Het Romeinse kamp bij Leuvenum (Ermelo) is begin september opnieuw onderzocht. Het kamp maakt deel uit van een omvangrijk archeologisch rijksmonument, waar ook 33 grafheuvels uit het neolithicum en de bronstijd onderdeel van uitmaken.
Het Romeinse kamp bij Ermelo had een tijdelijk karakter en dateert uit de tweede eeuw na Christus. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de Universiteit Leiden proberen via moderne onderzoekstechnieken meer te weten te komen over de gebruiksfasen en datering van het kamp. De resultaten van het onderzoek moeten uiteindelijk leiden tot praktische aanbevelingen voor het behoud en beheer van het terrein.
In 1922 en 1987 werd de locatie ook al eens onderzocht. Toen werden onder meer een drie meter brede v-vormige greppel (fossa fastigata), een circa zes meter brede wal en vier ingangspartijen (tituli) blootgelegd.
Tijdens het recente onderzoek groeven archeologen van de RCE en de Universiteit Leiden een sleuf over de wal en gracht van het kamp, om vervolgens grondmonsters te nemen voor onderzoek naar de ouderdom, de bodemstructuur en het stuifmeel dat er ooit lag. Daarnaast is een Romeinse oven onderzocht en zijn kleine putten in het bos gegraven om de bodemverstoring in kaart te brengen.
Tijdelijk gebruik
Eerder dit jaar is ook geofysisch en booronderzoek uitgevoerd. Hierbij werd de locatie van de oven ontdekt. Met metaaldetectie is ook gezocht naar metaalvondsten in de bovengrond. Daarbij zijn echter geen Romeinse vondsten aangetroffen. Wel stuitte men op recenter materiaal, zoals conservenblikjes en munitie uit de Tweede Wereldoorlog.
Het kamp bij Ermelo had een omvang van 310 bij 370 meter. Op de Ermelose heide ten zuiden van de provinciale weg N302 zijn nog delen van de gracht en de wal zichtbaar. Binnen het kamp zijn tot nu toe sporen van haardkuilen en een aantal ovens bekend, maar geen sporen van gebouwen. De RCE:
Dit is typerend voor een Romeins kamp dat bedoeld was voor tijdelijk gebruik, bijvoorbeeld voor een verkenning van vijandelijk gebied of een oefening.

Aan de hand van scherven aardewerk en koolstofdatering van verkoold graan denken onderzoekers dat het kamp halverwege de tweede eeuw na Christus in gebruik was. Het nieuwe onderzoek moet uitwijzen of die schatting klopt. Studenten van de Universiteit Leiden en Saxion Hogeschool, en vrijwilligers van lokale historische verenigingen assisteerden de onderzoekers bij het onderzoek.
Opmerkelijk is dat het kamp bij Leuvenum, net als enkele recent ontdekte kampen in de omgeving (zoals bij Hoog Buurlo en het Indianenbos bij Ermelo), ten noorden van de toenmalige grens van het Romeinse Rijk, de Neder-Germaanse Limes, lagen.
Een belangrijke vraag is hoe deze kampen zich tot elkaar verhouden wat betreft datering en functie/gebruik. Een tweede vraag is welke rol deze kampen speelden binnen het geheel van de militaire infrastructuur en de verhoudingen tussen ‘Romeins’ Nederland en het gebied ten noorden van het Rijk.
De ontdekking van andere kampen ten noorden van de limes vormde de directe aanleiding om het kamp bij Ermelo nog eens te onderzoeken. De resultaten worden begin volgend jaar verwacht.
Het Romeinse marskamp op de hei bij Ermelo
Romeins legerkamp ontdekt op Veluwe – buiten de noordgrens van het Rijk
Romeins schip De Meern 1 en de bouw van museum Hoge Woerd
De Romeinse limes in Gelderland
Reisgids met 300 Romeinse hotspots in Benelux