/

Plaggenhutten – Erbarmelijke huisvesting voor veenarbeiders

Plaggenhut - Turfgravershuisje in museum Ellert Brammert
Plaggenhut - Turfgravershuisje in museum Ellert Brammert (CC BY-SA 2.0 - Tim Strater - wiki)

De allerarmste arbeiders op het platteland hadden eind negentiende eeuw soms geen geld voor een echte woning. Ze namen daarom hun toevlucht tot zelfgemaakte plaggenhutten of spitketen. Deze kleine huisvestingen waarvan de daken meestal al op grondniveau begonnen, waren onder meer veel te vinden bij veenarbeiders in Drenthe maar ook in arme gebieden in Friesland, Overijssel en delen van Groningen. Ook in verschillende dorpjes in Gelderland, zoals in Heerde, Nunspeet, Epe en Oldebroek, waren de hutten te vinden.

Pentekening van een plaggenhut
Pentekening van een plaggenhut (CC BY-SA 4.0 – RCE – wiki)
De naam plaggenhut verwijst naar de veen- of heideplaggen die gebruikt werden om het dak van deze kleine onderkomens mee te vormen. De plaggen werden in de omgeving gestoken. Als ze enige tijd op het dak hadden gelegen, groeiden ze soms aan elkaar waardoor een relatief stevige onderlaag ontstond die de bewoners beschermde tegen wind en regen. Soms gebeurde het echter wel dat bij noodweer delen van het dak weggleden en er dus opnieuw plaggen geplaatst moesten worden om de beschutting te herstellen. Naast plaggen werden ook materialen als karton en vodden geregeld gebruikt om gaten te dichten.

Voor de bouw van een plaggenhut werd meestal eerst een kleine kuil gegraven, van ongeveer vijftig centimeter diep. De bodem daarvan werd vervolgens flink aangestampt. De wanden van de kuil vormden hierna kleine muren. De bewoners leefden dus deels onder de grond en werden daarom schamper ook wel eens ‘holbewoners’ genoemd. In de kuil werd met houten palen een skelet opgebouwd dat vervolgens werd bedekt met de veen- of heideplaggen. Het dak van de hutten begon meestal op grondhoogte.

Plaggenhut in het Nederlands Openluchtmuseum
Plaggenhut in het Nederlands Openluchtmuseum (CC BY-SA 3.0 nl – Rainer Halama – wiki)

Slechte omstandigheden

De levensomstandigheden in plaggenhutten waren erbarmelijk. Vaak leefden er gezinnen van zes tot wel negen personen, soms samen met een schaap, geit of enkele kippen. Het was er koud, rokerig en vochtig en de hutten waren moeilijk te verwarmen. Een gevaarlijke longontsteking lag hierdoor continu op de loer. Bovendien bleek het meestal ondoenlijk om ongedierte buiten de deur te houden met alle gevolgen van dien. Alleen de allerarmsten woonden in volledige plaggenhutten. Wie het iets breder had voorzag het woongedeelte van de hut van stenen muurtjes en bedekte de zijkanten met dakpannen. Soms groeiden de plaggenhutten na verloop van tijd uit tot meer stabiele woningen.

Dat er met name veel plaggenhutten te vinden waren in de veengebieden, had alles te maken met de groeiend behoefte aan brandstof in de negentiende eeuw. Het turf dat in deze gebieden gestoken kon worden, werd destijds ook wel “het bruine goud” genoemd. De enorme toestroom van veenarbeiders vanuit verschillende delen van het land, had grote woningnood tot gevolg. De armste arbeiders bleven zonder woning zitten en namen hun toevlucht tot de plaggenhutten, die vaak in één nacht werden gebouwd. Meubilair was er nauwelijks. De bewoners moesten het vaak doen met een tafel en een enkele stoel. En als bed gebruikte men een zak stro, met als deken wat oude lappen.

Woningwet

Eind negentiende eeuw werd het de politiek duidelijk dat er wat gedaan moest worden om de woonomstandigheden van veel burgers te verbeteren. Niet alleen leefden veel arme mensen in het oosten en noorden van het land in plaggenhutten, ook elders stond het er niet goed voor. Veel gezinnen leefden hutjemutje op elkaar in krappe éénkamerwoningen. In 1901 werd een Woningwet aangenomen die het jaar daarop in werking trad. Dankzij de invoering van deze eerste wet omtrent de volkshuisvesting in Nederland moesten nieuwe woningen voortaan aan kwaliteitseisen gaan voldoen. Slechte woningen, zoals plaggenhutten en spitketen, konden verder onbewoonbaar worden verklaard. Ondanks deze wet waren er begin jaren twintig in de veengebieden echter nog altijd veel plaggenhutten te vinden. Op Eerste Kerstdag 1925 vroeg De Telegraaf met een fotoreportage aandacht voor het leed van deze ‘holbewoners’. Bij één foto schreef de krant beeldend:

“Hol in het Schoterlandsche Veen. Het is “opgebouwd” uit aarde en plaggen. Het eenige hout er aan is een laag deurtje en een zoodje aftandse planken door de kieren waarvan het licht naar binnen valt. Het “interieur” is één holle ruimte waar ‘t altijd donker is. De vloer is venige heigrond waarop het hol staat. Het “huisraad” is een oud fornuisje zonder pijp, een pan, een overblijfsel van een tafel, een stoel, en een hoop vodden op den grond, die als bed dienen.”

Fotoreportage over het lot van arbeiders in de venen en in het noorden van het land -
Fotoreportage over het lot van arbeiders in de venen en in het noorden van het land – De Telegraaf, 25-12-1921 (Delpher)

En bij een foto van een krot in het veen bij Bellingwolde (Bellingwolde) waarin zeven kinderen worden groot gebracht, meldde de krant:

“De zijkant is dicht geprutst net verweerd asphalt-papier. Een schoorsteen ontbreekt. Het hele krotje staat op inzakken.”

De indringende fotoreportage maakte duidelijk hoe hoog de nood van deze armen was. Dat de veenarbeiders het zwaar hadden, was echter al langer bekend. Bijna twintig jaar eerder had predikant Johannes Visscher met artikelen in de Rotterdamsche Courant bijvoorbeeld al aandacht gevraagd voor het erbarmelijke lot van de plaggenhut-bewoners. En in 1896 had de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen een groot rapport uitgebracht over het vraagstuk van de slechte volkshuisvesting. Dat er wat gedaan moest worden was veel mensen dus wel duidelijk.

Landarbeiderswet

Kruiwagen met gedroogde turven
Kruiwagen met gedroogde turven (CC BY-SA 3.0 – Rasbak – wiki)
Dankzij de Landarbeiderswet (1918) kwam er stilaan wel enige verbetering. Deze wet bood plattelandsbewoners de mogelijkheid om met rijkssteun zelf stenen huisjes te bouwen en grond te pachten voor eigen aardappelen en groenten. Hiervoor werden renteloze leningen verstrekt. Langzaam maar zeker verdwenen de plaggenhutten in de decennia hierna van het platteland. Dit had ook te maken met het feit dat steeds meer arbeiders vanaf de jaren twintig voor werk weer naar de steden trokken. Door de opkomst van steenkool was er bovendien veel minder vraag naar turf . Tussen 1924 en 1934 vertrokken ruim tienduizend mensen uit Drenthe.

Van de Groningse dame Fennechien wordt vaak beweerd dat zij de laatste bewoner van een plaggenhut was. Zij woonde tot haar dood in 1941 in haar hutje in Alteveer, een vervenersdorp bij Stadskanaal. De hut werd hierna overgebracht naar het Openluchtmuseum in Arnhem. Ook in andere openluchtmusea zijn vandaag de dag nog (nagebouwde) plaggenhutten te bezichtigen.

Ook interessant: Weeskinderen van de kinderkolonie in Veenhuizen
…of: Ellert en Brammert – Sage van twee Drentse reuzen

Bronnen

-Canon Sociaal Werk -https://www.canonsociaalwerk.eu/nl_vhv/details.php?cps=9
-De Kampioen juli-aug 1990 (https://books.google.nl/books?id=lQiFM9G69xkC&lpg=PA34&dq=plaggenhutten&hl=nl&pg=PA35#v=onepage&q=plaggenhutten&f=false)
-https://mijngelderland.nl/inhoud/verhalen/wonen-in-een-plaggenhut
-https://www.ellertenbrammert.nl/historie-van-het-openluchtmuseum/
-https://mijngelderlandmedia.azureedge.net/files/Wonen_in_een_plaggenhut.pdf
-Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland, 19-06-1951 (Delpher -https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010612988)
-https://www.deverhalenvangroningen.nl/alle-verhalen/de-plaggenhutten-van-westerwolde
-http://www.pknalteveer.nl/profielschets_protestantse_gemeente

Bekijk meer over:

Historische achtergronden, Tip

Nooit uitgelezen...

Historiek is uw online geschiedenismagazine. Ons archief bevat duizenden artikelen. Bekijk hier onze alfabetische onderwerplijst en blijf lezen. Of bekijk onze tips op de voorpagina.

Meer informatie of samenwerken? Klik dan hier. Heeft u zelf een artikel dat u wilt publiceren, mail ons dan. Informatie voor uitgevers is hier te vinden.

Honderden auteurs publiceerden al op Historiek. Bekijk hier wie

Doorzoek ons archief: