Dark
Light

Annexatie van Duits grondgebied?

De annexatiekwestie 1944-1963
15 minuten leestijd
"Eisch Duitschen grond! Ons recht en onze redding"
"Eisch Duitschen grond! Ons recht en onze redding" - Affiche van het Nederlandsch Comité voor Gebiedsuitbreiding

In Nederland speelde vanaf ongeveer 1944 de vraag of er na de oorlog (aanzienlijke) delen van Duits grondgebied, al dan niet met de Duitse inwoners, door Nederland ingelijfd moesten worden, bij wijze van herstelbetaling en om mogelijk toekomstige agressie van Duitsland te voorkomen. Er was een omvangrijke pro-annexatielobby, met name in 1945 en 1946.

Tegenstanders van de annexatie hadden als voornaamste argumenten dat een economisch gekortwiekt Duitsland al snel een nadeel zou blijken voor Nederland, gezien de export en de doorvoerhandel naar onze oosterburen. Ook was de vraag of Nederland een (aanzienlijke) Duitse minderheid binnen de grenzen moest halen. Tenslotte zou een zwak Duitsland een mogelijke Russische expansie sneller aan onze grenzen brengen. Een gecontroleerde wederopbouw van Duitsland verdiende de voorkeur.

Enkele brochures uit de jaren 1944-1945
Enkele brochures uit de jaren 1944-1945. Bron: eigen foto
Dit is de lijn die uiteindelijk dominant was. Zij het dat er in 1949 nog enkele kleine stukjes Duitsland in Nederlandse handen kwamen. Dat werd geen annexatie meer genoemd: men sprak van grenscorrecties. In 1963 zijn vrijwel alle gebieden teruggegeven aan de Bondsrepubliek, tegen een vergoeding van 125 miljoen Duitse Mark (DM).

Het annexatiestreven

De voornemens tot annexatie van (aanzienlijke) stukken Duitsland werd aan het eind van de oorlog manifest. In kringen van de illegaliteit werd sinds duidelijk werd dat Duitsland de oorlog ging verliezen gesproken over inlijving van Duits grondgebied. Zo publiceerde de redactie van Vrij Nederland in 1944 het boekje Naar een groter Nederland?, met twee artikelen: de eerste (en verreweg het langste) waarin een uitgesproken voorstander de argumenten voor gebiedsuitbreiding uitgebreid en gedetailleerd uiteenzette, terwijl in een tweede bijdrage enkele vraagtekens werden gezet en integratie van Duitsland in Europa als een betere weg werd bepleit.

Het annexatiestreven past in een benadering waarin het naoorlogse Duitsland klein gehouden diende te worden, zowel politiek, militair als economisch. Punten die daarbij aan de orde waren:

  • Denazificatie van het voormalige Derde Rijk, bestraffing van oorlogsmisdadigers, heropvoeding van het Duitse volk en het vestigen van een democratische structuur.
  • Ontwapening en demilitarisering van Duitsland.
  • Demontage van de Duitse zware industrie, eventueel algehele de-industrialisering en omvorming van Duitsland tot landbouwstaat.
  • Beëindiging van de politiek-bestuurlijke eenheid van Duitsland, opdeling van de eenheidsstaat in kleinere eenheden.
  • Schadevergoeding voor de toegebrachte schade tijdens de oorlog en bezetting, zo mogelijk door annexatie van delen van Duitsland.

Het element van bestraffing van het Duitse volk speelde hier ook mee. In de woorden van een voorstander van deze benadering van onze oosterburen: niet alle Duitsers waren barbaren, maar het percentage dat zich door het geüniformeerde nazi-geboefte liet leiden en bevelen was wel ontzettend hoog.

De Londense regering en annexatie

Minister Van Kleffens van Buitenlandse Zaken in het kabinet Gerbrandy, de Nederlandse regering in ballingschap die in Londen zetelde, gooide in juli 1944 een flinke steen in de vijver met een pleidooi voor annexatie. Hij deed dat in een artikel in het gezaghebbende tijdschrift Foreign Affairs. Hij was hiermee in feite de spreekbuis voor de tamelijk sterke pro-annexatiestroming binnen het kabinet Gerbrandy. Later zou Van Kleffens zijn standpunt langs diplomatieke kanalen nog meermaals naar voren brengen.

Eelco van Kleffens in 1945 (CC0 - Anefo - wiki)
Minister Eelco van Kleffens in 1945 (CC0 – Anefo – wiki)
De minister toonde zich voorstander van een aanzienlijke gebiedsuitbreiding in het oosten ter compensatie voor de door de Duitsers onder water gezette gebieden in Nederland, zonder daarbij overigens een precieze claim te formuleren. De gebiedsoverdracht zou gepaard moeten gaan met het verwijderen van aldaar wonende Duitsers. Dat dergelijke acties de kiem konden leggen voor toekomstige problemen met Duitsland, wees hij van de hand. De neutraliteit van Nederland had ons land in 1940 immers niet gespaard voor Duitse agressie. Blijkbaar bood een voorzichtige en terughoudende opstelling geen enkele garantie, dus waarom geen Duits gebied annexeren?

Hoewel hij in kabinetskringen en daarbuiten zeker medestanders had, stelde de Londense regering zich niet voluit op achter het annexatiestreven. Na de oorlog zou het Nederlandse volk zich hierover moeten uitspreken, was de lijn, zo stelde een verklaring die de regering in oktober 1944 uitgaf. Het kabinet behield zich het recht voor op territoriale claims, met name als vergoeding voor de schade die Duitse inundaties veroorzaakten. Het oorlogskabinet kwam niet met concrete eisen, omdat ze geen gedragslijn zei te willen vastleggen. De facto schoof men het dus vooruit.

Kabinet Schermerhorn: compromis

De regering Schermerhorn-Drees (juni 1945-juli 1946), de eerste naoorlogse en in zekere zin weer normale regering van ons land (hoewel verkiezingen nog op zich lieten wachten tot 1946 was er wel een Tweede Kamer, gebaseerd op vooroorlogs stemverhoudingen), zette de lijn van het oorlogskabinet in de praktijk voort. Er waren voor- en tegenstanders onder de ministers. Zo waren premier Schermerhorn en minister Drees tegenstanders. Van Kleffens, minister van Buitenlandse Zaken, bleef annexatie bepleiten. Niet onbelangrijk: koningin Wilhelmina was sterk voor annexatie, een feit dat nogal wat mensen beïnvloedde.

Affiche uit 1945: ‘Voor onze verdronken polders, vernielde havens, spoorwegen en steden verlangt het Nederlandsche volk Duitsch grondgebied zonder Duitschers’.
Affiche uit 1945: ‘Voor onze verdronken polders, vernielde havens, spoorwegen en steden verlangt het Nederlandsche volk Duitsch grondgebied zonder Duitschers’.
Hoewel in regeringskringen volop zeer vergaande voorstellen werden besproken (uitbreiding van Nederlands grondgebied met één-derde tot zelfs een verdubbeling), kwam het kabinet tot een compromis, dat Schermerhorn verwoordde in een radiorede in juli 1945. Hij verklaarde dat de regering het standpunt van Van Kleffens (schadevergoeding door annexatie) aanvaardde. Maar, zo voegde hij hieraan toe, dit is een zaak van dermate gewicht dat het Nederlandse volk in een open discussie ‘in bezonkenheid’ een publieke mening moet kunnen vormen. Uitstel dus van concrete stappen en plannen. Een uitstel dat gemakkelijk tot afstel kon leiden, hoewel Schermerhorn dat er niet bij zei. Voor het moment was de kwestie op pragmatische en zeer Nederlandse manier opgelost: door een compromis. Al snel zou blijken dat de internationale ontwikkelingen het nemen van bedenktijd niet toestonden.

Comités, commissies en plannen

Intussen waren er allerhande comités actief die annexatie wilden realiseren, zoals bijvoorbeeld het Nederlands Comité voor Gebiedsuitbreiding. Zij deden talloze boekjes en brochures het licht zien, hielden bijeenkomsten, organiseerden lezingen et cetera. Een min of meer vast onderdeel daarvan waren kaartjes waarin de grens met Duitsland naar het oosten was opgeschoven. In sommige plannen nogal ver, tot aan Hamburg, het Ruhrgebied en Keulen aan toe. Echt uitgewerkt waren de plannen echter niet, het konden geen concrete voorstellen worden genoemd.

De annexatievoorstanders kwamen uit verschillende hoeken. Er was bijvoorbeeld een comité vanuit de landbouw. Politiek gezien kan gezegd worden dat de communisten en (in iets mindere mate) socialisten tegen annexatie waren. De katholieken toonden zich over het algemeen voorstander van gebiedsuitbreiding, met name om de boeren in het grensgebied extra ruimte te geven. De protestante partijen, alsmede de liberalen, waren terughoudender.

Affiche uit 1945
Affiche uit 1945. Bron: NIOD/KB
Toch gingen de meningen ook over de partijgrenzen heen. Zo sprak sociaaldemocratisch fractievoorzitter (SDAP, vanaf 1946 PvdA) Van der Goes van Naters zich in die dagen in stevige bewoordingen uit vóór annexatie (een standpunt waar hij een paar jaar later overigens op terugkwam).

Staatscommissie

In augustus 1945 stelde minister Van Kleffens de Staatscommissie voor de bestudering van het Annexatievraagstuk in, onder voorzitterschap van sociaaldemocraat Vorrink. Secretaris Bakker Schut van deze commissie kwam, in feite als eerste, met een in detail uitgewerkt voorstel, wat bekend zou worden als het Bakker Schut plan. Dit plan zou de basis vormen voor de Nederlandse pogingen om tot gebiedsoverdracht te komen. Het kende drie varianten, waarbij variant A het verst ging (daarin ging het om annexatie van zo’n tienduizend vierkante kilometer), en variant C de minste gebiedsoverdracht impliceerde.

Het plan maakte in detail duidelijk welke plaatsen en districten in Nederlandse handen zouden overgaan. In de meest vergaande variant zou een stad als Keulen bij Nederland worden getrokken. Er was tevens een lijst opgenomen waarin de Duitse gemeentenamen vervangen werden door Nederlandse. Zo zou Mönchengladbach voortaan door het leven gaan als Monniken-Glabbeek.

De drie varianten van het Bakker Schutplan
De drie varianten van het Bakker Schutplan. Bron: Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Samengesteld vanuit de correspondentie in het Frits Bakker Schutarchief. (CC BY-SA 3.0 – Tubantia – wiki)

Andere prioriteiten

Al vrij snel bleek het tij echter zodanig gekeerd dat van annexatie in enige omvang geen sprake meer kon zijn. De Nederlandse claims vielen bij de geallieerden niet in goede aarde en verloren al vrij snel aan kracht. In die zin kwam het Bakker Schut plan als mosterd na de maaltijd. Een niet te beantwoorden vraag is of de plannen wel enige kans hadden gehad als zij eerder zouden zijn ingebracht. Waarschijnlijk niet, aangezien het annexatiestreven haaks stond op de koers die de westerse geallieerden, en ook Nederland, kozen ten aanzien van Duitslands en Europa’s toekomst.

Hoe dan ook, andere zaken kwamen op de voorgrond. Nederland raakte verwikkeld in een koloniale oorlog in een poging de Indonesische onafhankelijkheid tegen te houden, dan wel in een door Nederland gewenste vorm (Indonesië als deel van het Koninkrijk) te sturen. Dit werd een belangrijk thema in Nederland, zowel politiek en militair gezien als in de publieke opinie.

Ten tweede was er het ijzeren gordijn en was de Koude Oorlog in volle gang. De ‘rol’ van vijand en grootste bedreiging van de vrede in Europa werd in hoog tempo overgenomen van Duitsland door de Sovjet-Unie. Duitsland werd bondgenoot in plaats van vijand.

Ten derde kwam de (economische) wederopbouw goed van de grond, mede aangejaagd door de Amerikaanse Marshallhulp. Nederland had als open en afhankelijke economie veel baat bij Duitsland als handelspartner. Ten eerste vanwege de im- en export en de doorvoerhandel via Nederlandse zeehavens, met name Rotterdam. Daarnaast was Duitsland voor Nederland altijd een belangrijke leverancier geweest van machines en industriële installaties, een rol die Nederland niet op korte termijn kon overnemen. Daarbij kwam dat een tot landbouwstaat omgevormd Duitsland een belangrijke concurrent zou zijn van de Nederlandse agrarische sector.

Cover van brochure 1948-1998, in 1948 uitgegeven door het Nederlandsch Comité voor Gebiedsuitbreiding
Cover van brochure 1948-1998, in 1948 uitgegeven door het Nederlandsch Comité voor Gebiedsuitbreiding. Wie het kaartje bekijkt, ziet dat de omvang van de gebiedsoverdracht al danig beperkt was ten opzichte van de eerdere eisen.
Het enthousiasme voor stevige gebiedsuitbreiding ebde snel weg. Dit klonk duidelijk door in het eindrapport van de Staatscommissie ter bestudering van het annexatievraagstuk, dat in mei 1946 werd gepresenteerd. Duitsland werd daarin verantwoordelijk gesteld voor alle gevolgen van zijn onrechtmatig handelen. De vraag was echter wat hiervan de consequentie moest zijn. Enkele commissieleden wilden “ruime grenscorrecties”. Maar de meerderheid vond annexatie geen doelmatig middel om de schade te vergoeden, om redenen zoals hierboven geschetst. Een blijvende economische verzwakking en het onmogelijk maken van een toekomstige politieke herrijzenis van Duitsland zou de sfeer vergiftigen, en de constructieve krachten bij onze oosterbuur tegen ons in het harnas jagen. Bovendien maakten met name de Amerikanen al medio 1946 duidelijk geen enkele aanspraak te accepteren op gebieden die onbetwist Duits waren. Van die zijde was dus geen steun te verwachten.

Afgezwakte claims

Toch stelde Nederland wel eisen voor annexatie. De vraag is of men daar nog echt in geloofde, of dat het meer ging om wisselgeld bij onderhandelingen met Duitsland en om Nederlands positie als ‘middelgrote mogendheid’, zoals sommigen ons land graag zagen. Tenslotte zal ook een rol gespeeld hebben dat geheel afzien van annexatie-eisen gezichtsverlies zou opleveren.

In 1946 vroeg Nederland bij monde van minister-president Schermerhorn en onder stevige druk van koningin Wilhelmina nog 4980 km² aan Duits grondgebied. Implicatie was dat 550.000 Duitsers binnen de Nederlandse staatsgrenzen zouden vallen. Op een conferentie van de westelijk geallieerde bezettingsmachten van Duitsland in Londen (januari/februari 1947) bleken de aanspraken al flink teruggeschroefd. Het kabinet-Beel claimde een gebied van 1840 km². In dit gebied woonden in 1946 circa 160.000 mensen. Dit voorstel was een sterk vereenvoudigde vorm van de C-variant van het Bakker Schut-plan.

De zogenaamde Allied High Commission, gevormd door de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk, zag echter niets in het Nederlands idee van gebiedsoverdracht. Een reden hiervoor was dat Duitsland het reeds zwaar te verduren had als gevolg van de verdrijving van veertien miljoen Duitse vluchtelingen uit het oosten. De Nederlandse annexatie zouden het probleem nog groter maken. Dat dit niet geheel ondenkbeeldig was, blijkt uit de discussies of de oorspronkelijke Duitse bevolking uit de nieuw verworven gebieden verwijderd moesten worden (zie verderop).

"Laat vriendschap helen, wat grenzen deelen"
“Laat vriendschap helen, wat grenzen deelen”: markeringspaal op de voormalige grens bij Wylerberg.
De Britten en Amerikanen vonden vanwege de West-Europese wederopbouw (met een verarmd Duitsland en Europa kon weinig handel worden gedreven) en de groeiende spanning met de Sovjet-Unie een stabiele en in West-Europa verankerde (west) Duitse staat van veel groter belang. De samenvoeging van de westerse bezettingszones preludeerde reeds op zo’n Duitse staat. In 1949 resulteerde dat in de vorming van de Bondsrepubliek Duitsland (BRD), in de volksmond vaak aangeduid als West-Duitsland. Bij de besluitvorming over de toekomst van Duitsland waren anderen dan de (westerse) bezettingsmachten hooguit als toehoorder welkom. Nederland lukte dat alleen in Benelux-verband.

De bezettingsmachten gaven wel aan herstelbetalingen in overweging te kunnen nemen indien zij de opbouw van de Duitse vredeseconomie niet in de weg stonden. Na veel studie in diverse commissies kwam het kabinet Schermerhorn tot een claim van ruim 25 miljard gulden. In de praktijk zou echter al snel blijken dat van herstelbetalingen weinig terechtkwam.

Argumenten voor en tegen annexatie

Als we de redeneringen van de voorstanders en de tegenstanders nog eens op een rijtje zetten ontstaat het volgende beeld:

  • Annexatie van aanzienlijke stukken Duitsland was volgens veel van de voorstanders noodzakelijk als vergoeding voor de door de Duitsers toegebrachte schade aan ons land. Daarbij ging het om het voor langere tijd onbruikbaar worden van landbouwgrond door inundaties, vooral als het om zout water ging. Maar ook om het vernielen dan wel naar het oosten afvoeren van machines, fabrieken, spoormaterieel, et cetera. Ook de omvangrijke houtkap in de Nederlandse bossen werd aangevoerd, evenals de schade aan onze duinen vanwege de Atlantikwal.
  • Maar schadevergoeding was niet het enige argument. Ook werd gewezen op het vergroten van de veiligheid tegen eventueel hernieuwde Duitse agressie door het maken van een stevige verdedigingslinie op het nieuw te verwerven grondgebied. Bovendien zou de Nederlands-Duitse grens flink ingekort kunnen worden. De toenmalige (en huidige) grens verliep immers nogal grillig en was volgens de annexionisten grotendeels gevormd door historische toevallen.
  • Tenslotte moet de veronderstelde behoefte aan ‘lebensraum’ worden genoemd omdat de Nederlandse bevolking in een behoorlijk hoog tempo groeide. Nederland zou te klein zijn voor al die mensen, zeker gezien de tijdens de bezetting toegebrachte schade. Uitbreiding van het Nederlandse grondgebied, ontruiming van de nieuw verworven streken en kolonisatie daarvan door Nederlanders werd als noodzakelijk gezien.
  • De tegenstanders van annexatie waren niet tegen vergroting van veiligheid en schadevergoeding op zich, maar zetten wel grote vraagtekens bij het middel van annexatie om dat te bereiken. Ze waren met name beducht voor het binnen de grenzen halen van een Duitse minderheid. In veel van de plannen vanuit de pro-annexatielobby was de verwijdering van de Duitse bevolking uit de nieuwe Nederlandse gebieden een belangrijk onderdeel. Duitse grond zonder Duitsers, was het credo. Nederland zou daardoor eerder worden verzwakt dan versterkt, vonden de tegenstanders. In de woorden van Drees: “De Duitse minderheid zou een onverteerbaar blok blijven”. De veiligheid werd dus niet gediend, mede gezien de wijze waarop Duitsland in het verleden ‘hun’ minderheden gebruikte als aanleiding voor agressie. Annexatie zou de relaties met het nieuwe Duitsland sowieso voor langere tijd vertroebelen. Als er een aanmerkelijk economisch voordeel zou zijn was dat misschien nog te overwegen, maar die was er niet. Veel meer had Nederland te winnen bij een redelijk welvarend, in Europa geïntegreerde oosterbuur. Het was ongewenst om die ontwikkeling te belasten met gebiedsuitbreiding.
Een bordje voor het door geschut beschadigde Kurhotel in Hoog-Elten kondigt een prachtig uitzicht op de nieuwe grens aan, 1949.
Een bordje voor het door geschut beschadigde Kurhotel in Hoog-Elten kondigt een prachtig uitzicht op de nieuwe grens aan, 1949. (CC0 – Nationaal Archief – wiki)

Naar een gecontroleerde opbouw van Duitsland en integratie in West-Europa

Met name de Amerikanen wilden de fouten van Versailles niet herhalen. Duitsland moest een betrouwbare en economisch sterke natie worden, stevig geïntegreerd in West-Europa. De Marshallhulp werd daarvoor mede ingezet, en van de landen die de Amerikaanse hulp wilden ontvangen werd verwacht dat zij in deze richting handelden.

Een belangrijke stap was het samenvoegen van eerst de Britse en Amerikaanse bezettingszone tot bizonië, iets later gevolgd door de aansluiting van de Franse sector, waardoor trizonië een feit werd. Trizonië ging in 1949 de BRD vormen. Medio jaren vijftig werd West-Duitsland ook militair geïntegreerd door het lidmaatschap van de NAVO. De oprichting van de EGKS, voorloper van de EEG en de EU, koppelde de zware industrieën van Frankrijk en West-Duitsland aan elkaar zodat beide landen niet meer tot gewapende conflicten zouden komen. Deze ontwikkelingen pasten uitstekend in de belangen van Nederland, en regering en parlement steunden ze dan ook volop. Het idee om Duitsland klein te houden verdween snel naar de achtergrond.

Grenswijziging bij Elten. Een douanemedewerker schildert de 'N' van Nederland op de grenspaal
Grenswijziging bij Elten. Een douanemedewerker schildert de ‘N’ van Nederland op de grenspaal (CC BY-SA 4.0 – Joop van Bilsen / Aenfo – wiki)

De grenscorrecties van 1949

Dat er in 1949 niettemin nog enkele grenscorrectie plaatsvonden heeft in feite weinig tot niets te maken met de plannen die grofweg tussen 1944 en 1946 ontwikkeld werden. Het was bijna symbolisch, hoewel een zeker anti-Duits sentiment bij sommigen ook wel meespeelde. Op 23 april 1949 klokslag twaalf uur trokken Nederlandse militairen en ambtenaren zonder veel vertoon, toespraken of Wilhelmus, de Duitse dorpen Elten en Tüddern (Tudderen in het Nederlands) in. De lange onderhandelingen met de geallieerden resulteerde er uiteindelijk in dat er 69 vierkante kilometer werd overgedragen aan Nederland. Op veel weerstand stuitte de grenscorrecties niet, alhoewel er enkele incidenten waren zoals afgezaagde deurknoppen en geschilderde leuzen als:

‘Freundschaft ja! Annexation nein!’.

Hier te lande maakte de annexaties geen enthousiasme meer los. Hoofddoel van de regering was om ‘wisselgeld’ te hebben om (bescheiden) Duitse herstelbetalingen dichterbij te brengen. En om de Eems-Dollardkwestie, het geschil met de Bondsrepubliek over de precieze plaats van de grens in de Eems en Dollard, in Nederlands voordeel te beslechten.


De Duitse beleving van de Nederlandse annexatie

Hoe werd de overdracht van hun dorpen aan Nederland ervaren door de Duitse inwoners? Het is met het oog op deze vraag interessant om de hedendaagse websites van de gemeenten Emmerich (waar Elten tegenwoordig onderdeel van is) en Selfkant (waar Tüddern onder valt) eens te bekijken. Dan valt ten eerste op dat de ‘Nederlandse periode’ zeker niet negatief wordt beoordeeld, in de zin dat het ook aanmerkelijke economische voordelen met zich meebracht. Ten tweede wordt het belang van grenzen en nationaliteit stevig gerelativeerd.

Kop in het Algemeen Handelsblad van 23 april van 1949
Kop in het Algemeen Handelsblad van 23 april van 1949 (Delpher)

‘Reich ins Heim’

Voor de bewoners van Elten en Tudderen waren er wat ongemakken. Zo had men bijvoorbeeld een visum nodig om op familiebezoek te gaan in Duitsland, ook voor het om de hoek gelegen plaatsen. Maar er waren ook grote voordelen, zo meldt de site van Emmerich. In Duitsland waren producten als koffie, cacao, boter en sterke drank luxeartikelen, in Nederland waren ze ruimer en goedkoper voorhanden. Elten werd bovendien een toeristische trekpleister voor Nederlanders, niet in het minst vanwege de 82 meter hoge berg met uitzicht over de Rijn. Kortom: er werd goed verdiend in Elten gedurende de veertien Nederlandse jaren. Nog steeds zegt men, aldus de gemeente Emmerich, dat Elten in 1963 niet ‘Heim ins Reich’ kwam, maar ‘reich ins Heim’.

Ook de bewoners van Selfkant hebben van de veertien jaar durende annexatie zeker geprofiteerd. Zowel Nederland als Duitsland wilden de harten van de Selfkanters voor zich winnen, analyseerde Pieter Calé, oud docent aan de Universiteit Maastricht. Het werd dus heel makkelijk om allerlei kredieten te krijgen om bijvoorbeeld huizen te bouwen.

Butternacht

Op 1 augustus 1963 kwamen Elten en Tudderen weer onder (west-)Duits bestuur. In Elten was dat aanleiding voor een merkwaardige gebeurtenis: de zogenaamde Butternacht, waarin kort voor de overdracht de straten van het dorp werd volgezet met vrachtwagens, geladen met vooral boter, maar ook koffie, sterkedrank, conserven en varkensvlees. Ook talloze kelders en schuren werden volgestouwd. Wat was er aan de hand?

In het huidige Elten herinnert nog veel aan de tijd dat de gemeente bij Nederland hoorde.
In het huidige Elten herinnert nog veel aan de tijd dat de gemeente bij Nederland hoorde. (eigen foto)
De goederen konden tot het moment van de overdracht naar Elten worden vervoerd, uiteraard zonder invoerrechten te hoeven betalen. Bovendien waren de producten uit Nederland over het algemeen goedkoper en beter van kwaliteit dan de Duitse. Op 1 augustus was Elten Duits, en waren de boter et cetera dus in Duitsland terecht gekomen, zonder een grens te hoeven passeren. Een soort van gelegaliseerde smokkel, zou je kunnen zeggen. Aan deze handigheid hebben velen goed verdiend.

De relativiteit van de grens

Elten is allang niet meer Nederlands, maar er wonen veel Nederlanders: ongeveer één op de drie inwoners. Dat komt door de relatief lage huizenprijzen en de gunstiger belastingen, aldus de gemeente. Elten ligt bovendien op nog geen dertig kilometer van een stad als Arnhem, naar Utrecht is het negentig kilometer.

De toenmalige burgemeester van Selfkant Corsten zei in 2019 in een uitzending van Radio 1:

“Het begrip ‘grens’ bestaat niet meer. (…) Er zijn geen specifieke gevoelens tegenover Nederland of Duitsland. Zo’n 32 procent heeft een Nederlands paspoort. (…) Wat zegt het woord grens nog? Totdat ik burgemeester ben geworden, werkte ik bij de douane in Duitsland. De grens zegt mij helemaal niets meer.”

Duitse kaart waarop het geannexeerde deel van Selfkant is aangegeven (1948-1963)
Duitse kaart waarop het geannexeerde deel van Selfkant is aangegeven (1948-1963)
Dat geldt ook voor de taal die wordt gesproken. “Wij spreken hier dialect, Limburgs plat”, vertelt Corsten. “Als ik bijvoorbeeld met Echt-Susteren of Maaseik onderhandel, dan doen we dat in dialect.”

Teruggaaf in 1963

De gesprekken met de Bondsrepubliek leidden uiteindelijk in 1963 tot teruggave van vrijwel alle gebied dat in 1949 bij Nederland was gevoegd. In ruil ontving ons land 125 miljoen DM schadevergoeding voor Nederlandse nazislachtoffers. Een vrijwel te verwaarlozen bedrag als het wordt afgezet tegen de kosten die in de veertien jaar die de annexatie duurde zijn gemaakt. Al met al maakte de hele zaak weinig los in Nederland. Schertsend zei Wim Kan in zijn oudejaarsconferentie van 1963 dat Tudderen hem niet zoveel kon schelen (‘ik ben niet zo’n Tudderen-man’), maar dat hij het van Elten wel jammer vond…

Bronnen & Links

Voor dit artikel zijn verschillende bronnen bestudeerd, waaronder:

-Handelingen Tweede Kamer en beleidsstukken
-Brochures en pamfletten over annexatie
-Literatuur

Andere mogelijk interessante links:

-https://archief.ntr.nl/deoorlog/page/mappen/781032/Elten+en+Tudderen.html
-https://anderetijden.nl/artikel/201/Grenscorrecties-met-Belgie
-https://www.nporadio1.nl/nieuws/geschiedenis/9c6c6e36-b965-492c-b66e-d5d52a8aed5d/de-annexatie-van-selfkant-duurde-14-jaar-toen-gaven-we-het-weer-terug-aan-de-duitsers
-https://www.emmerich.de/de/inhalt/geschichte-elten/
-https://selfkant.de/geschichte/

In 1986 studeerde ik af in de Politicologie, hoofdrichting Internationale Betrekkingen. Wat me vooral interesseert is de doorwerking van internationale ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving en politiek. Na mijn studie was ik vooral werkzaam in arbeidsmarkt- en sociale zekerheidsbeleid. Maar geschiedenis heeft altijd mijn grote interesse gehouden en nu de periode van betaald werken langzamerhand achter mij ligt (want geboren in 1956), kan ik die fascinatie invullen door (nog meer) te lezen, maar ook te schrijven. Ik hoop dat lezers hier plezier aan ontlenen, ik doe dat in ieder geval wel!

[email protected]