Een aarzelaar in het Torentje

5 minuten leestijd
Het Torentje in Den Haag, werkplek van de Nederlandse minister-president
Het Torentje in Den Haag, werkplek van de Nederlandse minister-president (CC BY-SA 4.0 - Hubertl - wiki)

‘Kok neemt liever geen besluit dan een goed besluit,’ zei minister Gerrit Zalm van Financiën (VVD) ooit van zijn premier en collega Wim Kok (PvdA). Waar Zalm op doelde was het aarzelende karakter van Kok. Hij (de premier dus) wikte en woog, maar beslissingen vielen hem zwaar. Misschien had het milieu waarin hij opgroeide er iets mee te maken.

Kok zag het levenslicht in het Zuid-Hollandse Bergambacht op 29 september 1938. Hij is van alle Nederlandse premiers de enige die in een arbeidersgezin is opgegroeid. Zijn vader was los timmerman, een onzeker bestaan. In de winter was hij aanvankelijk vaak op steun aangewezen. Om de armoede van het gezin te kenschetsen vertelde Kok ooit dat hij met Sinterklaas één pepernoot kreeg. In deze kring was een PvdA-lidmaatschap bijna vanzelfsprekend.

Kleine Wim kon goed leren. Na de lagere school, de MULO en de hbs ging hij niet naar de universiteit, maar naar de handelsopleiding Nijenrode, waarbij het beschikbare geld een rol speelde. Bovendien was dit destijds maar een tweejarige opleiding.

Na zijn schooltijd en militaire dienst moest Kok gaan werken. Aanvankelijk bij een handelsonderneming, maar al snel bij de bouwbond NVV. Bij deze socialistische organisatie klom hij gestaag op. Hij bracht het tot voorzitter van het NVV. Na de fusie van deze vakorganisatie met het katholieke NKV werd Kok in 1976 voorzitter van de koepelorganisatie FNV. Intussen was hij getrouwd met Rita, een gescheiden vrouw die al twee kinderen had. Samen kregen ze er nog één.

Wim Kok tijdens de regeringsverklaring van het kabinet-Lubbers II, in 1986
Wim Kok tijdens de regeringsverklaring van het kabinet-Lubbers II, in 1986 (CC0 – Rob Croes / Anefo )

Politiek

In de jaren tachtig ging Kok de politiek in. PvdA-leider Joop den Uyl had hem, na de nodige twijfel, aangewezen als zijn opvolger. In 1986 deed de voormalige FNV-leider voor het eerst mee met de Tweede Kamerverkiezingen. Kort daarvoor had hij nog overwogen burgemeester van Groningen te worden, iets waarvoor hij was benaderd. Zou hij ‘ja’ hebben gezegd dan had de geschiedenis van Nederland een ander verloop gehad.

Maar Kok ging de Tweede Kamer in. Eerst als fractievoorzitter van een ver van de politieke mainstream afgedwaalde oppositiepartij, maar vanaf 1989 als vicepremier van Lubbers III. Dit CDA-PvdA-kabinet opereerde moeizaam, maar zat de lange rit (bijna vijf jaar) wel uit. Dat kwam waarschijnlijk vooral omdat Lubbers en Kok het goed met elkaar konden vinden. Ze waren qua afkomst en karakter wel heel verschillende persoonlijkheden, maar ze hadden ook het een en ander gemeen. Beiden waren sterk resultaatgericht en allebei wilden ze voortdurend de controle houden over alles. Die eigenschappen maakten dat ze elkaar in crisistijden wisten te vinden.

En crisis was het vaak in Lubbers III. Al snel na het sluiten van het regeerakkoord bleek een ‘tussenbalans’ nodig om de uitgaven in overeenstemming te brengen met de ontvangsten.

Er moest, kortom, drastisch worden bezuinigd. De meest in het oog springende maatregel vormde de WAO-ingreep. Het aantal arbeidsongeschikten liep totaal uit de hand en Kok was overtuigd van de noodzaak om de toestroom terug te dringen. Het duurde een hele poos voordat hij een beslissing had genomen, maar toen hield hij er ook aan vast. Een enorme massademonstratie van zijn vroegere FNV-vrienden kon hem niet meer aan het twijfelen brengen, ook niet toen uit polls bleek dat de populariteit van de PvdA drastisch slonk. Zijn positie als partijleider kwam zelfs onder druk te staan. Kok slaagde er echter in een ledenvergadering in Nijmegen haar vertrouwen in hem te laten uitspreken, zodat hij verder kon met zijn beleid. De (in hedendaagse ogen vrij bescheiden) WAO-bezuiniging ging door en het kabinet haalde piepend en krakend de eindstreep.

Verkiezingen

Bij de daaropvolgende verkiezingen verloor de PvdA 12 zetels. Doordat het hopeloos verscheurde CDA (Lubbers vertrok ten gunste van Elco Brinkman) nog veel harder achteruit kachelde, werden de sociaaldemocraten toch de grootste partij. Kok kon zijn intrek nemen in het Torentje, na een moeizame formatie van Paars.

Hij was dus premier van het eerste paarse kabinet (PvdA, VVD, D66). Dat heeft hij acht jaar volgehouden, zij het met afnemend vertrouwen in de toekomst. Zijn eerste kabinet was nog een succes. Het zat dan ook zijn volle termijn uit. In het regeerakkoord waren afspraken gemaakt over het privatiseren van allerlei overheidsdiensten. Geholpen door de aantrekkende economie en werkgelegenheid kon het kabinet zijn ambitie ‘werk, werk, werk’ waarmaken. Ook de ziektewet werd geprivatiseerd, waartegen hij als FNV-leider nog te keer was gegaan.

Wim Kok (cc0 - Rijksoverheid - wiki)
Wim Kok (cc0 – Rijksoverheid – wiki)
Bij de verkiezingen van 1998 werden PvdA en VVD beloond. De sociaaldemocraten stegen van 37 naar 45 zetels, de liberalen van 31 naar 38. D66, dat toch de aanzet had gegeven voor de paarse coalitie, moest met heel wat minder genoegen nemen: het verloor 10 zetels en kwam niet verder dan 14.

Tweede paarse kabinet

Het tweede paarse kabinet, dat na een relatief lange (zeker voor die dagen) formatie aantrad, deed het heel wat minder goed. De economie groeide nog steeds, maar tussen PvdA en VVD ontstond een geprikkelde sfeer over de vraag hoe de extra belastinginkomsten te besteden. De PvdA wilde het geld inzetten voor goede, althans populaire doelen, de VVD wou vooral bezuinigen. D66, dat voor de voortzetting van de coalitie niet meer nodig was geweest, was meestal op de hand van de PvdA.

Kok viel steeds meer terug in onzekerheid, hoewel de Britse premier Tony Blair en de Amerikaanse president Bill Clinton hem tot hun voorbeeld kozen. Bij kabinetsvergaderingen uitte zich dat in een chagrijnige houding, die hem eerder trouwens ook al gekenmerkt had. Kort voor het einde van de regeerperiode in 2002 hielp hij het kabinet om zeep over de Srebrenica-crisis, hoewel de val van deze moslimenclave al in 1995 had plaatsgevonden. Een recent rapport van het NIOD over deze gebeurtenis blies de discussie nieuw leven in.

Wim Kok en Bill Clinton
Wim Kok en Bill Clinton in 1995

Fortuyn

Wellicht dat de opkomst van Pim Fortuyn iets met het ontslag van het kabinet te maken had. De aanvallen van deze populist op de ‘paarse puinhopen’ kwamen Kok (en de andere bewindslieden) hoe dan ook niet goed uit. Kok had intussen PvdA-fractievoorzitter Ad Melkert al tot zijn opvolger benoemd. Misschien had hij dat niet gedaan als hij het gevaar van Fortuyn tijdig onderkend had.

De nieuwe lijsttrekker stond machteloos tegen het opkomend populisme. De PvdA verloor 23 zetels.

Kok verliet de politiek. Hij speelde een rol als adviseur in de EU, maar kreeg veel kritiek toen hij als commissaris van onder meer ING en Shell zijn zakken vulde met bonussen. Als premier had hij zich nog verzet tegen ‘exhibitionistische zelfverrijking’ in het bedrijfsleven. Hij overleed in 2018 op tachtigjarige leeftijd. De teloorgang van de PvdA (9 zetels in 2017) heeft hij nog net meegemaakt, de fusie met GroenLinks niet meer.

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×