De Spoorwegen hebben een belangrijke geschiedenis die teruggaat tot de eerste helft van de negentiende eeuw. Spoorwegkaarten zijn een specifiek onderdeel hiervan. Honderd opmerkelijke exemplaren uit de collectie van de British Library kregen een plaats in de Nederlandse vertaling van het Engelse boek De geschiedenis van de spoorwegen in 100 kaarten. Auteur is voormalig hoogleraar Jeremy Black.

Pioniersjaren
Het boek valt uiteen in zeven chronologisch opeenvolgende delen. Het eerste deel behandelt de pioniersjaren. De oudste opgenomen kaart dateert uit 1787 en toont de spoorlijnen rond Newcastle, waar voertuigen nog door paarden werden voortgetrokken. Steenkool was toen een belangrijk vervoerd product, en ook in de mijnen werd dit transportsysteem toegepast.
George Stephenson wordt beschouwd als de uitvinder van de locomotief, een cruciale stap voorwaarts. In 1825 werd in het noordoosten van Engeland de Stockton and Darlington Railway geopend, de eerste openbare spoorlijn ter wereld. Restanten daarvan bestaan nog altijd. Een kaart van deze historische lijn is helaas niet opgenomen. In de jaren erna wordt stilaan een netwerk aangelegd in Groot-Brittannië. Dit land heeft voor de hand liggend een prominente plaats in het boek. Andere landen volgden al snel, zoals België en Frankrijk.

In de Verenigde Staten groeiden de spoorwegen in enkele jaren uit tot een bloeiende sector die het land ingrijpend veranderde. Ineens waren alle staten veel beter verbonden met elkaar. In het boek is een kaart van de Amerikaanse spoorwegen uit 1830 opgenomen. De VS moesten toen nog een heel eind uitbreiden in westelijke richting. In 1855 was het Amerikaanse spoorwegnet al sterk uitgebreid; enkele jaren later, in 1869, werd de eerste transcontinentale spoorlijn voltooid. Tijdens de Burgeroorlog speelden de spoorwegen ook een doorslaggevende rol. Dat gold zeker ook tijdens de beide wereldoorlogen, waaraan meerdere kaarten zijn gewijd.
Zo ontrolt het verhaal zich steeds verder. Een kaart toont bijvoorbeeld de ontsluiting van de pampa’s in Argentinië. En de Gotthardbahn liep vanaf 1880 onder de Alpen door. Het maakte het reizen stukken makkelijker en sneller.

Grote diversiteit
Elke kaart is voorzien van een uitgebreide toelichting. Vooral over de geschiedenis en ontwikkeling van de spoorwegen krijgt de lezer uitgebreide informatie. De opgenomen kaarten zijn zeer uiteenlopend: van technische tekeningen en toeristische plattegronden tot koloniale plannen en metrokaarten. Veel exemplaren zijn fraai uitgevoerd in kleur en vormen op zichzelf soms kleine kunstwerkjes.

Enorme belangen
Het boek maakt duidelijk hoe veelzijdig het belang van de spoorwegen is. Drie aspecten springen er daarbij uit: het militaire, toeristische en economische belang.
Beroemde en beruchte spoorlijnen komen ook in beeld. Denk aan de Oriënt Express of de Kanaaltunnel. Berucht is de Birmaspoorlijn, aangelegd tussen 1942 en 1944 van Nong Pladuk in Thailand tot Thanbyuzayat in Myanmar (Birma). De Japanners dwongen geallieerde krijgsgevangenen en dwangarbeiders dit werk te doen. Even berucht is de lijn naar concentratiekamp Auschwitz.
Het slothoofdstuk richt zich op de toekomst, met aandacht voor modernisering, hogesnelheidslijnen en internationale verbindingen. Zo lijkt de wereld via het spoor opnieuw een stuk kleiner te worden.

België komt maar heel beperkt aan bod. Toch zijn er twee NMBS-kaarten opgenomen die dienden voor eigen gebruik. Ze dateren uit 1969 en 1988. Ze tonen het netwerk in het land en de treinstations. Hieruit blijkt dat niet elk gebied een even dicht spoornet heeft. Vooral de Kempen, Limburg en het oostelijke deel van Wallonië waren beduidend minder goed bedeeld.
Voor Nederland is een spoorwegkaart uit 1877 opgenomen. Toen al beschikte het land over een goed uitgebouwd netwerk. De eerste trein had er in 1839 gereden tussen Amsterdam en Haarlem. Daarna volgde een geleidelijke uitbreiding tot in verre uithoeken. De elektrificatie begon in 1908.

Collectieve verbeelding
Aan het einde is een kort hoofdstuk opgenomen met de titel ‘Spoorwegen en de collectieve verbeelding’. Er is onder meer aandacht voor spoorwegaffiches, die uitgroeiden tot een belangrijke kunstvorm. In het boek zijn daarvan enkele fraaie voorbeelden opgenomen. Het zou de moeite zijn om er meer samen te brengen in een soortgelijke publicatie.
Door de erg specifieke inhoud is dit boek wellicht vooral interessant voor spoorweghistorici en -fanatici. Toch kan ook de gewone spoorweggebruiker er iets aan hebben. Lezen kan zeker, maar erin bladeren ook. Het grote formaat en de fraaie vormgeving zijn zeker pluspunten. Hopelijk komen er nog soortgelijke publicaties over andere boeiende aspecten van de lange en rijke spoorgeschiedenis.

Prettig verdwalen op 100 kaarten
De geschiedenis van België in 100 oude kaarten
John Cockerill, de Brits-Belgische keizer van de industriële revolutie
Van Turbotrain naar TGV
Met de Rheingold of Edelweiss van de Noordzee naar de Alpen
Track 61 – De mythe van de spoorlijn van F.D. Roosevelt