Ruim tachtig jaar na de ramp met het Nederlandse schip Van Imhoff heeft het kabinet excuses aangeboden voor het uitblijven van deugdelijke reddingspogingen en de lange periode van stilzwijgen nadien.
Bij een bombardement op het schip op 19 januari 1942 kwamen 411 van de bijna vijfhonderd geïnterneerde Duitse en Oostenrijkse burgers om het leven, nadat de Nederlandse bemanning en het bewakingsdetachement zichzelf in veiligheid hadden gebracht.
De excuses volgen op een uitgebreid historisch onderzoek door het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Het instituut onderzocht in opdracht van de ministeries van Defensie en Binnenlandse Zaken de toedracht van de ramp, de rol van de Nederlandse autoriteiten en de nasleep voor de nabestaanden. De presentatie van het onderzoeksrapport en een bijbehorend boek werd ook bijgewoond door de Duitse en Oostenrijkse ambassadeurs. Minister van Defensie Brekelmans zei tijdens de bijeenkomst onder meer:
Ik besef heel goed dat deze woorden het verdriet niet wegnemen. Maar ik hoop dat ze, samen met dit boek, bijdragen aan erkenning, afsluiting en misschien ook aan innerlijke rust.
Inmiddels is ook een brief naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin de excuses officieel zijn vastgelegd zodat ze, aldus Brekelmans, “voor iedereen openbaar zijn”.
Achtergelaten op zee

Enkele van hen wisten zich te bevrijdden en probeerden in reddingssloepen te klimmen, maar werden daarin niet toegelaten. Volgens getuigenverklaringen werd zelfs gedreigd met geweld als drenkelingen zich probeerden te redden. Uiteindelijk wisten slechts 66 van de Duitse burgers het vasteland levend te bereiken. Direct na de ramp kregen overlevenden en bemanningsleden opdracht tot geheimhouding.
Ronald Frisart publiceerde op deze site eerder een uitgebreide historische reconstructie van de ramp.
Nieuw onderzoek naar scheepsramp Van Imhoff (1942) maar exact dodental blijft onduidelijk
Belgische collaborateurs in dienst van de Organisation Todt
Jakov Dzjoegasjvili, de zoon van Jozef Stalin