Treinramp bij Harmelen (1962)

Grootste treinramp uit de Nederlandse geschiedenis
/
4 minuten leestijd
Treinramp bij Harmelen - Rijtuigen van de sneltrein
Treinramp bij Harmelen - Rijtuigen van de sneltrein (CC0 - Joop van Bilsen / Anefo)

In de ochtend van 8 januari 1962 deed zich in de buurt van het Utrechtse dorp Harmelen de grootste treinramp uit de Nederlandse geschiedenis voor. Om 09.19 uur botste een sneltrein uit Leeuwarden in de dichte mist op een tegemoetkomende trein uit Rotterdam. Bij de ramp kwamen 93 mensen om het leven, onder wie beide machinisten. Daarnaast raakten 52 mensen gewond.

De chaos ter plekke was enorm. Niet alleen waren de twee treinstellen total-loss ook de spoorbaan zelf en bovenleiding liepen grote schade op. De hulpverlening werd hierdoor aanzienlijk bemoeilijkt. De slachtoffers werden tijdelijk in dichte kisten opgebaard in de Buurkerk van Utrecht.

Het ongeluk werd aangemerkt als nationale ramp en voor vrijdag 12 januari 1962 werd een dag van nationale rouw afgekondigd. In de tussenliggende dagen brachten de radiozenders uit Hilversum alleen ernstige muziek ten gehore. Het nieuws over de ramp bereikte ook koningin Juliana die op dat moment vakantie vierde in het Oostenrijkse Lech. De vorstin besloot terug te keren naar Nederland waar op dat moment op veel plekken de vlaggen halfstok hingen. Ze sprak met gewonden en nabestaanden en bracht een bezoek aan de Buurkerk.

Harmelen - Ravage op de plaats van de ramp
Harmelen – Ravage op de plaats van de ramp (CC0 – Nationaal Archief – Anefo)

Piet Dijkstra was een van passagiers die de ramp overleefde. Op het moment van de ramp was hij achttien jaar oud. Tegenover Andere Tijden vertelde hij later over de ramp:

“De eerste minuten na de botsing was er buiten niet veel te zien door de mist en de stofwolken. Nadat het stof was neergedaald bleek dat wij bovenop een enorme puinhoop lagen. Vlak voor ons raam lag een verwrongen treinstel met daartussen zeker drie lichamen, of wat daar nog van over was. Mijn maat André was ondertussen door het raam naar buiten geklommen en die heb ik pas ’s avonds in ons kosthuis weer gezien.”

Hulp

In de krant Het vrije volk deed vijfentwintig jaar later een omstander zijn verhaal, ene M. van Bemmel, die op het moment van de botsing op enkele tientallen meters van de rampplek stond en direct per telefoon alarm sloeg.

“De klap. Ik rende er naar toe en zag de ravage, de mensen. Ik hoorde ze gillen, vloeken, en ook bidden. Dat vergeet ik nooit meer. […] Net zo min vergeet ik de verminkingen. Overal was bloed. Overal lijken. Aanvankelijk kon ik dat bijna niet verwerken en wilde ik weg, wég van die plek. Maar je verandert snel als je zoiets ziet. Ik ben gaan doen wat ik kon.”
Het vrije volk, 06-01-1987 (Delpher)

Tot laat op de dag verleent Van Bemmel ter plekke hulp. Sommige gewonden waren echter niet meer te helpen. Zo zat een van de passagiers bijvoorbeeld klem tussen twee op elkaar geschoven wagons. Er viel niets voor de man te doen, maar vol pijn bleef hij om hulp roepen. Om de man toch het gevoel te geven dat er tenminste een hulppoging werd gedaan, besloot Van Bemmel om met enkele anderen een poging te doen om een van de wagons op te beuren. Dit was duidelijk onbegonnen werk. Een klein half uur later was de man gestorven.

Oorzaken

Na de ramp werd uitvoerig onderzoek gedaan naar de oorzaken. Er kwam onder meer naar voren dat de machinist uit Leeuwarden, die enige haast had omdat hij enkele minuten te laat van het Centraal Station in Utrecht was vertrokken, een geel sein miste en pas was gaan remmen bij het rode sein, waar hij eigenlijk voor stil had moeten staan om de trein uit Rotterdam voor te laten gaan. In plaats daarvan botsten de twee treinen op elkaar. De machinist uit Leeuwarden reed op het moment van de botsing nog ongeveer 100 kilometer per uur, de trein uit Rotterdam 70.

Monument ter nagedachtenis aan de treinramp bij Harmelen
Monument ter nagedachtenis aan de treinramp bij Harmelen (CC BY-SA 3.0 – Mtcv – wiki)
Na de ramp bij Harmelen eiste de Spoorwegongevallenraad dat de NS zo snel mogelijk een waarschuwings- en correctiesysteem ging invoeren, als hulpmiddel voor machinisten. Dit werd uiteindelijk het systeem van Automatische Trein Beïnvloeding (ATB). Dit systeem zorgt er voor dat een trein automatisch vaart minder en uiteindelijk stopt, als een machinist niet op een sein reageert. Het belang van deze toepassing was evident. Uit onderzoek bleek destijds dat machinisten jaarlijks zo’n tweehonderd keer per ongeluk een sein negeerden.

Monument

In 2012 werd bij Harmelen, vlakbij de rails waar de treinen op elkaar botsten, een monument onthuld ter nagedachtenis aan de ramp. Het kunstwerk is gemaakt door Taeke de Jong en bestaat uit twee iets achter over hellende zwarte platen, die schuin ten opzichte van elkaar staan. Op het monument staan de namen van de slachtoffers.

Boek: De treinramp bij Harmelen

Het Spoorwegmuseum in Utrecht blikt tot en met 30 oktober 2022 met een kleine tentoonstelling terug op de treinramp. Bijzonder onderdeel is een onlangs aan het museum geschonken snelheidsmeter van de locomotief die bij de ramp betrokken was. Die meter staat nog altijd stil op 107 kilometer, de snelheid die de trein op het moment van de impact vermoedelijk had.

Bronnen

-https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011019729
-https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010962297
-https://www.spoorwegmuseum.nl/over/nieuws/spoorwegmuseum-blikt-terug-op-spoorwegramp-harmelen/
-Kroniek van de 20e Eeuw – Aart Aarsbergen e.a. – p.751
-https://vandaagindegeschiedenis.nl/8-januari/
-https://www.anderetijden.nl/artikel/137/De-grootste-treinramp-uit-de-Nederlandse-geschiedenis