. Met steun van de zuidelijke provincies veroverde hij Ieperen, Brugge en Gent. Brussel viel begin 1585 en kort daarop werd Antwerpen tot overgave gedwongen.

De moord op Willem van Oranje - Prent van Jan Luyken
De moord op Willem van Oranje – Prent van Jan Luyken

Oorlog met Engeland en de ondergang van de Grote Armada

Koningin Elizabeth van Engeland was zich bewust van de toenemende kracht van de rooms-katholieken, maar vermeed een confrontatie met Spanje en zegde de Nederlanden, die haar daarom hadden gevraagd, voorlopig geen steun toe. Dat veranderde na de val van Antwerpen. Drie dagen nadat de Spanjaarden de stad in bezit hadden genomen tekende Elizabeth het verdrag van Nonsuch en zond een leger naar Zeeland onder aanvoering van Robert Dudley, graaf van Leicester. Het werd geen succes, Dudley leed in 1586 een nederlaag en trok zich terug. Filips II beschouwde deze Engelse daad als een regelrechte oorlogsverklaring. De relatie tussen Spanje en Engeland raakte op een dieptepunt toen de Engelse koningin openlijk steun gaf aan de strooptochten van Francis Drake. Deze plunderde de Kaapverdische eilanden en enkele belangrijke steden in Amerika. Een Spaanse reactie kon natuurlijk niet uitblijven. Filips verordonneerde de bouw van de Grote Armada.

Executie van Maria Stuart
Executie van Maria Stuart
In 1586 beraamde een groep Britse katholieken een moordpoging op de koningin, het zogenoemde Babington-complot. Doel van dit complot was het op de troon brengen van Maria Stuart van Schotland. Het complot, dat de steun had van de paus en Filips II, werd echter ontdekt en omdat er bewijs was dat Maria erbij betrokken was, liet Elizabeth haar in februari van het jaar daarop onthoofden. Met de dood van erfopvolgster Maria was voor Filips de kans verkeken dat er via normale erfopvolging een rooms-katholieke koningin op de Engelse troon zou komen, waarmee ook het laatste argument om de Britten niet aan te vallen wegviel.

Filips II had Don Álvaro de Bazán, Markies van Santa Cruz benoemd tot opperbevelhebber van de Grote Armada. Een voor de handliggende keus gezien de staat van dienst van de admiraal, die in 1571 grote indruk had gemaakt door in de slag van Lepanto de Turken een nederlaag toe te brengen. Álvaro de Balzan overleed echter begin 1588 en in zijn plaats werd Alfonso Pérez de Guzmán, de hertog van Medina Sidonia benoemd – een hoge militair zonder marine-ervaring – die de opdracht kreeg zo snel mogelijk zee te kiezen met de Armada. Eind mei voeren 130 schepen, bemand met 26.000 opvarenden, waarvan 19.000 militairen, uit de haven van Lissabon. Bedoeling was om bij Calais de Vlaamse troepen van Farnese – 50.000 man – aan boord te nemen die de invasie van Engeland zouden uitvoeren. Dit bleek echter een onmogelijke opgave. De Spaanse schepen konden niet dichtbij de kust komen vanwege hun diepgang en het ontbrak Farnese niet alleen aan voldoende platte schepen die de vloot zouden kunnen bereiken, maar hij werd daarin ook ernstig belemmerd door de voor de kust patrouillerende Nederlandse schepen.

De Engelse vloot viel vervolgens de Armada aan door een aantal kleine schepen tot aan de nok gevuld met explosieven op de Spanjaarden af te sturen, een aanval die een deel van hun galjoenen op de vlucht deed slaan. Wat er over was van de Armada werd na een urenlange strijd gedwongen koers te zetten naar de Noordzee waarna de Spanjaarden probeerden terug te keren via Schotland, maar de Atlantische stormen deden menig Spaans schip vergaan op de kusten van de Hebriden en Ierland. De verliezen waren enorm. Niet meer dan 60 schepen slaagden erin terug te keren en ongeveer 15.000 man kwamen om. Filips was diep geschokt toen hij het slechte nieuws vernam, maar bleef stoïcijns in de ‘wetenschap’ dat God hem zou helpen een nieuwe Armada te bouwen. Voorlopig kwam daar echter niets van terecht. Spanje was in verwarring, het vertrouwen in de koning had een deuk opgelopen. Ook een belastingverhoging om de staatsschuld te drukken, viel bij de bevolking niet in goede aarde. Het ging daarbij voor de Castilianen om een gloednieuwe vorm van belastingheffing: die op gebruiksgoederen zoals olijfolie en wijn. Vanwege de opbrengst ervan, acht miljoen dukaten per jaar, werd deze belasting de servicio de millones genoemd.

Gravure van de Spaanse Armada door Jan Luyken
Gravure van de Spaanse Armada door Jan Luyken

Naar een compromis in de Nederlanden

Door het fiasco van de Armada ontstond er in de Nederlanden een patstelling. Farnese slaagde er niet in nieuwe overwinningen te boeken en werd geplaagd door muiterijen in de Spaanse gelederen. Eind 1589 deed hij Filips het verzoek om de Nederlanders een vredesvoorstel aan te bieden waarin ruimte zou zijn voor enige tolerantie op religieus gebied. Schoorvoetend ging Filips akkoord met het in Holland en Zeeland openlijk belijden van het protestantse geloof. Misschien nog belangrijker was de verklaring van de Spaanse koning dat hij voor het vervolg afzag van de herovering van de opstandige provincies. De gevechten in Frankrijk tussen Hendrik IV en Farnese om het bezit van Parijs boden de Nederlandse opstandelingen kansen om successen te boeken. Onder aanvoering van de tweede zoon van Willem van Oranje, Maurits van Nassau, rukten zij op in zuidelijke richting en wisten zij veel terrein te winnen. Belangrijke steden als Breda (1590), Nijmegen (1591) en Deventer (1597) werden veroverd op de Spanjaarden. De verovering van Breda heeft geschiedenis gemaakt door de list met het Turfschip. Farnese overleed in 1592.

Filips III van Spanje
Filips III van Spanje
In 1596 benoemde Filips aartshertog Albert van Oostenrijk tot gouverneur over de Nederlanden. Albert was een neef van de koning, die veel aanzien genoot als onderkoning van Portugal en als bisschop van Toledo. Begin 1598 deed Albert afstand van zijn kerkelijke status en nam zich voor te huwen met Filips dochter Isabella. De koning droeg de soevereiniteit over de Nederlanden over aan het echtpaar onder de voorwaarde dat wanneer een van hen zou overlijden zonder dat er nageslacht was, de gebieden weer aan de Spaanse troon zouden toevallen.

Erfopvolging en de laatste jaren van Filips II

Net als zijn voorouders zag Filips II het tot zijn taak een mannelijke erfopvolger te verwekken. Volgens de toen geldende wetten in Spanje was het bij ontstentenis van een mannelijke opvolger mogelijk dat een vrouw de troon besteeg, maar mannen hadden voorrang en er werd dan ook altijd gehoopt op de geboorte van een jongetje. Na de dood van kroonpins Karel in 1568 werd die wens alsnog vervuld door de vierde echtgenote van Filips II, Anna van Oostenrijk. Anna en Filips kregen tijdens hun tienjarig huwelijk vijf kinderen. De enige zoon die zijn vader overleefde was Filips, geboren in 1578. Hij volgde Filips II op na diens dood in 1598 als Filips III.

Het ziekbed van Filps II
Het ziekbed van Filps II
In Spanje was tegen het einde van de zestiende eeuw de economische situatie verslechterd en de bevolking leed onder zware epidemieën. In Italië maakte men zich op om de Spanjaarden te verdrijven. Bovendien was de financiële situatie deplorabel vanwege de huizenhoog oplopende kosten van de oorlogen, wat Filips ertoe bracht om het land in 1596 opnieuw bankroet te verklaren en de aflossing van de kortlopende staatsschuld op de lange baan te schuiven. Ook moest Filips zich een voor de Spanjaarden vernederende vredesovereenkomst met Frankrijk laten welgevallen. Albert van Oostenrijk die optrad namens Spanje en de Nederlanden, sloot in mei 1598 met de Fransen het verdrag van Vervins, waarbij onder andere de stad Calais aan de Fransen werd gelaten. Daarna ging de gezondheid van de koning hard achteruit en in de twee maanden voor zijn overlijden leed hij dusdanige pijnen dat de dokters hem niet meer durfden te verplaatsen en hij op zijn rug moest blijven liggen tot het einde. Filips II blies in de ochtend van 13 september 1598 zijn laatste adem uit. De precieze oorzaak van zijn dood is niet vast te stellen, maar het is niet onwaarschijnlijk dat hij aan kanker is overleden.

~ Willem Peeters

Boek: Filips II – Onmachtig koning
Lees ook: De opvolger: Filips III (1578-1621) – Koning van Spanje
…en: De Tachtigjarige Oorlog – Opstand in de Nederlanden
Meer artikelen over de geschiedenis van Spanje

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier