‘U stuurde te weinig goud’ – Koninklijke diplomatie in de tijd van farao Achnaton

‘Contact tussen samenlevingen was échte motor van de geschiedenis’
7 minuten leestijd
Amarnabrief EA 365. Een kleitablet met spijkerschrift, onderdeel van de diplomatieke correspondentie gevonden in Amarna.
Amarnabrief EA 365. Een kleitablet met spijkerschrift, onderdeel van de diplomatieke correspondentie gevonden in Amarna. (CC BY-SA 2.0 - Rama / Louvre - wiki)
Bij uitgeverij Thomas Rap verschijnt deze week Het Westen. Een 4000-jarige geschiedenis, waarin Josephine Quinn het traditionele beeld van de westerse beschaving bijstelt. Ze onderzoekt hoe uitwisseling tussen culturen – van het Egyptische alfabet tot Indiase cijfers in Europa – mede vorm gaf aan onze geschiedenis. Op Historiek publiceren we een fragment uit haar boek over diplomatieke communicatie in de bronstijd en klachten over krenterige Egyptenaren…

De ‘broederrijken’

Amarna, ca. 1350 v.Chr.

We schrijven 1887, een stoffige heuvel aan de oostoever van de Nijl, zo’n 250 kilometer ten zuiden van Caïro. De precieze toedracht is niet bekend. Het verhaal gaat dat een vrouw uit de buurt op een dag begon te graven in de overwoekerde overblijfselen van een tell, een kunstmatige heuvel, vlak buiten het dorpje Amarna. Het is mogelijk dat er anderen bij betrokken waren, want verhalen over antieke voorwerpen die op de markt opduiken zijn niet altijd betrouwbaar. Maar ze zou op zoek naar leemstenen zijn geweest, bouwstenen van in de zon gedroogde klei. Wat ze vond was een kleine verzameling kleitabletten, aan beide kanten beschreven met spijkerschrift. Uiteindelijk zijn er meer dan vierhonderd tabletten opgegraven, allemaal brieven die zijn geschreven in de korte tijd dat op de plek van deze tell de belangrijkste stad van Egypte, en misschien wel van de wereld lag.

Een standbeeld van farao Achnaton. Museum der Egyptische oudheden, Caïro
Een standbeeld van farao Achnaton. Museum der Egyptische oudheden, Caïro (CC BY-SA 2.5 – wiki)
De stad werd gebouwd door een koning die niet voor het koningschap bestemd was geweest. Maar eerst overleed zijn oudere broer, en toen zijn vader, Amenhotep III. In 1353 v.Chr. kwam hij als Amenhotep IV op de troon. Toen hij een paar jaar aan de macht was, brak hij met de Egyptische staatsgodsdienst, sloot de tempels en wijdde zich exclusief aan de zonnegod Aton. Hij veranderde zijn naam in Achnaton (‘hij die nuttig is voor Aton’), en met zijn echtgenote Nefertiti bouwde hij een nieuwe hoofdstad aan de Nijl, die hij Achetaton (‘de horizon van Aton’) noemde. Hij had weinig aandacht voor bestuurszaken, verwaarloosde het rijk en richtte de economie te gronde. Hij bleef twintig jaar aan het bewind, maar zodra hij was overleden, herstelde zijn jonge zoon de oude tradities en de oude hoofdsteden Memphis en Thebe in ere, en veranderde zijn naam Toetanchaton in Toetanchamon.

De Amarnabrieven vertellen ons niets over de religieuze opvattingen van Achnaton, maar gunnen ons wel een blik op een groot economisch, politiek en cultureel netwerk uit het midden van de veertiende eeuw v.Chr., toen in een halvemaan van Egypte tot Anatolië verstedelijkte rijken het stralende middelpunt vormden van een archipel van kleine satellietstaten en opkomende rivalen die zich naar alle kanten uitstrekte.

Dit waren de hoogtijdagen van de bronstijd, die een fortuinlijke elite veel macht en rijkdom bracht. Voor hen was de Egeïsche Zee het verre westen; heel soms vingen ze een glimp op van wat daarachter lag. Maar dat is niet het hele verhaal. De wereld werd in deze periode kleiner: door goederen en brieven, handel en oorlog raakten mensen en plaatsen steeds nauwer met elkaar verbonden. In de dertiende eeuw v.Chr. mocht ten minste één Egeïsch rijk met de grote jongens meespelen.

Correspondentie op hoog niveau

Toetanchamon, dodenmasker
Toetanchamon, dodenmasker
De Amarnabrieven zijn zonder uitzondering gevonden in een gebouw dat, volgens de antieke stempels op de leemstenen, ‘het bureau voor de correspondentie van de farao’ was. (Farao betekende oorspronkelijk ‘koninklijk huis’ maar werd inmiddels ook met de koning zelf geassocieerd). Ze bestrijken een kleine drie decennia, van de laatste jaren van het bewind van Amenhotep III tot het eerste jaar van dat van Toetanchamon. Ze zijn hoofdzakelijk geschreven in het Akkadisch, toentertijd in heel de regio de taal van de diplomatie. De verzameling omvat zo’n veertig brieven, geschreven door een groep machtige heersers die elkaar met ‘broeder’ en ‘grote koning’ aanspreken.

Behalve de Egyptische farao waren dit de koningen van ‘Alashia’ (Cyprus), een eiland dat rijk was aan koper, de koningen van Hatti, die bezig waren hun grondgebied uit te breiden tot in de noordelijke Levant, de koningen van Mitanni, die gebieden tussen de Middellandse Zee en het Zagrosgebergte in handen hadden, en de Kassitische koningen van Babylon in het zuiden, aan de uiterst belangrijke routes naar de Perzische Golf. De Amarnabrieven laten het belang zien van het contact en de communicatie tussen deze rijken, die gewoonlijk als aparte culturen of beschavingen worden beschouwd. Ook geven de brieven ons een ongewoon duidelijk beeld van hoe die communicatie in de praktijk ging.

De koningen begonnen hun brieven met een beleefde groet en de vraag hoe het er met de belangrijkste zaken voor stond:

Zeg aan Naphururea [Achnaton], koning van Egypte, mijn broeder: Dit zegt Burnaburiash [II], koning van Karaduniash [Babylon], uw broeder. Met mij gaat alles goed. Moge alles goed gaan met u, uw land, uw huishouden, uw vrouwen, uw zonen, uw magnaten, uw paarden en uw strijdwagens.

Bij wijze van groet stuurden de koningen voor hun rijk kenmerkende geschenken met hun brieven mee: goud uit Egypte; koper uit Alashia; lapis lazuli en paarden uit Babylonië; lapis lazuli, paarden en strijdwagens uit Assyrië; lapis lazuli, paarden, strijdwagens, stoffen en slaven uit Mittani. Van de ‘geschenken’ werden nauwkeurig het aantal, het gewicht en ander standaardeenheden vastgelegd. Zo wordt lapis lazuli gestuurd in ‘brokken’ en als kralen in de vorm van ‘krekels’. Metaal werd bij ontvangst vaak gesmolten en op kwaliteit gecontroleerd.

Egyptische krenterigheid

De brieven zelf bevatten voornamelijk klachten over het gedrag van de ander en over inbreuken op de etiquette. Dat lijkt soms nogal kinderachtig: we lezen regelmatig dat de schrijver geen beterschapsgeschenk, uitnodiging of r.s.v.p. heeft ontvangen. Een terugkerend onderwerp is de krenterigheid van de Egyptische koning, die niet zoveel goud met zijn brieven meestuurt als voorheen, zoals zijn vader vroeger deed, of als zijn correspondent op dat moment nodig heeft. In één geval schrijft de koning van Mittani zelfs aan de moeder van Achnaton om zich erover te beklagen dat de standbeeldjes die haar zoon hem heeft gestuurd niet van puur goud zijn, maar verguld.

‘Hij beklaagt zich erover dat de hoeveelheid goud die de Egyptische koning heeft gestuurd onvoldoende is om de reiskosten van zijn gezanten te dekken’

Maar er zijn ook brieven over meer traditionele diplomatieke onderwerpen. De koningen waren weliswaar ‘broeders’ van de Egyptische koning, maar daarmee niet per se ook van elkaar, want rond 1350 v.Chr. wordt het zieltogende Mitanni door de Hattiërs vernietigd. Hatti verovert de westelijke delen van Mitanni en laat het oude kerngebied ten oosten van de Eufraat aan een omgehooggevallen koning van Assur. (Assur is dan al niet meer de semirepubliek uit de tijd van Karum Kanesh.) De Assyriër probeert vervolgens vriendschap met Achnaton te sluiten en diens bondgenoot te worden. Die moet daarop zijn ingegaan, want al in zijn tweede brief noemt de Assyriër Achnaton ‘broeder’ en beklaagt hij zich erover dat de hoeveelheid goud die de Egyptische koning heeft gestuurd onvoldoende is om de reiskosten van zijn gezanten te dekken. De nieuwe vriendschapsband viel kennelijk verkeerd bij Burnaburiash II van Babylon, want die schrijft naar Amarna:

Wat mijn Assyrische vazallen betreft, ik heb ze niet naar u toe gestuurd. Waarom zijn ze op eigen gezag naar uw land gegaan? Als u mij liefheeft, doen ze helemaal geen zaken. Stuur ze met lege handen naar mij toe.

Burnaburiash vindt ook nog de tijd om een ander punt ter sprake te brengen:

Op dit moment verricht ik grootschalige werkzaamheden aan een tempel, en de uitvoering houdt me zeer bezig […] Stuur me een grote hoeveelheid goud.
De brief van de Assyrische koning Assur-uballit aan de koning van Egypte
De brief van de Assyrische koning Assur-uballit aan de koning van Egypte uit het archief van el-Amarna, ca. 1353–1336 v.Chr., Metropolitan Museum of Art. (CC0 – wiki)

Wederzijdse afhankelijkheid

Het gemopper over geschenken en uitnodigingen was in werkelijkheid even belangrijk als de diplomatieke uitwisseling. Samen zijn dit de drijvende krachten achter deze veelheid van allianties. Alle koningen hadden behoefte aan politieke erkenning van hun veroveringen en aan middelen om de legers en de paleizen te bekostigen waarmee ze hun positie consolideerden. De heersers van de antieke supermachten hadden elkaar nodig om hun macht over hun onderdanen en de door hen veroverde rijken te behouden, en ze hielden een balans bij, zowel van betalingen als van prestige. Zo bezien getuigen klachten over ondermaatse geschenken niet zozeer van slechte manieren als wel van verstandig schatkistbeheer.

Het systeem stond of viel met persoonlijke relaties, niet alleen tussen de koningen zelf, maar tussen nog veel meer mensen: in de Amarnabrieven worden reizen, bijeenkomsten, geschillen, handel en andere vormen van uitwisseling, vaak over zeer lange afstanden, beschreven. Sommige betrokkenen waren zelf geschenken: slaven of deskundigen die werden uitgeleend. Zo vraagt de koning van Alashia de Egyptenaren om een expert die de voortekenen in de vlucht van gieren kan uitleggen.

Maar vooral de vrouwelijke verwanten van de koningen werden uitgewisseld als ultiem symbool van verbintenis. Amenhotep III trouwde de dochters van twee Babylonische koningen, twee koningen van Mitanni en een koning van het West-Anatolische Arzawa. Zulke politieke huwelijken leverden hem meer op dan alleen vrouwen en goodwill. Bij elk koninklijk huwelijk werd in het archief in Amarna een lijst met de bruidsschat gedeponeerd, en die lijsten bevatten grote hoeveelheden edelstenen, goud en zilver, sieraden, wapens, werktuigen en meubels.

Het westen - Josephine Quinn
 
De huwelijksonderhandelingen verliepen niet altijd even gladjes. In een opmerkelijk zure brief meldt de Babylonische koning Kadashman-enlil aan Amenhotep III dat hij zijn dochter toch maar liever niet aan hem uithuwelijkt, want niet alleen weigert zijn ‘broeder’ dit gebaar te beantwoorden met een eigen dochter, hij stuurt Kadashman-enlil ook geen passende geschenken en nodigt hem evenmin uit voor zijn feestjes. En trouwens, de zuster van Kadashman-enlil is al als koninklijke bruid naar Egypte gestuurd, en van haar is al een tijd niets meer vernomen. Daarop maakt Amenhotep de niet onredelijke tegenwerping dat de mannen die Kadashman-enlil had gezonden om navraag te doen naar zijn zuster, haar nooit hadden ontmoet, en dus niet konden weten of de vrouw die hij hun presenteerde inderdaad zijn zuster was.

Uiteindelijk neemt de Babylonische koning het risico om zijn dochter dit huwelijk te laten aangaan, op voorwaarde dat Amenhotep hem ‘direct, in allerijl, deze zomer nog, zo veel mogelijk goud’ stuurt voor een paleis dat hij aan het bouwen is. Hij nodigt de Egyptische koning ook nadrukkelijk uit voor de opening. Misschien is dit arme meisje de auteur van de enige brief waarvan we zeker weten dat die door een vrouw is geschreven. Een onbekende adressaat in Babylon wordt daarin op het hart gedrukt:

Maak je geen zorgen, want daar word ik verdrietig van.
×