De Deur op een Kier is de titel van een tentoonstelling met stillevens van Léon Spilliaert. De Oostendse kunstenaar (1881-1946) wordt bewonderd voor zijn mysterieuze zeegezichten en zijn enigmatische zelfportretten. Het etiket ‘symbolisme’ wordt weleens op de werken gekleefd. Maar de artiest ging zijn eigen gang. Versmolt Spilliaert zijn leefwereld met zijn innerlijke, persoonlijke wereld of gaf hij alledaagse voorwerpen rondom hem een extra sfeer?
Handschoenen – elegante handschoenen zonder bewoner – spelen een pantomime. Een spel van Oost-Indische inkt en kleurpotlood op karton uit 1912. Het verrassende en atypische werk van Léon Spilliaert uit een privéverzameling is een van de talrijke werken die nooit eerder te zien waren (voor het grote publiek). Het is speels voor de serieuze kunstenaar waarvoor Spilliaert wordt aangezien. Wat betekent het? Misschien wel niets en is het gewoon een object dat Léon zag liggen. En wie was de eigenares van die handschoenen?

Zoals deze zwarte handschoenen roepen veel beelden van Spilliaert vragen op en dwingen ze tot nader kijken. Er hangt een bevreemdende waas. Vervreemding waarmee gedold werd in het Fin-de-siècle. De schrijver-kunstcriticus Franz Hellens vatte de geest van zijn vriend datzelfde jaar in het tijdschrift l’Art Moderne:
Zeewind
Léon Spilliaert was nagenoeg autodidact maar kreeg toch de gelegenheid om zich te ontwikkelen tot/als beeldend kunstenaar. Vader Leonard-Hubert Spilliaert had in badstad Oostende een kapperszaak-parfumerie. Voor een van zijn nieuwe parfums Brise d’Ostende (Briesje uit Oostende) ontwierp de zoon in 1900 – de jongen was toen negentien jaar – het etiket.

De beroepsactiviteiten van Papa inspireren hem om schijnbare momentopnames van het atelier te vatten: de dikbuikige flacons met een flard weerspiegeling, robuuste bokalen in alle kleuren, een vijzel en stamper om basisstoffen te verpulveren, een trechtertje om de vloeistoffen over te gieten en zo een nieuwe geur samen te stellen…
Letterlijk stille levens, geconcentreerd in hun nauwgezetheid. Een huis clos (besloten binnenruimte) afstandelijk zoals wel meer kunstenaars sferen van de eeuwwende oproepen. Léon Spilliaerts tekeningen evoceren eveneens een… tastbaarheid. Die ‘materiële aanraakbaarheid’ bewerkstelligt de kunstenaar door het opstapelen van verschillende technieken (dat wordt heel duidelijk in de tentoonstelling en vooral in de catalogus getoond).

Spilliaert is een kind van zijn tijd – eind negentiende en eerste helft van de twintigste eeuw – en van zijn milieu, het burgerlijke binnenhuis en de kuststad. Die directe omgeving verwerkt hij niet eenduidig maar vol persoonlijk stemmingen en aanvoelen. Verstild en gelaagd. En met een al dan niet verdoken angstigheid.
In een reeks onthutsend eerlijke zelfportretten drukte hij een existentiële angst uit die het gevolg was van zijn rusteloos onderzoek van zijn diepste zijn, het onpeilbare van het bestaan. Anne Adriaens-Pannier, catalogus

ZIJN of NIET-ZIJN
In vele van die momentopnames zonder menselijke figuur is er toch een ‘aanwezigheid’ te… voelen. De deur op een kier, zoals de titel van de tentoonstelling luidt, geeft de toeschouwer een inkijkje, maar discreet. Een blik op de interieurs en de verstilde activiteiten daarbinnen.
Verlaten of als belofte van gezelschap, staat er een klein stoeltje in de woonkamer, eenzaam en melancholisch. De stille intimiteit van dit alledaagse voorwerp wordt op het eerste gezicht omgezet in een symbool van rust en elegant comfort. Anne Adriaens-Pannier, catalogus
De tentoonstelling brengt een uitzonderlijke selectie interieurs en stillevens samen, waaronder meerdere zelden getoonde werken en zelfs enkele werken die voor het eerst publiek worden gepresenteerd: een vertrouwde hoek van een verlaten woonkamer, de bibliotheek, de serre, een stille piano, planten met een geribbelde papieren cache-pot, een spiegel zonder reflectie, een schoorsteenmantel, de veelkleurige schelpen… Spilliaert observeert zijn omgeving scherp maar verweert zich tegen kunstmodes en vooral tegen al te gemakkelijke, eenduidige verklaringen.

Spilliaert omschreef dat proces ooit zelf:
Soms gebeurt het dat een object, volkomen onverwacht en door een mentale verschuiving, zijn naam en zijn gebruikelijke betekenis aflegt en zich in een nieuwe eigenheid openbaart.
Het zoeken naar betekenis is eigen aan de tijdsperiode waarin Spilliaert leefde. Een tijd van voortdurende maatschappelijke en psychologische veranderingen waarin Spilliaert zich stil verwondert over zijn gekende en ongekende omgeving.

Edouard Derom, kunsthistoricus en co-commissaris, omschrijft de huiselijke ruimtes als:
Interieurs als zelfportretten in absentia.
De afwezigheid van de aanwezigheid, raadselachtig maar fascinerend.
Eind augustus opent een tweede tentoonstelling waarbij specialiste Anne Adriaens-Pannier de werken van Léon Spilliaert laat dialogeren met hedendaagse kunstenaars, zoals Stephan Vanfleteren, ook een kind van de zee. In Native Gallery in Brussel. Nadien gaat Léon Spilliaert ‘op reis’: in 2027/8 naar Philadephia, in 2029 naar Japan. En in 2030-31 (de honderdvijftigste geboorteverjaardag) komt hij terug ‘naar huis’ in Oostende en Brussel.
Belgische bibliotheek verwerft afgewezen tekening van Léon Spilliaert
De lokroep van de zee (met een beetje hulp)
De Zee, rusteloos model voor kunstenaars
Het bestiarium van Aloys Zötl
Vincent Van Gogh geeft nog altijd mysteries prijs
De Dames Rothschild, gepassioneerde kunstliefhebbers