Hoewel vrouwelijke kunstenaars de laatste jaren meer aandacht krijgen, zijn velen lange tijd onderbelicht gebleven in de kunstgeschiedenis. Dat geldt ook voor de Zaanse kunstenaars Nelly en Tine Honig, wier werk grotendeels uit het collectieve geheugen verdween. Het Zaans Museum brengt daar verandering in met de tentoonstelling Gekoesterd. Bewaard werk van Nelly en Tine Honig.
Dankzij familieleden van de kunstenaars is een deel van hun oeuvre bewaard gebleven. Veel van die werken waren niet eerder te zien voor het publiek.
De tentoonstelling is gebaseerd op onderzoek van kunsthistorica Margreet van der Hut, die de afgelopen jaren uitvoerig onderzoek deed naar het leven en werk van beide kunstenaars en hierover twee boeken publiceerde.
Overeenkomsten én verschillen
Hoewel Nelly (1879-1945) en Tine Honig (1894-1957) vermoedelijk nooit persoonlijk contact hadden, delen zij een vergelijkbare achtergrond. Beide kunstenaars kwamen voort uit welgestelde doopsgezinde Zaanse families en maakten deel uit van de invloedrijke familie Honig. Ondanks deze overeenkomsten vulden Nelly en Tine hun leven en kunstenaarschap verschillend in.

Nelly Honig werd in 1879 geboren in Helsinki, waar haar vader werkzaam was in de houthandel voor een Zaanse firma. Na terugkeer naar Nederland volgde ze een opleiding aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam en ontwikkelde ze zich tot een vaardig tekenaar, lithograaf en illustrator. Ze ontwierp onder meer boekbanden en omslagen voor bladmuziek. In 1908 ontving zij de prestigieuze Willink van Collenpremie, een belangrijke onderscheiding voor jonge kunstenaars.
Een deel van haar werk ontstond in opdracht van familieleden. Zo vervaardigde zij portretkopieën voor verwanten en ontwierp zij boekomslagen voor haar tante Marie Honig, bekend van meisjesboeken. Vanaf het einde van de jaren tien combineerde Nelly haar artistieke werk met een baan als kantoorbediende, wat mogelijk verklaart waarom haar oeuvre relatief beperkt bleef. In april 1945 overleed zij in Amsterdam, tijdens de laatste fase van de Hongerwinter.

Stillevens en bloemstukken
De vijftien jaar jongere Tine Honig werd geboren in Koog aan de Zaan en volgde eveneens een opleiding aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten. Gedurende haar studietijd richtte ze samen met andere kunstenaars de vereniging De Zaankanters op. Onder begeleiding van kunstenaars als Coba Ritsema en Félicien Bobeldijk specialiseerde zij zich onder meer in stillevens en bloemstukken – onderwerpen die destijds commercieel aantrekkelijk waren.
Tine exposeerde geregeld en was tamelijk bekend binnen de Zaanse kunstwereld. In 1939 werden werken van haar hand opgenomen in de grote overzichtstentoonstelling Onze Kunst van Heden in het Rijksmuseum.
In het najaar organiseert het museum aanvullend een programma waarin verder wordt ingegaan op de levens van beide kunstenaars en de tijd waarin zij werkten. De tentoonstelling Gekoesterd. Bewaard werk van Nelly en Tine Honig loopt van 30 mei tot en met 11 oktober 2026.

De grot van Lascaux – De ‘Sixtijnse Kapel’ van de paleolithische kunst
Waar haal ik in hemelsnaam de inspiratie vandaan?
Beroemdste werken van Michelangelo
Tekenaar Marc Verhaegen over stripboek Vincent van Gogh