Meesters van het Modernisme

Schilderij van Max Beckmann op een duitse postzegel
Duitsland speelde einde negentiende eeuw en in de eerste decennia van de twintigste eeuw ontegensprekelijk een belangrijke rol bij het ontstaan van wat nu in de kunstwereld algemeen geduid wordt als het ‘Modernisme’. Heel wat kunstenaars – onder meer impressionisten zoals Max Liebermann en expressionisten als Ludwig Kirchner, Emil Nolde en Max Beckmann – effenden samen met dadaïsten en surrealisten zoals Max Ernst en Paul Klee het pad voor deze nieuwe kunststroming. Een overzicht:

Max Liebermann (1847-1935)

De oude vrouw met kat | Max Liebermann, 1878
Deze in Berlijn geboren kunstschilder wordt algemeen beschouwd als één der voormannen van de Duitse impressionisten. Voor zijn talrijke werken, meestal in lichte aardeachtige kleurtonen, deed hij de nodige inspiratie op bij de Franse impressionisten tijdens zijn verblijf te Parijs en in Barbizon (zie ook artikel: De School van Tervuren) waar hij onder meer kennis maakte met de werken van Edouard Manet (1832-1883), Camille Corot (1796-1875) en Jean-François Millet (1814-1875) .

Liebermann schilderde voornamelijk genrestukken waarbij zijn nostalgische landschappen en taferelen uit het dagelijkse leven een groot succes kenden bij de meer gegoede middenklasse. De meeste werken realiseerde hij in zijn geboortestad en in zijn zomerresidentie aan de Wannsee. Tot zijn bekendste doeken behoren “Het polospel” (Hamburgse Kunsthalle), “De oude vrouw met kat” (Paul Getty museum te Los Angeles) en “De touwslagerij van Edam” (Metropolitan Museum of Art te New York). Daarnaast valt hij met een rijke collectie werken eveneens te bewonderen in het ‘Museum Wallraf-Richartz’ te Keulen.

- advertentie -

Ernst Ludwig Kirchner (1880-1938)

Zelfportret als soldaat | Ernst Ludwig Kirchner, 1915

Kirchner, door velen gezien als één der belangrijkste vertegenwoordigers van de Duitse expressionisten, stond samen met zielsverwanten zoals Erich Heckel (1883-1970), Fritz Bleyl (1880-1966) en Karl Schmidt-Rottluff (1884-1976) aan de wieg van de avant-gardistische groep “Die Brucke”. Later traden onder andere ook Emil Nolde, de Duitse expressionist Max Pechstein (1881-1955) en de Nederlandse kunstschilder Kees van Dongen (1877-1968) toe tot het viertal.

Kirchner maakt in zijn werken vooral gebruik van een doorgedreven en uitermate intens kleurenpalet, het geheel vervat in een zeer geladen expressionistisch en op bepaald moment zelfs abstract keurslijf. Hoogstwaarschijnlijk waren zijn traumatische oorlogservaringen uit de Eerste Wereldoorlog daar niet vreemd aan en toen later, heel wat van zijn werken door de nazi’s als ‘Entartete Kunst’ (vert. ‘ontaarde kunst’) werden bestempeld, pleegde hij in 1938 uiteindelijk zelfmoord.

Tot zijn meest vermaarde schilderwerken behoren “de Artilleristen” (Guggenheim Museum te New York) en ‘Zelfportret als soldaat” (Allen Memoral Art Museum in Ohio). Dichterbij kan de bezoeker Kirchners werk bekijken in het Nederlandse ‘Groninger Museum’ en in het ‘Kirchner Museum Davos’ in Zwitserland.

Emil Nolde (1867-1956)

De profeet | Emil Nolde, 1912

Toonaangevend autodidactische expressionist, graficus en begaafd aquarellist. Ook Nolde kenmerkte zich door het gebruik van een evocatief kleurenpalet hetgeen zich voornamelijk weerspiegelde in zijn werken die een amalgaam van genrestukken vormen, gaande van zeegezichten, landschappen over figuurschilderijen tot religieus getinte doeken en aquarellen met exotische onderwerpen en maskers. Nolde inspireerde zich hierbij op het werk van de Belgische kunstschilder James Ensor (zie ook artikel: James Ensor ontmaskerd) met wie hij in 1911 kennis maakte te Oostende en voor wie hij een grote bewondering koesterde.

Later ontpopt hij zich als een schilder die het ‘religieus-groteske’ niet schuwt. Zijn negendelig werk ‘Het leven van Christus’, grotendeels ingegeven door de thematiek hernomen uit het wereldberoemde altaarstuk van Matthias Grünewald (ca. 1470-1528) (zie ook artikel: Alten Meistern uit de renaissance) is daar een treffend voorbeeld van. Op de doeken komt de bezoeker onder de indruk van de vaak apocalyptisch samengeperste figuren met hun maskerachtige gezichten die in een op het eerste gezicht te krap grondplan zijn geschilderd en eigenlijk zo de ‘Horror vacui’ (vert. ‘De vrees voor het ledige’) illustreren.

Werken van Emil Nolde zijn onder meer te bezichtigen in de ‘Staatsgalerie Stuttgart’ en in het ‘Museum am Ostwall’ te Dortmund. Zijn voormalige woning te Seebüll in Sleeswijk-Holstein is tegenwoordig omgevormd tot een museum en bezit een grote collectie werken van deze protagonist van het Duitse expressionisme.

Max Beckmann (1884-1950)

Zelfportret met hoorn | Max Beckmann, ca. 1938

Beckman is nog het best te omschrijven als een artistieke duizendpoot. Door zijn veelzijdigheid als tekenaar, graficus en schilder behoort hij zonder meer tot de vooraanstaande kunstenaars van de twintigste eeuw. In bijna al zijn schilderwerken en tekeningen kan men niettegenstaande zijn gebruik van een intensief en rijk kleurengamma gecombineerd met krachtige en dikwijls vrij dik aangebrachte penseelstreken toch een somber onderliggend gedachtegoed waarnemen dewelke de pijn en de tragedie van de vroeg twintigste eeuwse mensheid weerspiegelt, een mensheid ten prooi aan twee verwoestende en niets ontziende wereldoorlogen.

Gebruik makend van krachtige vormen, gekaderd in een opmerkelijke ruimtelijkheid zorgt Beckmann er voor dat zelfs vandaag de aandachtige bezoeker een indringend beeld verkrijgt van zijn expressief werk dat vaak doorweven is met een levendige symboliek (zie ook artikel: Het Belgisch Symbolisme als kunststroming). In 1937 werd ook zijn kunst door de nazi’s als ‘ontaard’ beschouwd en vluchtte hij wijselijk naar Amsterdam. Uit die periode dateert zijn dubbelportret “Max Beckmann en Quappi” dat nu te bezichtigen is in het Stedelijk museum te Amsterdam. Na de oorlog, in 1947, emigreerde hij naar de Verenigde Staten waar hij kort daarna overleed. Een vrij grote verzameling van zijn werken is momenteel in het bezit van het ‘Städelsche Kunstinstituut’ te Frankfurt.

Max Ernst (1891-1976)

De olifant Celebes | Max Ernst, ca. 1921

Geboren te Brühl, een voorstad van Keulen, vormde Ernst kort na het beëindigen van de Eerste Wereldoorlog samen met zijn vriend Jean Arp (1886-1966) de Keulse dada-beweging ‘Zentrale W/3’. Later zou hij uitgroeien tot één van de belangrijkste schilders binnen het surrealisme. In die samenhang schuwde hij het niet om experimentele technieken te gebruiken zoals ‘frottage’ (procedé waarbij de beelddrager op een min of meer ruwe ondergrond wordt geplaatst om er vervolgens met potlood, houtskool of krijt over te wrijven teneinde zo een bepaalde textuur te creëren) en ‘decalcomanie’ (techniek waarbij een vel papier gelegd wordt op een ander strook papier dat voorafgaandelijk beschilderd werd, beide vellen worden vervolgens over elkaar gewreven waardoor een bizar en grillig patroon ontstaat).

Enkele jaren geleden, in 2005, werd in zijn geboortestad Brühl een museum opgericht waarin heel wat van zijn werken zijn ondergebracht. Tot zijn bekendste werken behoren ongetwijfeld ‘De olifant Celebes’ (Londen, Tate Collection) en ‘Oedipus rex’ (in privé-bezit).

Paul Klee (1879-1940)

Visual Music’ | Paul Klee, 1922

Vooral bekend omwille van zijn sensuele en vaak excentrieke figuratieve schilderijen waarin hij een geraffineerd kleurenpalet verwerkt, samen met een doorgedreven individualistische stijl. Paul Klee een etiket opkleven is niet eenvoudig: zijn werken worden door sommigen kunstcritici bij de expressionisten ondergebracht, anderen omschrijven ze dan weer als surrealistisch of catalogeren ze zelfs als abstracte kunst.

Klee was lid van de kunstenaarsgroep ‘Der Blaue Reiter’ en doceerde samen met onder meer Wassily Kandinsky (1866-1944) en Láslo Moholy-Nagy (1895-1946) bij het Bauhaus (Befaamd opleidingscentrum voor beeldende kunst, architectuur te Weimar en nadien te Dessau) . Tot Paul Klee’s meest gerenommeerde werken behoren ‘De gouden vis’ (Kunsthalle Hamburg) en ‘Diana in de herfstwind’ (Kunstmuseum Bern).


Een nabeschouwing

Heel wat schrijvers, architecten, schilders en beeldhouwers uit zowat alle landen verwelkomden het begin van de twintigste eeuw als een nieuwe era, vol verwachting, bezieling en extase, hetgeen zij vertolkten in hun werken doordrenkt van expressie en verwachtingsvolle dromen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat nogal wat kunstenaars uit toenmalige grootmachten zoals Duitsland, samen met trouwens Frankrijk, een voortrekkersrol hebben gespeeld en uiteindelijk mee aan de basis lagen van de opkomst van het Modernisme.

Rudi Schrever
Brusselse stadsgids
Rondleidingen op aanvraag
e-mail: rudi.schrever@skynet.be

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Geschiedenisliefhebber? Volg ons:

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier