Gaza in de oudheid
De Gazastrook bestaat uit een vlak en vruchtbaar landschap langs de Middellandse Zee. Het milde klimaat en de natuurlijke ondergrondse waterreservoirs zorgen voor goede landbouwgrond. Gaza lag bovendien strategisch: het was het eindpunt van de kustroute door de Levant, de landstrook ten oosten van de Middellandse Zee. Daarachter strekte de woestijn zich uit. Door die ligging werd Gaza steeds inzet van strijd tussen grootmachten uit de Nijldelta en machthebbers uit het Midden-Oosten. Het fungeerde als bruggenhoofd voor wie de overkant wilde veroveren.
Gaza tot 1250 voor Christus
Al in de prehistorie ontstonden in Gaza vaste nederzettingen en landbouwgemeenschappen. De handel met naburige regio’s bloeide op, mede door de gunstige ligging tussen Mesopotamië, Arabië en Egypte. Het gebied groeide uit tot een belangrijk handelsknooppunt. Na de val van het Akkadische Rijk in de tweeëntwintigste eeuw v.Chr. nam de invloed van Egypte toe. Dat bleek uit begrafenisrituelen en grafgiften die duidelijke Egyptische kenmerken droegen.

In de vijftiende eeuw v.Chr. ontstond landinwaarts Gaza-Stad, gebouwd bij een natuurlijke haven. Het groeide uit tot een van de oudste continu bewoonde steden ter wereld. De naam betekende waarschijnlijk ‘kracht’ of ‘macht’, wat goed paste bij de strategische rol van de stad. Gaza werd zetel van de Egyptische gouverneur en ontwikkelde zich tot een bruisend handelscentrum. Handelsposten als Rafah en Deir al-Balah maakten deel uit van dit netwerk. Vanuit Gaza beheersten de Egyptenaren de kuststreek tot in het huidige Libanon.
Het gebied stond bekend als Kanaän. Dat was geen politieke eenheid, maar een verzameling stadstaten. De term is tot op de dag van vandaag politiek beladen. Volgens het Oude Testament en de Joodse Tenach zou Kanaän verwijzen naar een volk waarmee de Israëlieten in conflict stonden. Historisch is dat twijfelachtig. De bewoners zagen zichzelf niet als Kanaänieten. De naam Kanaän werd wel gebruikt, maar niet als aanduiding van een land of samenhangend volk. Andere namen circuleerden ook, zoals Palestina, Retjenu en Djahi.
Gaza, Palestina en de Filistijnen
In de twaalfde eeuw v.Chr. verschenen de zeevolkeren aan de kust. Over hun herkomst bestaat veel discussie, vooral door het gebrek aan bronnen. Kwam dit volk uit de Egeïsche Zee, uit Sicilië of Sardinië, of misschien uit Anatolië? Het blijft onzeker. Wat wel duidelijk is, is dat hun aanvallen op Egypte, de Levant en Anatolië grote gevolgen hadden. Ze droegen bij aan de val van machtige rijken en brachten nieuwe bevolkingsgroepen naar de Levant.

Een van die groepen waren de Filistijnen of Peleset. Zij vestigden zich in Zuidwest-Kanaän, in wat bekend werd als Philistia, met Gaza als een van hun centra. Waarschijnlijk is de naam Palestina hieruit voortgekomen. Volgens overleveringen vormden de Filistijnen een pentapolis, een verbond van vijf steden waaronder Gaza en het huidige Asjkelon. Toch is het twijfelachtig of dit echt een blijvend statenverbond was. Eerder lijkt het te gaan om losse stadstaten die afhankelijk van de omstandigheden wisselende allianties sloten, zowel met elkaar als met omliggende steden.
Steeds vaker veronderstellen historici dat de Filistijnen niet zozeer door verovering, maar door geleidelijke infiltratie en vermenging met de plaatselijke bevolking een plek kregen. Archeologische vondsten ondersteunen dit beeld: een uitgesproken Filistijnse cultuur hield slechts kort stand, waarna snel Kanaänitische invloeden zichtbaar werden, bijvoorbeeld in religieuze voorwerpen en godsbeelden.
Gazanen, Palestijnen en Israëlieten gelijktijdig aanwezig
De herkomst van de Joodse stammen en hun ontwikkeling tot de koninkrijken Juda en Israël zijn omgeven door onzekerheid. Dat geldt voor veel gebeurtenissen in de oudheid, vooral door het gebrek aan betrouwbare bronnen. Tot circa 1200 v.Chr., toen Egypte nog heerste over Kanaän, bestond er geen volk Israël. Mogelijk trokken stammen vanuit het oosten het bergland van Kanaän binnen. Een andere verklaring is dat stedelingen door armoede en verval naar het platteland verhuisden. Klimaatveranderingen zorgden toen voor meer regen en vruchtbare grond, waardoor landbouw mogelijk werd in gebieden die eerder ongeschikt waren. Israël kan dus uit Kanaän zelf zijn voortgekomen, als een mengeling van groepen die zich gaandeweg vormden tot stammen en uiteindelijk tot een staat.

Het Bijbelse verhaal van de uittocht uit Egypte, de Exodus, lijkt eerder een religieuze legende dan een historisch feit. Er zijn geen bronnen buiten de Bijbel die de aanwezigheid van een volk Israël in Egypte bevestigen. Ook is er geen bewijs voor een massale tocht van veertig jaar door de woestijn. Egyptische grensposten hielden nauwkeurig toezicht en zouden een dergelijke vlucht hebben geregistreerd. Volgens de Bijbelse chronologie zou de Exodus rond 1450 v.Chr. hebben plaatsgevonden. In die periode, van 1550 tot 1150 v.Chr., beheerste Egypte echter Kanaän volledig. Een verovering door Israëlieten was daarom onmogelijk.
Pas nadat Egypte zich uit Kanaän had teruggetrokken, ontstond iets dat we kunnen aanduiden als het volk Israël. De Kanaänieten waren er dus eerder en het gebied kende van meet af aan een gemengde bevolking. Rond dezelfde tijd vestigden ook de Filistijnen zich in de regio. Van een Joodse godsdienst was nog geen sprake. Palestijnen en Israëlieten leefden er samen, intussen al meer dan dertig eeuwen.
Gaza (en Israël/Juda) onder Egyptenaren, Assyriërs, Babyloniërs en Perzen
Rond 1100 v.Chr. verloren de Egyptenaren hun greep op Kanaän en de Sinaï. In de berggebieden van Kanaän vestigden zich Israëlitische stammen, waarschijnlijk een mengeling van verschillende bevolkingsgroepen. De god Jahweh, afkomstig uit Zuid-Jordanië, kreeg er steeds meer aanhang, naast andere goden. Hoe Jahweh uiteindelijk de nationale god van Israël en Juda werd, is moeilijk te achterhalen. Het was een langzaam proces dat pas in de vijfde eeuw v.Chr. voltooid werd.
In de lagere delen van Palestina bleven Kanaänieten en Filistijnen wonen. De Filistijnse invloed reikte steeds verder: naar het noorden tot aan de berg Karmel, bij het huidige Haifa, en naar het oosten, tot in het bergland. Halverwege de tiende eeuw v.Chr. probeerden de Egyptenaren opnieuw de Levant te veroveren en bezetten zij Gaza. In Kanaän ontstonden toen koninkrijken, waaronder Israël en Juda. Vaak wordt deze periode verbonden met de Bijbelse koningen David en Salomo, maar archeologisch bewijs ontbreekt. Voor het bestaan van een noordelijk koninkrijk Israël en een zuidelijk koninkrijk Juda zijn daarentegen wel meerdere bronnen. Rond 925 v.Chr. eindigde de Egyptische bezetting van Kanaän en Gaza. Gaza bleef daarna, tot in de achtste eeuw, een Filistijnse stad.
Vanaf de negende eeuw v.Chr. begon het nieuwe Assyrische Rijk zijn macht uit te breiden. In de achtste eeuw richtte het zich op het oostelijke Middellandse Zeegebied en onderwierp het de koninkrijken Israël en Juda. In 734 v.Chr. viel het ook de Gazastrook aan. Koning Hanunu van Gaza zag in dat verzet zinloos was en vluchtte naar Egypte. Mogelijk hoopte hij daar steun te vinden, maar die bleef uit. De Assyriërs lieten hem terugkeren op voorwaarde dat Gaza de vazalstatus accepteerde. Gaza werd geplunderd, de koninklijke familie gedeporteerd, en Assyrische goden namen de plaats van de lokale goden in. De stad werd stevig in het rijk geïntegreerd, als buffer tegen Egypte en als knooppunt voor handel naar het zuidoosten.

Eind zevende eeuw v.Chr. viel het Assyrische Rijk uiteen. De gouverneurs trokken zich terug uit Palestina en Gaza, waardoor de belastingdruk verdween. De Filistijnse stadstaten richtten zich op Egypte, zochten steun en versterkten de handelsbetrekkingen. Toch hield de Egyptische macht niet lang stand. Het nieuwe Babylonische Rijk nam de regio over, en voortaan betaalden de Gazanen hun tribuut aan koning Nebukadnezar. Hij regeerde ruim veertig jaar over de Levant.
Een opstand in Juda bezegelde het lot van Jeruzalem. In 586 v.Chr. werd de tempel verwoest en een deel van de bevolking gedeporteerd, vermoedelijk zo’n twintigduizend van de tachtigduizend inwoners. In Babylonië waren zij geen slaven, maar pachters: ze kregen landbouwgrond in bruikleen om in hun onderhoud te voorzien. Nebukadnezar vernietigde ook de zuidelijke koninkrijken Ammon en Moab, waardoor steeds meer Arabieren zich in de streek vestigden.
In de nadagen van Babylonië groeide de dreiging van de Perzen. In 539 v.Chr. veroverde Cyrus de Grote het kerngebied van Babylon. Hij ging de geschiedenis in als een van de grootste veroveraars. Met betrekkelijk weinig geweld bracht hij bijna het hele Midden- en Nabije Oosten onder één gezag. In 525 v.Chr. trok zijn zoon Kambyses naar Egypte en passeerde Gaza, dat kort daarvoor onder Egyptisch bestuur had gestaan. Gaza gaf zich zonder verzet over en kwam onder Perzische heerschappij. De stad groeide uit tot een militair bolwerk en een knooppunt van handel. Kruiden en edelstenen uit Jemen vonden hier hun weg, terwijl Grieks aardewerk werd uitgevoerd.

Een van de Joodse hervormingen was een verbod op gemengde huwelijken. Mannen die getrouwd waren met een buitenlandse vrouw moesten scheiden en hun kinderen verstoten. Zo groeiden de Judeeërs uit tot een herkenbare gemeenschap: de Joden. Jeruzalem bloeide langzaam op, maar de omliggende stadstaten, waaronder de Filistijnse, zagen dat als een bedreiging. Voor haar veiligheid herbouwde Jeruzalem haar stadsmuren.
Israëlisch-Palestijns conflict – Achtergrond
Koning Salomo en de tempel van Jeruzalem
Joden, Romeinen en Arabieren in Jeruzalem
Hoe uit een klein koninkrijk twee wereldreligies ontstonden
Balfour-verklaring (1917)
Dries van Agt – Premier van Nederland