De ‘broederrijken’
We schrijven 1887, een stoffige heuvel aan de oostoever van de Nijl, zo’n 250 kilometer ten zuiden van Caïro. De precieze toedracht is niet bekend. Het verhaal gaat dat een vrouw uit de buurt op een dag begon te graven in de overwoekerde overblijfselen van een tell, een kunstmatige heuvel, vlak buiten het dorpje Amarna. Het is mogelijk dat er anderen bij betrokken waren, want verhalen over antieke voorwerpen die op de markt opduiken zijn niet altijd betrouwbaar. Maar ze zou op zoek naar leemstenen zijn geweest, bouwstenen van in de zon gedroogde klei. Wat ze vond was een kleine verzameling kleitabletten, aan beide kanten beschreven met spijkerschrift. Uiteindelijk zijn er meer dan vierhonderd tabletten opgegraven, allemaal brieven die zijn geschreven in de korte tijd dat op de plek van deze tell de belangrijkste stad van Egypte, en misschien wel van de wereld lag.

De Amarnabrieven vertellen ons niets over de religieuze opvattingen van Achnaton, maar gunnen ons wel een blik op een groot economisch, politiek en cultureel netwerk uit het midden van de veertiende eeuw v.Chr., toen in een halvemaan van Egypte tot Anatolië verstedelijkte rijken het stralende middelpunt vormden van een archipel van kleine satellietstaten en opkomende rivalen die zich naar alle kanten uitstrekte.
Dit waren de hoogtijdagen van de bronstijd, die een fortuinlijke elite veel macht en rijkdom bracht. Voor hen was de Egeïsche Zee het verre westen; heel soms vingen ze een glimp op van wat daarachter lag. Maar dat is niet het hele verhaal. De wereld werd in deze periode kleiner: door goederen en brieven, handel en oorlog raakten mensen en plaatsen steeds nauwer met elkaar verbonden. In de dertiende eeuw v.Chr. mocht ten minste één Egeïsch rijk met de grote jongens meespelen.
Correspondentie op hoog niveau

Behalve de Egyptische farao waren dit de koningen van ‘Alashia’ (Cyprus), een eiland dat rijk was aan koper, de koningen van Hatti, die bezig waren hun grondgebied uit te breiden tot in de noordelijke Levant, de koningen van Mitanni, die gebieden tussen de Middellandse Zee en het Zagrosgebergte in handen hadden, en de Kassitische koningen van Babylon in het zuiden, aan de uiterst belangrijke routes naar de Perzische Golf. De Amarnabrieven laten het belang zien van het contact en de communicatie tussen deze rijken, die gewoonlijk als aparte culturen of beschavingen worden beschouwd. Ook geven de brieven ons een ongewoon duidelijk beeld van hoe die communicatie in de praktijk ging.
De koningen begonnen hun brieven met een beleefde groet en de vraag hoe het er met de belangrijkste zaken voor stond:
Bij wijze van groet stuurden de koningen voor hun rijk kenmerkende geschenken met hun brieven mee: goud uit Egypte; koper uit Alashia; lapis lazuli en paarden uit Babylonië; lapis lazuli, paarden en strijdwagens uit Assyrië; lapis lazuli, paarden, strijdwagens, stoffen en slaven uit Mittani. Van de ‘geschenken’ werden nauwkeurig het aantal, het gewicht en ander standaardeenheden vastgelegd. Zo wordt lapis lazuli gestuurd in ‘brokken’ en als kralen in de vorm van ‘krekels’. Metaal werd bij ontvangst vaak gesmolten en op kwaliteit gecontroleerd.
Egyptische krenterigheid
De brieven zelf bevatten voornamelijk klachten over het gedrag van de ander en over inbreuken op de etiquette. Dat lijkt soms nogal kinderachtig: we lezen regelmatig dat de schrijver geen beterschapsgeschenk, uitnodiging of r.s.v.p. heeft ontvangen. Een terugkerend onderwerp is de krenterigheid van de Egyptische koning, die niet zoveel goud met zijn brieven meestuurt als voorheen, zoals zijn vader vroeger deed, of als zijn correspondent op dat moment nodig heeft. In één geval schrijft de koning van Mittani zelfs aan de moeder van Achnaton om zich erover te beklagen dat de standbeeldjes die haar zoon hem heeft gestuurd niet van puur goud zijn, maar verguld.
Maar er zijn ook brieven over meer traditionele diplomatieke onderwerpen. De koningen waren weliswaar ‘broeders’ van de Egyptische koning, maar daarmee niet per se ook van elkaar, want rond 1350 v.Chr. wordt het zieltogende Mitanni door de Hattiërs vernietigd. Hatti verovert de westelijke delen van Mitanni en laat het oude kerngebied ten oosten van de Eufraat aan een omgehooggevallen koning van Assur. (Assur is dan al niet meer de semirepubliek uit de tijd van Karum Kanesh.) De Assyriër probeert vervolgens vriendschap met Achnaton te sluiten en diens bondgenoot te worden. Die moet daarop zijn ingegaan, want al in zijn tweede brief noemt de Assyriër Achnaton ‘broeder’ en beklaagt hij zich erover dat de hoeveelheid goud die de Egyptische koning heeft gestuurd onvoldoende is om de reiskosten van zijn gezanten te dekken. De nieuwe vriendschapsband viel kennelijk verkeerd bij Burnaburiash II van Babylon, want die schrijft naar Amarna:
Burnaburiash vindt ook nog de tijd om een ander punt ter sprake te brengen:

Wederzijdse afhankelijkheid
Het gemopper over geschenken en uitnodigingen was in werkelijkheid even belangrijk als de diplomatieke uitwisseling. Samen zijn dit de drijvende krachten achter deze veelheid van allianties. Alle koningen hadden behoefte aan politieke erkenning van hun veroveringen en aan middelen om de legers en de paleizen te bekostigen waarmee ze hun positie consolideerden. De heersers van de antieke supermachten hadden elkaar nodig om hun macht over hun onderdanen en de door hen veroverde rijken te behouden, en ze hielden een balans bij, zowel van betalingen als van prestige. Zo bezien getuigen klachten over ondermaatse geschenken niet zozeer van slechte manieren als wel van verstandig schatkistbeheer.
Het systeem stond of viel met persoonlijke relaties, niet alleen tussen de koningen zelf, maar tussen nog veel meer mensen: in de Amarnabrieven worden reizen, bijeenkomsten, geschillen, handel en andere vormen van uitwisseling, vaak over zeer lange afstanden, beschreven. Sommige betrokkenen waren zelf geschenken: slaven of deskundigen die werden uitgeleend. Zo vraagt de koning van Alashia de Egyptenaren om een expert die de voortekenen in de vlucht van gieren kan uitleggen.
Maar vooral de vrouwelijke verwanten van de koningen werden uitgewisseld als ultiem symbool van verbintenis. Amenhotep III trouwde de dochters van twee Babylonische koningen, twee koningen van Mitanni en een koning van het West-Anatolische Arzawa. Zulke politieke huwelijken leverden hem meer op dan alleen vrouwen en goodwill. Bij elk koninklijk huwelijk werd in het archief in Amarna een lijst met de bruidsschat gedeponeerd, en die lijsten bevatten grote hoeveelheden edelstenen, goud en zilver, sieraden, wapens, werktuigen en meubels.

Uiteindelijk neemt de Babylonische koning het risico om zijn dochter dit huwelijk te laten aangaan, op voorwaarde dat Amenhotep hem ‘direct, in allerijl, deze zomer nog, zo veel mogelijk goud’ stuurt voor een paleis dat hij aan het bouwen is. Hij nodigt de Egyptische koning ook nadrukkelijk uit voor de opening. Misschien is dit arme meisje de auteur van de enige brief waarvan we zeker weten dat die door een vrouw is geschreven. Een onbekende adressaat in Babylon wordt daarin op het hart gedrukt:
Assur-uballit I en de opkomst van het Midden-Assyrische rijk
Hattusa, hoofdstad van de Hettieten
Feitjes en weetjes over de Egyptenaren
Koningin Hatsjepsoet betaalde voor haar macht met postume vergetelheid