Stonehenge behoort tot een van de bekendste zogenaamde megalithische monumenten uit de Jonge Steentijd. Het Griekse woord megaliet betekent zoveel als ‘grote steen’ en slaat op de stenen monumenten die tijdens de neolithische periode werden opgericht.
Met onze hunebedden hebben we in Nederland ook enkele van deze megalithische monumenten. Deze kunnen qua bekendheid echter niet tippen aan Stonehenge, misschien wel de bekendste prehistorische plek op aarde. Stonehenge behoort tot de zogenoemde henge-monumenten: cirkelvormige structuren met een wal en een gracht. De naam Stonehenge is waarschijnlijk afgeleid van het Oudengelse stan-hengen, wat iets betekent als ‘hangende stenen’ of ‘galg’.
Geschat wordt dat de grote stenen van het monument, dat zich ongeveer dertien kilometer ten noordoosten van de Engelse plaats Salisbury bevindt, rond 2500 voor Christus werden opgericht. De aarden wallen rond het monument zouden nog veel ouder zijn. Archeologen schatten dat deze dateren uit ongeveer 3100 voor Christus. Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat Stonehenge in zijn vroegste fase ook als begraafplaats diende; in en rond het monument zijn tientallen crematiegraven aangetroffen.

Het monument werd niet in één keer gebouwd, maar ontstond in verschillende fasen en werd gedurende vele generaties aangepast en uitgebreid. Sommige archeologen, onder wie de Britse onderzoeker Mike Parker Pearson, vermoeden dat de bouw ook een symbolische betekenis had en een rol speelde bij de vereniging van verschillende gemeenschappen op het eiland.
Getallen
De stenen van Stonehenge zijn indrukwekkend van formaat. Veel exemplaren zijn ruim 4 meter hoog en ongeveer 2,5 meter breed; de grootste steen is 8,7 meter en weegt naar schatting zo’n 45 ton. Het monument bestaat in totaal uit dertig grote stenen in de buitenste ring en negenenveertig kleinere in de binnenring. Van sommige van de kleinere stenen, de zogenoemde bluestones, is bekend dat ze afkomstig zijn uit de Preseli Mountains in Wales, meer dan tweehonderd kilometer verderop. Sommige archeologen vermoeden dat een deel van deze stenen oorspronkelijk deel uitmaakte van een oudere steencirkel bij Waun Mawn in Wales en later naar Stonehenge werd verplaatst.
Rond het monument bevindt zich een ringwal met daarbuiten een gracht en een krans van 56 kuilen, de zogenoemde Aubrey Holes. Deze zijn vernoemd naar de ontdekker ervan: John Aubrey.
Astronomische uitlijning

Op de ochtend van 21 juni (de langste dag) blijkt de zon precies achter de Heelstone, een steen net buiten de Stonehenge-ring, op te komen. Volgens sommige sterrenkundigen is het monument niets minder dan een astronomische calculator waarmee bijvoorbeeld eclipsen kunnen worden voorspeld. Opvallend is in ieder geval dat eens in de negen jaar de volle maan van midwinter precies boven de Heelstone opkomt en daar eclipseert. Dit houdt in dat op dat moment, ergens anders ter wereld, een maans- of zonsverduistering optreedt.
In de omgeving van Stonehenge zijn resten gevonden van tijdelijke nederzettingen, zoals bij Durrington Walls en Woodhenge, waar mogelijk arbeiders verbleven die aan het monument werkten. Stonehenge stond bovendien niet op zichzelf, maar maakte deel uit van een uitgestrekt ritueel landschap vol grafheuvels, processiewegen en andere prehistorische monumenten. Vanuit het complex liep een brede processieweg, de zogenoemde Avenue, naar de rivier de Avon. Aan het einde van deze processieweg werden in 2009 resten gevonden van een kleinere steencirkel, door archeologen Bluestonehenge genoemd. De cirkel bestond vermoedelijk uit zo’n zevenentwintig stenen.

In 1986 werd Stonehenge opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Het monument is nog altijd een belangrijke toeristische trekpleister en trekt jaarlijks honderdduizenden bezoekers. Vooral tijdens de zonnewendes verzamelen zich er duizenden mensen om de zonsopkomst bij de stenen mee te maken. Om de grote bezoekersstroom in goede banen te leiden werd in 2013, op enige afstand van het monument, een nieuw bezoekerscentrum geopend.
Een middeleeuwse legende: Merlijn en Stonehenge
In middeleeuwse verhalen werd de bouw van Stonehenge soms toegeschreven aan de tovenaar Merlijn. Het verhaal gaat ongeveer als volgt:

Merlijns woorden komen uit. Pendragon sneuvelt tijdens de oorlog met de Saksen die zoals voorspeld wel door de Britten gewonnen wordt. Koning Uther is zeer bedroefd over het overlijden van zijn broer Pendragon en voegt uit eerbetoon aan zijn gesneuvelde broer de naam Pendragon aan zijn eigen naam toe.
Daarnaast vraagt Uther aan Merlijn, die ook bekend staat als groot bouwer, een monument te bouwen ter nagedachtenis aan Pendragon. Merlijn laat hierop in één nacht tijd een serie grote stenen halen uit Ierland en stelt deze stenen in Stonehenge op.
Stonehenge – Het Lourdes van de prehistorie
Wiltshire – Het pad van de grote stenen
De mysterieuze steencirkels van Senegambia
De mythische heuvel van Tara en de Ierse ‘steen van het lot’
Çatalhöyük, een inspirerende prehistorische gemeenschap in Turkije
De neolithische site van Göbekli Tepe
Venus van Willendorf – Een beroemd prehistorisch vrouwenbeeld