In de Sint-Pieterskerk in Leiden kregen heel wat beroemdheden uit de zestiende en zeventiende eeuw hun laatste rustplaats. Dan denken we aan theoloog en diplomaat Filips van Marnix van Sint-Aldegonde en de plantkundigen Charles l’Ecluse en Rembert Dodoens. Moeten de meesten zich tevreden stellen met een afgesleten grafzerk of een gedenkplaat, de onbetwiste ster onder de in de eeuwigheid ontslapenen, is ongetwijfeld Johannes van Kerckhove, ook bekend als “Polyander”.

Het grafmonument is van de zeventiende-eeuwse Mechelse beeldhouwer Rombout Verhulst, die een patent had op dit soort grafmonumenten. Het beeld heeft dan ook een Zuid-Nederlandse flair die men niet meteen zou thuisbrengen in een calvinistische tempel. Deze Kerckhove jr. zelf was blijkbaar ook een flamboyante figuur met Gentse wortels. Hij was de zoon van een gelijknamige predikant die zich ook Polyander liet noemen. Wat mij vooral fascineerde, is hoe die man aan zijn naam was geraakt: Polyander staat voor ‘vele mannen’ in het Grieks, en waar liggen vele mannen? Op het kerkhof! Van de Kerckhove dus.
Je moet er maar opkomen, maar in de humanistische periode waar iedereen die zich een academisch niveau wilde aanmeten, was deze vergriekste achternaam blijkbaar een must. “Trek me uit de Vlaamse klei”, zong Raymond van het Groenewoud (Prasinodasus) en dan zie je meteen hoe dat een zekere Joost Lips uit Overijse niet met roepnaam ‘de Lippes’ bekend staat, maar als Justus Lipsius. Dat Joost in het Latijn ineens ook ‘rechtvaardig’ wordt, kwam goed uit voor deze beroemde classicus en neo-stoïcijn.
Een nauwe vriend van Lipsius, Abraham Wortels of Ortels heette dan weer Ortelius. De gemeenschappelijke vriendenkring van de twee bovengenoemden puilde verder uit van geleerde namen, want niet iedereen mocht zomaar iets tekenen in hun Liber Amicorum of het zestiende-eeuws poëziealbummetje, tenzij ze vlotjes in het Latijn, Grieks of Hebreeuws schreven.
Het Liber Amicorum van Ortelius
Dat Ortelius’ neef Jacob van Meteren, zijn middelbare niet had afgemaakt en geen Latijn machtig was, werd door de vingers gezien, maar toch tekende hij met Demetrius Antwerpianus, niet alleen een klassieke naam maar ook een verwijzing naar een Griekse godin. En een andere goede vriend van Van Meteren – Johan Rademacher uit Aken – werd Rotarius, zonder enig verband met een vandaag alom bekende serviceclub. Een vriend uit het netwerk van Ortelius, Korneel De Schrijver uit Aalst, transformeerde zich dan weer tot Cornelius Grapheus Scribonius.

Verder in het Liber Amicorum van Ortelius: Een zekere Paepe werd Papius, Jan van Gorp werd Goropius (Becanus) en de vaste vertaler van de drukkerij Plantin, Cornelis Kiliaan, nam zichzelf de naam aan van een Romeinse consul: Quilianus. Andere leuke namen uit die periode van de zestiende-eeuw: De Duitse geleerde uit Heidelberg Wilhelm Holzmann liet zich Guilielmus Xylander noemen, want ‘xylo’ betekent hout in het Grieks, getuige de woorden ‘xylografie’ of ‘xylofoon’. En als je Peter Van den Bergh heette, klonk Petrus Montanus toch ook een stuk eleganter.
Het mag allemaal in onze eenentwintigste-eeuwse oren wat pretentieus en pompeus klinken, maar deze classicistische namen hadden in de zestiende eeuw hun praktisch nut: Ze waren een stuk korter dan de echte namen en voor buitenlanders makkelijker uit te spreken en te onthouden, zeker in de academische wereld waar de lingua franca het Latijn was.

Cartografen
Niet alleen professoren aan de Leuvense of Leidse universiteit maten zich een klassieke naam aan: Ook zestiende-eeuwse predikanten en cartografen sprongen op de humanistische trein: zij werden immers ook als geleerde mannen beschouwd.

Jodocus Hondius was overigens de zwager van een andere bekende kaartenmaker en graveur uit die periode: Pieter van de Keere (in het Frans: ‘de la Tour’ of in het Latijn: Kaerius) en ook familie van misschien nog de sympathiekste van de hoop: de West-Vlaamse cartograaf en theoloog uit Alveringem, Piet de Bert die zich simpelweg… Bertius liet noemen. Het moet niet altijd zo vergezocht zijn.
Bizarre familienamen: Napoleon plagen of toch niet?
Nomen est omen – De naam als voorteken
De ontdekking van Kaap Hoorn (1616)
Jacques Anquetil, de snelste ‘Viking’ aller tijden
Vlaamse spreekwoorden – Zeven opvallende gravures van Jan Wierix (ca. 1566)
Goed van de tongriem gesneden zijn