Weggegaan en opnieuw geworteld: portretten van Boeroes

3 minuten leestijd
Lothar Veldema en zijn vrouw Cynthia Gooswit uit Wanica
Lothar Veldema en zijn vrouw Cynthia Gooswit uit Wanica. Lothar vertrok jong naar Nederland, maar keerde na zijn pensioen in 1996 terug naar Suriname op zoek naar het warme klimaat dat hij zo miste. Stamvader is Hendrik Veldema uit Holwerd. Lothar is de vierde generatie Veldema in Suriname. - Foto: Ton Groot Haar

Honderdtachtig jaar geleden kwam een grote groep arme migranten uit Nederland in Voorzorg aan, een voormalige plantage aan de Saramaccarivier vlakbij het Surinaamse Groningen. Ze hoopten op een beter leven. Het migratieproject van 1845 werd aanvankelijk een drama. Maar de meeste nakomelingen hebben het nu goed en zijn blij dat hun voorouders de overtocht naar Suriname maakten.

Migratie is van alle tijden en alle landen. Nederlanders zoeken zelf ook naar betere plekken op aarde als ze het slecht hebben. Omstreeks 1845 waagden zo’n vierhonderd arme Nederlanders de oversteek naar Suriname in de hoop op een beter leven. Initiatiefnemer was de Nederlands Hervormde dominee Arend van den Brandhof uit het Utrechtse Elst.

De Grote Boom - Boeroes
Boek van de auteur over ‘het vergeten verhaal van de Boeroes in Suriname’
Hij wilde voorganger worden in Suriname, maar omdat er geen vacature was, bedacht hij een migratieplan voor arme Nederlanders. Dat viel in goede aarde bij de Nederlandse regering. De armenzorg in Nederland zou hiermee ontlast worden en het plan sorteerde voor op de mogelijke afschaffing van de slavernij in Suriname. De migranten konden dan mooi als boer voor het voedsel zorgen in Suriname.

Slechte voorbereiding

Maar het plan was slecht voorbereid. De arme Nederlanders was van alles beloofd, een boerderij, een stuk land en vee. Maar toen ze aankwamen zagen ze dat er niets geregeld was. Ze belandden in een moeras met een stuk of wat plaggenhutten. Alles viel in duigen toen binnen enkele maanden na aankomst een dysenterie-epidemie uitbrak met rampzalige gevolgen. Ongeveer de helft van de vierhonderd migranten overleefde het niet.

Gijsbert Overeem en zijn vrouw Hendrika Snippenberg
Gijsbert Overeem en zijn vrouw Hendrika Snippenberg. Zijn vader Pieter Overeem was tabaksplanter in het Gelderse Ingen. Hij kwam in 1845 met vrouw en negen kinderen in Suriname aan. Alleen Gijsbert en z’n broer Gerrit overleefden de epidemie. – Foto: Julius Muller

De overgebleven migranten verlieten vanaf 1853 één voor één Voorzorg en Groningen. Ze kregen land aan de rand van Paramaribo, in Uitvlugt en Kwatta. Daar gingen ze grond ontginnen, huizen bouwen en alsnog boeren. Ze werden in Suriname al snel Boeroes genoemd. Ze bleven er tot de jaren zestig van de vorige eeuw. In die periode wilde Paramaribo uitbreiden en had de stad grond nodig.

De boeren verkavelden hun grond en verkochten die voor een goede prijs. Het heeft hen geen windeieren gelegd. Velen trokken daarna naar plattelandsgebieden zoals Saramacca, Wanica en Reeberg om nieuwe boerenbedrijven op te zetten. De nakomelingen vormen vanwege hun kleine aantal een vergeten groep in zowel Nederland als Suriname. Ze hebben niets te maken met kolonialisme of slavernij, zijn geen contractarbeiders en zéker geen Bakra’s – witte Nederlanders. Ze vallen overal buiten. Niet veel mensen kennen hun bijzondere geschiedenis.

Johannes-Nicolaas Stolk en Antonia Johanna Rozenberg
Johannes-Nicolaas Stolk en Antonia Johanna Rozenberg met hun kinderen. Hij werd in 1848 in Brits-Guyana geboren en kwam pas later naar Suriname. De Stolks zijn een bekende slagersfamilie in Paramaribo. – Foto: Julius Muller

Portretten van Boeroes

De Surinaamse amateurfotograaf Julius Muller maakte omstreeks 1900 prachtige familieportretten van Boeroes-families voor hun huis. Hij wilde trotse Boeroes in beeld brengen die na veel tegenslagen met hard werken een zekere mate van welstand hadden bereikt. Deze serie inspireerde mij om, 125 jaar later, de huidige generatie Boeroes op te zoeken en opnieuw familieportretten te maken.

Familie Loor uit Lelydorp
Familie Loor uit Lelydorp. Vijfde en zesde generatie Boeroes. Drie broers runnen samen een houtkapbedrijf. V.l.n.r. Roger, Matthew, Vernon, David en Norbert. Matthew en David zijn zonen van Norbert. – Foto: Ton Groot Haar

Tot 1950 trouwden Boeroes binnen hun eigen, kleine gemeenschap. Ze werden lange tijd ‘witte Surinamers’ genoemd. Dat is goed te zien op de foto’s van Julius Muller. Maar langzamerhand was bijna iedereen oom en tante of neef en nicht van elkaar. Het was verstandiger om verder te kijken als je wilde trouwen, naar bijvoorbeeld de Javaanse, Hindoestaanse of Creoolse gemeenschap. De ‘witte Surinamers’ zijn tegenwoordig niet zo wit meer en voelen zich steeds minder Boeroe. Geen enkele andere bevolkingsgroep in Suriname lijkt meer geïntegreerd.

In Suriname leven ongeveer duizend nakomelingen van Boeroes en in de rest van de wereld nog eens drieduizend. De inmiddels overleden historicus André Loor, de bekendste Boeroe aller tijden, bekeek de toekomst van de Boeroes in Suriname altijd positief. Of hij het jammer vond dat er steeds minder Boeroes waren, vroeg een journalist eens aan hem. ‘Zo moet je dat niet zien’, glimlachte hij. ‘Er komen er juist steeds meer bij. Alleen: je herkent ze niet meer.’

Oud-belastinginspecteur Tony van Dijk uit Rijsdijk
Oud-belastinginspecteur Tony van Dijk uit Rijsdijk, vijfde generatie Boeroe, met zijn vrouw Latoya van Dijk-Alimoenadi en hun dochter Cathaleya. Stamvader is Gijsbert van Dijk uit het Gelderse Ravenswaaij. Alle Van Dijks in Suriname met een Boeroe-achtergrond stammen van hem af. – Foto: Ton Groot Haar
×