Sitting Bull (ca. 1831-1890), geboren als Tatanka Iyotake, was een opperhoofd van de Hunkpapa-Lakota, een onderdeel van de Sioux. Hij speelde een belangrijke rol bij het verzet van de indianen tegen de westwaartse uitbreiding van de Verenigde Staten. Kwam op 15 december 1890 om het leven tijdens een poging hem te arresteren in het Standing Rock-reservaat.
Toen in de jaren zeventig van de negentiende eeuw goud werd ontdekt in de Black Hills, een bergachtig gebied in het huidige South Dakota dat voor de Sioux van grote spirituele betekenis was, trokken duizenden goudzoekers naar land dat volgens het Verdrag van Fort Laramie aan de indianen was toegewezen. Sitting Bull behoorde tot de voornaamste leiders die zich tegen deze schending van het verdrag keerden.
In juni 1876 werden troepen van generaal George Crook bij de Slag bij Rosebud teruggeslagen door een coalitie van Sioux, Cheyenne en Arapaho. Enkele dagen later volgde een nog grotere overwinning.

Op 25 juni 1876 voerde Sitting Bull samen met opperhoofd Crazy Horse een leger van ongeveer 3500 Sioux- en Cheyennekrijgers aan tijdens de Slag bij Little Big Horn in de staat Montana. De indianen beschikten tijdens deze slag over ongeveer drie keer zoveel strijders als hun opponent, generaal George Armstrong Custer. De slag werd gewonnen door de indianen. Omdat de Amerikaanse overheid Sitting Bull verantwoordelijk hield voor de slachtpartij onder de Amerikaanse soldaten, vluchtte het opperhoofd met zijn volgelingen naar Canada, waar hij buiten het bereik van het Amerikaanse leger hoopte te blijven. Hier verbleef hij tot juli 1881. Door voedselgebrek zag Sitting Bull zich uiteindelijk genoodzaakt zich over te geven. Op 21 juli 1881 meldde hij zich bij Fort Buford in de staat Montana, waar hij amnestie kreeg verleend.
Na zijn terugkeer leefde Sitting Bull in het Standing Rock-reservaat. In 1885 sloot hij zich korte tijd aan bij Buffalo Bill’s Wild West Show, waarmee hij door de Verenigde Staten reisde en internationale bekendheid verwierf.
Ghost Dance
Rond het eind van zijn leven raakte Sitting Bull, net als veel andere indianen, in de ban van de zogeheten Ghost Dance. Deze beweging was gebaseerd op de leer van de Paiute-profeet Wovoka. Veel indianen geloofden dat door het uitvoeren van deze rituele dans een nieuwe wereld zou ontstaan waarin hun traditionele leefwijze zou terugkeren en de onderdrukking door de blanken zou verdwijnen. Een dans die, als hij maar lang genoeg achtereen gedanst werd, de komst van een nieuwe aarde zonder onderdrukking zou bespoedigen.

Op 15 december 1890 probeerde de Amerikaanse politie Sitting Bull in het Standing Rock-reservaat te arresteren. Een van de agenten werd toen beschoten door een Sioux-indiaan die getuige was van de politie-actie. Tijdens het vuurgevecht dat volgde kwamen zes politieagenten en zeven indianen, waaronder opperhoofd Sitting Bull en zijn zoon Crow Foot, om het leven.
De dood van Sitting Bull vergrootte de spanningen in de regio. Een groep Miniconjou Lakota verliet daarop het reservaat en werd korte tijd later onderschept bij Wounded Knee Creek. Daar vond op 29 december 1890 het bloedbad van Wounded Knee plaats, waarbij meer dan honderdvijftig Lakota om het leven kwamen.
Crazy Horse: het ongrijpbare krijgsgenie van de vrije jachtgebieden
Crazy Horse Monument vlak bij Mount Rushmore
Slag bij Wounded Knee (1890)
Mormonen richtten in 1857 bloedbad aan onder landverhuizers