Armoedige omstandigheden tijdens het Nederlandse debuut op de Winterspelen (1928)

Slapen op de grond en champagne drinken met prins Hendrik
3 minuten leestijd
Blik op het ijsstadion der Kulmplätze tijdens het kunstrijden, met op de achtergrond het Engadin-gebergte – Olympische Winterspelen 1928
Blik op het ijsstadion der Kulmplätze tijdens het kunstrijden, met op de achtergrond het Engadin-gebergte – Olympische Winterspelen 1928 (Bundesarchiv, Bild 102-05457 / CC-BY-SA 3.0)

In 1928 nam Nederland voor het eerst deel aan de Olympische Winterspelen, die dat jaar werden gehouden in het Zwitserse Sankt Moritz. Vier jaar eerder, tijdens de eerste editie in het Franse Chamonix, was Nederland nog niet vertegenwoordigd. Meedoen bleek in 1928 belangrijker dan winnen: geen van de Nederlandse deelnemers kwam in de buurt van een medaille, maar de Spelen werden wel memorabel.

Olympische Winterspelen 1928
Olympische Winterspelen 1928
De Nederlandse ploeg die in februari 1928 naar het Zwitserse Sankt Mortiz afreisde om deel te nemen aan de tweede editie van de Olympische Spelen, was zeven man sterk. Letterlijk, want vrouwen waren niet van de partij. De tweede editie was al wel wat internationaler dan de eerste editie. Er waren afgevaardigden uit 25 landen en in totaal deden er 464 atleten (waarvan slechts zesentwintig vrouwen) mee aan deze Winterspelen.

Bobslee

Vijf Nederlandse deelnemers maakten deel uit van het bobsleeteam. Dit waren Henri Louis Dekking, Jacques Paul Delprat, Hubert Menten, Curt van de Sandt en Edwin Louis Teixeira de Mattos. De vijfmansbob finishte na twee runs als twaalfde (van de tweeëntwintig).

Schaatstoernooi

Siem Heiden en Wim Kos waren aangewezen om Nederland te vertegenwoordigen op het schaatstoernooi. De omstandigheden waaronder de sporters moesten presteren waren erbarmelijk. In Zwitserland was van een degelijke ontvangst geen sprake. Het hotel waarin de schaatsers moesten verblijven zat helemaal vol. Heiden vertelde daarover ooit:

Er was alleen een badkamer over. We hebben wat planken op het bad gelegd en daar heb ik op geslapen. Willem Kos sliep op de grond.” Schaatsen.nl – Huub Snoep

Sankt Moritz tijdens de Olympische Wintespelen van 1928 - wiki
Sankt Moritz tijdens de Olympische Winterspelen van 1928 in Zwitserland

Bondsvoorzitter Gerrit van Laer had het beter voor elkaar. Die sliep – op eigen kosten – in een luxe hotel. Van Laer kan wel de eerste schaatsbobo uit de Nederlandse geschiedenis worden genoemd. Bij sporters was hij niet heel populair. De voorzitter organiseerde wel jaarlijks een schaatstoernooi, maar de locatie bepaalde hij zelf. Terwijl schaatsers liever naar Noorwegen gingen omdat ze qua schaatstechniek nog wel een en ander konden leren van de Scandinaviërs, koos Van Laer ieder jaar weer voor het Zwitserse kuuroord Davos. Daar moest hij sowieso vanwege zaken naar toe… In 1933 vestigde Siem Heiden in Davos overigens wel een wereldrecord op de vijf kilometer (8:19.2).

Beeld van het schaatstoernooi op de Winterspelen van 1928 - wiki
Beeld van het schaatstoernooi op de Winterspelen van 1928 – wiki

Wim Kos
Wim Kos
Tijdens de Spelen van 1928 hadden de twee afgevaardigde schaatsers ook weinig aan de bondsvoorzitter. Hij regelde geen goed onderkomen voor ze en kon hen ook op schaatsgebied niets leren. Van Laer had zelf namelijk nog nooit op schaatsen gestaan. Ondanks de moeilijkheden keek Siem Heiden later met plezier terug op zijn bezoek aan Sankt Moritz:

We hadden allebei nog een tientje zakgeld om twee weken door te komen. De armoede spoot gewoon je oren uit en niemand die daar rekening mee hield. Dat waren onze Spelen. En toch waren we zo trots als een pauw. – Ibidem

Niet geheel verwonderlijk waren de sportieve prestaties in 1928 niet om over naar huis te schrijven. Op de 500 meter eindigden Siem Heiden en Wim Kos niet in de buurt van de medailles. De Nederlanders finishten respectievelijk als 27e en 33e. Wim Kos eindigde daarmee als allerlaatste, dit mede door een val. Tijdens de 1500 meter finishte Wim Kos überhaupt niet, omdat hij opnieuw onderuit ging. Siem Heiden reed de rit wel uit en eindigde als 18e. De vijf kilometer reden beide heren wel uit. Maar verder dan een 11e en 19e plek kwamen ze niet.

Artikel in de Gooi- en Eemlander over de Spelen van 1928 (16-02-1928, Delpher)
Artikel in de Gooi- en Eemlander over de Spelen van 1928 (16-02-1928, Delpher)

Champagne drinken met prins Hendrik

Prins Hendrik
Prins Hendrik
Eigenlijk zouden de twee Olympiërs ook de tien kilometer nog schaatsen, maar die race werd na vijf ritten vanwege snel intredende dooi afgebroken. Medailles werden op deze afstand niet uitgereikt. Niemand minder dan prins Hendrik ontfermde zich hierna over de sporters, zo vertelde Siem Heiden later:

Prins Hendrik kwam naar ons toe en nodigde ons uit. We hebben drie glazen champagne bij hem gedronken, terwijl hij ondertussen behoorlijk pikante moppen vertelde. Later op de middag kwamen we hem weer tegen. Hij zat helemaal alleen, zonder z’n begeleiders onderuit gezakt in de sneeuw. – Ibidem

De twee schaatsers ontfermden zich over de prins en brachten hem naar zijn hotel, zodat hij op kon warmen. Met enig gevoel voor drama is wel eens gesteld dat de sporters de prins daarmee redden van de bevriezingsdood.

Bronnen

-https://www.nu.nl/sport/2189141/schaatsers-versus-bobos.html
-Gouden Boek van de Nederlandse Olympiërs (Bijkerk & Paauw) – De Vrieseborch, 1996
-https://nl.wikipedia.org/wiki/Nederland_op_de_Olympische_Winterspelen_1928
– “Oranje op Olympisch ijs.” Koolhaas / Snoep (uitg. De Vrieseborch) – https://www.schaatsen.nl/verhalen/schaatsers-redden-prins-hendrik-van-bevriezingsdood/
-https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011169518
×