Door haar afwijkende karakteristieken behoort Hatsjepsoet tot de beroemde Egyptische farao’s. Zij was namelijk een vrouw, uiterst zeldzaam voor een heerser in het oude Egypte. Na een periode als mederegent (ca. 1479-1473 v.Chr.) functioneerde zij in de (mannelijke) rol van farao (ca. 1473-1458 v.Chr.). Ze was de vijfde farao van de achttiende dynastie. Hatsjepsoets regeerperiode werd gekenmerkt door welvaart en stabiliteit, hetgeen tot uiting kwam in enkele succesvolle militaire expedities en grote bouwprojecten.
De achttiende dynastie was de eerste van drie dynastieën die het Nieuwe Rijk vormen (ca. 1550-1070 v.C.). Het wordt vaak beschouwd als de ‘gouden eeuw’ van het oude Egypte. Het was een periode van territoriale uitbreiding, met als machtscentrum de stad Thebe (nu Luxor). Binnen dit tijdvak valt ook de Amarna-periode, waarin de ketterse farao Achnaton (regeerperiode ca. 1353-1336 v.Chr.) een vorm van monotheïsme invoerde, met als centrum van verering de zonneschijf Aton.
Van regentes naar farao
Hatsjepsoets naam betekent ‘eerste onder de edele vrouwen’. Zij was de oudste dochter van Thoetmosis I. Ze huwde haar halfbroer Thoetmosis II, die omstreeks 1492 v.Chr. de troon erfde. Het echtpaar had één dochter, Nefroere (Neferure), maar geen zoon. Toen Thoetmosis II omstreeks 1479 v.Chr. stierf, ging de troon over op zijn zoon Thoetmosis III, geboren uit een bijvrouw. Thoetmosis III was echter nog maar een baby, zodat Hatsjepsoet optrad als regentes. De legitimiteit van Thoetmosis’ koningschap werd versterkt door een huwelijk met zijn halfzusje Nefroere.

Ofschoon Hatsjepsoet van hogere geboorte was dan Thoetmosis (de zoon van een bijvrouw immers), was haar machtsovername zeer exceptioneel. Weliswaar was zij niet de eerste vrouwelijke farao in de Egyptische geschiedenis. Dat was Neferoesobek (Sobekneferu, ‘de schoonheid van Sobek’) uit de twaalfde dynastie, ca. 1800 v.Chr., of zelfs Merneith of Merit-Neith uit de eerste dynastie.
Speciale band met Amon
Als nieuwe farao omringde Hatsjepsoet zich met een groep loyale hovelingen en functionarissen, zoals het invloedrijke priesterschap van de god Amon. Deze was oorspronkelijk de beschermgod van Thebe en god van vruchtbaarheid, wind en lucht, maar werd gaandeweg vereerd als de koning der goden en de beschermer van de farao’s. Vanaf het Nieuwe Rijk versmolt Amon met de zonnegod Ra of Re tot Amon-Ra, wat zijn positie in het pantheon nog versterkte.

Steunpilaar of geliefde?
Hatsjepsoets belangrijkste bondgenoot was Senenmoet (Senmoet), onder meer toezichthouder van de koninklijke bouwwerken en leraar van Hatsjepsoets dochter Nefroere. Senenmoet was van gewone komaf, maar schreef over zichzelf:
Ik was de grootste in het hele land. Ik was de hoeder van de geheimen des konings.

Senenmoet bouwde twee graven voor zichzelf, maar het is niet bekend waar hij werd bijgezet. Een decoratief graf in Sjeich Abd el-Qoerna (TT71) bleef onvoltooid. Een tweede, dieper graf (TT353) vlakbij de tempel van Hatsjepsoet in Deir el-Bahari is wel afgewerkt, maar bleek later grotendeels vernield en leeg. Een elders aangetroffen mummie van een ‘Onbekende man C’ (TT320) is mogelijk die van Senenmoet.
Expedities
Hatsjepsoet voerde een relatief vreedzaam bewind, waarbij het buitenlands beleid vooral op handel was gebaseerd. Taferelen op de muren van haar tempel in Deir-el-Bahari laten echter zien dat haar heerschappij begin met een korte maar succesvolle militaire campagne in Nubië.
Andere scènes tonen een handelsexpeditie over zee naar Poent (Punt) aan de Oost-Afrikaanse kust in de Hoorn van Afrika, omtrent het huidige Eritrea, Ethiopië of Somalië. Bij terugkeer bracht de expeditie goud en ebbenhout, mirre, bavianen en dierenhuiden mee. Ook werden levende mirrebomen meegevoerd, bestemd voor de tuinen van Deir-el-Bahari.

Dankzij de stabiele binnenlandse situatie konden onder Hatsjepsoets bewind voor het eerst de goudmijnen in de oostelijke woestijn op grote schaal geëxploiteerd worden. Dit gold ook voor de agaatmijnen in de Sinaïwoestijn, die nog niet lang deel uitmaakte van het Egyptische rijk.
Bouwprogramma
Hatsjepsoets bouwprogramma in Thebe richtte zich op de tempels van Amon-Re. In het tempelcomplex van Karnak verbouwde zij de hypostyl (zuilenhal) van haar vader, voegde een barkschrijn toe (de Rode Kapel) en twee paar obelisken. In Midden-Egypte bouwde ze in Beni Hassan een uit de rots gehouwen tempel, die bekend werd onder zijn Griekse naam Speos Artemidos, de ‘Grot van Artemis’. De tempel was namelijk gewijd aan de leeuwinnengodin Pachet, die de Grieken identificeerden met hun godin Artemis.

Grafcomplex en mummie
Hatsjepsoets grootste prestatie op het gebied van bouwprojecten was al de genoemde Deir el-Baḥari-tempel, ontworpen als haar grafmonument en gewijd aan Amon-Ra. Het complex omvatte ook een reeks kapellen gewijd aan de goden Osiris, Re, Hathor, Anubis en de koninklijke voorouders. Ook liet ze een grafkamer uithakken in het grafcomplex van haar vader in de Vallei der Koningen. Daar zijn later twee sarcofagen aangetroffen: een voor haar vader en een voor haar. Of ze daarin ooit is bijgezet, is onbekend.
De bekende Egyptische archeoloog Zahi Hawass kwam in 2007 met het nieuws dat de mummie van Hatsjepsoet op basis van onder meer DNA-onderzoek was geïdentificeerd. Het was mummie KV60A, uit het in 1903 door Howard Carter ontdekte graf DK60 in de Vallei der Koningen.

De mummie werd onderzocht in het Egyptisch Museum in Caïro. De desbetreffende persoon had geleden aan artritis, diabetes en botkanker. Een infectie na een mislukte tandheelkundige behandeling had het einde bespoedigd. Of het werkelijk om de mummie van Hatsjepsoet gaat werd door andere archeologen betwijfeld. Het door Hawass gepresenteerde bewijs zou onvoldoende zijn. Het was mede gebaseerd op de vondst in een verzamelgraf van een doos met de naam van Hatsjepsoet, die een gemummificeerde lever en tand bevatte, die opvallend goed paste in een gat in de mond van de mummie. De kritiek is intussen grotendeels verstomd.

Uitwissing van de herinnering
In Hatsjepsoets latere jaren ging Thoetmosis III een steeds belangrijkere rol vervullen. Na de dood van Hatsjepsoet regeerde hij Egypte gedurende tweeëndertig jaar alleen. De vernietiging van veel beelden van Hatsjepsoet na haar dood (‘damnatio memoriae’) wekte bij vroegere egyptologen de overtuiging dat Thoetmosis er doelbewust naar streefde om alle sporen van Hatsjepsoets heerschappij uit te wissen. Ook werd haar naam verwijderd van monumenten en de officiële koningslijst.
Het uitvlakken van de naam en regeringsperiode van Hatsjepsoet diende vooral een formeel doel. Het vervangen van haar naam door die van Thoetmoses I (haar vader), II (haar man) en III (haar stiefzoon) ‘bewees’ dat de opvolging ongestoord via mannelijke lijn was verlopen, hetgeen de dynastieke lijn herstelde en precedenten zou voorkomen.

Intussen is bekend dat de monumenten van Hatsjepsoet niet vroeger dan twintig jaar na haar dood beschadigd of vernietigd zijn en misschien zelfs na de dood van Thoetmosis III. Een deel van de vernielingen is veel later gepleegd op last van de religieuze hervormer Achnaton, die alle verwijzingen naar de naam en cultus van de oppergod Amon wilde uitwissen. Wel zijn beelden en inscripties van Senenmoet vermoedelijk al tijdens Thoetmoses’ regering vernietigd. Mogelijk is ook zijn mummie bewust ontheiligd.

Herontdekt door Champollion
Wat de motieven ook waren, de herinnering aan Hatsjepsoet werd drastisch uitgewist. Pas vanaf 1822 kon men dankzij het werk van de Franse taalgeleerde Champollion de inscripties van Deir-el-Bahari weer ontcijferen en keerde deze merkwaardige farao terug in het collectieve geheugen.
Champollion zag in de tempel van Deir el-Bahari inscripties waarin een koning werd geprezen, met grammaticale uitgangen die echter specifiek vrouwelijk waren. Ook trof hij cartouches aan met de naam Maätkare (Hatsjepsoets troonnaam). Verder viel het hem op dat de naam van de desbetreffende farao was weggehakt en vaak vervangen door die van Thoetmosis I, II of III.
Populaire cultuur
De bijzondere figuur en de tijd van Hatsjepsoet leverden uiteraard stof voor een aantal historische romans over haar leven. In 1953 verscheen Mara, Daughter of the Nile van Eloise Jarvis McGraw, dat tot een klassieker uitgroeide. Pauline Gedge publiceerde Dochter van de dageraad (1979), de Nederlandse Barbara M. Veenman kwam in 2004 met Hatsjepsoet. Hofkroniek van de Farao zonder Baard.

Hatsjepsoet was een geëmancipeerde vrouw, verstandig en bovendien knap van uiterlijk.
Er zijn verschillende documentaires gemaakt over Hatsjepsoet en haar tijd, zoals Hatshepsut. Her Story. Ancient Egypt’s Female Pharaoh (2019). Speelfilms zijn tot op heden uitermate schaars. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld een kostuumdrama als The Egyptian (1954), dat over de periode van Achnaton handelt.
Bij het nageslacht kan de postume faam van Hatsjepsoet zich min of meer meten met die van koningin Nefertiti, de vrouw van Achnaton. De bekendheid van beiden wordt echter verre overstegen door die van de allerberoemdste Egyptische koningin: Cleopatra, die bijna anderhalf millennium na Hatsjepsoet leefde en de laatste koningin van Egypte zou zijn.
De sterkste vrouw van de oudheid
Assertieve tienerkoning Cleopatra maakte het zichzelf erg moeilijk
Fajoemportretten: oog in oog met de geschiedenis
Assur-uballit I en de opkomst van het Midden-Assyrische rijk
Thoth – De Egyptische god van de maan en de kennis