Nieuw onderzoek naar scheepsramp Van Imhoff (1942) maar exact dodental blijft onduidelijk

4 minuten leestijd
Het schip de "Imhoff " ligt op de rede van Donggala.
Het schip de "Imhoff " ligt op de rede van Donggala. (CC BY-SA 3.0 - Tropenmuseum - wiki)

Te langen leste staat nu het hele verhaal op papier over een oorlogsdrama in 1942: de scheepsramp met de Van Imhoff bij Sumatra. Dat wil zeggen: voor zover dat kan worden gereconstrueerd op grond van het incomplete bronnenmateriaal. Drie onderzoekers tekenen deze voor Nederland beschamende geschiedenis op in het recent gepubliceerde boek De ramp met de Van Imhoff en het lot van Duitse burgers in Nederlands-Indië 1940-1945.

In essentie is het verhaal dit. Nadat Duitse troepen op 10 mei 1940 Nederland waren binnengevallen, werden in Nederlands-Indië 2.875 mannen met de Duitse nationaliteit geïnterneerd. Begin 1942 naderden Japanse strijdkrachten Indië. Gevreesd werd dat de Duitse geïnterneerden de Japanners bij een invasie konden helpen met hun kennis over Indië. Daarom werden besloten de geïnterneerden van Sumatra, waar ze waren samengebracht, over te brengen naar de Britse kolonie India.

Kapitein Herman Hoeksema, van wie dit portret te zien was in de BNNVARA-documentaire. De foto is van het beeldscherm gemaakt.
Kapitein Herman Hoeksema, van wie dit portret te zien was in een BNNVARA-documentaire. De foto is van het beeldscherm gemaakt.
Twee door de Indische marine gevorderde schepen van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) kwamen met geïnterneerden veilig aan in Bombay (nu Mumbai). Het derde, de Van Imhoff, werd na het verlaten van de haven van Sibolga aangevallen door een Japans gevechtsvliegtuig. Een vliegtuigbom sloeg een gat in de romp. Kapitein Hoeksema zorgde dat de bemanning en het bewakingsdetachement zichzelf met reddingboten in veiligheid konden brengen. De geïnterneerden werden in kooien van prikkeldraad achtergelaten. Ze braken echter uit en een kleine zeventig van hen wisten met een door de bemanning achtergelaten reddingboot en een werkbootje het kleine eiland Nias te bereiken. De ruim vierhonderd anderen gingen ten onder in de Indische Oceaan, mede omdat de kapitein van een uitgezonden ander Nederlands schip, de Boelongan, op bevel van de Indische marinecommandant weigerde ronddobberende Duitsers te redden.

Debat

Na de Tweede Wereldoorlog ontbrandde hierover na mediapublicaties enkele malen debat. De Nederlandse overheid waste de handen in onschuld. Als er al iets verwijtbaars zou zijn gebeurd, dan ging het om inmiddels verjaarde feiten, stelden de Nederlandse autoriteiten. In 2017 stak de affaire weer de kop op door een driedelige documentaire van BNNVARA. Nabestaanden van slachtoffers trokken opnieuw aan de bel in Den Haag. De ministers van Defensie en Binnenlandse Zaken gaven opdracht tot wetenschappelijk onderzoek, uit te voeren door het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH).

Op 9 oktober 2025 lag het resultaat op tafel in de vorm van het boek De ramp met de Van Imhoff. Bij de boekpresentatie deed minister Ruben Brekelmans (Defensie) boter bij de vis. De nabestaanden van de slachtoffers bood hij excuses aan, zoals Historiek al berichtte. De bewindsman formuleerde het zo:

En daarom wil ik, hier en vandaag, namens het kabinet deze woorden uitspreken: excuses voor het ontbreken van deugdelijke reddingspogingen bij de ramp met de Van Imhoff. Want honderden mannen werden aan hun lot overgelaten. En dat had nooit mogen gebeuren. (…) Ik besef mij heel goed dat deze woorden het verdriet niet wegnemen. Maar ik hoop dat ze, samen met dit boek, bijdragen aan erkenning, afsluiting en misschien ook aan innerlijke rust.
Baai van Sibolga, waar de Duitsers werden ingescheept. Deze opname is overigens uit 1917. (KITLV)
Baai van Sibolga, waar de Duitsers werden ingescheept. Deze opname is overigens uit 1917. (KITLV)

NIMH-onderzoekers Ellen Klinkers, Linda Terpstra en Maaike van der Kloet hebben waardevol werk afgeleverd. Over de aanval op de Van imhoff, de ondergang van het schip en wat direct daarop volgde, hebben ze geen nieuws te melden. Wat daarover bekend was, werd op Historiek al eerder beschreven. Dat de onderzoekers daaraan geen nieuws kunnen toevoegen valt ze niet te verwijten: er zitten gaten in het bronnenmateriaal. Zo is het Indische marine-archief tijdens de Japanse bezetting verloren gegaan.

Waardevol is dat de onderzoekers de ramp goed in context plaatsen. Ze gaan uitgebreid in op de aanwezigheid van Duitsers in Nederlands-Indië en op de interneringsgeschiedenis van de mannen. Nieuw is dat ze in kaart brengen wat die internering betekende voor de achterblijvende vrouwen en kinderen – om te beginnen in Indië, maar ook nog vele jaren later in (vooral) Nederland.

Hoeveel slachtoffers?

Wel wekt het verbazing dat de onderzoekers geen duidelijkheid scheppen over een essentieel feit. Bij ongelukken en rampen van allerlei soort – van een autobotsing tot een aardbeving – is de allereerste vraag: hoeveel slachtoffers zijn er? Zo ook bij de ramp met de Van Imhoff. Curieus genoeg bieden de onderzoekers hierover geen helderheid, maar stichten ze verwarring.

De ramp met de Van Imhoff
 
Op pagina 12 van het boek lezen we: 411 geïnterneerden kwamen om. Op pagina’s 227 en 256 staat het cijfer 415 en op pagina 261 ineens 417. Kan de lezer misschien zelf een sommetje maken om aan die verwarring een einde te maken? Daar gaan we. Op pagina 237 staat dat de Van Imhoff 473 geïnterneerden aan boord had. Op de pagina’s 264 en 269 staat dat 68 van hen zich met een reddingboot en het werkbootje wisten te redden. Sommetje: 473 – 68 = 405 slachtoffers. Bij de landing op Nias kwam in de branding voor het strand echter nog een Duitser om door een ongeluk. En luttele uren later benam een Duitser aan de wal zichzelf het leven. Tellen we ze beiden mee, dan komen we op 405 + 2 = 407 slachtoffers. Maar op pagina 12 is geen sprake van 473 geïnterneerden aan boord van de Van Imhoff, maar van 477. Dan wordt het sommetje 477 – 68 (die Nias bereikten) = 409 + 2 (die alsnog bij/op Nias het leven lieten) = 411 dodelijke slachtoffers.

Aan dodencijfers hebben we dus: 407, 411, 415 en 417. Hoezo wetenschappelijke nauwkeurigheid? De onderzoekers zijn bijgestaan door een Wetenschappelijke Adviescommissie bestaande uit Eveline Buchheim (NIOD), Anita van Dissel (Universiteit Leiden), Gert Oostindie (emeritus Universiteit Leiden) en Krijn Thijs (Universiteit van Amsterdam). Ook zij hebben op dit punt kennelijk niet opgelet. Is simpel rekenwerk wellicht een bèta-dingetje dat (sommige) historici te machtig is?

Trailer van de documentaire over de scheepsramp uit 2017:

×