Léon Spilliaert en de bevreemdende beelden van zijn verstilde wereld

5 minuten leestijd
Léon Spilliaert
Léon Spilliaert, Zelfportret (2 februari 1902) – © Luc Schrobiltgen, Brussel

De Deur op een Kier is de titel van een tentoonstelling met stillevens van Léon Spilliaert. De Oostendse kunstenaar (1881-1946) wordt bewonderd voor zijn mysterieuze zeegezichten en zijn enigmatische zelfportretten. Het etiket ‘symbolisme’ wordt weleens op de werken gekleefd. Maar de artiest ging zijn eigen gang. Versmolt Spilliaert zijn leefwereld met zijn innerlijke, persoonlijke wereld of gaf hij alledaagse voorwerpen rondom hem een extra sfeer?

Handschoenen – elegante handschoenen zonder bewoner – spelen een pantomime. Een spel van Oost-Indische inkt en kleurpotlood op karton uit 1912. Het verrassende en atypische werk van Léon Spilliaert uit een privéverzameling is een van de talrijke werken die nooit eerder te zien waren (voor het grote publiek). Het is speels voor de serieuze kunstenaar waarvoor Spilliaert wordt aangezien. Wat betekent het? Misschien wel niets en is het gewoon een object dat Léon zag liggen. En wie was de eigenares van die handschoenen?

Welke kunstenaar zou stilgestaan hebben bij een stel oude, versleten handschoenen waarvan de elegantie vervlogen was en zich erdoor laten verrassen? Hoewel ze bevroren zijn in hun starre positie, liggen de oude handschoenen uitgestald als een spinnenweb in een weloverwogen wanorde. Hun taps toelopende vingers strekken zich uit en lijken in actie te willen komen, maar dan wel een dreigende actie. Van getuigen van burgerlijke elegantie veranderen ze, voor de ogen van de toeschouwer, in de handschoenen van een vogelverschrikker. Anne Adriaens-Pannier, experte van Léon Spilliaert en co-commissaris van de tentoonstelling in de catalogus
Leon Spilliaert | Patrick Derom Gallery
Leon Spilliaert | Patrick Derom Gallery

Zoals deze zwarte handschoenen roepen veel beelden van Spilliaert vragen op en dwingen ze tot nader kijken. Er hangt een bevreemdende waas. Vervreemding waarmee gedold werd in het Fin-de-siècle. De schrijver-kunstcriticus Franz Hellens vatte de geest van zijn vriend datzelfde jaar in het tijdschrift l’Art Moderne:

Zijn werken ademen de sfeer van de omgeving waarin ze zijn ontstaan, maar alleen in die zin dat de kunstenaar ze heeft gehuld in de bijzondere atmosfeer die men in Oostende opsnuift, bestaande uit weerspiegelingen, fonkelingen en fantasmagorieën, die niet ontsnappen aan een oog dat geoefend is in de veranderlijke aspecten van het licht die het eerst door James Ensor tot uiting werden gebracht. Ook de kunst van de heer Spilliaert is doordrongen van deze eigenaardigheid; in zijn werk zijn er innerlijke flitsen van een onverklaarbare grilligheid… Tekst uit de catalogus

Zeewind

Léon Spilliaert was nagenoeg autodidact maar kreeg toch de gelegenheid om zich te ontwikkelen tot/als beeldend kunstenaar. Vader Leonard-Hubert Spilliaert had in badstad Oostende een kapperszaak-parfumerie. Voor een van zijn nieuwe parfums Brise d’Ostende (Briesje uit Oostende) ontwierp de zoon in 1900 – de jongen was toen negentien jaar – het etiket.

Brise d'Ostende. Parfum exquis - Léon Spilliaert, 1900
Brise d’Ostende. Parfum exquis – Léon Spilliaert, 1900

De beroepsactiviteiten van Papa inspireren hem om schijnbare momentopnames van het atelier te vatten: de dikbuikige flacons met een flard weerspiegeling, robuuste bokalen in alle kleuren, een vijzel en stamper om basisstoffen te verpulveren, een trechtertje om de vloeistoffen over te gieten en zo een nieuwe geur samen te stellen…

Letterlijk stille levens, geconcentreerd in hun nauwgezetheid. Een huis clos (besloten binnenruimte) afstandelijk zoals wel meer kunstenaars sferen van de eeuwwende oproepen. Léon Spilliaerts tekeningen evoceren eveneens een… tastbaarheid. Die ‘materiële aanraakbaarheid’ bewerkstelligt de kunstenaar door het opstapelen van verschillende technieken (dat wordt heel duidelijk in de tentoonstelling en vooral in de catalogus getoond).

Blauwe en bruine flacons (1909)
Léon Spilliaert, Blauwe en bruine flacons (1909) – © Renaud Schrobiltgen, Brussel
Leon Spilliaert, die voortdurend experimenteerde met kleurpotlood, Oost-Indische inkt, pastel en gouache op papier of karton, boeit door zijn scherpe maar raadselachtige beelden. Reeds als jonge kunstenaar had hij veel interesse voor de wereldliteratuur en las gretig Nietzsche, Poe, Maeterlinck en klassieke auteurs als Ovidius en Vergilius. Later verdiepte hij zich in de geschriften van Theresa van Avila en Jan van Ruusbroec, ‘de Wonderbare’. Heel zijn leven lang getuigden zijn werken van diepgaande zelfreflectie en meditatie. Anne Adriaens-Pannier, experte van Léon Spilliaert en co-commissaris van de tentoonstelling in de catalogus

Spilliaert is een kind van zijn tijd – eind negentiende en eerste helft van de twintigste eeuw – en van zijn milieu, het burgerlijke binnenhuis en de kuststad. Die directe omgeving verwerkt hij niet eenduidig maar vol persoonlijk stemmingen en aanvoelen. Verstild en gelaagd. En met een al dan niet verdoken angstigheid.

In een reeks onthutsend eerlijke zelfportretten drukte hij een existentiële angst uit die het gevolg was van zijn rusteloos onderzoek van zijn diepste zijn, het onpeilbare van het bestaan. Anne Adriaens-Pannier, catalogus

Léon Spilliaert, *Oranje en blauwe schelpen* (1927)
Léon Spilliaert, *Oranje en blauwe schelpen* (1927) – © Vincent Everarts, Brussel

ZIJN of NIET-ZIJN

In vele van die momentopnames zonder menselijke figuur is er toch een ‘aanwezigheid’ te… voelen. De deur op een kier, zoals de titel van de tentoonstelling luidt, geeft de toeschouwer een inkijkje, maar discreet. Een blik op de interieurs en de verstilde activiteiten daarbinnen.

Verlaten of als belofte van gezelschap, staat er een klein stoeltje in de woonkamer, eenzaam en melancholisch. De stille intimiteit van dit alledaagse voorwerp wordt op het eerste gezicht omgezet in een symbool van rust en elegant comfort. Anne Adriaens-Pannier, catalogus

De tentoonstelling brengt een uitzonderlijke selectie interieurs en stillevens samen, waaronder meerdere zelden getoonde werken en zelfs enkele werken die voor het eerst publiek worden gepresenteerd: een vertrouwde hoek van een verlaten woonkamer, de bibliotheek, de serre, een stille piano, planten met een geribbelde papieren cache-pot, een spiegel zonder reflectie, een schoorsteenmantel, de veelkleurige schelpen… Spilliaert observeert zijn omgeving scherp maar verweert zich tegen kunstmodes en vooral tegen al te gemakkelijke, eenduidige verklaringen.

Verriäre, 1909 - Spilliaert
Léon Spilliaert, Het glazen dak (1909) – © Luc Schrobiltgen, Brussel

Spilliaert omschreef dat proces ooit zelf:

Soms gebeurt het dat een object, volkomen onverwacht en door een mentale verschuiving, zijn naam en zijn gebruikelijke betekenis aflegt en zich in een nieuwe eigenheid openbaart.

Het zoeken naar betekenis is eigen aan de tijdsperiode waarin Spilliaert leefde. Een tijd van voortdurende maatschappelijke en psychologische veranderingen waarin Spilliaert zich stil verwondert over zijn gekende en ongekende omgeving.

Léon Spilliaert interieur
Léon Spilliaert, Interieur met groene plant en stolp (1907) – © Vincent Everarts, Brussel
Spilliaert beperkt zich geenszins tot een loutere beschrijving van de werkelijkheid, maar creëert een universum waarin het zichtbare een innerlijke realiteit uitdraagt die veel zegt over zijn naar introspectie en eenzaamheid neigende karakter. Gekweld, onrustig, ziek – rond 1907 lijdt hij aan maagzweren – maakt Spilliaert van zijn interieurs, net als van zijn zeegezichten, zijn nachtelijke scènes en zijn zelfportretten, het toneel van zijn existentiële zoektocht. Ze zijn geïnspireerd door zijn symbolistische lectuur en de filosofie van Friedrich Nietzsche, naar wie hij overigens rechtstreeks verwijst in één van zijn eerste zelfportretten. Kunsthistoricus, galeriehouder Edouard Derom in de catalogus

Edouard Derom, kunsthistoricus en co-commissaris, omschrijft de huiselijke ruimtes als:

Interieurs als zelfportretten in absentia.

De afwezigheid van de aanwezigheid, raadselachtig maar fascinerend.

De tentoonstelling Léon Spilliaert, ​De deur op een kier, is tot 14 augustus – gratis – te bezoeken ​in de ​Patrick Derom Gallery, ​​Wolstraat 1, 1000 Brussel. Naar aanleiding van de tentoonstelling verschijnt ook een fijnzinnige publicatie bij Hannibal Books. Het geeft subtiel de sfeer van de werken van Spilliaert weer, met bijdragen van onder meer Anne Adriaens-Pannier, Edouard Derom, Stefan Huygebaert en Marie-Noëlle Grison.

Eind augustus opent een tweede tentoonstelling waarbij specialiste Anne Adriaens-Pannier de werken van Léon Spilliaert laat dialogeren met hedendaagse kunstenaars, zoals Stephan Vanfleteren, ook een kind van de zee. In Native Gallery in Brussel. Nadien gaat Léon Spilliaert ‘op reis’: in 2027/8 naar Philadephia, in 2029 naar Japan. En in 2030-31 (de honderdvijftigste geboorteverjaardag) komt hij terug ‘naar huis’ in Oostende en Brussel.

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×