
U schrijft in de verantwoording dat het boek van uw vader jarenlang ongeopend in de kast stond. Waarom besloot u het juist nu opnieuw op te pakken?
“Het nieuws van de laatste tijd gaat over grote economische vraagstukken: tarievenoorlog, superrijken die zich ongegeneerd verrijken, welvarende landen met voedselbanken, de Europese Centrale Bank (ECB) ondersteunt banken met miljarden zonder daarvoor geld te lenen, waarom kan dat niet ook voor bijvoorbeeld de aanleg van spoorlijnen? Ik probeerde hier antwoorden voor te vinden, maar ook mijn directe omgeving kon mij hierin niet verder helpen. “Was mijn vader nog maar hier”, dacht ik toen, “die was immers econoom.” En toen dacht ik aan zijn boek dat al jaren in mijn boekenkast lag.
Ik was er ooit aan begonnen, maar het was platte tekst, verweven met vele anderstalige citaten, en heel frequent werden er prominente personen ten tonele gevoerd zonder nadere introductie. Voor iemand die niet bekend is met de economische wetenschap was het “zware kost”. Maar inmiddels was ik nieuwsgierig geworden of in dat boekwerk misschien antwoorden op mijn vragen te vinden waren.

De oorspronkelijke studie verscheen destijds in beperkte kring. Wat maakte dat u vond dat dit werk alsnog een breder publiek verdiende?
“De manier waarop het boek geschreven is, en hoe het uitgegeven is, geeft de indruk dat het alleen te begrijpen is door economen. Maar nu het beter is uitgewerkt blijkt dat het een goed leesbaar geschiedenisboek is. Het vertelt het verhaal van hoe men al eeuwen geleden probeerde te begrijpen hoe verschillende mechanismen zoals belasting heffing, import tarieven, geld scheppen, geld oppotten, enz. op elkaar ingrijpen en welvaart en welzijn wel of niet in positieve zin beïnvloeden. Velen zagen landbouw als de bron van alle welvaart want de mens moet immers eten, dus zonder landbouw kunnen we niet. Maar klopte dat wel? Als het circulaire mechanismen zijn wat is dan het begin, of is er geen begin? Het is fascinerend om te lezen hoe men worstelde met deze vraagstukken en elkaars opinies bijna op-leven-en-dood bestreed.
Voor lezers die minder bekend zijn met de geschiedenis van de economie: wie was Anne Robert Jacques Turgot eigenlijk, en waarom is hij volgens u een interessant figuur?
“Het stoorde mijn vader dat Adam Smith gezien wordt als de grondlegger van de economische wetenschap en dat Turgot in dat verhaal niet voorkomt. Turgot was een begaafde bestuurder die eerst jarenlang in Limoges goed werk verricht heeft en daarna minister werd en koning Lodewijk XVI adviseerde. Hij was een pragmaticus die zocht naar balans in het besturen van Frankrijk en weinig interesse had om zijn – voor die tijd vooruitstrevende – ideeën op papier te zetten.

Adam Smith daarentegen heeft nooit bestuursfuncties vervuld. Hij was meer een kamergeleerde die alles bestudeerde wat maar relevant was en ook naar Frankrijk trok om kennis te nemen van de ontwikkelingen op dit gebied. Het vermoeden bestond – maar dat is nooit bewezen – dat Adam Smith zijn theorieën van Turgot had overgenomen.
In het boek komen thema’s voorbij die ook vandaag herkenbaar klinken: inflatie, belastingdruk, handelsoorlogen en ongelijkheid. In hoeverre waren mensen in de achttiende eeuw al bezig met vraagstukken die ons nu nog bezighouden?
“Frankrijk werd in die tijd kenmerkt door een klassenmaatschappij. De hogere klasse, de grondeigenaren, betaalde geen belasting. Ze verdienden geld met het verpachten van hun grond en hadden verder niets te doen. De ‘gewone man‘ betaalde wel belasting en zag hoe de koning zich exorbitant verrijkte. Turgot probeerde de koning ervan te overtuigen dat hij niet méér belasting moest heffen dan strikt noodzakelijk. Uiteindelijk kwam het volk in opstand en ontketende de Franse revolutie.
Uw vader schrijft in het voorwoord dat de wetenschappelijke wereld in de achttiende eeuw minder ver gespecialiseerd was dan tegenwoordig. Denkt u dat daar iets in verloren is gegaan?
“Misschien bedoelde mijn vader dat wetenschappers vroeger niet een specifieke studie in een vakgebied hadden gedaan als vooropleiding. Doorgaans werd men opgeleid voor het priesterschap en de meesten werden ook priester omdat daarmee een lucratieve positie gegarandeerd was. Interesse voor een bepaald vakgebied ontwikkelde zich dan pas later. Nu is dat anders. Men kiest voor een bepaalde studierichting, dat met zich meebrengt dat men van andere kennisdomeinen weinig weet heeft.
Uw vader hoopte destijds expliciet dat historici en sociologen zich ook in dit werk zouden verdiepen. Wat denkt u dat juist historisch geïnteresseerde lezers vandaag uit dit boek kunnen halen?
“Het wereldbeeld van waaruit men toen dacht is duidelijk beperkt tot Frankrijk en Engeland, terwijl dat nu mondiaal is. Maar de vraagstukken zijn dezelfde. Het gaat om het rechtvaardig verdelen van welvaart, eerlijke en draagbare belastingdruk, tarieven die handel wel of niet stimuleren. Als dit soort zaken niet in evenwicht zijn dan leidt dat tot spanningen in de maatschappij, die zelfs tot revoluties kunnen leiden. Dit boek brengt goed in beeld hoe zich dat met name in Frankrijk ontwikkeld heeft.
U heeft de oorspronkelijke tekst toegankelijker gemaakt met vertalingen, illustraties en korte duidingen. Wat was daarbij de grootste uitdaging?

Tijdens het redigeren heeft u het boek meerdere keren grondig doorgenomen. Is er een inzicht of passage die u persoonlijk is bijgebleven of verrast heeft?
“Gelukkig heeft mijn vader bij het schrijven ook oog gehad voor de gewone menselijke dingen die een rol speelde. Zo beschrijft hij (p.231) de ruzie tussen Mirabeau en Quesnay die in een appartement woonde boven het appartement in het Paleis van Versailles van Madame de Pompadour (hij was haar lijfarts). Maar zo zijn er meer anekdotes. Zo beschrijft hij (p.144) de ‘salons’ van vooraanstaande dames waar de elite elkaar kon ontmoeten.
Het boek draait uiteindelijk om grote vragen: wat is geld en wat is rijkdom? Heeft het werken aan deze heruitgave uw eigen kijk op die vragen veranderd?
“Het is mij duidelijk geworden dat alles draait om enerzijds ‘vertrouwen’ en anderzijds om ‘hebzucht’. De ECB zou bijvoorbeeld best geld kunnen drukken om daarmee basisloon of een spoorlijn te financieren, maar het is de hebzucht en afgunst van de mens die reacties oproept die dit tegenwerken. Maar het is het terrein van economen en sociologen om daar iets verstandigs van te zeggen.
Ongelijke verdeling van geld: is dat eigenlijk slecht?
Adam Smith – Econoom, liberaal en Verlichtingsdenker
Economisch onderzoek struikelde onder Sovjetregime, terwijl wiskunde floreerde
Kat in ’t bakkie – Betekenis en herkomst
De Noordzee als motor van de middeleeuwse economie
Nasleep Tweede Wereldoorlog was gigantisch