Russische elite raakte begin twintigste eeuw in de ban van mystici zoals Raspoetin

5 minuten leestijd
Raspoetin met een aantal van zijn bewonderaars
Raspoetin met een aantal van zijn bewonderaars, 1914
De Russische elite raakte begin twintigste eeuw in de ban van mystici zoals Grigori Raspoetin, die uitgroeide tot een invloedrijke figuur aan het hof van tsaar Nicolaas II. Recent verscheen het boek Raspoetin en de ondergang van de Romanovs van de Britse historicus Antony Beevor, die eerder mondiaal naam maakte met boeken over onder meer Stalingrad, D-Day en de Spaanse Burgeroorlog. In zijn nieuwe studie richt hij zich op de opkomst van Raspoetin en de rol die deze mysticus speelde in de laatste jaren van tsaristisch Rusland. Onderstaand fragment laat zien hoe Raspoetin zich begin twintigste eeuw steeds nadrukkelijker wist te bewegen in de kringen rond het keizerlijk hof en hoe zijn reputatie onder de Russische elite groeide.

Raspoetin in Sint-Petersburg

Nadat het hem was gelukt de tsaar en tsarina te ontmoeten, liet Raspoetin er geen gras over groeien. Vier dagen later schreef hij opnieuw aan de tsaar.

Wanneer het advies van God komt, verheugt de ziel zich en is onze vreugde oprecht, maar als het stijf en formeel is, dan wordt de ziel moedeloos en raakt ons hoofd in de war.

Tsaar Nicolaas II in 1909
Tsaar Nicolaas II in 1909
De implicatie was duidelijk: Nicolaas kon beter naar Grigori luisteren, de ‘man van God’ en de stem van het volk, dan naar het ‘stijve en formele’ advies van ministers en ambtenaren. ‘Wijs onze eenvoudige woorden niet laatdunkend af,’ voegde hij er ten overvloede aan toe. Het is opvallend dat deze verhulde instructie plaatsvond nog voordat de tsarina hem had gevraagd om hun zoon en troonopvolger, die aan hemofilie leed, te helpen.

Raspoetin keerde kort daarna terug naar Pokrovskoje, maar het was zonneklaar dat hij zichzelf en de ommekeer in zijn lot inmiddels met andere ogen zag. Nu hij werd gesteund door invloedrijke geestelijken zoals archimandriet Theofan en hij in zijn rol als ‘vader Grigori’ had ervaren hoe de tsaar en tsarina aan zijn lippen hingen, was het niet verwonderlijk dat hij zichzelf begon te beschouwen als een volkomen andere persoon dan ‘Grisjka’, de verworpeling in het dorp van zijn jeugd.

Behalve door een priester, vader Roman Medved, en zijn echtgenote Anna werd hij op deze reis vergezeld door de vrouw die spoedig zijn meest obsessieve volgelinge zou worden, Olga Lochtina. Raspoetin zou haar hebben genezen van ‘neurasthenie van de darmen’ nadat ze vijf jaar lang bedlegerig was geweest. Lochtina, de mooie vrouw van een leidinggevende ingenieur, raakte steeds verdwaasder in haar verering van Raspoetin. Uiteindelijk verliet ze haar gezin en leidde ze door haar krankzinnige idolatie het leven van een zwerfster.

Toen Raspoetin in juli 1906 terugkeerde naar Sint-Petersburg werd hij opnieuw door de Montenegrijnse prinsessen uitgenodigd om thee te drinken met de tsaar en tsarina. Opnieuw maakte hij een diepe indruk op zijn gehoor, maar pas in oktober, bij een volgende terugkeer uit Siberië, werd Raspoetin uitgenodigd in het Peterhofpaleis.

Grigori Raspoetin
Grigori Raspoetin
De tsaar vroeg prins Michail Poetjatin van het Preobrazjenski-regiment van de Keizerlijke Garde en een van zijn hovelingen om hem op het treinstation op te wachten. De tsaar wilde daarna zijn mening over ‘vader Grigori’ horen. De prins was niet onder de indruk en zei dat ook, een antwoord dat zijn soeverein duidelijk niet beviel.

Een paar dagen later schreef de tsaar een briefje aan de eerste minister, Pjotr Stolypin, waarin hij hem verzocht Raspoetin te ontvangen. Revolutionairen hadden in augustus een verwoestende bomaanslag gepleegd op Stolypins villa, waarbij vele doden en gewonden waren gevallen en zijn dochter invalide was geraakt. Raspoetin had gezegd dat hij hem en zijn dochter graag wilde bezoeken en haar een heilig icoon wilde schenken. Stolypin gaf te kennen niet in een ontmoeting met hem geïnteresseerd te zijn, terwijl zijn dochter, die niet durfde te weigeren, duidelijk geen plezier beleefde aan het bezoek.

Zelftransformatie

In december, toen Raspoetin weer terug was in Pokrovskoje, schreef hij de tsaar om hem te feliciteren met zijn naamdag. Iets meer dan een week later schreef hij opnieuw, ditmaal met een merkwaardig verzoek: hij vroeg de tsaar hem toe te staan om ‘Novy’, oftewel ‘Nieuw’, aan zijn naam toe te voegen. De tsaar stemde hiermee in, maar later liet Raspoetin soms zijn familienaam helemaal weg en noemde zich simpelweg Grigori Jefimovitsj Novych, vermoedelijk omdat ‘Raspoetin’ te veel leek op raspoetny, dat ‘losbandig’ betekent. In ieder geval moet hij zijn dochter een heel ander verhaal hebben verteld. Toen zij in 1919 werd ondervraagd door de autoriteiten van het Witte Leger in Siberië, bleek zij duidelijk te geloven dat de tsaar degene was geweest die de naamsverandering had opgelegd. ‘Toen hij op een van zijn eerste bezoeken aan het paleis de soeverein ontmoette,’ verklaarde ze…

…gelastte die hem om voortaan de achternaam Novych te gebruiken. Dat is hierdoor gekomen. Toen mijn vader door het paleis liep, zag kroonprins Alexej Nikolajevitsj hem en zei: “Papa, daar komt Novy” – dus een nieuw iemand in het paleis. De verandering van onze familienaam is het gevolg van dit voorval.

Tsaar Nicolaas II en zijn gezin in 1914 - cc
Tsaar Nicolaas II met zijn vrouw Alexandra en hun vijf kinderen in 1913.

Het klopt dat Alexej minstens één keer eerder een nieuwkomer ‘Novy’ noemde, maar uit Raspoetins brief blijkt duidelijk dat dit verzoek deel uitmaakte van zijn eigen zelftransformatie.

Batjoesjka en matoesjka

De tsaar en tsarina duidden hem in hun privécorrespondentie nooit aan met Raspoetin, maar simpelweg met ‘Onze Vriend’, net zoals ze Philippe (Nazier-Vachot red.) hadden genoemd. Tegenover anderen gebruikten ze soms de term ‘vader Grigori’, ook al was hij nooit tot priester gewijd. Het is niet verwonderlijk dat dit bij een aantal geestelijken wrevel wekte. Raspoetin van zijn kant sprak het keizerlijk paar al snel aan met, en verwees naar hen als, ‘Papa’ en ‘Mama’, een nogal wat meer familiaire versie van vader en moeder van de natie, batjoesjka en matoesjka.

Aartsbisschop Theofan stelde de ‘nieuwe’ Raspoetin voor aan enkele vooraanstaande adellijke geslachten en families in Sint-Petersburg, waarbij hij op gemengde reacties stuitte. Veel vrouwen waren door hem gefascineerd en wierpen zich bijna aan zijn voeten, terwijl de meeste mannen eerder afwijzend tegenover hem stonden. Dit kwam vooral doordat hij ostentatief weigerde zich te gedragen volgens de beleefdheidsregels van de hogere kringen. Of hij nu prinsessen of dienstmeisjes tegenover zich had, hij sprak iedereen aan met het familiaire ty, ‘jij’. Bij de eerste kennismaking begon hij meteen te omhelzen en te kussen, waardoor hij sommigen charmeerde, terwijl hij anderen juist afkeer inboezemde met zijn boerenmanieren en brutale directe vragen.

Zeker is dat sommige van zijn vrouwelijke volgelingen, die al snel Raspoutinières werden genoemd, danig uit hun evenwicht raakten. Er waren voorname dames die zich vrijwillig aanboden om zijn vingernagels te knippen, zodat ze de knipsels als heilige talisman in hun jurk konden naaien.

Generaal Pavel Koerlov, de onderminister van Binnenlandse Zaken, keek er niet van op toen hij over Raspoetin hoorde.

Petersburg wemelde in die tijd van dit soort figuren. Tal van aristocratische huizen hadden “hun eigen” Raspoetin, Mitja of iemand van dat slag.

Gesprek van de dag

Raspoetin en de ondergang van de Romanovs - Antony Beevor
 
De Russische high society was totaal in de ban van mystiek. Er was Matrona de Barrevoetse en Mitja Kozelski, de ‘heilige dwaas’. Het enige wat die kon was onbegrijpelijke geluiden uitbrengen, die door een speciale tolk moesten worden ‘vertaald’, maar toch werd hij behandeld als een ziener en aan het hof gepresenteerd, blootsvoets en in lompen.

Ondanks de afkeer die Raspoetin bij veel mannen opriep, werd hij al snel het gesprek van de dag. Voorname gastvrouwen staken elkaar de loef af met diners waarop ze hem aan hun vrienden voorstelden. Ze gebruikten zijn faam ook om andere beroemde namen aan te trekken, en Raspoetin zelf vroeg zijn gastvrouwen soms om iemand uit te nodigen die hij graag wilde ontmoeten.

×