Een echt verleden en een voorgesteld verleden
De wrok, godin, van Peleus’ zoon Achilles moet u bezingen. Hij was dodelijk, bracht voor Achaeërs rampspoed zonder einde (…).

Na enige tijd ging zijn vriend Patroclus in zijn plaats naar de strijd, in de wapenrusting van Achilles, zodat de Trojanen zouden denken dat hun dodelijkste vijand was teruggekeerd op het slagveld. Het bedrog werkte, maar Patroclus werd te zeer door het succes meegesleept, ging te ver vooruit en kwam tegenover Hector te staan, de grootste held van de Trojanen, die hem onmiddellijk doodde. Achilles verzonk in wanhoop, en zijn haat verschoof van Agamemnon naar Hector. Hij keerde terug in de strijd, sloeg zich een baan door de Trojanen tot hij Hector vond die hij afslachtte; vervolgens vernederde hij het lichaam door het achter zijn strijdwagen mee te slepen.
Slechts de smeekbeden van koning Priamus van Troje, de oude vader van Hector, wekten ten slotte Achilles’ medelijden; zijn razernij en gevoel van verlies waren uitgewoed.

De Ilias en de Odyssee, handelend over de beproevingen van een andere Griekse held, Odysseus, die er tien jaar over deed om uit Troje naar zijn thuisland Ithaka terug te keren, zijn de vroegste bewaard gebleven literaire werken in het Grieks, of zelfs in enige Europese taal. Er zijn geen complete manuscripten van voor de middeleeuwen bewaard gebleven van deze gedichten, maar er zijn veel fragmenten op papyri uit de Grieks-Romeinse wereld.
Nog belangrijker zijn de vele citaten en verwijzingen naar de gedichten van Homerus in de oude literatuur en kunst, die duidelijk maken welke centrale plaats zij in de Griekse cultuur innamen. Net als de werken van Shakespeare werden deze teksten aan kinderen onderwezen en inspireerden en verrukten ze tegelijkertijd de volwassenen en vormden hun visie op de wereld.

Onderzoekers schatten dat de gedichten ergens rond 750-700 v.Chr. zijn opgeschreven, hoewel anderen de data wat eerder stellen of juist een halve eeuw later. De meningen blijven verdeeld over de vraag of de beide epen door één man, wie hij dan ook was, werden geconcipieerd. De gedichten waren duidelijk voortgekomen uit een oudere, misschien veel oudere, orale poëzietraditie, met vaste elementen die makkelijk aangepast konden worden aan verschillende karakters en situaties en vaste formuleringen om, zodra er een naam genoemd moest worden, mensen en dingen passend in het ritme van de regel te beschrijven.

De meeste Grieken geloofden dat een en dezelfde man beide gedichten componeerde, en hoewel er af en toe kritiek werd geleverd op de inhoud van de verhalen, werd hun belang en invloed door niemand ontkend. De Grieken geloofden ook dat Homerus lang na de door hem beschreven gebeurtenissen leefde. Als de moderne schattingen juist zijn, dan schreef hij zijn verzen vier of vijf eeuwen na de tijd waarin de Trojaanse Oorlog volgens de Grieken had plaatsgevonden. Of die oorlog er al of niet ooit is geweest en of de tradities erover ook maar de minste verwijzing bevatten naar echte mensen en gebeurtenissen, al vanaf het begin werden deze epische gedichten gepresenteerd als verhalen uit een vroegere tijd in plaats van uit de contemporaine wereld.
Beide bevatten sommige aspecten van de echte wereld die de toehoorders herkenden en veel dat vreemd was en spectaculairder dan het leven en de tijd die zij kenden. Er is geen aanwijzing dat er ooit een ‘homerisch tijdperk’ was waarvan de gedichten een exacte afspiegeling zouden zijn. Hesiodus, een dichter uit de zevende eeuw v.Chr., noemde dat verleden een tijdperk van helden, in tegenstelling tot het grimmige ijzeren tijdperk waarin hij leefde, waarin mannen moesten zwoegen om zichzelf en hun families te onderhouden.

Evenzo worden er verwijzingen gemaakt naar eerdere gebeurtenissen, maar de Ilias gaat ervan uit dat iedereen al op de hoogte is van de verleiding / ontvoering van Helena door Paris, het optuigen van de Griekse expeditie en van de negen jaren oorlog die aan het verhaal voorafgingen. Dit alles wordt bekend verondersteld, een stevig gevestigd geheel van tradities en mythen die alle Grieks-sprekende gemeenschappen deelden. De poëzie van Homerus kwam centraal te staan in deze collectieve identiteitsbeleving, maar er waren ook nog talrijke andere verhaallijnen, vaak lokaal. Het idee wat het betekende om een Griek te zijn was nooit eenvoudig of helemaal uniform.
Philippus en Alexander – Wereldveroveraars uit Macedonië
Ontstaan van de Trojaanse oorlog volgens de Griekse mythologie
Homerus (ca. 800 v.Chr. – 750 v.Chr)
De Ilias – Het beroemde werk van Homerus
Het Paard van Troje
Achilleshiel – Uitdrukking en mythe