Af en toe doorkruist een museumtrein de uitgestrekte, roodkleurige woestijn van Jordanië alsof het een reusachtige ijzeren slang is. Meestal betreft het dan een re-enactment-spektakel waarmee de Grote Arabische Opstand van 1916 wordt nagespeeld. Daarbij verplaatsen de acteurs zich in de rol van de bedoeïenen en Britten bij hun aanvallen op de Jordaanse woestijnspoorlijn en brengen dan in feite het ontstaan van de moderne Jordaanse staat weer tot leven.
Gebouwd in opdracht van de Osmanen doorstond de Hidjaz-spoorweg de vele oorlogen en conflicten van de twintigste eeuw en werd uiteindelijk de levensader van het land waar haar inwoners trots op zijn. De trein ging symbool staan voor de vrijheid en identiteit van het Jordaanse volk te midden van het spanningsgebied dat het Midden-Oosten ook nu nog is.
Aanleg

Om de dertienhonderd kilometer verlenging vanuit Damascus naar Medina te bouwen, schakelde de sultan Duitse ingenieurs in. Deze stonden onder leiding van Heinrich August Meissner (1862-1940). Hem werd later de eretitel van pasja verleend, omdat hij het project in acht jaar tijd realiseerde en daarbij moeilijke omstandigheden zoals onbegaanbaar terrein, zandstormen en aardverschuivingen wist te overwinnen. Daarvoor moest niet alleen bouwmateriaal, maar ook levensmiddelen en water voor de soldaten en arbeiders aangevoerd worden.
De spoorverbinding werd in 1908 geopend en bleek meteen een succes. Hoewel de treinen Mekka nooit zouden bereiken, brachten ze ieder jaar wel vele duizenden pelgrims naar Medina. Niet alle volkeren uit het rijk waren daar even enthousiast over. Voor de bedoeïenen, die de treinen als ‘ijzeren ezels’ betitelden, betekende de nieuwe verbinding een bedreiging van hun dagelijks bestaan. Voorheen had een reis op de rug van een kameel door de woestijn heen en terug meer dan vier maanden geduurd. Dankzij de Hidjaz-spoorlijn werd dat teruggebracht tot een paar dagen.
Enkele stammen stonden zelfs ronduit vijandig tegenover de nieuwe spoorlijn, omdat tot dan toe hun dromedarissen en kamelen de pelgrims vervoerd hadden. Ze zagen de trein dan ook als concurrentie voor hun broodwinning.

Politieke kwesties
De woestijn van Wadi Rum in het zuiden van het huidige Jordanië was het woongebied van deze bedoeïenen. Hier stond de toekomst van de spoorverbinding op het spel toen de Eerste Wereldoorlog in 1916 ook de poorten van de Oriënt bereikte. De nomadische volkeren droomden er van om één grote Arabische staat te stichten, van Syrië in het noorden tot Jemen in het zuiden, en zich daarmee van vijf eeuwen Ottomaanse overheersing te bevrijden.
De Britten hadden hun eigen agenda en sloten zich bij de Arabische stammen aan om hun eigen belangen in het Midden-Oosten veilig te stellen. De Grote Arabische Opstand werd door de sharif van Mekka Hussein bin Ali (1853-1931), de Brit Thomas Edward (T.E.) Lawrence (1888-1935) en bedoeïenenleider Auda Abu Tayi (1874-1924) aangevoerd.
Toen het Turkse leger oprukte om de rebellie te bestrijden, wisten zij het met succes een halt toe te roepen door de Hidjaz-spoorlijn met explosieven te saboteren. Er vonden minstens vijfentwintig aanvallen plaats op de spoorlijn, waardoor het zuidelijke tracé vrijwel compleet verwoest werd. Na twee jaar strijd betekende het einde van de Eerste Wereldoorlog ook de ondergang van het Ottomaanse Rijk. De Jordaniërs verkregen echter niet de door hen zo verlangde onafhankelijkheid, maar bleven onder Britse controle en tussen grenzen waar ze niet mee ingestemd hadden, namelijk die van het emiraat Trans-Jordanië.

Grondstoffen
Desalniettemin luidde het protectoraat Trans-Jordanië een nieuwe tijd in. Het bewind werd in 1923 door de Britten in handen gelegd van Abdoellah bin Hoessein (1882-1951). Als residentie koos deze de stad Amman aan de Hidjaz-spoorlijn. Het treinstation aldaar stond voor moderniteit en werd daarom op het bankbiljet van 5-Dinar afgedrukt. In de regio’s waar de spoorlijn doorheen liep werden wederopbouwprojecten in gang gezet waardoor de bevolking er snel groeide, omdat families uit heel Jordanië er heen trokken.
In 1946 werd het Hasjemitische Koninkrijk uiteindelijk onafhankelijk. De spoorlijn werd toen richting Rode Zee verlengd, dit keer voor het vervoer van grondstoffen. In het bijzonder fosfaatertsen, die in de haven van Akaba in schepen wordt verladen om elders tot kunstmest te worden verwerkt.

Museaal erfgoed
In Amman is de Hidjaz-spoorlijn tot een legende uitgegroeid en maakt er onderdeel uit van het nationaal erfgoed. Vooral op één stadsdeel heeft de spoorlijn zijn stempel gedrukt, Mahatta, wat in het Arabisch letterlijk ‘station’ betekent. Van hieruit kon naar Damascus in Syrië gereisd worden en door dit treinverkeer hadden decennialang veel mensen er werk en ondernemers er hun handel. De Syrische burgeroorlog van 2011 maakte hier echter een einde aan en sindsdien doet het station dienst als museum. De museumtrein rijdt er enkel nog als deze voor feesten, evenementen of filmopnames afgehuurd wordt. Hij heeft echter een vaste plaats veroverd in de harten van de bewoners van Amman. Ondanks dat hij enkel nog een symbolische rol vervuld geldt hij in de ogen van de Jordaniërs nog steeds als de geluksbrenger van het land.

Het einde van het Ottomaanse Rijk en de grote veranderingen in het Midden-Oosten
Kenia, een land voortgekomen uit een spoorlijn
Vurig gewenst, feestelijk geopend, met stille trom vertrokken
Nederlandse archeologen en de vondst van Bileam
Abdullah I, koning van Jordanië en stichter van het koninkrijk
Johann Burckhardt (1784-1817) – Oriëntalist en ontdekkingsreiziger