De Restitutiecommissie adviseert een fruitstilleven van Johannes Bosschaert terug te geven aan de Orde van Vrijmetselaren. Het zeventiende-eeuwse schilderij maakt deel uit van de zogeheten Nederlands Kunstbezit-collectie, die bestaat uit kunstvoorwerpen die na de Tweede Wereldoorlog naar Nederland werden teruggebracht.
De commissie acht het “in hoge mate aannemelijk” dat het schilderij oorspronkelijk toebehoorde aan de vrijmetselaars en dat het tijdens de oorlog op onrechtmatige wijze in bezit kwam van een hoge nazi-functionaris die betrokken was bij de georganiseerde kunstroof. De minister moet uiteindelijk besluiten of het schilderij inderdaad wordt geretourneerd aan de Orde van Vrijmetselaren. In veruit de meeste gevallen worden adviezen van de Restitutiecommissie overgenomen.
Führermuseum
Het schilderij was voor de oorlog te zien in het logegebouw van de Orde aan de Fluwelen Burgwal in Den Haag. Dat blijkt onder meer uit een groepsfoto uit 1938 waarop het werk aan de muur hangt. Volgens de commissie verloor de Orde het schilderij in juni 1944 onvrijwillig, als gevolg van naziterreur. Het werd verkocht aan dr. Erhard Göpel, een Duitse rijksambtenaar die kunst verzamelde voor het zogeheten Führermuseum in Linz, een megalomaan museumproject van Adolf Hitler.
Göpel speelde een sleutelrol in de roof van kunstwerken in bezet Europa. In Nederland was hij een van de belangrijkste inkopers van de beruchte Sonderauftrag Linz. In die hoedanigheid bemiddelde hij ook bij de aankoop van werken uit de collectie van de kunsthandelaar Jacques Goudstikker, die na zijn dood in 1940 door de nazi’s werd leeggehaald. Na de oorlog werd Göpel in Duitsland aanvankelijk gearresteerd, maar hij wist straf te ontlopen. In de jaren vijftig werd hij zelfs adviseur voor het Museum der Bildenden Künste in Leipzig.

Verzoek
De Orde van Vrijmetselaren werd tijdens de bezetting, net als in nazi-Duitsland, verboden. Hitler beschouwde de vrijmetselarij als een bedreiging en verdacht de leden van betrokkenheid bij een groot Joods complot. Vanaf 1940 werden bezittingen van Nederlandse loges systematisch in beslag genomen of onder dwang verkocht. De Orde zelf had geen reden om kunst af te stoten; van vrijwillige verkoop was volgens de Restitutiecommissie dan ook geen sprake.
Na de oorlog werd het schilderij teruggevonden en ondergebracht in de NK-collectie. Het verzoek tot teruggave werd gedaan door de Orde van Vrijmetselaren zelf en werd daarin bijgestaan door kunsthistoricus Andréa Kroon, die al langere tijd onderzoek doet naar de vermiste museumcollectie van de Nederlandse vrijmetselaarsloges.
Erhard Göpel roofde duizenden kunstwerken voor Hitler
Roofkunst voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog
De plunderaars. De nazi-obsessie met kunst
Vrijmetselarij – oorsprong, ideeën en geschiedenis