De zaak-Gurlitt: verborgen kunst uit de nazi-tijd

2 minuten leestijd

Cornelius Gurlitt (1932–2014) was een Duitse kunstverzamelaar die wereldwijd bekend werd toen in 2013 aan het licht kwam dat hij in het geheim een omvangrijke kunstcollectie bezat. De ontdekking leidde tot brede media-aandacht en maatschappelijke discussie over roofkunst uit de periode van het nationaalsocialisme.

Schilderij van Franz Marc, een van de kunstwerken uit de collectie van Cornelius Gurlitt
Schilderij van Franz Marc, een van de kunstwerken uit de collectie van Cornelius Gurlitt
De collectie van Gurlitt kwam aan het licht nadat hij in een treinreis werd gecontroleerd en men hem aantrof met een grote hoeveelheid contant geld. Dit leidde tot een huiszoeking in zijn appartement in München. Daar werden ongeveer 1.500 kunstwerken aangetroffen, waaronder werken van onder anderen Picasso, Matisse, Chagall, Dürer, Renoir, Liebermann en Monet. De Duitse justitie meldde dat een aanzienlijk deel van de werken tijdens het naziregime was geroofd of onder dwang was verkocht door Joodse eigenaren.

Een deel van de kunstwerken werd door de nazi’s als entartete Kunst bestempeld – een aanduiding voor moderne kunst die niet in overeenstemming was met het nationaalsocialistische ideaal. Sommige van deze werken waren lange tijd als verloren beschouwd.

Herkomst

Cornelius Gurlitt erfde de collectie van zijn vader, Hildebrand Gurlitt, een kunsthandelaar die in de jaren dertig en veertig nauw betrokken was bij de omgang met door de nazi’s in beslag genomen kunst. Hij kreeg destijds de opdracht om kunstwerken te verhandelen of uit het zicht te laten verdwijnen.

Het Duitse blad Focus bracht de kunstzaak een week geleden in de publiciteit
Het Duitse blad Focus bracht de kunstzaak in 2013 in de publiciteit
Na de vondst bleef Gurlitt zich afzijdig houden van publieke verklaringen. Hij werd door journalisten van onder meer Paris Match gesignaleerd in de supermarkt nabij zijn woning in München, maar weigerde met hen te spreken. Wel legde hij bij het Duitse tijdschrift Der Spiegel het verzoek neer zijn naam voortaan niet meer te publiceren, om te voorkomen dat zijn vader in verband zou worden gebracht met het naziregime.

Reactie en overlijden

Hoewel Cornelius Gurlitt aanvankelijk niet van plan was kunstwerken terug te geven aan nabestaanden van de oorspronkelijke eigenaren, stemde hij later in met een herkomstonderzoek. Dat zou naar verwachting anderhalf jaar duren. Onduidelijk was op dat moment of Gurlitt vervolgd zou worden.

Na het overlijden van Cornelius Gurlitt op 6 mei 2014 werd bekend dat hij zijn volledige kunstcollectie had nagelaten aan het Kunstmuseum Bern in Zwitserland. Het museum accepteerde de erfenis onder de voorwaarde dat werken met een dubieuze herkomst zouden worden gerestitueerd aan de rechtmatige eigenaren of hun nabestaanden. Sindsdien zijn meerdere kunstwerken teruggegeven, waaronder werken van Matisse en Liebermann.

×