Welke rol speelde Raspoetin bij het einde van de tsaar?

8 minuten leestijd
Grigori Raspoetin
Grigori Raspoetin, circa 1910

“We denderen met volle vaart af op een verschrikkelijke afgrond”, zo voorspelde de Russische schrijver Michail Lemke in 1916. Hij beklaagde zich over “de heilige domheid van de Romanovs” en vreesde “dat het einde verschrikkelijk en nietsontziend zal zijn”. De man had een vooruitziende blik, want in het jaar daarop vond de Russische Revolutie plaats die leidde tot de troonafstand van tsaar Nicolaas II en het einde van het Keizerrijk Rusland.

De ondergang van de Romanovs is niet los te zien van hun spirituele raadgever Grigori Raspoetin. Hoe deze ongeschoolde Siberische boer mede het lot van de tsarenfamilie bepaalde, is het onderwerp van Antony Beevors boek Raspoetin en de ondergang van de Romanovs (2026).

Afwijkend perspectief

De Britse historicus Antony Beevor heeft een rijk oeuvre op zijn naam staan. Hij werd vooral bekend als schrijver van boeken over belangrijke veldslagen tijdens de Tweede Wereldoorlog, zoals Stalingrad (1998) en Berlijn: de ondergang 1945 (2002). In 2022 verscheen Rusland: Revolutie en burgeroorlog 1917-1921 waarvan zijn nieuwste boek een prequel is. Al van oudsher is de schrijver gefascineerd door Raspoetin.

Hoe kon het in vredesnaam dat een halfanalfabete boer uit Siberië zo’n verwoestend effect had op het verloop van de geschiedenis?

…vraagt hij zich in de inleiding af. Hij stelt dat de impact van Raspoetin “een intrigerend, afwijkend perspectief [biedt] op de theorie dat de geschiedenis wordt gemaakt door ‘grote mannen’”.

Het gesprek van de dag

Alexandra Fjodorovna
Alexandra Fjodorovna met haar kinderen, Raspoetin en kindermeisje Maria Ivanova Visjnjakova, 1908 – de spirituele raadsman kreeg in deze jaren een vaste plaats binnen het keizerlijke gezin.
Beevor begint zijn boek met een beschrijving van Raspoetins jonge jaren, waarover naar verhouding minder bekend is dan over zijn tijd aan het hof. De latere vertrouweling van het keizerlijke echtpaar werd in 1869 in een eenvoudig boerengezin geboren als Grigori Jefimovitsj Raspoetin. Al op zeventienjarige leeftijd trouwde hij met een boerin met wie hij drie kinderen kreeg. Raspoetins echtgenote moest het vaak zonder zijn aanwezigheid stellen, omdat hij op pelgrimstocht was. Hij leerde Bijbelpassages uit zijn hoofd en begon, tot ongenoegen van de plaatselijke priester, in de kelder van zijn woning in Pokrovskoje gebedsbijeenkomsten te organiseren. Met zang en dans verspreidde de zelfverklaarde monnik of starets het Russisch-orthodoxe geloof. Met zijn charme en uitstraling bracht hij vooral vrouwen in vervoering. Veel van zijn volgelingen geloofden dat hij de toekomst kon voorspellen en genezende gaven had.

In 1905 kwam Raspoetin voor het eerst in Sint-Petersburg, de hoofdstad van het keizerrijk die vanaf 1914 Petrograd ging heten. Ondanks zijn brutale gewoonten, zoals het meteen kussen en omhelzen bij een eerste kennismaking, verkreeg hij al snel toegang tot vooraanstaande adellijke families. Hij werd in de hoofdstad “al snel het gesprek van de dag”, aldus Beevor. “Veel vrouwen waren door hem gefascineerd en wierpen zich bijna aan zijn voeten.”

Sommige dames boden zich vrijwillig aan om zijn teennagels te knippen, om de afgeknipte stukjes vervolgens als talisman te gebruiken. Gastvrouwen pronkten graag met zijn aanwezigheid op hun diners. De auteur legt uit dat Raspoetin als fenomeen echter niet op zichzelf stond, want “de Russische high society was totaal in de ban van mystiek” en “tal van aristocratische huizen hadden ‘hun eigen’ Raspoetin”.

Troonopvolger

Alexandra Fjodorovna
Alexandra Fjodorovna
Raspoetin reputatie als gebedsgenezer bracht hem uiteindelijk aan het keizerlijke hof. Voor de tsaar en tsarina was hij de opvolger van hun ‘goeroe’ monsieur Philippe, een hypnotiseur uit Frankrijk. Vooral tsarina Alexandra Fjodorovna, die na vier meisjes hoopte eindelijk een mannelijke erfgenaam op de wereld te zetten, raakte van hem in de ban. Zij en haar man namen echter afscheid van de Fransman omdat zijn positie aan het hof, vanwege aanhoudende geruchten over zijn betrouwbaarheid, onhoudbaar was geworden.

In 1904 werd de langverwachte troonopvolger, tsarevitsj Aleksej, geboren. De jongen kampte met hemofilie, wat angstvallig geheim werd gehouden voor het volk. Toen hij in de winter van 1907-1908 zijn been bezeerde en er een inwendige bloeding ontstond, riep de wanhopige tsarina de hulp in van Raspoetin, met wie zij eerder al kennis had gemaakt. Die was haar graag ter wille. De ochtend nadat hij aan het bed van de jongen had gebeden, waren de koorts en de zwelling afgenomen. De tsarina was Raspoetin vreselijk dankbaar. Ze zou hem ook op latere momenten om hulp roepen als het leven van haar gekoesterde zoon in gevaar was. Telkens herstelde de jongen dan weer. Over de genezende gaven van zijn hoofdpersoon schrijft Beevor:

Raspoetin ontweek altijd vragen over hoe hij zijn genezingen tot stand bracht. De keizerin, zich vastklampend aan elke strohalm, geloofde dat zijn gebeden zo krachtig waren dat God rechtstreeks had ingegrepen. De hofartsen daarentegen kwamen tot de aannemelijker conclusie dat zijn stem en rustgevende aanwezigheid een kalmerend effect op de tsarevitsj hadden, waardoor zijn bloeddruk daalde en de pijnlijke zwelling afnam.

Aleksej Nikolajevitsj in 1913
Aleksej Nikolajevitsj in 1913

Wonder van Spała

In 1912 vond misschien wel de opzienbarendste genezing van de troonopvolger plaats. Terwijl de familie op hun jachtverblijf in Spała in Polen verbleef, leed de jongen na een val zulke pijnen dat hij bewusteloos raakte. Zowel zijn ouders als de artsen dachten dat hij zou overlijden. Nadat Aleksej de laatste sacramenten had ontvangen, werd Raspoetin in opdracht van de tsarina per telegram geïnformeerd. Die reageerde meteen en garandeerde dat de jongen niet zou sterven. De volgende dag was de bloeding gestopt en knapte de jongen weer op. Vanaf dat moment, ook wel ‘het wonder van Spała’ genoemd, kon Raspoetin bij de tsarina helemaal niet meer stuk.

Nepnieuws

In de tijd dat Raspoetin een vaste gast aan het hof was, ontstonden over hem allerlei mythes en leugens, die Beevor “het nepnieuws van die tijd” noemt. Het meest ondermijnend was het uit de lucht gegrepen gerucht dat de geestelijk raadsman seksuele omgang had met de tsarina en haar dochters. Zulke kwaadsprekerij ondergroef het aanzien van de keizerlijke macht.

Raspoetin spotprent
Karikatuur van Raspoetin en het keizerlijke echtpaar, 1916 – spotprenten als deze weerspiegelden de groeiende kritiek en geruchten rond zijn invloed aan het hof.
Volgens Beevor legt het “een fenomeen bloot dat historici maar al te vaak over het hoofd zien: geruchten en complottheorieën kunnen een krachtiger uitwerking hebben dan de werkelijkheid.” Niet alle beschuldigingen aan het adres van Raspoetin waren echter uit de lucht gegrepen, zo legt de Brit uit. Het was namelijk geen verzinsel dat Raspoetins er een vrije seksuele moraal op nahield. Op basis van politierapporten beschrijft Beevor hoe Raspoetin vaak prostituees meenam naar het badhuis of een hotelkamer. Ook maakte hij zich schuldig aan openbare dronkenschap en omringde hij zich met corrupte zakenmensen, die via hem invloed aan het hof hoopten te krijgen.

Ministerieel haasje-over

Beevor beschrijft uitvoerig hoe de tsaar en tsarina zelf een groot aandeel hadden in hun eigen ondergang. Nicolaas II zette de koers van zijn conservatieve vader voort. Hij zag zichzelf als een door God aan het Heilige Rusland geschonken leider. Schoorvoetend was hij akkoord gegaan met de instelling van de Doema in 1905, maar hij bleef overtuigd dat alle macht eigenlijk hem alleen toekwam. “De tsarina, met haar eigen diepe afkeer van constitutionele democratie,” schrijft Beevor, “herinnerde haar man er voortdurend aan dat hij als Gods gezalfde ook door God was aangesteld en dus uitsluitend verantwoording verschuldigd was aan zijn eigen geweten. Ministers waren er enkel om zijn bevelen uit te voeren.” Kabinetsleden werden zo vaak door de tsaar vervangen dat Beevor spreekt van een “ministerieel haasje-over”.

Het vertrouwen in de monarchie raakte in vrije val. Niet alleen de Russische verliezen tijdens de Eerste Wereldoorlog, voedseltekorten en corruptie in de top lagen hieraan ten grondslag, maar vooral het totale onvermogen van de tsaar en tsarina om empathie te tonen voor het leed van de bevolking. In zijn boek legt Beevor uit welke rol Raspoetin speelde bij de politieke en bestuurlijke chaos voorafgaand aan de revolutie. Toen Nicolaas het bevel over het leger in augustus 1915 overnam van grootvorst Nikolaj Nikolajevitsj leidde tot de geruchten dat Raspoetin hier achter zat. Een andere complottheorie was dat Raspoetin en de tsarina, die van Duitse afkomst was, samenspanden tegen Rusland. Ze werden zelfs gerekend tot de ‘Duitse partij’, hoewel hun trouw aan Rusland in werkelijkheid boven alle twijfel was verheven.

Raspoetin met een aantal van zijn bewonderaars
Raspoetin met een aantal van zijn bewonderaars, 1914

Geen marionet

Hoewel vooral de tsarina een heilig vertrouwen in hem stelde, was de macht van Raspoetin desondanks minder direct dan alle geruchten deden vermoeden. De tsaar was geen marionet die werd bestuurd door zijn spiritueel raadgever. Beevor legt uit dat de ministersbenoemingen niet zozeer ingefluisterd werden door Raspoetin, maar vaak door de tsarina aan de tsaar werden voorgesteld, omdat zij vond dat de betrokkene afwijzend stond tegenover de raadsman of te weinig had gedaan om hem te beschermen tegen negatieve berichtgeving door de pers. Beevor concludeert:

Het enige waarvan Raspoetin echter beschuldigd kon worden, was dat hij militair advies gaf aan de tsaar, die dit gewoon negeerde. Maar de sfeer in de hoofdstad, waar stakingen de heersende chaos nog vergrootten, maakte dat de waarheid onvermijdelijk werd overschaduwd door leugens.

moord raspoetin
Kelder van het Joesoepov-paleis aan de Mojka, waar Raspoetin in december 1916 werd vermoord

Moordaanslag

De weerstand tegen Raspoetin en zijn vermeende invloed op de penibele situatie waarin het keizerrijk verkeerde, leidde ertoe dat er een moordcomplot op hem werd beraamd. De complotplegers kwamen uit de hoogste kringen: een van hen was Felix Joesoepov, die was getrouwd met een nichtje van de tsaar. Een andere complotpleger was Dimitri Pavlovitsj, de favoriete neef van de tsaar. Hoewel de moordaanslag op 30 december 1916 chaotisch verliep, lukte het om Raspoetin te doden. Beevor beschrijft niet alleen de moord zelf, maar ook de reactie hierop. Het nieuws over Raspoetins dood leidde in de hoofdstad namelijk tot uitbarstingen van vreugde. Officieren op de Stavka, het opperbevel van de strijdkrachten, dronken zelfs champagne op de moord.

De door Beevor aangehaalde reactie van de moeder van de tsaar, die Raspoetin nooit had gemogen, geeft nog wel het beste weer hoe het ervoor stond. “De Heer zij geprezen dat Hij ons van Raspoetin heeft verlost,” reageerde zij, “maar er komen nog veel grotere moeilijkheden op ons af.” Die grotere moeilijkheden volgden al snel: een demonstratie op 23 februari 1917 tegen het broodtekort in Petrograd gaf, zo verklaart Beevor…

…de aanzet tot de Februarirevolutie. De leiders van de bolsjewieken, mensjewieken en sociale revolutionairen speelden hierin geen enkele rol, aangezien zij zich óf in Siberië, óf in ballingschap in het buitenland bevonden.

Niet de doorslag

Raspoetin en de ondergang van de Romanovs - Antony Beevor
 
Op 17 juli 1918 werden de keizer en zijn gezin door de bolsjewieken vermoord in Jekaterinenburg. Beevor heeft dit moment echter niet meer in zijn boek opgenomen. Hoe de macht van de Romanovs in de voorgaande jaren steeds verder afbrokkelde, wordt door hem in Raspoetin en de ondergang van de Romanovs objectief beschreven. De auteur benoemt de factoren die daarbij van invloed waren.

Hoewel Raspoetin niet de doorslag gaf, ondermijnden zijn aanwezigheid aan het hof en de hardnekkige geruchten hierover het aanzien van de tsarenfamilie aanzienlijk, wat bijdroeg aan hun einde. Wie dit boek gaat lezen zonder eerder te hebben gelezen over deze geschiedenis, zal mogelijk struikelen over de vele Russische namen en feiten die slechts beknopt worden toegelicht. Voor de lezer met enige voorkennis is dit relaas vlotter leesbaar. Het boek werd kundig vertaald door Ruud van de Plassche.

×