Week van de koloniale geschiedenis
Dark
Light

Hattusa, hoofdstad van de Hettieten

7 minuten leestijd
Zicht op Hattusa
Zicht op Hattusa - Foto: Edwin Ruis

In het tweede millennium voor Christus verscheen er een nieuw volk in Anatolië: de Hettieten of Hittieten. Ze waren anders dan de andere volken in de regio. Het was geen semitisch, maar een Indo-Europees volk afkomstig uit hedendaags Oost-Europa. Eeuwenlang beheersten de Hettieten Centraal-Anatolië en drukten ze een uniek stempel op zijn geschiedenis.

Niet ver van het dorp Boǧazköy in de Turkse provincie Çorum ligt op een berg de ruïnestad Hattusa. De Unseco World Heritage-site was ooit de hoofdstad van een uitgestrekt Hettitisch koninkrijk. De Indo-Europese Hettieten begonnen hun ontwikkeling in het 3e millennium voor Christus. Handig met bronzen wapens, paarden en strijdwagens namen ze de macht in Centraal-Anatolië over van de Hatti, een ander volk dat langzaam in hen opging. Ze handhaafden de naam Land van de Hatti en die van de nederzetting Hattusa. Onder koning Hattusili I (1650-1620 v.Chr.) werd het de hoofdstad van hun rijk en begon de glorietijd van de Hettieten.

In Turkije ligt de geschiedenis voor het oprapen. Van de neolithische mens via de Bronstijd naar de Oudheid en Byzantijnse en meer recente tijden. Als prof. dr. Andreas Schachner van het Deutsches Archäologisches Institut het Boǧazköy Müzesi binnenwandelt met zijn van de straat geredde hond, laat hij weten dat het archeologische onderzoek in Hattusa niet exclusief over de Hettieten gaat. Toch zijn het hoofdzakelijk de Hettieten waar het om draait in het kleine, maar rijkgevulde museum. Potten, juwelen, beelden en gebruiksvoorwerpen, ze zijn allemaal opgegraven op de site van Hattusa.

Twaalf Hettitische goden van de onderwereld in Yazılıkaya, een heiligdom van Hattusa
Twaalf Hettitische goden van de onderwereld in Yazılıkaya, een heiligdom van Hattusa (CC BY 3.0 – Klaus-Peter Simon – wiki)

Hattusili I

Koning Hattusili of Hattusilis I begon zijn loopbaan als Labarna II, maar nadat hij de hoofdstad verhuisde van Neša (het huidige Kültepe) naar Hattusa, veranderde hij zijn naam in Hattusili: hij van Hattusa. De plaats is waarschijnlijk gekozen omdat ze twee handelsroutes beheerste die over een nabijgelegen bergpas gingen. En handel is waar het om draaide bij de Hettieten. Hun macht was te danken aan hun vaardigheid in het maken van bronzen wapens en gebruiksvoorwerpen. Maar om brons te maken heb je naast koper ook tin nodig. Kopermijnen hadden ze zelf, maar tin moest worden geïmporteerd uit Iran via Assyrische handelaren.

Onze kennis van Hattusili’s regering is vooral gebaseerd op de Annalen van Hattusili, een kleitablet in spijkerschrift of cuneiform. In de annalen wordt over een periode van vijf jaar verslag gedaan van zijn militaire campagnes. Na eerst concurrerende Hettitische stadstaatjes in de regio te hebben verslagen, trok Hattusili als eerste Hettitische heerser door het Taurusgebergte Syrië in. Meer dan plunderen lijkt hij daar echter niet te hebben gedaan.

De Leeuwenpoort van Hattusa
De Leeuwenpoort van Hattusa – Foto: Edwin Ruis

Spijkerschrift

In het vierde jaar van de annalen versloeg hij de rebellerende steden definitief. Het Anatolische deel van het rijk werd een eenheid. Hierdoor werd Hattusili’s tweede Syrische campagne een groot succes. Hij trok met zijn leger deze keer de Eufraat over. En niet alleen ontdeed hij Assyrische steden van hun kostbaarheden, hij bracht ook schrijvers en kunstenaars mee terug naar Hattusa. De schrijvers introduceerden het geschreven woord in het Akkadisch, de lingua franca van deze tijd. Later werd ook het Nešite, zoals de Hettieten hun eigen Indo-Europese taal noemden, in spijkerschrift gevangen.

Wat we weten van de Hettieten is te danken aan het feit dat zij een schrijvend volk waren. Ze gebruikten het cuneiform spijkerschrift, waarin ook het Akkadisch, de dominante taal van het Nabije Oosten werd geschreven. Daarnaast schreven ze in hiërogliefen, die overigens niets gemeen hebben met de Egyptische uit dezelfde tijd. Teksten uit die tijd werden geschreven in kleitabletten of op kleizegels. Het zijn meestal saaie opsommingen van administratieve aard, die niet bedoeld waren voor de eeuwigheid. Een kleitablet werd in principe na gebruik gewist en hergebruikt. De tabletten die archeologen in onze tijd hebben gevonden, zijn vrijwel allemaal door branden in de stad uitgehard: een geluk bij een ongeluk.

Na Hattusili I volgden meer veroverzuchtige koningen. Op zijn hoogtepunt omvatte het Hettitische rijk niet alleen Anatolië, maar ook delen van Syrië, Mesopotamië en Cyprus. De stadstaat Troje betaalde enige tijd belasting aan de Hettitische koningen. In 1274 v.Chr. kwam het bij Kadesh tot een grote slag tussen de Hettieten onder bevel van koning Muwatalli II en grootmacht Egypte onder leiding van farao Ramses II. De slag eindigde onbeslist gelijkspel en dat leidde tot het oudst bekende vredesverdrag ter wereld: de Vrede van Kadesh. Dankzij een kopie van dit door Muwatalli’s opvolger Hattusili III getekende verdrag dat in Hattusa werd gevonden, kon de stad door archeologen worden geïdentificeerd.

Er was veel onderlinge strijd tussen invloedrijke Hettitische families en steden. Uiteindelijk ging het rijk rond 1200 v.Chr. ten onder. Interne spanningen en invasies van zogenaamde Zeevolken werden het fataal. Daarmee kwam ook de late bronstijd in Anatolië ten einde. In Hattusa bleven echter altijd mensen wonen, maar belangrijk werd het pas weer in onze tijd als een archeologische vindplaats.

De Sfinxpoort van Hattusa
De Sfinxpoort van Hattusa – Foto: Edwin Ruis

Bouwtechniek

Wie tegenwoordig door Hattusa wandelt, ziet om zich heen een vrij kaal landschap. Maar in het 2e millennium lag Hattusa in een uitgestrekt woud. Bij het woord stad moet je in dit verband niet denken aan een groot bebouwd stedelijk gebied. Hattusa strekte zich op zijn hoogtepunt uit over een gebied van circa 200 hectare. Omringt door een zeven kilometer lange stadsmuur met vijf poorten en meer dan honderd torens herbergde het naast een koninklijk paleis vooral voorraadschuren en tempels. Die laatsten waren veelal gewijd aan de zonnegodin Arinna en haar echtgenoot, de stormgod Isjkur.

De stad ligt op ongeveer één kilometer hoogte in Noord-Anatolië. Door het onvoorspelbare klimaat van hete zomers en koude winters was het leven er harder dan in het zuiden van Anatolië. Prof. Schachner stelt dat Hattasu kleiner was dan tot op heden gedacht. De stad groeide en kromp weer gedurende eeuwen. Binnen de stadsmuur was niet alle grond van de citadel bebouwd. En niet alle gebouwen waren in gebruik. Sommige waren vervallen tot ruïnes. Op de ongebruikte grond graasde vee.

De afdeling Istanboel van het Deutsches Archäologisches Institut (DAI) in Berlijn is van oudsher erg actief in Turkije. Sinds 1931 staan de in 1906 begonnen opgravingen in Hattusa onder hun leiding. De Duitse archeologische interesse begon aan het einde van de negentiende eeuw toen Heinrich Schliemann bij Hisarlık de resten van Troje ontdekte. Ze werd aangejaagd door de imperialistische buitenlandpolitiek van keizer Wilhelm II. Het Duitse keizerrijk wilde invloed opbouwen en uitoefenen in het strategische hartland van het Osmaanse Rijk. Veel archeologische artefacten kwamen in Duitse musea terecht, zoals het Berlijnse Pergamonmuseum. Een voorwerp dat is teruggekeerd naar Turkije, is de Sfinx van Hattus. Binnen Turkije zelf keren ook verschillende artefacten terug, van centrale musea in Istanboel en Ankara naar lokale musea in de buurt van de originele vindplekken.

Hettititsche handboor
Hettititsche handboor – Foto: Edwin Ruis
De Hettitische bouwtechnieken waren voor die tijd modern. Gebouwen bestonden uit een basis van uitgehouwen en gezaagde stenen, waarin met een handboor van koper met behulp van zand en water een gat werd geboord. In dat gat werd een verbindingsstuk gezet waardoor de stenen aan elkaar werden geklonken. Daar bovenop kwamen stenen van ongebakken klei. Op de site is een stuk muur volgens oude methode opnieuw gebouwd. De archeologen leerden zo niet alleen wat het aan planning en fysieke inspanning kostte om zoiets te bouwen, maar ook dat zo’n muur erg onderhoudsgevoelig is.

Bezienswaardigheden

In het hedendaagse Hattusa zijn een aantal restanten uit de tijd van de Hettieten te zien. Zoals de stadspoorten: de zuidwestelijke Leeuwenpoort, de zuidoostelijke Koningspoort en de Sfinxpoort in het zuiden. De poort van de Sfinx ligt op een kunstmatige verhoging en werd aan beide zijden door sfinxen bewaakt. Twee van de vier sfinxen zijn bewaard gebleven. Ze werden gevonden in 1907. Aan weerszijden van de stadskant van de poort staan tegenwoordig replica’s. De originelen staan veilig in het museum van Boǧazköy.

In de kunstmatige verhoging of fortificatie loopt een 250 meter lange tunnel, waarvan het doel onduidelijk is. In de tunnel laat Schachner een aantal hiërogliefen zien. Ze zijn nog niet zo lang geleden ontdekt, want de tunnel is donker. Ze hebben op zich niets verheffends te melden, het is graffiti van de bouwvakkers. De verhoging biedt uitzicht op een klein stuk beschermd woud, İbikcam geheten, dat een beeld geeft van hoe het er vroeger in de hele omgeving van de citadel uit moet hebben gezien.

Yazılıkaya
Yazılıkaya – Foto: Edwin Ruis

In Hattusa ligt het heiligdom van Yazılıkaya. In de rotsen zijn twee natuurlijk gevormde ruimtes waarvan de toegang door een tempelgebouw werd afgesloten. In de rotsen zijn door het weer enigszins geërodeerde reliëfs van diverse goden en godinnen te zien. Ze vormen de entourage van de zonnegodin en de stormgod. In de tweede ruimte is koning Tudhaliya IV, de veroveraar van Cyprus, te zien samen met zijn beschermgod Sarruma, die hem het juiste pad toont.

Mysterie

In het lager gelegen deel van de stad bevindt zich de Grote Tempel. Het is de best bewaarde ruïne van een Hettitische tempel en stamt mogelijk al uit de zeventiende of zestiende eeuw v.Chr. Het is ook het grootste gebouw van Hattusa. Bij de ingang staat een stenen bassin met daarin uitgehouwen vier leeuwenkoppen. Na een binnenplaats volgt het heilige der heiligen, kamers waarin standbeelden hebben gestaan van Arinna en Isjkur, die aan de andere kant uitkeken over het lager gelegen land.

Mysterieus blok nefriet
Mysterieus blok nefriet – Foto: Edwin Ruis
In een voorraadruimte bij de ingang van de tempel staat iets dat direct in het oog springt: een groot en massief blok nefriet. Het wat en waarom van deze bewerkte groene steen, is tot op heden een mysterie. Maar haar positie suggereert volgens Schachner dat ze geen deel uitmaakte van het originele tempelcomplex.

Voor wie zelf een kijkje wil nemen zijn Hattusa en andere Hittitische ruïnesteden, zoals Sapinuwa, makkelijk te bezoeken. Hattusa ligt op circa twee uur rijden ten oosten van Ankara. In de Turkse hoofdstad zijn in het Museum voor Anatolische Beschavingen een aantal opgegraven topstukken te zien. In de musea van Boǧazköy en Çorum ligt ook het nodige aan opgegraven stukken.

Link: Lezing van prof. Schachner over Hattusa

Edwin Ruis MA is historicus. Hij geeft regelmatig wandellezingen in Rotterdam en Den Haag rond thema’s als spionage en oorlog, zoals de Rotterdam WO1 Spionagewandeling. Zie zijn eigen website www.voetspoorthemawandelingen.nl. Twitter/X: @E_Ruis