Cornelius Gurlitt (1932–2014) was een Duitse kunstverzamelaar die wereldwijd bekend werd toen in 2013 aan het licht kwam dat hij in het geheim een omvangrijke kunstcollectie bezat. De ontdekking leidde tot brede media-aandacht en maatschappelijke discussie over roofkunst uit de periode van het nationaalsocialisme.

Een deel van de kunstwerken werd door de nazi’s als entartete Kunst bestempeld – een aanduiding voor moderne kunst die niet in overeenstemming was met het nationaalsocialistische ideaal. Sommige van deze werken waren lange tijd als verloren beschouwd.
Herkomst
Cornelius Gurlitt erfde de collectie van zijn vader, Hildebrand Gurlitt, een kunsthandelaar die in de jaren dertig en veertig nauw betrokken was bij de omgang met door de nazi’s in beslag genomen kunst. Hij kreeg destijds de opdracht om kunstwerken te verhandelen of uit het zicht te laten verdwijnen.

Reactie en overlijden
Hoewel Cornelius Gurlitt aanvankelijk niet van plan was kunstwerken terug te geven aan nabestaanden van de oorspronkelijke eigenaren, stemde hij later in met een herkomstonderzoek. Dat zou naar verwachting anderhalf jaar duren. Onduidelijk was op dat moment of Gurlitt vervolgd zou worden.
Na het overlijden van Cornelius Gurlitt op 6 mei 2014 werd bekend dat hij zijn volledige kunstcollectie had nagelaten aan het Kunstmuseum Bern in Zwitserland. Het museum accepteerde de erfenis onder de voorwaarde dat werken met een dubieuze herkomst zouden worden gerestitueerd aan de rechtmatige eigenaren of hun nabestaanden. Sindsdien zijn meerdere kunstwerken teruggegeven, waaronder werken van Matisse en Liebermann.
Prinses Juliana misleid bij koop roofschilderij
Verkoop Goudstikker wettelijk gemaakt door Van den Bergh
De plunderaars. De nazi-obsessie met kunst
Roofkunst voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog