’t Ploegske van NAC, 1926-1927
Het veld waarop voetbalclub NAC in de jaren twintig van de vorige eeuw speelde, had de naam ’t Ploegske, vernoemd naar een café ter plaatse, gelegen aan de zuidoostkant van Breda. Het veld met het terrein eromheen werd al snel te klein gevonden omdat er ‘slechts’ drieduizend toeschouwers terechtkonden. In 1931 verhuisde NAC (toen overigens meestal nog met puntjes tussen de afkortingsletters geschreven) naar een terrein in Princenhage.
NAC (vaak als één woord uitgesproken, zoals ‘dak’) is een afkorting van Noad Advendo Combinatie, waarvan Noad en Advendo zelf ook weer afkortingen zijn van twee clubs die in 1912 fuseerden en de naam NAC gingen dragen. Noad stond voor: Nooit Opgeven Altijd Doorzetten, terwijl Advendo betekende: Aangenaam Door Vermaak En Nuttig Door Ontspanning.

Op de foto zien we staand van links naar rechts: Joost de Bruijn, Adam Vromans (verzorger), Piet van Boxtel, Arie van der Pol, Cor Kools, een onbekende man, zo te zien een ‘bobo’, Rat Verlegh, Jan van den Broek, Jan Bessem en trainer Affleck. Zittend van links naar rechts: Piet Pijpers, Joop ter Beek, Cor Vijgeboom en Hendrik Brosens.
Trainer Affleck was aangetrokken vanuit Engeland, waar hij – naar eigen zeggen – als coach werkzaam was geweest bij Fulham FC Maar dat bleek niet helemaal te kloppen. Hij had zijn cv een beetje bij elkaar verzonnen. Daar kwam men evenwel wat laat achter.
Affleck begon zijn werkzaamheden bij NAC begin juni 1926, maar eind september van hetzelfde jaar was het al einde verhaal. Er werd toen gezegd dat zijn vertrek met het weer te maken zou hebben omdat er in de aankomende koude maanden toch niet buiten getraind zou worden, waardoor er geen trainer nodig was. De ware reden was waarschijnlijk zijn beperkte trainersvaardigheid.

Rat Verlegh reikte tot het Nederlands elftal. In totaal werd hij acht keer voor Oranje geselecteerd. Zijn debuut maakte hij op 16 mei 1920 in een vriendschappelijke uitwedstrijd tegen Zwitserland, die met 2-1 verloren werd. Zijn laatste selectie was op 13 november 1927, een thuiswedstrijd tegen Zweden, die Oranje met 1-0 won. Rat Verlegh was toen eenendertig jaar. Hij scoorde in totaal twee keer voor het Nederlands elftal en was één keer aanvoerder; dat aanvoerderschap was in zijn laatste wedstrijd, die tegen Zweden. Het huidige stadion van NAC is naar hem vernoemd: het Rat Verlegh Stadion. Het ligt vlak bij de noordelijke rondweg.
Voetbal was in de tijd dat de foto is gemaakt uitsluitend amateurvoetbal. Betaald voetbal kwam er in Nederland pas in 1954. NAC werd in het jaar van de afgedrukte foto kampioen van het zuiden, met tachtig doelpunten in achttien wedstrijden. De hoogste elftallen speelden toen hun wekelijkse wedstrijden in regio’s, zoals dat in het amateurvoetbal nu nog steeds zo is.
In de regio-overstijgende kampioenscompetitie van destijds met als inzet het nationale kampioenschap moest NAC zijn meerdere erkennen in Heracles, de kampioen van het oosten. Als je vroegere elftalfoto’s vergelijkt met foto’s van nu, van vooral profclubs, dan valt natuurlijk de veranderde kleding op en het meer verfijnde schoeisel dat voetballers tegenwoordig dragen. Maar het opmerkelijkste verschil zit hem misschien wel in de tattoos die er vroeger niet waren en er nu volop zijn.
Marktdag in Breda (1900)
De meeste mensen op de foto hebben zich verzameld bij de groentemarkt, maar rechts zien we dat er ook andere koopwaar wordt aangeboden.
Wat de panden betreft, kijken we helemaal links op de foto naar de zaak van Segers & Zoon Hofleveranciers. Het ging om een herenmodemagazijn. Enkele jaren nadat deze foto werd gemaakt, is de zaak overgenomen door Piet Blaeser, die in zijn advertenties nog jarenlang wel steeds vermeldde ‘Voorheen Segers & Zoon’.

Boven de poort tussen de twee huizenblokken links, is reclame aangebracht voor Iris Margarine. In krantenadvertenties werd Iris Margarine aangeprezen als ‘de puikste, onovertroffen, het enige merk dat alle natuurboter in alle opzichten kan vervangen’.
Onder het reclamebord voor Iris hangt een ander reclamebord, van ‘Herman de Ruiter, Boekhandel en leesbibliotheek’, met daarop de naam G.G. de Voogt, die eerder de boekhandel en leesbibliotheek leidde. Een leesbibliotheek was een voorloper van openbare bibliotheken. Leesbibliotheken waren vaak gekoppeld aan een boekhandel. Tegen betaling van een klein bedrag kon je bij een leesbibliotheek boeken lenen of ter plaatse lezen, zoals bij Herman de Ruiter het geval was. In zijn advertenties stond ook: ‘Goede plaatsen beschikbaar’. Dat betekende dat je ergens in het pand van De Ruiter op een fijne plek kon gaan zitten lezen.
Opmerkelijk is dat er even verderop in de straat, rechts op de foto, nog een andere boekenzaak zit: Boekhandel Broese & Comp. (Groote Markt 33). Die boekhandel bestond al heel lang; de voorloper ervan was zelfs al in 1784 in Breda van start gegaan. In 1920 vond er een boekhandelsfusie plaats en werd de naam Broese & Comp. veranderd in Broese & Peereboom. Intussen was iemand van de familie Broese, Jacobus Gerardus Broese (1814-1877), ook afkomstig uit Breda, een boekhandel onder de naam Broese gestart in Utrecht, op de Steenweg nr. 59. De opening was op 26 mei 1843. Utrecht kent nu nog altijd een (grote) boekhandel met de naam Broese. In Breda zijn nog wel diverse boekhandels gevestigd, maar daar niet meer onder de naam Broese.
Rechtsboven op de foto is een deel te zien van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, ook wel de Grote Kerk genoemd. In 1410 werd met de bouw ervan begonnen. In 1547 was de kerk klaar.
Beeldhouwer Matthijs van de Poel, 1936

De foto is genomen toen de beeldhouwer, Matthijs van de Poel, vijfentwintig jaar in dienst was als restaurateur van beelden en andere ornamenten van de Grote Kerk in Breda.
Van de Poel werd in 1867 in Rotterdam geboren. Hij was als beeldhouwer vooral autodidact. De Grote Kerk in Breda was niet de enige kerk waarvoor hij werkte. Eerder was hij in Deventer betrokken bij restauratiewerkzaamheden in de Lebuinuskerk. En hij werkte ook een tijdlang in Doesburg als restaurateur in de Martinikerk. In 1911 kwam hij in dienst van de restauratiecommissie van de Grote Kerk in Breda.
Van de Poel was verder een begenadigd houtsnijwerker. Kort na de Tweede Wereldoorlog maakte hij een houtsnijwerk bij de koorbanken van de Bredase Grote Kerk. Het gemaakte houtsnijwerk toonde een Poolse militair op een motorfiets met achter op de motor een meisje (uit Breda) dat de baret van de Pool draagt. Niet iedereen kon dit werk waarderen. Het was te werelds, te profaan, vonden de critici; te weinig religieus.
Van de Poel zou tot na zijn tachtigste levensjaar doorwerken in de Grote Kerk. Hij overleed in 1953.
Krengenslagers uit Wijhe (1912) – “Giftmengers der openbare gezondheid”
De taal van het dorp (vóór 1970)
Ingekleurde foto’s tonen wat oorlogsfotografen in WO1 en WO2 écht zagen
‘Las Lanzas’ en de overgave van Breda in 1625
Het Turfschip van Breda – Het Nederlandse Paard van Troje
Moorden en martelingen in Breda