Dark
Light

UvA laat eigen koloniale verleden onderzoeken

1 minuut leestijd
Binnenplaats van het Oost-Indisch Huis in Amsterdam
Binnenplaats van het Oost-Indisch Huis in Amsterdam (bMA - wiki)

De Universiteit van Amsterdam (UvA) laat onderzoek doen naar de eigen betrokkenheid bij het Nederlandse koloniale- en slavernijverleden. Een vooronderzoek moet eerst duidelijk maken welke collecties, archieven en gebouwen nader dienen te worden onderzocht. Dit eerste onderzoek vormt vervolgens de basis voor het daadwerkelijke onderzoek, dat waarschijnlijk enkele jaren zal duren.

De universiteit vierde in januari haar 391ste verjaardag, maar in 1632 werd de voorloper van de instelling, het Athenaeum Illustre, al opgericht. De eeuwenoude geschiedenis van het onderwijsinstituut is ook terug te zien in verschillende universiteitspanden, zoals bij het Oost-Indisch Huis, dat een kantoor was van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC).

Volgens Machiel Keestra, initiatiefnemer en Centrale Diversity Officer bij de universiteit, is er onvoldoende bekend over de rol die de UvA en haar voorlopers in de koloniale geschiedenis speelde:

In 1632 prees Caspar Barlaeus de rijke kooplieden die het Athenaeum Illustre oprichtten omdat zij hun ondernemingslust nu gingen verbinden met kennis en inzicht. Die ondernemingen waren ongetwijfeld verbonden met de koloniën en slavernij. (…) Onder andere gemeente Amsterdam en De Nederlandse Bank onderzochten hun eigen geschiedenis al. Ook op de UvA lopen inmiddels verschillende projecten rondom dekolonisatie in bredere zin. Dit onderzoek naar de eigen geschiedenis is daarbij belangrijk, zodat we de feiten kennen, de erfenis van die geschiedenis onder ogen zien en rekenschap kunnen geven.

De twee onderzoeken zullen uitgevoerd worden door een “onafhankelijk, gerenommeerd instituut met deskundigheid op het gebied van het Nederlandse koloniale en slavernijverleden”. Komend voorjaar wordt bekendgemaakt welke instituut hiervoor wordt ingeschakeld. De resultaten van het vooronderzoek worden in 2024 verwacht. Hoe lang het vervolgtraject hierna precies gaat duren is nog onduidelijk.