Op 25 november 1975 werd Suriname onafhankelijk, een gebeurtenis die dit jaar uitgebreid wordt herdacht, zowel in Suriname als in Nederland. Bij een nieuw land horen uiteraard ook nieuwe staatssymbolen zoals een wapen, vlag en volkslied. Zo ook voor Suriname. Het nieuwe staatswapen werd op de onafhankelijkheidsdag in gebruik genomen.
Wat opvalt aan het nieuwe staatswapen is dat het feitelijk het oude koloniale wapen was, zoals vastgesteld in 1959. Dit is opmerkelijk omdat in vrijwel alle nieuwe onafhankelijke landen sinds 1960 volledig nieuwe wapens werden ontworpen. Soms, zoals voor de voormalige Engelse koloniën, werden de wapens nog wel ontworpen door de voormalige heerser, maar dan weken ze wel sterk af van de oude koloniale wapens.

De kolonie
Om bij het begin te beginnen: in 1650 werd het gebied voor het eerst door Europeanen gekoloniseerd, en wel door de Engelsen. De kolonie kreeg de naam Willoughbyland (naar de gouverneur van Barbados die het initiatief had genomen) of Surinam. De laatste naam verwees naar een inlandse stam, de Surinen, die aan de monding van de Surinamerivier woonden. In 1667 werd Suriname bij de Vrede van Breda overgedragen aan de Nederlanders, in ruil kregen de Engelsen Nieuw-Amsterdam (nu New York).
De nieuwe kolonie werd bestuurd door de Staten van Zeeland tot 1682, toen het bestuur werd overgedragen aan de West-Indische Compagnie. Een jaar later ging het bestuur over op de Sociëteit van Suriname. Deze bestond uit drie gelijkwaardige aandeelhouders, de stad Amsterdam, de familie Van Aerssen van Sommelsdijck en de WIC. In 1770 ging het aandeel van de familie ook over op de stad Amsterdam en in 1793 werd het bestuur overgenomen door de Raad van Koloniën van de Republiek.
In 1795 werd Suriname vervolgens samengevoegd met de naastgelegen koloniën Berbice, Essequibo en Demarara. In 1799 werd het gebied bezet door de Engelsen, die het na de val van Napoleon overdroegen aan de Nederlandse staat. Berbice, Essequibo en Demarara bleven echter Brits als British Guiana (nu Guyana).
Tijdens het Zeeuwse bewind voerde men het wapen van Zeeland. In 1679 vroeg de toenmalige gouverneur van de kolonie de Staten van Zeeland om een officieel zegel en wapen. Tegelijkertijd liet hij lokale munten slaan met een papegaai en een takje met een aantal bladeren. Het aantal bladeren gaf daarbij de waarde van de munt aan. Deze papegaaienpenningen werden echter door de Staten van Zeeland illegaal verklaard, al bleven ze lokaal in gebruik. Een wapen of zegel werd nooit verleend.

Het eerste wapen
Het eerste ‘wapen’ voor de kolonie werd ontworpen in 1683 en bestond uit een cartouche met de drie wapens van de aandeelhouders van de Sociëteit van Suriname; boven het stadswapen van Amsterdam, onder een driemaster voor de WIC en het wapen van de familie Van Aerssen van Sommelsdijck. De cartouche werd vastgehouden door twee indianen en daaronder stond de wapenspreuk Justitia Pietes Fides (Rechtvaardigheid, vroomheid, geloof). De indianen waren een duidelijke verwijzing naar de lokale bevolking, de oorsprong van de spreuk is niet (meer) bekend.
Na de verkoop van het aandeel van de familie werd het familiewapen verwijderd. Het wapen bestond nu nog uit twee schilden, boven Amsterdam en onder de WIC. De indianen werden gehandhaafd, evenals de spreuk.

De volgende vereenvoudiging kwam nadat het bewind werd overgenomen door de Raad van de Koloniën; het Amsterdamse wapen verdween en alleen de driemaster bleef over. De spreuk stond voortaan niet onder het wapen, maar erboven, rond het schip.

Zeventiende-eeuwse symboliek
Bij de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden werden geen koloniale wapens ontworpen, maar werd het Nederlandse Staatswapen gebruikt. Desalniettemin bleef het wapen met het schip in gebruik, zowel informeel op (privaat) drukwerk, maar ook formeel, zoals op bankbiljetten. Tot het begin van de twintigste eeuw voer het schip op natuurlijke golven. Pas in de jaren twintig werden die vervangen door golvende dwarsbalken, in een tekening van de heraldicus Van der Laars.

Aan de (heraldische) linkerzijde werd een palmboom toegevoegd, geplaatst op een kleine grondlijn als nieuw symbool. De palmboom verwijst naar het land zelf en symboliseert daarnaast de gerechtigheid. Ook nieuw was een ruit, die een hart voorstelt, met daarop een vijfpuntige ster om aan te geven dat de bewoners uit alle vijf continenten afkomstig zijn. De indianen en de wapenspreuk bleven behouden. De enige wijziging in het wapen van 1975 was dat de haarkleur van de indianen voortaan formeel zwart was, en niet langer henna of blond, zoals op eerdere tekeningen.
Het wapen bestaat dus nog voor een deel uit zeventiende-eeuwse symboliek (al dan niet met een andere betekenis) en meer generieke symbolen. Sinds 1975 wordt het wapen veelvuldig gebruikt in Suriname. Het staatswapen is het enige overheidswapen in Suriname; geen van de plaatsen of districten voert een eigen wapen, zelfs Paramaribo niet. Toch jammer.
Tot slot: in 1952 werd een geheel ander wapen ontworpen en ingediend bij de Hoge Raad van Adel. Met dat ontwerp is verder echter niets gedaan.
2 – Het wapen van Suriname. Brochure uitgegeven door de regering van Suriname. 6 blz, zonder jaar.
3 – https://www.heraldry-wiki.com/wiki/National_Arms_of_Suriname
De onbedoelde Surinaamse samenleving
Suriname Massala – Een bont, historisch integratieproces
Paramaribo, hart van koloniaal Suriname
De aanleg van plantages en andere infrastructuur in Suriname
Import-Indiërs
Max Woiski jr. (1930-2011) – Surinaamse zanger