Museum de Fundatie in Zwolle presenteert deze zomer een overzichtstentoonstelling over de vroege jaren van kunstenaar en schrijver Jan Cremer. De expositie, Cremer in context – de vroege jaren, is de eerste grote overzichtstentoonstelling over zijn werk sinds zijn overlijden in 2024 en richt zich vooral op zijn ontwikkeling als beeldend kunstenaar in de jaren vijftig en zestig.
Jan Cremer verwierf in de jaren zestig grote bekendheid met de roman Ik Jan Cremer (1964), een schelmenroman waarin autobiografische elementen en fictie met elkaar werden vermengd. Tegelijk was Cremer actief als schilder en tekenaar.
In de tentoonstelling plaatst Museum de Fundatie zijn vroege werk nadrukkelijk in de context van naoorlogse kunststromingen. Daarmee wil het museum laten zien hoe Cremer zich verhield tot ontwikkelingen binnen onder meer de École de Paris, CoBrA, de zogeheten materieschilderkunst, het abstract expressionisme en de Pop Art.

Buitenstaander?
Volgens het museum presenteerde Cremer zichzelf graag als een buitenstaander. Al op zijn twintigste merkte hij op: ‘Ik schilder niet volgens een idee, want ideeën zijn waardeloos. Ik wil alleen maar lekker verven; ik ben toch immers een gewone jongen en al die flauwekul van kunst en hogere ideeën kan me gestolen worden.’ De kunstenaar nam daarbij geregeld stelling tegen het werk van zijn tijdgenoten met ‘hun gevoelige komposities, hun verfijnde kleurengammaas’. Volgens Cremer was het ‘allemaal rotzooi, estetika’. Zijn eigen schilderkunst omschreef hij als peinture barbarisme: een rauwe en expressieve manier van werken die zich bewust afzette tegen bestaande conventies.

Jan Cremer presenteerde zichzelf graag als iemand die nergens bij hoorde. Maar als je zijn werk naast dat van zijn tijdgenoten legt, zie je hoe diep hij geworteld was in de kunstwereld van zijn tijd en hoe hij zich daar tegelijkertijd tegen afzette. Want de enige manier voor Cremer om deel uit te maken van de kunstgeschiedenis, was door ermee te breken. Die spanning maakt zijn vroege werk zo fascinerend.
Tijdgenoten
De tentoonstelling omvat ruim vijftig werken van Cremer uit de collectie van het museum, zijn nalatenschap en diverse particuliere en museale verzamelingen. Daarnaast worden ongeveer dertig werken getoond van tijdgenoten als Karel Appel, Armando, Bram Bogart, Lotti van der Gaag, Jacqueline de Jong en Lucebert. Door die werken naast elkaar te tonen, wil het museum Cremers positie binnen de kunst van de jaren vijftig en zestig inzichtelijk maken.
Ook wordt een selectie van circa veertig foto’s uit de Jan Cremer Photo Collection getoond, die een beeld schetsen van de jonge kunstenaar in de periode waarin hij zijn publieke imago begon op te bouwen.
Museum de Fundatie bezit de grootste museale collectie werk van Cremer in Nederland. De tentoonstelling is van 20 juni tot en met 20 september 2026 te zien in Zwolle.

Hoe John Heartfield met schaar en papier de nazi’s te lijf ging
Renaissance en humanisme (ca.1350-1620) – Een bloeiende cultuurperiode
Dit zag Vermeer toen hij zijn ‘Gezicht op Delft’ maakte
Picasso’s Guernica