Een leerstuk terrorismebestrijding in de luchtvaart
De Bondsrepubliek Duitsland (BRD) ging in de jaren zeventig van de twintigste eeuw gebukt onder grote maatschappelijke onrust, veroorzaakt door de vele terreuraanslagen van de extreemlinkse terroristen van de Rote Armee Fraktion (RAF). Deze RAF kwam voort uit de studentenbeweging van de generatie ’68. Er waren diverse protestbewegingen in de BRD in de jaren zestig. Ze keerden zich tegen de kapitalistische consumptiemaatschappij, zetten zich af tegen het nazi-verleden van hun (groot) ouders, tegen de Vietnamoorlog, tegen het Amerikaanse imperialisme, tegen de moraal van de benauwde jaren vijftig met hun beklemmende (seksuele) moraal. Ja, waartegen eigenlijk niet?
Eind jaren zestig tekenden zich binnen de studentenprotesten twee verschillende richtingen af. Enerzijds een studentenprotest dat meer symbolisch van aard was en min of meer geweldloos acteerde. Anderzijds waren er extreemlinkse studenten die geweld zagen als geëigend middel om hun doelen te halen. Het waren er niet veel, maar ze konden rekenen op enkele honderden die hen ondersteunden. Daarnaast waren er, ten minste in de eerste jaren, vele duizenden sympathisanten.
De terreur begon in 1968 met twee brandstichtingen. Vier studenten, waaronder Andreas Baader en Gudrun Ensslin, staken twee warenhuizen in Frankfurt in brand vanwege de onverschilligheid van de maatschappij tegenover de Vietnamoorlog. Dit zou de kiem vormen van de gewapende strijd van deze studenten. Baader en Ensslin werden de hoofdrolspelers in de “kerngroep” die verantwoordelijk was voor de terreur in de jaren zeventig. Baader werd gearresteerd, maar kort daarop met geweld bevrijd door Gudrun Ensslin, Ulrike Meinhof en andere sympathisanten. Deze bevrijdingsoperatie was min of meer de geboorteakte van de RAF in 1970 en tevens startpunt van de extreemlinkse terreur in de BRD, die begon met het doodschieten van politieman Norbert Schmid in Hamburg op 22 oktober 1971.

In juni 1972 werden Baader, Ensslin en Meinhof gearresteerd. Toen ze vastzaten stuurden zij, ondersteund door hun advocaten, vanuit de gevangenis een tweede generatie van de RAF-terroristen aan. Deze tweede generatie terroristen probeerde de gevangenen met chantage te bevrijden.
In november 1974 probeerde de RAF in Berlijn rechtbankpresident von Drenkmann te ontvoeren. Toen die poging mislukte, werd hij doodgeschoten.

Slechts enkele weken na de vrijlating van Lorenz bezetten leden van de RAF (Kommando Holger Meins) de Duitse ambassade in Stockholm. In navolging van de ontvoerders van Lorenz eisten zij de vrijlating van terroristen, onder wie de RAF-leiders Andreas Baader, Ulrike Meinhof en Gudrun Ensslin. Er werd niet aan de eisen voldaan en als antwoord hierop werden de militair- en handelsattaché vermoord. Na een door henzelf veroorzaakte explosie probeerden de terroristen te vluchten, maar zij werden snel gearresteerd en later in Düsseldorf tot levenslange gevangenisstraffen veroordeeld. Helmut Kohl schreef later: “De staat was vatbaar geworden voor chantage. […] een onhoudbare situatie.” Schmidt noemde de beslissing in 2007 later een “ernstige fout”.
In 1977 bereikte de terreur in de Bondsrepubliek haar hoogtepunt. Het leek wel of de terroristen de vrije hand hadden, wanneer en waar ze wilden. Op 7 april 1977 werd de federale procureur-generaal Buback met twee assistenten op straat doodgeschoten. Op 30 juli 1977 werd de voorzitter van de Raad van Bestuur van de Dresdner Bank, Ponto, thuis vermoord. Naast genoemde “prominenten” vielen ook politieagenten, militairen en andere onschuldige burgers ten prooi aan de terroristen.
Op 5 september 1977 werd voorzitter van het Duitse werkgeversverband Hanns Martin Schleyer door RAF-leden ontvoerd. Zijn vier begeleiders overleefden de overval niet. De ontvoerders eisten de vrijlating van elf gevangenen in ruil voor de vrijlating van Schleyer. Zeven weken lang hield de Bondsrepubliek de adem in, weken die bekend werden als de “Duitse Herfst”. Bondskanselier Schmidt maakte duidelijk dat de staat zich niet liet chanteren en wilde hard optreden. Een dramatische zoektocht begon die na veertig dagen nog vruchteloos was en hopeloos leek. Maar toen kaapten Palestijnse terroristen op 13 oktober 1977 een passagiersvliegtuig van Lufthansa.
De kaping
Op donderdag 13 oktober 1977 vertrok de Lufthansa-Boeing 737 ‘Landshut’ (LH 181) met 86 passagiers en vijf bemanningsleden van de luchthaven van Palma de Mallorca met bestemming Frankfurt. Vliegend boven de Franse Rivièra meldde gezagvoerder Jürgen Schumann om circa 14.30 uur dat het vliegtuig werd gekaapt door twee mannen en twee vrouwen. De kapers stonden onder leiding van ‘Captain Martyr Mahmud’, die later werd geïdentificeerd als de terrorist Zohair Youssef Akache.

Het gebrek aan veiligheidsmaatregelen op de Spaanse luchthaven deed zich voelen. Er was een minimale beveiliging. Handbagage werd wel geopend, maar toen de beveiligers in een lichtblauwe make-up-koffer keken, zagen ze wel een grote radio, maar het belang daarvan ontging hen. Ook vervalste paspoorten bleven onopgemerkt. Zo reisden enkele kapers met Iraanse paspoorten, terwijl zij Arabisch spraken in plaats van Perzisch. Door de minimale controle konden de kapers zes plastic handgranaten, pistolen en anderhalve kilo explosieven aan boord smokkelen. De wapens en explosieven waren verborgen in een make-upkoffer en een radio die door de twee vrouwelijke kapers werden meegenomen. De eisen van de terroristen waren de vrijlating van elf Duitse links extremistische terroristen, twee Palestijnse terroristen die in Turkije gevangen zaten en 15 miljoen Amerikaanse dollar aan losgeld.
Lufthansa had moeite contact te houden met de gekaapte ‘Landshut’, vernoemd naar de Beierse stad Landshut. Het toestel beschikte over een beperkt radiobereik, waardoor rechtstreeks contact met Lufthansa in Frankfurt vaak niet mogelijk was. De kapers dwongen de bemanning koers te zetten naar Cyprus, maar daarvoor moest eerst worden bijgetankt. Het vliegtuig week daarom uit naar Rome om daarna door te vliegen naar Cyprus. Rome gaf aarzelend toestemming voor het bijtanken na dreigementen van de terroristen dat het vliegtuig zou worden opgeblazen. Ook wilde Rome niet meewerken aan plannen om te voorkomen dat het vliegtuig opnieuw zou opstijgen. Inmiddels had het nieuws over de kaping zich verspreid en hadden veel landen besloten de ‘Landshut’ niet op hun grondgebied te laten landen. In tegenstelling tot wat de kapers hadden verwacht, wilden verschillende Arabische staten, waaronder Syrië, Jordanië, Koeweit en Libanon, geen medewerking verlenen. Zij weigerden de ‘Landshut’ toestemming te geven om te landen. In Beiroet werden de landingsbanen fysiek geblokkeerd om een landing te voorkomen.
Route van de Landshut

Gezagvoerder Schumann probeerde vanaf het begin heimelijk informatie over de situatie door te geven. Omdat rechtstreeks radiocontact met Lufthansa in Frankfurt vaak niet mogelijk was, luisterden andere Lufthansa-vluchten boven de Middellandse Zee berichten van de gekaapte Boeing af en gaven die door. Toen de Landshut zich bij Griekenland op een landing in Nicosia leek voor te bereiden, liet Frankfurt weten dat de luchthaven daar “buiten gebruik” was en adviseerde uit te wijken naar Larnaca of de Britse luchtmachtbasis Akrotiri op Cyprus. Toen het vliegtuig hierna in Larnaca landde, klonk er een stem met een zwaar accent over de radio in het Engels, die verklaarde:
Hier is captain Mahmud. Tank het vliegtuig bij. Als u niet bijtankt, blaas ik het vliegtuig op.
De minister van Buitenlandse Zaken van Cyprus smeekte in naam van de Cypriotische regering en het Cypriotische volk en in naam van de menselijkheid om alle kinderen, vrouwen en zieken aan boord vrij te laten. Ook toen er een andere stem uit de toren klonk: “Ik ben de vertegenwoordiger van de Palestijnse Bevrijdingsbeweging in Cyprus. Hoort u mij, captain Mahmud?” Mahmud schreeuwde terug: “Het kan me niet schelen wie u bent! Wie u ook bent, ik wil niet met u praten.”
De Duitse regering was vastbesloten niet toe te geven aan de eisen. Daarmee werd de dood van Schleyer en de passagiers van de ‘Landshut’ ingecalculeerd. Na overleg met zijn crisisstaf en oppositieleiders, nam bondskanselier Schmidt de beslissing om het Duitse elite-commando ‘GSG 9’ in te zetten.
GSG 9
De afkorting GSG 9 staat voor Grenzschutsgruppe 9. Sinds 2005 valt deze eenheid onder de Bundespolizei (federale politie), maar de naam GSG 9 is wereldwijd een bekende term en bleef de naam houden, met de toevoeging van Bundespolizei. De GSG 9 werd op 26 september 1972 opgericht als een antiterreur eenheid en als eenheid die gijzelaars moest bevrijden. Deze oprichting was het gevolg van de ervaringen opgedaan tijdens de gijzeling in München in 1972. De Palestijnse terreurgroep “Zwarte September” gijzelde elf Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen in München en vermoordde hen uiteindelijk. De Duitse politie was niet voorbereid op gijzelingsacties van dit soort en slaagde er niet in de situatie succesvol op te lossen.
In april 1973 meldde oprichter en commandant Ulrich Wegener dat twee eenheden van GSG 9 operationeel gereed waren. Sindsdien heeft GSG 9 talloze speciale operaties uitgevoerd, zowel in binnen- als buitenland. Ze wordt ingezet voor de bestrijding van zware en georganiseerde misdaad en terrorisme. Ondanks vele (verborgen) successen zijn er ook verliezen geweest.
Operatie Feuerzauber
Onder de naam Operatie Feuerzauber werden de eerste dertig leden van GSG 9 onmiddellijk naar Cyprus gestuurd. Hun toestel arriveerde echter in Larnaca op het moment dat de Landshut alweer was vertrokken. De eerste GSG 9-eenheid vloog daarop door naar Ankara, in afwachting van nieuwe instructies. Op vrijdag 14 oktober vloog de Landshut verder naar Bahrein om te tanken en vervolgens naar Dubai in de Verenigde Arabische Emiraten. Hier stond het vliegtuig 54 uur en in die tijd probeerde de West-Duitse ambassadeur met de terroristen te onderhandelen om tijd te rekken.
In Dubai verzocht de Duitse staatssecretaris van buitenlandse zaken, Wischnewski, de minister van Defensie van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) om Duitse militairen op zijn grondgebied toe te staan. Na gesteggel over en weer stemden de West-Duitse autoriteiten ermee in om troepen van de VAE te laten deelnemen.
Vermomd als monteurs verkenden GSG 9-commando’s het toestel en hielpen zij bij het inladen van voedsel, water en medicijnen. Een bevrijdingsoperatie werd echter niet toegestaan. Doordat het koelsysteem was uitgevallen, liep de temperatuur in het toestel op tot zo’n vijftig graden Celsius. De benauwde omstandigheden, stank en angst onder de gijzelaars namen daardoor verder toe. Ondertussen dreigden de kapers drie vermeende Joodse vrouwelijke passagiers te doden omdat ze ‘Joodse heksen’ zouden zijn.
Op zondagochtend 16 oktober zette de Landshut koers naar Salalah in Oman. Daar kreeg het toestel geen toestemming om te landen, waarna de kapers koers zetten naar Aden in Jemen. Daar dachten de terroristen een veilig heenkomen te krijgen. Maar in plaats van hulp werden ze in Aden weinig enthousiast ontvangen. Ondanks een gebrek aan brandstof werd de Landshut de landingsvergunning geweigerd, de landingsbaan werd gebarricadeerd en de radionavigatie werd afgesneden. De Landshut maakte een harde landing op een naastgelegen onverharde strook en werd vervolgens omsingeld door militairen. De autoriteiten stelden de kapers daarop een ultimatum: het toestel moest zo snel mogelijk weer vertrekken.

Gezagvoerder Schumann inspecteerde echter eerst het landingsgestel op mogelijke schade. Ondertussen wist hij de verkeersleiding heimelijk te informeren over de plekken waar explosieven waren aangebracht. Nadat de kapers hadden gedreigd het toestel op te blazen, werd gezagvoerder Schumann gedwongen terug te keren naar het toestel. Knielend voor de passagiers werd hij vervolgens door het hoofd geschoten. Zijn lichaam werd vervolgens in een kast in het toestel gestopt. De Landshut vertrok met co-piloot Vietor vervolgens naar Mogadishu (Somalië) waar het in de vroege ochtend van 17 oktober aankwam. Hier werd het lichaam van gezagvoerder Schumann via een noodglijbaan op het asfalt gegooid.
Er moest nu actie worden ondernomen. GSG 9 maakte zich klaar voor actie nu er doden onder de gijzelaars vielen. Ook de tweede groep van 30 commando’s arriveerde. Inmiddels was hulp aangeboden van andere landen. Het Verenigd Koninkrijk voorzag de Duitsers van zeer gevoelige afluisterapparatuur en flitsgranaten (een type dat bij explosie geen scherven verspreidt) en twee experts van de Special Air Services.
De bevrijding
Vertegenwoordigers van de Duitse regering gingen in onderhandeling met de Somalische leider Siad Barre, die duidelijk sympathie had voor de Palestijnse zaak. Men had hem daarom wijsgemaakt dat drie kapers Duitsers waren en een Arabier. Barre eiste wapens en financiële tegemoetkoming in ruil voor hulp. Uiteindelijk werd toestemming verleend voor een reddingsmissie. De kapers waren hardhandiger en onberekenbaarder geworden. Ze hadden de handen van de passagiers met nylons achter hun rug vastgebonden en hen overgoten met drank om de vlammen aan te wakkeren wanneer het vliegtuig in brand werd gestoken.
De Duitse regering veinsde vervolgens instemming met de eisen van de kapers, die zich al hadden voorbereid om het vliegtuig op te blazen. Er werd om een verdere verlenging van de deadline gevraagd om de gevangenen naar de bevolen bestemming te kunnen vervoeren. De Duitse onderhandelaars leidden de ontvoerders af door intensief radioverkeer over de aanstaande, vermeende overdracht van de gevangenen. De kapers stelden een laatste ultimatum, dat om 01.30 uur ’s nachts op 18 oktober zou aflopen.
GSG 9-commandant Ulrich Wegener en zijn plaatsvervanger Blaette verkenden in het donker heimelijk de Landshut. Met de Somalische leider werd afgesproken dat de actie Feuerzauber aan de wereld zou worden verkocht als een gezamenlijke Somalisch-Duitse operatie. Benadrukt werd dat de Somalische soevereiniteit bewaard bleef en dat alle gevangenen die door GSG 9 werden gemaakt, uiteraard onder Somalisch gezag zouden vallen. Dit werd echter door Somalische leider met onbegrip ontvangen: “Wat, willen jullie ook gevangenen maken?”
Na verdere besprekingen gaf Somalië toestemming voor de inzet van GSG 9. Het was zeker een voordeel dat staten als Saoedi-Arabië, Groot-Brittannië en de VS het verzoek van de Duitse regering steunden. Wegener meldde bondskanselier Helmut Schmidt dat GSG 9 klaar was voor actie en sprak vertrouwen uit in een succesvolle afloop. Diezelfde avond ontving hij van Schmidt telefonisch het bevel tot bestorming van de Landshut. Voor Schmidt was dit een ingrijpende beslissing: bij een mislukking zou hij politiek zwaar onder druk komen te staan.
Tijdens de reddingsoperatie werden dertig GSG 9 commando’s en Somalische troepen als scherpschutters ingezet om de bevrijders te beschermen. Gevreesd werd dat de terroristen mogelijk een geheime eenheid ter ondersteuning op de grond hadden.
Na een voorbereiding waarbij iedereen zijn taak kende, naderden dertig GSG 9-commando’s om 23.30 uur de Landshut. De eenheid was verdeeld in zes groepen van vijf man. De commando’s droegen burgerkleding, scherfvesten en zwartgemaakte gezichten en bewogen zich met ladders via een zogeheten “dode hoek” naar de onderzijde van het toestel. De commando’s moesten zich uiterst behoedzaam verplaatsen en de ladders voorzichtig manoeuvreren om geen geluid te maken of tegen de romp van het vliegtuig te stoten. De uiteinden van de ladders waren daarom met rubber bekleed. Ook de nachtelijke hitte maakte de operatie lastiger. Door bezwete handen bestond het risico dat een ladder zou wegglijden.
Somalische militairen zorgden voor een afleidingsmanoeuvre. Om kapers naar de cockpit te lokken, veroorzaakten speciale eenheden om 23.50 uur explosies en brand met fel vuur op een paar honderd meter voor de Landshut. Scherpschutters zagen in hun vizier twee terroristen naar de cockpit gaan om poolshoogte te nemen. Om 00:00 uur werden de speciale ladders geplaatst bij de vier deuren en bij de twee nooduitgangen achter de vleugels en namen de commando’s hun posities in. Na het codewoord Feuerzauber werden om 00.05 uur gelijktijdig de twee voorste en twee achterste deuren geopend, evenals de nooduitgangen boven de vleugels.
Documentaire over de Lufthansa-kaping
Twee Britse SAS-operators gooiden afleidende, zeer verblindende flitsgranaten in de lucht boven de voorkant van de cockpit om verwarring te zaaien. Ieder lid van het commando wist precies wie de ladder moest vasthouden, wie de deur opende, wie met het machinepistool onderaan de trap klaar stond en wie als eerste naar binnen ging. Elke commando wist in welk gedeelte van het vliegtuig hij moest zijn. Hinlegen! (Ga liggen!) werd geroepen terwijl ze aan boord stormden. Sommige bronnen zeggen dat de commando’s ook “Kopf runter, wo sind die Schweine?” (Hoofden naar beneden, waar zijn de varkens?) schreeuwden.
In het toestel werd een vrouwelijke terrorist direct gedood. De tweede vrouwelijke terrorist vluchtte naar de achterkant van het vliegtuig en verschanste zich in een toilet. Ze werd zwaargewond geraakt door een salvo kogels, maar overleefde het. In het vuurgevecht werden de twee andere terroristen direct gedood. Een commando werd zwaargewond, een stewardess en vier passagiers raakten lichtgewond. De vermoorde gezagvoerder Schumann was het enige dodelijke slachtoffer onder de gijzelaars.
Vier minuten na begin van de operatie werden de gijzelaars geëvacueerd. Een afgrijselijke stank in de Landshut kwam de bevrijders tegemoet. De gijzelaars verkeerden in een vreselijke toestand. De gijzelaars hadden slechts het hoogstnodige gekregen en nauwelijks geslapen. Ze waren getuige geweest van schijnexecuties en gewelddadige uitbarstingen van hun ontvoerders. Vijf dagen lang hadden zij vrijwel onbeweeglijk in hun stoel moeten blijven zitten en gebruikmaken van het toilet was nauwelijks mogelijk. Velen herinnerden zich jaren later nog de vreselijke stank in de moordende hitte. GSG 9 officier Dieter Fox verklaarde:
De mensen verkeerden in een vreselijke fysieke toestand en in een desolate mentale toestand: er heerste apathie, lethargie, complete afwezigheid, verstijving en verlamming. En je moest sommigen echt vastpakken en uit hun stoelen trekken.
Enkele minuten na de start van Operatie Feuerzauber, om 00.12 uur, meldde GSG 9 via de radio het succesvolle einde van de operatie. Toch had 18 oktober 1977 ook een dramatisch einde. Op die dag pleegden RAF-terroristen Andreas Baader, Gudrun Ensslin en Jan-Carl Raspe zelfmoord in de gevangenis in Stuttgart-Stammheim. Irmgard Möller werd zwaargewond aangetroffen.
De RAF vermoordde op diezelfde dag ook Hanns-Martin Schleyer. Hij werd op 19 oktober gevonden in de kofferbak van een Audi in het Franse Mulhouse. De enige overlevende vrouwelijke terrorist werd in 1978 in Somalië tot twintig jaar veroordeeld, maar hetzelfde jaar naar Irak verbannen. Via omzwervingen kwam ze in Noorwegen terecht.

De reacties in de Arabische wereld waren gemengd, vooral toen bekend werd dat de Landshut was gekaapt door een puur Palestijns commando. Somalië werd volgens het hoofdkwartier van de Arabische Liga in Caïro, hier en daar beschuldigd van verraad aan de Arabische zaak. RAF-terroristen hebben overigens nooit meer geprobeerd gevangenen vrij te krijgen via gijzeling.
Operatie Feuerzauber wordt als een van de meest succesvolle reddingsoperaties in de luchtvaart beschouwd. Naast felicitaties kwamen verzoeken om te worden opgeleid door GSG 9. De operatie groeide uit tot een belangrijk leerstuk in de terrorismebestrijding en diende internationaal als voorbeeld voor vergelijkbare antiterreureenheden, waaronder de Amerikaanse Delta Force.
Het einde
De Landshut bleef na het incident in de reguliere dienstregeling vliegen. In 1985 werd het toestel door Lufthansa verkocht en bleef tot 2008 in gebruik in Europa, Azië en Zuid-Amerika. Jarenlang stond de Landshut op een Braziliaans vliegtuigkerkhof, totdat het – inmiddels wrak – in 2017 naar Duitsland terugkeerde, werd gerestaureerd en tentoongesteld in Friedrichshafen als herinnering aan de gebeurtenissen in 1977.
Op 20 april 1998 kondigde de RAF in een verklaring haar ontbinding aan, nadat ze in april 1992 al “voorlopig afstand van geweld” had genomen. In totaal eiste het geweld van de RAF 33 dodelijke slachtoffers, onder wie drie Nederlanders: een politieagent en twee douanebeambten.
Voormalig terroriste van de Rote Armee Fraktion (RAF), Daniela Klette, werd op 26 mei 2026 in Verden (Nedersaksen) tot dertien jaar cel veroordeeld. Tegen haar was vijftien jaar geëist. Bewezen werd dat ze betrokken was bij meerdere gewapende roofovervallen op geldtransporten en supermarkten. Deze misdrijven had ze gepleegd tussen 1999 en 2016, samen met twee andere ex-RAF-leden, Ernst-Volker Staub en Burkhard Garweg. Zij zijn nog steeds voortvluchtig. De 67-jarige Klette werd in februari 2024 in Berlijn gearresteerd. Ze had zich ruim dertig jaar onder de naam “Claudia” schuil gehouden in een weinig opvallend bestaan. In haar woning werden wapens, goud, vervalste identiteitsbewijzen en 240.000 euro aan contant geld gevonden.
– Corolla, M. Executive Summary Operation Magic Fire Demonstrates the Role of Cooperative Threat Assessments and Collaborative Operational Risk Assessments for the International Airline. In: Academia, San Francisco, (academia.edu). 1 november 2007.
– Geiger, T. Die „Landshut“ in Mogadischu. Das außenpolitische Krisenmanagement der Bundesregierung angesichts der terroristischen Herausforderung 1977. In: Institut für Zeitgeschichte (ifz-muenchen.de), Jahrgang 57 (2009), Heft 3.
– GSG 9. Prospectus van de Bundespolizei. (gsg9.de)
– Heetlage, H. Ein schwerer Fehler: Der Staat war erpressbar geworden. In: Bundeskanzler Helmut Schmidt Stiftung (helmut-schmidt.de), 26 februari 2022.
– Zander, U. Operation Feuerzauber. In Museumsmagazin 3-2021 van het Haus der Geschichte (hdg.de).
– Weisswange, J-P. 43 Jahre Operation Feuerzauber. In: Europäische Sicherheit & Technik (esut.de), 3 november 2020.
– Bartsch, K. en Lampe, l. 30 Jahre „Terrorjahr“ 1977. In: Deutscher Bundestag – Wissenschaftlicher Dienste, Nr. 20/07 (19 april 2007).
– Vor 45 Jahren: Entführung der “Landshut”. In: Bundeszentrale für politische Bildung (bpb.de), 12 oktober 2022.
– Rote Armee Fraktion (RAF) (historische organisatie). Publicatie Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Ministerie van Justitie.
– Pittlik, W. 13 oktober 1977: Terroristen kapen Lufthansa-toestel. In: Stichting Duitsland Instituut bij de Universiteit van Amsterdam, 13 oktober 2017.
– Scheller, C en Steinfurth, S. Endgültiger Standort in Friedrichshafen: Wrack der “Landshut” ist umgezogen. In: Süd West Rundfunk (swr.de).
– Diehl, J. Die Nacht des Helden. In: spiegel.de, 5 september 2007.
– Liste der Todesopfer der Rote Armee fraktion. In: de.wikipedia.org.
– Zeitzeugen Portal (zeitzeugen-portal.de). Interview met Werner Heimann, destijds groepscommandant van GSG 9.
De Rote Armee Fraktion (RAF) – 1970-2015
Ulrike Meinhof – Kopstuk van de Rote Armee Fraktion (RAF)
Treinkaping bij De Punt (1977) – Molukse kaping en een beladen bevrijdingsactie
Het Pueblo-incident dat bijna een nucleair conflict veroorzaakte
Osama bin Laden – Leider en oprichter van Al-Qaida
Aanslagen in Europa – van Charlie Hebdo tot Berlijn 2016
1815: De strijd tegen terreur