De Velotype: het Nederlandse toetsenbord dat de wereld had moeten veroveren

7 minuten leestijd
Velotype uit 1985
Velotype uit 1985 (CC BY-SA 3.0 - Fvgool - wiki)
De Velotype is een alternatief toetsenbord waarmee gebruikers aanzienlijk sneller kunnen typen dan met het traditionele qwerty-toetsenbord. Het systeem, gebaseerd op gelijktijdige toetsaanslagen, werd in Nederland ontwikkeld en kende vanaf de jaren tachtig enige toepassing, onder meer bij ondertiteling voor televisie. Ondanks de technische voordelen wist de Velotype echter nooit door te breken bij het grote publiek. Onderstaand achtergrondverhaal van Lex Veldhoen, gebaseerd op onderzoek en gesprekken uit circa 2010, gaat in op de ontwikkeling en de mensen achter deze uitvinding.

In het Hilversumse Mediapark typt Tijn Berkelmans in 2010 in een NOS-gebouw op een Velotype; een apparaat met een klein toetsenbord waarmee hij razendsnel kan typen. Voor hem verschijnt de getypte tekst meteen als ondertiteling bij het NOS-journaal op een monitor. Enkele jaren eerder werd alles bij de NOS nog ondertiteld met behulp van de Velotype. In 2010 waren er ook redacteuren die werkten met behulp van spraakherkenning, maar dat stond toen nog in de kinderschoenen. Het werkte niet bij iedere stem en niet elk woord werd nog herkend, waardoor sommige woorden alsnog moesten worden in getypt.

Tijn Berkelmans leerde als jongen al typen met de Velotype van zijn vader Nico Berkelmans, mede-uitvinder van het apparaat. Tijn:

Ik oefende op een prototype, eigenlijk niet meer dan een stuk triplex met schuimrubber en toetsjes erop geplakt. Later kon ik mijn vervangende dienst hier bij de NOS als Velotypist doen.

Vroeg model van de Velotype
Vroeg model van de Velotype – Foto: Lex Veldhoen

‘Akkoorden’

Typen met de Velotype gaat door middel van akkoordaanslagen. Daarbij worden de lettertoetsen van een woorddeel of lettergreep tegelijkertijd ingedrukt. Basisprincipe is dat de toetsen van de medeklinkers twee keer op het toetsenbord voorkomen, spiegelbeeldig links en rechts van de middelste rijen toetsen met de klinkers. Zo wordt bijvoorbeeld bij het typen van de lettergreep ‘typ’, de ‘t’ met een vinger van de linkerhand aangeslagen, de klinker ‘y’ die zich in het middengedeelte bevindt, met een vinger van een van beide handen en de ‘p’ met de rechterhand. Door zo tegelijkertijd drie toetsen, een hele lettergroep, in één keer aan te slaan, hoeven de vingers minder bewegingen te maken, wat tijd scheelt. De meest gebruikte medeklinkers hebben een eigen toets, voor ontbrekende medeklinkers moeten twee toetsen tegelijk aangeslagen worden. Hierdoor zijn er minder toetsen nodig.

Onderaan het toetsenbord zijn twee grotere toetsen te vinden. Deze worden met de muizen van de handen ingedrukt als er geen spatie na een lettergroep komt of bij een hoofdletter. In ergonomisch opzicht zou dit toetsenbord beter zijn en tot minder RSI leiden dan het traditionele qwerty-toetsenbord. Ook omdat de toetsen aan de buitenkant hoger liggen, zodat een komvorm ontstaat.

Nico Berkelmans in 2010 achter zijn Velotype
Nico Berkelmans in 2010 achter zijn Velotype – Foto: Lex Veldhoen

Vader Berkelmans woonde destijds in een twee-onder-een-kapwoning in De Hegge, een rustig straatje in een Apeldoornse buitenwijk. Met zijn negentig jaar en lange, zilverwitte haren praatte hij vol vervoering over de Velotype, die de rol van de typemachine had moeten overnemen.

Hij ging voor naar zijn kleine werkkamertje boven. Op de overloop stond een kast vol stenografieboeken in allerlei talen. Ook de wanden van zijn werkkamer gingen verscholen achter boekenkasten, foto’s van familieleden en van Marius den Outer en hemzelf op jongere leeftijd bij drie prototypes van de Velotype. Hij toonde een oude Duitse oorkonde met lakzegel en lint, behorend bij patent 1115270 voor zijn Silben-Schnellschreibmachine. Na enig zoeken vond hij een lichtbruin, taps toelopend koffertje met daarin een prototype van de Velotype. Op de toetsen waren getekende symbolen op kleine briefjes geplakt.

Snelheidsrecords

De afwijkende typemethode van de Velotype was volgens Berkelmans vrij snel aan te leren; na een half jaar kan al spreeksnelheid worden gehaald: ‘Ik typte vroeger in de klas 110 aanslagen per minuut en was de snelste. Nu is dat 680 aanslagen. Maar het record met de Velotype staat nu zelfs op 1100 aanslagen per minuut.’ Volgens zoon Tijn maak je bovendien minder fouten met de Velotype en is het typen minder vermoeiend.

De Velotype (velo betekent snel, zoals in vélocipède) is geen opzichzelfstaande uitvinding. Al in 1827 ontwikkelde de Fransman Gonod de eerste stenografeermachine waarmee verkort schrift werd getypt. Toen eind negentiende eeuw de zakelijke communicatie tussen kantoren sterk opkwam, nam het gebruik van dit soort apparaten toe.

Oorspronkelijk gaf Berkelmans senior, die zes talen beheerste, taallessen. Toen hij in 1938 op de radio hoorde over de verbeterde stenografeermachine van Marinus den Outer, reisde hij als eenentwintigjarige nieuwsgierig van het Brabantse Goirle naar Rotterdam: ‘Mijn vader, die een priesterstudie had gedaan, vond het maar niks dat ik naar het heidense Rotterdam reisde.’

In 1935 ontwikkelde Marius den Outer al de tachotype en vervolgens in 1938 de eerste Velotype. Tijdens hun ontmoeting vond Berkelmans Den Outer een pedante, snoeverige man en zijn Velotype met drieëndertig toetsen maar matig: ‘Hij liet me zien hoe hij werkte, maar je moest onhandige bewegingen maken en zelfs met de knokkels van je duim typen.’

Berkelmans verbeterde het mechanisme, bracht het aantal toetsen terug naar tweeëntwintig en maakte de Velotype toepasbaar voor meerdere talen. Om de meest gebruikte lettergrepen in andere talen te inventariseren, verrichte hij frequentie-tellingen: wat zijn de duizend meest gebruikte woorden? Daarop baseerde hij de uiteindelijke toetscombinaties. Den Outer wilde de verbeterde versie, met inmiddels een vlindervormig toetsenbord, de Outertype noemen. Berkelmans vond dat maar niets. Hun wegen scheidden zich en de Velotype sloeg niet aan.

Toetsen van de Velotype

knoppen velotype
CC BY-SA 3.0 – Fvgool – wiki

Een nieuwe toekomst

Rond de tijd dat Berkelmans in 1979 terugkeerde van omzwervingen door Chili, Parijs en Australië deed de elektronica zijn intrede. Hierdoor zag hij een nieuwe toekomst voor de Velotype. Hij nam opnieuw contact op met Den Outer en ontwikkelde een elektronische versie, die volgens een publicatie van het Scryption, museum voor schriftelijke communicatie en sociale media in Tilburg, insloeg als een bom:

In negentien landen werd octrooi aangevraagd en vele bedrijven wilden zaken doen met Special Systems Industry (SSI), het Rijswijkse bedrijf dat het apparaat voor hen ontwikkelde.

velotype reclame
Een ‘verbluffende uitvinding’ – reclame in het Nieuwsblad van het Noorden van 27 september 1984 (Delpher)
Carine van Vugt, medewerkster van Scryption vertelde in 2010: ‘Op allerlei plaatsen werden cursussen gegeven en er waren grote kantoren en bedrijven die hun personeel stimuleerden een cursus te gaan volgen onder het mom: “Dit is het toetsenbord van de toekomst.”’ De Telegraaf kopte in september 1983: ‘Velotype: een ware sensatie; supersnel toetsenbord Nederlandse vinding’. Volgens de krant was het de publiekstrekker op de RAI, en…

…een klapper van een uitvinding, die binnenkort onze al meer dan een eeuw ongewijzigde toetsenborden en tikmachines naar de schroothoop zal verwijzen.

Randstad Uitzendbureau ging het apparaat gebruiken en hij werd naar Engeland geëxporteerd, waar hij bij de televisiezender ITV werd ingezet bij de ondertiteling.

Computer-koppeling

In 1983 overleed Den Outer. Berkelmans zag inmiddels mogelijkheden de Velotype aan de computer te koppelen. Met de opkomst van dit baanbrekende apparaat ontstond een geheel nieuwe marktsituatie. Hierdoor kon het qwerty-toetsenbord misschien alsnog verslagen worden. En inderdaad: IBM overwoog de Velotype bij zijn computers toe te passen, maar zag er uiteindelijk toch van af omdat gebruikers een andere manier van typen moesten aanleren. Ook Philips toonde interesse. Bij dat bedrijf werden twee prototypes ontwikkeld, maar volgens Berkelmans wilde de multinational hem als mede-uitvinder zo weinig betalen dat hij stopte met de samenwerking.

Een groot voordeel van de elektronische Velotype was, dat hij meteen aan een printer kon worden gekoppeld. Nadeel was dat hij aanvankelijk nog niet rechtstreeks, maar alleen via een tussenkastje met een microprocessor en een taalbesturingsprogramma aan de computer gekoppeld kon worden. Mede hierdoor miste de Velotype de aansluiting met de opkomende pc.

In de tweede helft van de jaren negentig leek er sprake te zijn van een nieuwe opleving toen enkele zakenrelaties van Berkelmans met een door hen opgestart bedrijfje de rechten opkochten. De Velotype maakte hierdoor zijn rentree onder de naam Veyboard. De printplaten van SSI werden nog gebruikt, maar de vormgeving werd aangepast. Op 23 februari 1998 kopte de Volkskrant: ‘Een eendagsvlinder krabbelt op’.

Tijn Berkelmans typt in 2010 bij de NOS op een Velotype
Tijn Berkelmans typt in 2010 bij de NOS op een Velotype – Foto: Lex Veldhoen

Ondertiteling

Een van de mensen die betrokkenen waren bij de Veyboard was Wim Gerbecks uit Eindhoven. Hij was als jongetje kampioen sneltypen van Nederland. Berkelmans nam in 1984 contact met hem op. Gerbecks raakte in de ban van de Velotype en gaf destijds samen met Berkelmans Velotype-cursussen in steden als Madrid en Praag. Hij werkte ook mee aan de comeback van de Veyboard en werkt er lange tijd nog mee als schrijftolk en ondertitelaar voor omroepen als SBS en RTL4.

Volgens Gerbecks werd het apparaat niet alleen bij de NOS, maar ook nog in Zweden en Frankrijk gebruikt voor ondertiteling. In ons land werkte bovendien een veertigtal schrijftolken voor doven nog met de Veyboard op congressen en typten ze gesproken colleges voor dove studenten ter plekke in, waardoor de student het gesproken college direct via een beeldscherm kon volgen: Gerbecks in 2010: ‘Er is sinds enkele jaren een opleiding voor Velotypen op de Hogeschool van Utrecht. Een afstudeerder van de TU Delft onderzoekt bovendien of het toetsenbord nog verder te verbeteren is.’ Er werden volgens hem nog enkele tientallen Veyboards per jaar verkocht voor 2000 euro per stuk.

Berkelmans schreef het uitblijven van een doorbraak van de Velotype vooral toe aan de hegemonie van het wereldwijd ingeburgerde qwerty-toetsenbord, dat ergonomisch en logisch gezien niet optimaal was. Carine van Vugt beaamde de oneerlijke strijd: ‘Het was vrijwel onmogelijk te concurreren tegen zo’n sterk ingebed monopolie.’

Berkelmans had zijn hele leven gewijd aan de Velotype, maar zei: ‘Mij ging het niet zozeer om het geld, maar meer om mensen te helpen.’ Veel geld heeft hij zelf nooit geïnvesteerd, maar hij werd er ook niet rijker van: ‘Op een gegeven moment kreeg ik van het bedrijfje dat ze op dat moment maakten, onverwacht 40.000 euro toegestuurd.’

Mevrouw Berkelmans vond het mooi dat haar man zo bevlogen was: ‘Maar het ging wel ten koste van veel dingen. De Velotype ging altijd voor.’

×