In de Mexicaanse zilverstad Guanajuato was het in 1810 een eenvoudige mijnwerker die geschiedenis schreef. De zilvermijn van deze koloniale stad behoorde begin negentiende eeuw tot de rijkste van de gehele wereld. Desondanks stond de stad toen aan de vooravond van een heftig oproer, dat zou uitmonden in de Mexicaanse onafhankelijkheidsoorlog (1810-1821).
Aanleiding was de bezetting van Spanje door Napoleon en de hoge belastingen die de inwoners van dat land, maar ook van haar koloniën zoals Mexico, vervolgens opgelegd kregen. Na inning werd het geld opgeslagen in de Alhóndiga de Granaditas, de graanopslag van Guanajuato die als een fort met dikke muren en kleine vensters was gebouwd en daardoor goed beveiligd kon worden.
De hoge heffingen en catastrofale werkomstandigheden wekten in toenemende mate woede onder de bevolking uit. De frustratie was groot omdat de bedrijfsvoering op de plantages en in de mijnen nog grotendeels op dwangarbeid was gebaseerd. De inheemse bevolking moest er verplicht werken voor de koloniale overheerser en was daardoor min of meer onderworpen aan een verkapte vorm van slavernij.
Op naar Guanajuato

Volledig in paniek verschansten de bestuurders zich met hun dienaren en ordetroepen achter de zware muren. Met amper duizend man waren ze weliswaar veruit in de minderheid, maar met de vele geweren waarover ze beschikten konden ze hun belegeraars effectief op afstand houden. Bij iedere bestorming brachten ze vanaf het dak en door de kleine vensteropeningen een moordend vuur uit op de opstandelingen – die zelf naast enkele vuurwapens alleen maar steenslingers hadden – waardoor het schijnbaar onmogelijk was om het fort binnen te dringen.

Toch was er één mijnwerker die het aandurfde om nog een poging te wagen. Juan José de los Reyes Martínes Amaro (1782-1863), bijgenaamd El Pípila (zijn sproetengezicht leek op het ei van een kalkoen), had namelijk een grote stenen plaat op zijn rug gebonden om zich tegen de kogelregen te beschermen en wist zo de poort van de graanopslag ongedeerd te bereiken. Met een fakkel die hij had meegenomen stak hij vervolgens de houten poort in brand.

Held van de revolutie
El Pípila raakte in de vergetelheid totdat in 1843 historicus Teodoro Sánchez de Bustamante (1778-1853) de geschiedenis van de Mexicaanse vrijheidsstrijd op papier zette. El Pípila kreeg daarin een nationale heldenrol. Alle andere helden waren soldaten of priesters, maar hij maakte deel uit van het gewone volk. Het was een gewone mijnwerker gelukt om de machtige Alhóndiga de Granaditas te bedwingen. Zo groeide hij uit tot symbool van de macht van het volk.
Toch bestaat er onder historici twijfel over de geschiedenis van El Pípila. In werkelijkheid zouden er meerdere mannen met stenen platen op hun rug in schildpadformatie tot aan de poort van de graanopslag zijn doorgedrongen. Niettemin bleef de legende rond El Pípila bestaan.

Na de Mexicaanse revolutie (1910-1920) grepen de nieuwe machthebbers weer op hem terug en lieten een reusachtig standbeeld ter ere van hem oprichten. De nieuwe politieke klasse had kosteloos socialistisch onderwijs ingevoerd en liet het verhaal van El Pípila in de geschiedenisboeken opnemen om de kinderen te laten zien dat iedereen kan uitgroeien tot een held. Sindsdien is de mythe rond mijnwerker El Pípila onlosmakelijk met Mexico verbonden gebleven. Ook vandaag de dag torent zijn beeld nog boven Guanajuato uit, met in zijn vuist de vlam als symbool van de Mexicaanse onafhankelijkheid.
De Gebakoorlog – Franse invasie van Mexico
Korte geschiedenis van het kogelvrije vest
Antonio López de Santa Ana – Mexicaanse leider
Heilige oorlog in Mexico
Hernán Cortés – En de verovering van het Azteekse rijk
Che Guevara – Van arts tot icoon van de revolutie