Verweesde Joodse roofkunst uit oorlogsjaren wordt zichtbaarder gemaakt

2 minuten leestijd
Enkele objecten uit de NK-collectie
Enkele objecten uit de NK-collectie

Het kabinet trekt jaarlijks 400.000 euro uit om verweesde Joodse roofkunst uit de zogenoemde NK-collectie zichtbaarder te maken voor het publiek. Het gaat om duizenden kunstwerken en gebruiksvoorwerpen die tijdens de Tweede Wereldoorlog van Joodse eigenaren werden geroofd en na de oorlog uit Duitsland werden teruggehaald.

Veel oorspronkelijke eigenaren keerden nooit terug uit de concentratie- en vernietigingskampen. Daardoor bleven duizenden objecten achter zonder directe rechthebbenden. De cultuurgoederen werden later door de geallieerden in Duitsland teruggevonden en vervolgens aan Nederland overgedragen.

NK-collectie

In de eerste naoorlogse jaren werd geprobeerd geroofde bezittingen terug te bezorgen aan de rechtmatige eigenaren of hun nabestaanden. Dat bleek lang niet altijd mogelijk. Veel families waren weggevoerd en vermoord of lieten geen erfgenamen na. Objecten waarvoor geen rechthebbenden konden worden gevonden, werden ondergebracht in de Nederlands Kunstbezit-collectie (NK-collectie), de Nederlands Kunstbezit-collectie (NK-collectie), die beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).

Volgens minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert vormen de objecten in veel gevallen het laatste zichtbare spoor van mensen die slachtoffer werden van de Holocaust.

Door de collectie zichtbaar te maken houden we de herinnering aan hen levend en vertellen de geschiedenis van de Holocaust.

In 2026 telt de NK-collectie nog ruim 3300 objecten. Niet alle stukken zijn roofkunst in de context van de Holocaust, maar een deel betreft goederen die van Joodse Nederlanders en andere vervolgde groepen werden geroofd of onder dwang verkocht. De RCE onderzoekt momenteel welke objecten precies als verweesde Joodse roofkunst moeten worden aangemerkt. Dat onderzoek loopt nog tot en met 2027.

Tentoonstellingen en onderzoek

Het kabinet wil de collectie zichtbaarder maken voor een breed publiek, onder meer via reizende tentoonstellingen en extra context in musea, bijvoorbeeld met speciale informatiebordjes. Die aanpak volgt op aanbevelingen van de Commissie Asscher, die in opdracht van het Centraal Joods Overleg advies uitbracht over de omgang met verweesde Joodse roofkunst.

Daarnaast komt er extra geld beschikbaar voor herkomstonderzoek naar museumcollecties. In 2026 wordt hiervoor 500.000 euro uitgetrokken. Van 2027 tot en met 2031 loopt dit op tot een miljoen euro per jaar. Met dit onderzoek moet duidelijker worden welke objecten in Nederlandse museumcollecties mogelijk een roofkunstverleden hebben.

De minister neemt verder de aanbeveling over om verweesde Joodse roofkunst uit de NK-collectie over te dragen aan de Joodse gemeenschap. Tegelijk blijven de objecten beschikbaar voor eventuele restitutieverzoeken van individuele rechthebbenden.