Bali, in het zuiden van de Indonesische archipel, lijkt gezegend te zijn door de goden. De adembenemende landschappen en mystieke hindoeïstische cultuur trekken toeristen aan van over de hele wereld, terwijl de zee die het eiland omspoelt bekendstaat om zijn unieke biologische rijkdom. Maar lang voordat het een tropisch vakantieparadijs werd, reisde hier een wetenschapper genaamd Alfred Russel Wallace rond, wiens ontdekkingen in de Indonesische archipel zouden leiden tot een wetenschappelijke revolutie.

Deze nederlaag was overigens in lijn met zijn levensloop, die gekenmerkt werd door een reeks van tegenslagen. Wallace had al vier jaar lang door Brazilië en Latijns-Amerika gereisd, toen de grote collectie exotische objecten die hij had verzameld verloren ging als gevolg van een brand op het schip waarmee hij naar huis reisde. Hij kon ternauwernood zijn leven redden, maar keerde volledig platzak terug in Engeland.
Desondanks bleef hij vastberaden om zijn naam te vestigen, al stond voor hem nog niet vast op welk wetenschappelijk terrein dit zou moeten zijn. Daarom besloot hij opnieuw rond te gaan reizen in een gebied waar tot dan toe nog maar weinig onderzoekers zich vertoond hadden en dat bleek het eilandenrijk van Indonesië te zijn.
In 1854 bereikte hij na een reis van zes weken Singapore, van waaruit hij acht jaar lang, overwegend alleen, langs vele eilanden zou gaan reizen en in die tijd meer dan vijfentwintigduizend diersoorten zou verzamelen, waaronder zeventien orang-oetans. Veel van deze schepselen waren in de wetenschappelijke wereld nog onbekend, zoals de honderden vogelsoorten, honderden mierensoorten en bijna duizend soorten kevers, die zijn specialisme vormden.
Invloedrijke omgevingsfactoren
Tijdens zijn onderzoek in de Indonesische archipel kwam Wallace tot revolutionaire inzichten. Terwijl hij in 1858 op het eiland Ternate herstelde van malaria, werkte hij het idee uit dat soorten niet onveranderlijk zijn, maar zich afhankelijk van omgevingsfactoren ontwikkelen. Zijn manuscript hierover stuurde hij naar Charles Darwin, die al langer aan een vergelijkbare theorie werkte. De bevindingen van beide biologen werden datzelfde jaar gezamenlijk gepresenteerd aan de Linnean Society in Londen. Toch werd vooral Darwin beroemd als grondlegger van de evolutietheorie.

Zijn conclusie dat de mens niet op één dag geschapen kon zijn, zou hem in conservatieve en religieuze kringen namelijk niet in dank worden afgenomen, zo was zijn vermoeden. En dat gold helemaal voor zijn veronderstelling dat de menselijke beschaving ontstaan is in een lang ontwikkelingsproces, met aan de oorsprong daarvan de aap. Hoewel Wallace dit als eerste in een wetenschappelijk artikel vastlegde, kwam het bekend te staan als Darwins evolutietheorie.
Ondanks gebrek aan belangstelling zette Wallace zijn onderzoeksexpeditie over de Indonesische Archipel voort. Bij een tussenstop op Bali werd zijn aandacht getrokken door het buureiland Lombok. De oversteek daarnaartoe bleek echter een hachelijke onderneming te zijn. Deze zee-engte van twintig kilometer is uiterst gevaarlijk vanwege de grote diepte die er voor verraderlijke stromingen zorgt tussen de Indische- en Stille Oceaan. De Balinezen beschouwen deze wateren daarom als een mythisch oord. De eilandjes die er in liggen bleven dan ook lang onbewoond.
Wallace-lijn
Na aankomst op Lombok deed Wallace al snel een baanbrekende ontdekking, want voor zijn ogen opende zich een volledig andere planten- en dierenwereld. Zo trof hij er ineens heel andere vogelsoorten aan. Men zou in eerste instantie denken dat het voor vogels eenvoudig was geweest om van Bali naar Lombok, of omgekeerd, te vliegen, maar dat bleek niet het geval te zijn.
Het was een regelrechte openbaring voor hem. Hij had een zogenaamde biogeografische grens ontdekt die zijn naam zou gaan dragen: de Wallace-lijn. Over de hele wereld zijn daar maar weinig voorbeelden van en hij stelde het fenomeen in 1859 als eerste vast. Ze vormt de scheiding tussen twee hermetisch afgesloten planten- en dierenrijken en loopt verder noordelijk ook tussen de grote Indonesische eilanden Borneo en Celebes door.

Westelijk van deze lijn komen geen buideldieren of paradijsvogels voor zoals die in Australisch Azië leven, ten oosten daarvan komen geen grote roofkatten, olifanten of orang-oetans voor. Omdat deze lijn samenvalt met een extreem diepe zeebodem van meer dan vierduizend meter heeft er in het verleden nooit een landbrug bestaan, zoals die er wel ooit tussen veel andere eilanden van Indonesië was en waardoor organismen zich konden verspreiden.
Ruim een halve eeuw later kwam Alfred Wegener (1880-1930) met zijn theorie van de continentendrift. Pas in de twintigste eeuw werd met de moderne platentektoniek duidelijk dat de Australische en Zuidoost-Aziatische continentaalplaten hier inderdaad van elkaar gescheiden zijn en zo ten grondslag liggen aan de Wallace-lijn. Zo kreeg zijn naamgever uiteindelijke toch de wetenschappelijke erkenning die hij tijdens zijn leven was misgelopen.

Pangea – Het supercontinent van Alfred Wegener
Charles Darwin – Vader van de evolutietheorie
Theia, de protoplaneet die het evolutieproces van de aarde veranderde
Een kaart van de evolutie
De oorsprong der soorten – On the Origin of Species
Biologieleraar wilde seks tussen aap en mens