In lange rok de koraalriffen op
Ze was een bevlogen, vriendelijke vrouw die haar hele leven inzette voor de studie van algen. Anna Weber-van Bosse leefde van 1852 tot 1942, kwam uit een voorname Amsterdamse familie en struinde als jong meisje al sloten af op zoek naar onderwaterleven. Ze vergaapte zich aan de levende wonderen in het aquarium van Artis en aan de exotische beesten in de dierentuin. Ook in Doorn, waar ze de zomers doorbracht ging ze helemaal op in de natuur. Na de dood van haar vader erfde ze zoveel geld dat ze kon reizen en zich op onderzoek kon richten.
Tijdens haar eerste huwelijk zette ze zich in voor kunstinitiatieven en goede doelen. Ze werd op haar zesentwintigste weduwe. Vanwege haar te beperkte opleiding volgde ze als toehoorder bij de UvA plantkundecolleges. Ze hertrouwde met bioloog Max Wilhelm Carl Weber. Na diens expeditie met de Willem Barentsz in de Noordelijke IJszee bestudeerde zij het meegebrachte materiaal:
Waar ik kon trachtte ik mij niet alleen te bepalen bij het determineeren der algen, maar ook dieper in hun wijze van voortplanting en hunne reproductieve organen te bestudeeren.

Reizen en onderzoek
In de jaren daarop reisden ze drie keer naar Noorwegen, mede vanwege onderzoek dat beiden er verrichten. Zij bestudeerde tevens de symbiose tussen luiaarden en algen die in hun vacht zitten. Met Max reisde ze veel, met als hoogtepunt een jaar lange studie van het algenleven rond Indonesische eilanden. Ze waren toen aan boord van marine onderzoeksschip Hr.Ms. Siboga, waar de kapiteinshut werd omgebouwd tot een drijvend laboratorium.

Ze stelde het koloniale systeem op zich niet ter discussie, maar schreef soms zijdelings kritisch over koloniaal wangedrag. Het echtpaar bracht verschillende dieren mee van de reis in Indonesië, zoals papegaaien, zilvergibbon Sampie, oranjehalskasuaris Piet en een mongoest.
Eerbeek als onderzoekscentrum
In de tweede helft van hun leven bewoonden ze, samen met hun talloze huisdieren, het Gelderse Huis te Eerbeek met het omringende landgoed, dat Anna met haar erfenis had gekocht. Ze werkten hier het materiaal uit dat ze tijdens hun reizen hadden verzameld. In een bijgebouw had Max Weber zijn laboratorium, terwijl Anna op zolder werkte. Vaak kwamen collega-onderzoekers op bezoek en Anna correspondeerde met zo’n tachtig wetenschappers. Haar werk werd getoond op vier tentoonstellingen, waarvan twee in het kader van de vrouwenemancipatie.

Ze was zelfs na haar tachtigste soepel genoeg te leren typen om haar man te ondersteunen met secretariaatswerk. Ze kreeg als eerste Nederlandse vrouw een eredoctoraat, maar was te bescheiden om dit in ontvangst te nemen en werd tevens onderscheiden als officier in de orde van Oranje-Nassau. Als stel vormden Anna en Max een mooi voorbeeld van een partnerschap, waarin beide carrières elkaar versterken. Hij gaf haar toegang tot zijn netwerk en bood haar kansen voor onderzoek en publicaties. Zij vertaalde zijn werk, droeg bij aan het succes van zijn wetenschappelijke reizen en maakte met haar vermogen Huis te Eerbeek tot een laboratorium annex onderzoekcentrum. Door haar omvangrijke collectie te schenken verrijkte ze het Rijksherbarium van de universiteit Leiden met een verzameling van grote waarde.
Anna overleed in 1942 en werd naast Max begraven in Eerbeek. Het huidige vlaggenschip van de Nederlandse onderzoeksvloot draagt haar naam.

Dit boek vormt een mooie aanvulling op eerder verschenen boeken over Nederlandse vrouwelijke pioniers op het gebied van wetenschap, politiek en maatschappij, die momenteel steeds vaker verschijnen en zo deze vrouwen uit de schaduw halen van een door mannen gedomineerde geschiedschrijving.
Alfred Russel Wallace, die andere evolutiegeleerde
Toren van Pisa – De beroemde scheve toren in Italië
Het perpetuum mobile van Cornelis Drebbel
Nederlandse bioloog wijdde zijn leven aan de zoektocht naar een enorme zeeslang