In 2004 en 2007 behaalden de Vlaamse christen-democraten onder lijsttrekker Yves Leterme verkiezingsoverwinningen. In tegenstelling tot tijdgenoot Jan Peter Balkenende van het CDA (2002-2010) en in eigen land partijgenoten Wilfried Martens (1979-1991) en Jean-Luc Dehaene (1991-1999) bleef hij niet ruim een decennium premier. Al in 2011 verdween hij van het politieke toneel. Deels als gevolg van de in 2008 begonnen kredietcrisis, deels door eigen toedoen.
- 1999-2004: Vlaamse christen-democraten in de oppositie
- 2003-2004: Yves Leterme en het kartel
- 2004-2007: Vlaamse regering-Leterme
- Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV)
- 2007-2008: federale verkiezingen en formatie
- Regering-Leterme I (2008) en de val van Fortis.
- Regeringen-Van Rompuy en -Leterme II (2008-2010)
- Leterme biedt ontslag Belgische regering aan
- Omstandigheden
1999-2004: Vlaamse christen-democraten in de oppositie
Na de Tweede Wereldoorlog leverde de Christelijke Volkspartij (CVP) zo vaak de premier, dat België ook wel ‘CVP-staat’ werd genoemd. Van 1950 tot 1999 had België minder dan vijif jaar géén CVP-premier. In 1999 belandden ze toch in de oppositie. Omdat dat jaar ook gewestelijke (deelstaat) en Europese verkiezingen werden gehouden, verdwenen ze ook uit de Vlaamse regering. België kreeg, net als Nederland in 1994, een ‘Paarse’ regering van liberalen en socialisten, met Guy Verhofstadt als premier.
In 2001 veranderde de partijnaam in Christen-Democratisch en Vlaams (CD&V).1 Bij de federale verkiezingen van 2003 verloor CD&V een zetel in zowel de Kamer van Volksvertegenwoordigers (Tweede Kamer) als in Senaat (Eerste Kamer). Liberalen én socialisten wonnen, er kwam een tweede regering-Verhofstadt (2003-2007).
2003-2004: Yves Leterme en het kartel
De partijvoorzitter (in België doorgaans partijleider) trad af. De opvolger werd Yves Leterme (1960). In de jaren tachtig en negentig was hij vooral op de achtergrond actief geweest binnen de partij. In 1995 werd hij schepen (wethouder) in zijn woonplaats Ieper, in 1997 ook Kamerlid, vanaf 2001 fractievoorzitter.
Leterme positioneerde de partij als ‘positief alternatief’. Hij sloot een kartel (samenwerkingsverband) met een andere oppositiepartij, N-VA. Deels vanwege de in 2002 ingevoerde kiesdrempel van 5%, deels vanwege inhoudelijke raakvlakken: afkeer van Paars en een voorkeur voor confederalisme (zoveel mogelijk bevoegdheden naar de deelstaten en alleen het minimum voor het federale niveau).
Landelijke verkiezingen moesten iedere vier jaar worden gehouden, gewestelijke om de vijf jaren. Bij de Vlaamse verkiezingen van 2004 werd het kartel grootste partij.
2004-2007: Vlaamse regering-Leterme
Vanwege het cordon sanitaire viel tweede partij Vlaams Blok af als coalitiepartner. Leterme vormde een regering met liberalen en socialisten.2 Het kartel kreeg vier ministers. Leterme gaf zijn Kamerzetel op om minister-president te worden. Vertrouweling Jo Vandeurzen werd partijvoorzitter.
Een ministerspost ging naar kartelpartner N-VA.3 Leterme geloofde in het ‘Rijnlandse model’, nauwe samenwerking van de overheid met vakbonden en werkgeversorganisaties. Hij benoemde zowel iemand met een vakbondsachtergrond als een werkgeversvertegenwoordiger tot minister, respectievelijk Inge Vervotte en Kris Peeters. Vervotte werkte bij de christelijke vakbond tot zij in 2003 Kamerlid werd. Peeters had geen eerdere politieke ervaring. Geen van drieën was Vlaams Parlementslid geweest.
Daar wrong hem de schoen. De CD&V-fractie in het Vlaamse Parlement had vijf jaar oppositie gevoerd, maar niemand van hen werd minister. Daarnaast was niet iedereen binnen de partij enthousiast over het kartel. N-VA kon te radicaal blijken in hun eisen voor Vlaams zelfbestuur. En waarom een electorale concurrent bij de hand nemen?
Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV)
In het eerste decennium van deze eeuw keerden de communautaire spanningen tussen Nederlandstalige Vlamingen en Franstalige Walen terug. In 2002 werden de eerdere arrondissementen vervangen door provinciale kieskringen. Eén arrondissement bleef bestaan: Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV).

Nederlandstalige partijen kandideren in de praktijk niet in Franstalige provincies en andersom, alleen in Brussel doen alle partijen mee. In de kieskring BHV konden Franstaligen in de buurgemeenten alsnog op Brusselse Franstalige partijen stemmen, wat daar de positie van de Nederlandstalige minderheid verslechterde.
In 2003 oordeelde het Arbitragehof dat de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde staatsrechtelijk onjuist bevonden, omdat Vlaams-Brabant zo geen volwaardige provinciale kieskring was. Voor Vlamingen argument om de kieskring te splitsen.4 Een ergernis van Vlamingen: zij zijn meestal tweetalig, terwijl veel Franstaligen geen Nederlands beheersen. In augustus 2006 stelde Vlaams minister-president Leterme in een interview dat Franstaligen blijkbaar intellectueel niet in staat waren Nederlands te leren. Het maakte hem populair in Vlaanderen, maar omstreden in Wallonië en bij Franstalige Brusselaars.
2007-2008: federale verkiezingen en formatie
Bij de federale verkiezingen van juni 2007 werd Leterme lijsttrekker voor de Senaat. Hij behaalde bijna 800.000 voorkeurstemmen. Zijn termijn als Vlaams minister-president maakte hij niet af. Gevoelig, omdat in 2003 de liberale minister-president evenmin zijn termijn afmaakte, hij werd federaal minister in Verhofstadt II.
BHV splitsen betekende een grondwetswijziging. Daarvoor is tweederdemeerderheid nodig, wat steun van beide taalgroepen vereist. Franstaligen beschouwden N-VA als separatistisch en wantrouwden Leterme omdat hij daarmee een kartel vormde.
Een andere complicatie: het kartel leek vooraf niet afgestemd te hebben welke coalitie wenselijk was. Leterme, afkomstig van de vakbondsvleugel van zijn partij, had een voorkeur voor de socialisten. Die hadden daarvoor te veel verloren. Kartelpartner N-VA zag liever een regering met de liberalen én een staatshervorming. Onhaalbaar, want zonder Franstalige socialisten was er geen meerderheid voor een staatshervorming. Het kartel had drie jaar lang Vlaamse liberale premiers bestreden. ‘Wie gelooft Verhofstadt nog?’ zei Leterme – in een debat met Verhofstadt. De Vlaamse liberalen voelden zich niet geroepen Leterme nu de helpende hand te bieden.
De uitslag van 2007 leverde geen duidelijke meerderheden op. Leterme was zeven jaar Kamerlid geweest, maar in 1999 en 2003 kwam zijn partij niet in aanmerking voor regeringsdeelname. Hij had geen ervaring met federale formatiebesprekingen. Zijn gezag werd niet groter door een faux pas die hij 21 juli 2007 maakte, op de nationale feestdag:
De onderhandelingen duurden zo lang, dat de koning demissionair premier Verhofstadt vroeg een interim-regering te vormen: Verhofstadt III (december 2007-maart 2008), met Leterme als minister van Begroting en Institutionele Hervormingen.
Regering-Leterme I (2008) en de val van Fortis.
In maart werd Leterme eerste minister. Naast CD&V bestond de regering uit de Vlaamse liberalen en uit de Franstalige zusterpartij, socialisten én liberalen. Kartelpartner gaf gedoogsteun, maar trok die in augustus in omdat in het regeerakkoord was BHV niet geregeld. Najaar 2008 brak de wereldwijde kredietcrisis uit. De Belgische banken Fortis en Dexia werden getroffen. Fortis, dat een jaar eerder ABN Amro had overgenomen, werd opgesplitst en overgenomen door de Nederlandse en de Belgische staat.
De Nederlandse minister van Financiën Wouter Bos verklaarde dat de Nederlandse Staat ‘alleen de gezonde delen’ had overgenomen. En dat terwijl de opdeling werd aangevochten door Fortis-aandeelhouders.
In december werden Leterme en twee ministers, waaronder vertrouweling Vandeurzen, beschuldigd van mogelijke beïnvloeding van het gerecht in deze kwestie. Vandeurzen trad af. Nadat een brief van de voorzitter van het Hof van Cassatie aan de Kamervoorzitter openbaar was gemaakt, werd de positie van Leterme onhoudbaar en trad hij eveneens af.
Regeringen-Van Rompuy en -Leterme II (2008-2010)
Leterme keerde terug naar de Senaat. Hij werd snel vrijgepleit van de beschuldiging van inmenging. In juli werd hij minister van Buitenlandse Zaken. De eerdere minister werd Europees Commissaris. Als premier werd hij opgevolgd door partijgenoot Herman Van Rompuy. In tegenstelling tot Leterme had Van Rompuy tientallen jaren in de landelijke partijtop geopereerd. Hij had onderhandeld bij formaties en staatshervormingen en was senator, partijvoorzitter, minister en Kamervoorzitter geweest.
Van Rompuy werd eind 2009 de eerste permanente voorzitter van de Europese Raad, ook wel ‘president van Europa’ genoemd. Leterme werd opnieuw premier.
Niet voor lang. De kwestie Brussel-Halle-Vilvoorde was nog niet geregeld. De Vlaamse liberalen hadden sinds eind 2009 een nieuwe partijvoorzitter. Die liet zich gelden door splitsing van BHV te eisen. Toen dit er niet van kwam, trok hij april 2010 de stekker uit de coalitie. Waarop Leterme concludeerde te beschadigd te zijn om zich herkiesbaar te stellen.
Leterme biedt ontslag Belgische regering aan
Omstandigheden
De verkiezingsuitslag van 2007 bleek ingewikkeld en de kredietcrisis van 2008 was niet voorzien. Tegelijk koos Leterme zelf voor een samenwerking met de pas bestaande N-VA, die zich nog in een compromisloze fase bevond. Hij verstoorde zelf met krasse uitspraken de verhoudingen met partijen waarmee hij na de verkiezingen moest formeren. De kwestie BHV was veroorzaakt door eerdere regeringen, maar hij maakte er zelf een verkiezingsthema van.
Wat Leterme mogelijk ook opbrak, was het passeren van ervaren politici in 2004. Zijn vertrouwelingen binnen de partij waren overwegend novieten. Het is opgemerkt dat ervaren partijgenoten zich in 2007-2008 niet voor hem inspanden.5 Leterme stond er alleen voor. Een van de in 2004 gepasseerde Vlaamse parlementsleden was Eric Van Rompuy – broer van Herman.
Leterme had wel een neus voor talent. Inge Vervotte, die uit solidariteit met hem de politiek verliet, wordt beschouwd als goed bestuurder. Vandeurzen werd, net als Leterme, snel vrijgepleit en was van 2009 tot 2019 Vlaams minister. Kris Peeters volgde Leterme op als Vlaams minister-president (2007-2014) en werd federaal minister (2014-2019). Hilde Crevits, sinds 2007 Vlaams minister, werd door Leterme gescout.
Had Leterme intern ook oog en oor gehad voor ervaring, dan had hij misschien tijdig gehoord dat je niet in verkiezingstijd de verhoudingen moet bemoeilijken met partijen die je in de formatie onvermijdelijk tegenkomt.
Na Leterme leverde CD&V niet opnieuw de Belgische premier. In de in 2024 aangetreden Vlaamse regering is CD&V kleinste van drie partijen, in de in 2025 aangetreden Belgische regering kleinste van vijf.
2 – Liberalen en socialisten vormden indertijd ook kartels met kleinere partijen. Die partijen bestaan niet meer en blijven daarom buiten beschouwing.
3 – De post ging naar Geert Bourgeois, die aftrad als partijvoorzitter. Zijn opvolger, Bart De Wever, behield die functie tot hij in februari 2025 eerste minister van België werd.
4 – In 2012 is dit gebeurd. Brussel en Vlaams-Brabant zijn nu afzonderlijke kieskringen. In zes buurgemeenten mogen inwoners kiezen in welke kieskring zij stemmen.
5 – M. Van de Looverbosch, ‘De wissel van de macht’ (2015), p. 166; J. Vansevenant, ‘De strijd om de macht’ (2024), p. 627.
Humanitair opportunisme: de vele gezichten van de Britse Congo Reform beweging
Waterloo Mémorial 1815
Belgisch erfgoed: dansorgels van Decap en Mortier
Harmel-doctrine weer actueel in België