De fietsende dwaas: de vrijwel vergeten wereldkampioen Gerrit Schulte

5 minuten leestijd
Gerrit Schulte in het Olympisch Stadion, 1949
Gerrit Schulte in het Olympisch Stadion, 1949 (CC0 - Noske, J.D. / Anefo)
Het Olympisch Stadion in Amsterdam en de sport in zijn algemeenheid spelen al ruim zeventig jaar een belangrijke rol in het leven van oud-sportjournalist Bab Barens. In zijn boek Mijn Olympisch Stadion, bundelt hij verhalen over het stadion, dat hij als zijn tweede thuis beschouwt. Op Historiek publiceren we enkele fragmenten. In onderstaand verhaal aandacht voor Gerrit Schulte, een wat in vergetelheid geraakte wielrenner die in 1948 een legendarische duel uitvocht met Fausto Coppi.

Le Fou Pédalant

Op de wielerbaan van het Olympisch Stadion zijn in de geschiedenis grote wedstrijden met de beste wielrenners van de wereld gehouden. Veel wielrenliefhebbers hebben daar mooie herinneringen aan overgehouden.

Er zijn altijd wel een paar van mijn toehoorders tijdens de rondleidingen die me aan die wielerwedstrijden helpen herinneren. Met direct de opmerking daartoe voegen: ’Wat is het toch spijtig dat de wielerbaan verdwenen is.’ Als eerste gaat het dan over zesvoudig wereldkampioen Guillermo Timoner, achter de grote motoren; de grote sprinters Arie van Vliet en Jan Derksen en het achtervolgingsfenomeen Tiemen Groen. Die verhalen kennen alle wielerliefhebbers. Een ander fenomeen, Gerrit Schulte, is helaas echter enigszins in de vergetelheid geraakt. Dat is jammer, want hij is ooit een van de beste wielrenners geweest, die Nederland heeft voortgebracht.

Gerrit Schulte werd op 7 januari 1916 op het Van Beuningenplein 46 in Amsterdam-West geboren als zoon van een kleermaker. In zijn jeugd was hij een brutale, onhandelbare straatjongen met twaalf ambachten en dertien ongelukken. Hij vond slagersjongen zijn het fijnst, want dan kon hij zijn enorme energie en lef in het Amsterdamse verkeer kwijt.

Zijn agressieve rijstijl en doorzettingsvermogen waren kenmerkend. Schulte was een talentvolle renner en beheerste zo goed als alle onderdelen van het wielrennen, zowel op de weg als op de baan. De lange, forse atleet trainde dagelijks tegen de wind in de Hollandse polder. Bovendien fietste hij vanuit zijn geboorteplaats Amsterdam naar wedstrijden door het hele land. Tot aan Brabant en Zeeland toe. Zoals hij vol branie voorspeld had, zou hij die dan meestal winnen. ‘Soms ging ik onverantwoord met mijn krachten om; ik leek dan wel een dwaas.’ Hij kreeg dan ook bijvoorbeeld in Frankrijk de bijnaam Le Fou Pédalant (de fietsende dwaas).

wk wielrennen 1948
Affiche voor het WK Wielrennen van 1948 in Amsterdam en Valkenburg
Tijdens de Tour de France van 1938 won Schutte de derde etappe van Saint-Brieuc naar Nantes over 238 kilometer. Meer nog dan op de weg, was Gerrit Schulte op de baan vrijwel onverslaanbaar. Hij behaalde ruim honderd overwinningen op de weg, schreef negentien zesdaagsen op zijn naam en won meer dan tweehonderd baanwedstrijden.

Strijd om een regenboogtrui

In 1948 was Nederland weer een land dat herrees. Fanny Blankers-Koen won viermaal goud tijdens de Zomerspelen in Londen; koningin Wilhelmina kondigde haar aftreden aan en Martine Bijl werd geboren. Van 23 tot en met 29 augustus 1948 vonden de wereldkampioenschappen baanwielrennen plaats in het Olympisch Stadion. Arie van Vliet won de wereldtitel sprint door in de finale de Fransman Louis Géradin te verslaan.

Ook kon op het onderdeel achtervolging nog een regenboogtrui worden verdiend. Het stadion was meer dan uitverkocht. Men wilde het grote gevecht, de finale van het jaar, zien tussen Gerrit Schulte en de legendarische, vrijwel onverslaanbare Fausto Coppi. Coppi was een wielrenner die niet alleen op de weg, maar ook op de baan al bij zijn leven een legende was. Er waren vier wereldvedetten die de halve finales hadden bereikt: Gerrit Schulte, huizenhoog favoriet Fausto Coppi, diens landgenoot en knecht Bevilacqua en de Zwitserse stijlrijder Hugo Koblet. Een jaar eerder, in 1947, had Coppi in de eindstrijd om de wereldtitel in Parijs ook al tegenover zijn landgenoot Bevilacqua gestaan. In opdracht van de sponsor moest de knecht toen de meester voorrang geven.

Gerrit Schulte werd sportman van het jaar 1958. Hier wordt hij gefeliciteerd door Mieke Telkamp (CC0 – Joop van Bilsen – Anefo)

Toen Bevilacqua op 25 augustus in de halve finale opnieuw tegen Coppi moest rijden, kreeg hij dezelfde opdracht. Deze keer was hij het niet eens met die beslissing, maar had hij weinig keuze. Daarom reed hij demonstratief traag rond. De toeschouwers begrepen dat er sprake was van een protestactie. Toch was men boos op hem en bekogelden de Italianen hem met zitkussentjes, terwijl Coppi op dat moment op zijn gemak naar de finale reed.

In de andere halve finale moest Gerrit Schulte tegen Hugo Koblet rijden. (‘Mooie Hugo’, zoals hij werd genoemd, kwam op 39-jarige leeftijd om het leven, toen hij met zijn Alfa Romeo tegen een boom reed. Er wordt nog altijd over zelfmoord gesproken) Schulte won de spannende strijd met minimaal verschil van slechts een tiende van een seconde. Vooraf beloofde Koblet aan Schulte: ‘Als jij van mij weet te winnen, mag je mijn voor- en achterwiel (28 en 30 spaken) lenen, plus twee lichte bandjes.’ (105 gram) Schulte had dit materiaal namelijk niet zelf. Als verzet koos hij altijd 27-8, terwijl Coppi aan 24-7 de voorkeur gaf.

Een dag later, op 26 augustus, was het eindelijk zover. De trainer van Schulte had kort tevoren Schultes zoontje Gerrie bij hem in de kleedkamer gebracht, die hem vroeg: ‘Pappa, win je voor mij een regenboogtrui?’ Schulte verscheen de finale uiterst geladen aan de start en ging er onmiddellijk onstuimig tegenaan om snel in mijn tweede adem te komen’, was zijn verklaring na het duel.

Wedstrijd tussen Coppi en Schulte in 1949 in Millaan

Na een kilometer had Gerrit tien meter voorsprong. Zijn rondetijden waren een toonbeeld van regelmaat: 39 seconden. Coppi kon pas in de vijfde ronde langszij komen. Toen hij een rondje van 38 en een rondje van 38,6 maakte, had Fausto een voorsprong van vijftien meter opgebouwd. Schulte kromde de rug en in een geweldige slotronde won hij meter na meter terug. De 50.000 toeschouwers in het stadion hadden het niet meer, klommen op de banken en schreeuwden: Schulte vooruit. De spanning was om te snijden. Schulte gleed uiteindelijk in een ultieme inspanning net iets eerder dan Coppi over de streep. De regenboogtrui was behaald, waarna het feest kon beginnen.

Mijn Olympisch Stadion
 
Had Schulte zichzelf van tevoren een kans gegeven, wilde een journalist na afloop weten. ‘Kans? Kans heb je altijd. Alleen als je verloren hebt, heb je geen kans meer’, antwoordde de nieuwe wereldkampioen. Over het zo enthousiaste publiek: ‘Geweldig om voor te rijden. Je moet wel hartstikke doof zijn wanneer je 50.000 mensen niet hoort schreeuwen.’

Gerrit Schulte werd in 1948, na het behalen van de wereldtitel, benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Na het behalen van zijn wereldtitel op de sprint tijdens hetzelfde WK, kreeg ook Arie van Vliet die eer. Fausto Coppi won in 1947 de wereldtitel achtervolging in Parijs; hij verloor die titel in 1948 aan Gerrit Schulte en pakte deze in 1949 in Kopenhagen weer terug.

×