De uitbarsting van Mont Pelée in 1902 en de geboorte van de vulkanologie

6 minuten leestijd
Saint Pierre vulkaan Mont Pelée
De herbouwde stad Saint Pierre met op de achtergrond de vulkaan Mont Pelée. (CC BY-SA 4.0 - Ze Moudong - wiki)

Op het Caraïbische eiland Martinique ligt een legendarische vulkaan die al eeuwenlang ‘de kale dame’ wordt genoemd. In het Frans, de taal van de kolonisator, veranderde dat in Mont Pelée (letterlijk ‘afgepelde berg’, naar het werkwoord ‘peler’ voor ‘pellen’ of ‘afschillen’). Deze berg op het noorden van het eiland speelde al een belangrijke rol in het leven van de inheemse bevolking en ging daarbij symbool staan voor toekomstige gevaren.

Met zijn leeftijd van ruim driehonderdduizend jaar is het weliswaar niet de oudste vulkaan op het eiland, maar wel de dominantste. Ook herinnert Mont Pelée aan de verdrijving van de oorspronkelijke bevolking die ooit op haar hellingen leefde. Later werd daar door de kolonisten hun hoofdstad Saint Pierre gebouwd. De bewoners zien de uitbarsting van 1902 nog altijd als een straffe Gods, hoewel deze later ook wetenschappelijk werd onderzocht.

De eerste bewoners

Op het noorden van het eiland ligt het dorpje Carbet ingeklemd tussen de kust en de gestolde lavastromen. De naam van het dorp verwijst naar de hutten waarin de inheemse bevolking vroeger woonde. Rond 500 v.Chr. trokken in meerdere golven bewoners vanuit Zuid-Amerika naar het eiland. Het waren landbouwers en vissers die zich rondom Mont Pelée vestigden omdat de bodem er zo vruchtbaar was. Door opeenvolgende uitbarstingen waren namelijk veel mineralen in de bodem terechtgekomen. Ze brachten zaadgoed mee naar het onbewoonde eiland, waardoor er een weelderige plantengroei tot stand kwam.

In deze vroegste bewoningsfase barstte de vulkaan vermoedelijk al meerdere keren uit. Vooral de eruptie rond 1300 moet verwoestend zijn geweest. Door deze uitbarstingen ging Mont Pelée een belangrijke rol spelen in het geloof en de belevingswereld van de bewoners. De meeste Caraïbische volkeren vereerden een almachtige schepper en op Martinique was dat een vuurgod die in de vulkaan zou wonen.

Martinique kolonie
Verbeelding van de stichting van de Franse kolonie Martinique door Pierre Belain d’Esnambuc in 1635, olieverf op doek

Kolonisatie van Martinique

Op 5 september 1635 ankerde een kleine vloot aan de voet van de vulkaan Mont Pelée. Onder aanvoering van Pierre Belain d’Esnambuc (1585-1636) werd het eiland in bezit genomen en in naam van de Franse kroon gekoloniseerd. d’Esnambuc was al tien jaar eerder in contact gekomen met één van de inheemse stamhoofden die in de buurt van het huidige Carbet woonde. Met hem sloot hij een overeenkomst, waar de andere stammen tegen in verzet kwamen. Er ontstond een oorlog waarin de Caraïbische bevolking werd afgeslacht. De weinigen die overleefden verlieten het eiland. Hieraan herinnert nu nog een legende. De allerlaatsten zouden aan de voet van Mont Pelée zelfmoord hebben gepleegd door van de rotsen in zee te springen en daarbij de Fransen hebben vervloekt. Een vergelijkbare overlevering bestaat ook op Grenada, een van de eilanden van de Kleine Antillen. Daar wordt deze wel ondersteund door historische bronnen.

In een baai bij Carbet stichtten de kolonisten Saint Pierre en verdienden er een vermogen door er suikerriet te laten verbouwen door slaven. Rond 1900 was het de belangrijkste stad op Martinique, met de grootste haven en meeste kooplieden. Het was ook een vrolijke stad, waar tijdens feesten muziek werd gemaakt die als een voorloper van de jazz kan worden beschouwd en de biguine gedanst werd, die veel weg had van de latere rumba. De betergesitueerden bezochten het casino of brachten de avond door in het mooiste theater van de Antillen met maar liefst achthonderd zitplaatsen. Qua bouwstijl was het geheel ontworpen volgens de Europese smaak van die tijd. Het droeg niet alleen bij tot de roem van Martinique, maar vervulde ook een belangrijke sociale functie en bepaalde het ritme van Saint Pierre.

Saint Pierre theater
Na de vulkaanuitbarsting is alleen de galatrap van het theater van Saint Pierre behouden gebleven. (CC BY-SA 4.0 – Otto Von Viani – wiki)

De verwoesting van Saint Pierre

Vanaf de zeventiende eeuw leek het erop alsof Mont Pelée de kolonie geaccepteerd had. In die tijd was de vulkaan slechts tweemaal ontwaakt, zonder daarbij tot uitbarsting te komen. Maar er waren geen inheemse stammen meer die de bewoners konden waarschuwen voor het geweld waartoe de vulkaan in staat was. Groot was dan ook de verrassing toen deze in 1902 dagenlang aswolken uitbraakte en modderstromen veroorzaakte. Op 8 mei om acht uur in de ochtend explodeerde ze, waarna een gloedwolk over Saint Pierre raasde zonder iets of iemand te sparen.

Verbeelding van de uitbarsting van de vulkaan Mont Pelée in 1902
Verbeelding van de uitbarsting van de vulkaan Mont Pelée in 1902
Voor de meeste bewoners van Martinique maakt deze gebeurtenis uit 1902 deel uit van hun familiegeschiedenis. De stad werd met de aardbodem gelijk gemaakt en de baai met handelsschepen veranderde in een onderwaterkerkhof. Ruim dertigduizend mensen vonden de dood. Het carnaval dat enkele weken eerder nog uitbundig gevierd was zou de toorn van God opgewekt hebben vanwege de bandeloosheid. De autoriteiten werden er ten onrechte van beschuldigd dat ze om politieke redenen niet tot een evacuatie zouden zijn overgegaan.

Ondanks het feit dat er ook veel mensen gewond, gered of gevlucht waren ontstond al snel de mythe van de ‘twee enige overlevenden’: Louis-Auguste Cyparis (1874-1929) en Léon Compère (1864-1936). Zoals bij iedere catastrofe was er ook in dit geval behoefte aan wonderen. Cyparis zat tijdens de uitbarsting in de gevangenis en werd door de dikke muren van zijn cel beschermd tegen verbranding. De sensatiepers dook op zijn wonderbaarlijke redding en hij ging zelfs optreden in de Greatest Show on Earth van ‘Barnum & Bailey’, naast een Siamese tweeling en andere publiekstrekkers.

Wetenschappelijke nasleep van de ramp

In de maanden die volgden eiste Mont Pelée nog eens enkele duizenden slachtoffers. De Franse regering stuurde geoloog Alfred Lacroix (1863-1948) naar Martinique om de ramp te onderzoeken. Hij richtte in 1903 een vulkanologische observatiepost in op de top van de Morne des Cadets. Het was het eerste Franse meetstation in haar soort en wereldwijd nummer twee na dat van de Italianen bij de Vesuvius.

Saint-Pierre vulkaan
Het was ook de eerste vulkaanuitbarsting waarvan de gevolgen fotografisch werden vastgelegd.
De vulkaan Mont Pelée werd verplicht studiemateriaal voor iedere geoloog en de ‘Peléaanse uitbarsting’ een begrip dat gedefinieerd was door Lacroix. Hij bracht zes maanden door op de Morne des Cadets, kon als eerste het fenomeen van de stratovulkaan verklaren en beschreef het verschijnsel gloedwolk. Nadat de top van Mont Pelée op 5 en 6 mei 1902 al in een gloed was gehuld als gevolg van uitstromende lava, kwam er in de eruptie van 8 mei gas en vast materiaal vrij. Hieruit vormde zich een gloedwolk van meerdere honderden graden Celsius en een snelheid van zo’n honderdvijftig meter per seconde. In de decennia die volgden groeide Mont Pelée uit tot een gewild studieobject voor vulkanologen zoals Frank A. Perret (1867-1943) en Thomas Jaggart (1871-1953) die het eerste observatorium op Hawaï liet bouwen. Zij beschouwden Alfred Lacroix als de pionier die als eerste vulkanologische fenomenen wetenschappelijk beschreef, maar ook de bevolking uit de omliggende gebieden systematisch ging interviewen. Toen de vulkaan tussen 1929 en 1932 opnieuw ontwaakte, werden de bewoners wel tijdig geëvacueerd.

De opkomst van Fort-de-France

Aswolken boven Mont Pelée tijdens de uitbarsting in 1902.
Aswolken boven Mont Pelée tijdens de uitbarsting in 1902.
Saint Pierre werd door de overwegend zwarte bevolking later weer opgebouwd. Maar het was een verderop gelegen stad die van de uitbarsting profiteerde: de garnizoens- en havenstad Fort de France. Rond 1900 was deze stad in vergelijking met Saint Pierre nog maar een klein bestuurscentrum waar de gouverneur resideerde. Maar de ramp van 1902 versnelde haar groei, omdat het toen nog de enig over gebleven stad op het eiland was.

Kort na 1902 werd ze overspoeld door zo’n twintigduizend vluchtelingen uit de omgeving van Mont Pelée die daar niet meer terug durfden te keren. Dat leidde tot de bouw van nieuwe buitenwijken zoals Terres Sainville dat hen onderdak bood en zich ontwikkelde tot een arbeiderskwartier. In de loop van de twintigste eeuw gingen zij de Creoolse identiteit van de stad bepalen. Hoewel ook vandaag de dag ‘de kale dame’ Martinique nog altijd domineert, wordt ze nauwlettend in de gaten gehouden door wetenschappers en bestuurders.

Verschillende types van uitbarsting zoals ze in de vulkanologie bekend zijn

Verschillende types van uitbarsting zoals ze in de vulkanologie bekend zijn.
CC BY-SA 4.0 – Politecnico di Milano – wiki

Bronnen

Arte TV Invitation au Voyage / Stadt, Land & Kunst 13-12-2025
×